Ook Bolivia wil neoliberalisme kwijt

Opnieuw is in Latijns-Amerika een president verjaagd door massaprotesten tegen het neoliberale beleid dat hij zijn landgenoten oplegde. Ditmaal is het Gonzalo ("Goni") Sanchez de Losada, die op 17 oktober ontslag moest nemen als president van Bolivia nadat hij zichzelf en zijn beleid had proberen te redden door genadeloze repressie, net zoals hij dat in februari bij gelijkaardige protesten had gedaan.

Vielen er toen ruim 33 doden, ditmaal waren het er meer dan 85. Goni vluchtte naar Miami, de hoofdstad van Latijns-Amerika’s superrijken, terwijl zijn opvolger, Carlos Mesa, de lont uit het kruitvat probeerde te halen met de belofte van vervroegde verkiezingen en een referendum over ‘s lands belangrijkste rijkdom, het aardgas.

Na Jamil Mahuad in Ecuador, Alberto Fujimori in Peru en Fernando de la Rua in Argentinië, heeft ook de Boliviaanse leider Sanchez de Losada zijn biezen moeten pakken onder druk van massaprotesten tegen de neoliberale politiek die Latijns-Amerika wordt opgelegd. Dat beleid is anti-sociaal en anti-nationaal, omdat het de lokale bevolking verarmt en de plaatselijke regering cruciale beslissingsmacht ontneemt.

Daardoor vormt het ook een gevaarlijke uitholling van de beleden "democratie" Want, zo klinkt overal de vraag, wat baat het een regering te verkiezen als die na de stembusslag onveranderlijk de onpopulaire sociaal-economische "recepten" doordrukt, die internationale concerns en een daarmee verbonden lokale "elite" van rijken voorschrijven?

Bolivia, een van de armste landen in Latijns-Amerika, was in die regio één van de eerste die in de jaren ‘80 neoliberale hervormingen en privatiseringen inzette. Tijdens zijn eerste ambtstermijn als president, van 1993 tot 1997, heeft multimiljonair Sanchez de Losada deze koers doorgedrukt. "Goni" heeft in 1953 niet alleen een filmbedrijf opgericht, maar leidde van 1962 tot 1993 ook het mijnbedrijf Compañia Minera del Sur S.A. en van 1957 tot 1962 de firma Andean Geo Services Ltda., actief in onder meer de olie-en aardgassector, landmeetkunde en luchtfotografie.

Kort voordat hij zijn eerste presidentstermijn beëindigde, gelastte hij in 1997 nog snel per decreet de privatisering van de olie- en aardgasindustrie. Het was een kroonstuk op het terugdraaien van de nationaliseringen en sociale maatregelen die na de revolutie van 1952 waren doorgevoerd.

Cocabladeren en cocaïne

Tegelijk hield Sanchez de Losada vast aan de zeer onpopulaire manier waarop de Verenigde Staten de "drugsbestrijding" in Bolivia opleggen: door uitroeiing van de teelt van cocabladeren. Het gaat om een aloude teelt voor lokaal gebruik in Andeslanden als Bolivia. Cocabladeren worden ook legaal gebruikt in de farmaceutische industrie. De teelt van die bladeren heeft op zich niets te maken met de illegale drug cocaïne. Sinds de val van de Boliviaanse cocaïnegeneraals in de jaren ‘80 is die illegale business bijna geheel in handen van internationale benden, die cocabladeren verwerken tot cocapasta en raffineren tot cocaïne. De grootste afzetmarkt voor die drugs zijn de Verenigde Staten, waar dealers volgens drugsbestrijders 85 procent opstrijken van alle cocaïne-opbrengsten.

Talloze Boliviaanse boeren zijn voor hun bestaan afhankelijk van cocabladeren. Zij vragen dat de VS voor hun eigen drugsdeur keren. Als zij de teelt van cocabladeren moeten opgeven, willen zij hulp om andere teelten op te kunnen starten en verhandelen. Maar voor die eisen vonden zij bitter weinig gehoor. Daardoor komt de vernietiging van cocavelden voor veel boeren neer op vernietiging van hun bestaansmiddelen.

De cocaboeren hebben talloze protesten gehouden om hun eisen kracht bij te zetten. Hun leider is nu Evo Morales, een tegenstander van het neoliberalisme, die aanstuurt op hernationalisering van geprivatiseerde staatssectoren. Bij de verkiezingen in juni 2002 was Morales de grote rivaal van Sanchez de Losada. De Amerikaanse ambassadeur in Bolivia dreigde ermee dat de VS geen hulp aan Bolivia meer zouden geven als Morales zou worden verkozen. Morales eindigde in de eerste ronde als tweede, na Sanchez de Losada, en dwong een tweede ronde af, in het parlement. Dat koos uiteindelijk voor Sanchez de Losada. Veel kiezers zeggen nu dat ze zich misleid en bedrogen voelen. Het wantrouwen in de traditionele partijen en het parlement is gegroeid, vooral bij de meerderheid van Indianen, die altijd al het gevoel had dat ze geregeerd werd door een corrupte blanke minderheidselite.

Water- en anti-belastingoorlog

Half-september barstte in Bolivia de derde grote golf van protesten los sinds de lente van 2000 tegen het neoliberale beleid. In 2000 konden de protesten een "privatisering" van drinkwater tegenhouden, die het water voor gewone Bolivianen erg duur zou hebben gemaakt. Na die "wateroorlog" kwam in februari 2003 de "anti-belastingoorlog". Die brak op 11 februari los toen president Sanchez de Losada een verhoging met 12 procent van de inkomstenbelasting afkondigde voor werknemers die meer dan viermaal het minimuminkomen verdienen. Dat zou op een vermindering van hun loon met 30 procent zijn neergekomen.

De woede van de manifestanten gold vooral het Internationaal Monetair Fonds (IMF), dat de maatregel had geëist in het raam van "begrotingsdiscipline". Sanchez de Losada werd verweten de "slippendrager van het internationaal kapitaal" te zijn. In La Paz, Cochabamba en andere steden vielen minstens 33 doden en 170 gewonden bij de onderdrukking van de protesten – in La Paz nam de stadspolitie betogers in bescherming tegen de militaire politie die Sanchez de Losada op hen had losgelaten.

Aardgasoorlog

Een derde golf van protest, een "aardgasoorlog", sloeg toe half september. De aanleiding was de bekendmaking door de regering-Sanchez de Losada dat Boliviaans aardgas zou verkocht worden aan de Verenigde Staten en Mexico, via Chili. De Boliviaanse aardgasreserves zijn volgens experts de tweede grootste van Latijns-Amerika, na die van Venezuela. Boliviaans aardgas zou via een pijplijn naar een Chileense haven worden gebracht, waar het vloeibaar zou worden gemaakt voor transport naar Mexico, om dan weer te worden omgezet tot gas voor de Mexicaanse en Amerikaans markt (samen met Canada verenigd in de Nafta, de Noord-Amerikaanse Vrijhandelszone).

Het gaat om een project van Pacific LNG, een consortium dat in 2001 werd gevormd door Repsol-YPF, British Gas en Panamerican Gas, een dochter van British Petroleum. De kosten voor het project worden op 5 tot 7 miljard dollar geraamd. Het consortium kon volgens de Council on Hemispheric Affairs (een denktank in Washington) een jaarlijkse omzet van 1,3 miljard dollar van het project verwachten; de Boliviaanse staat zou jaarlijks 40 miljoen dollar aan belastingen en andere inkomsten krijgen.

De aardgasrijkdom kan het land uit de armoede halen als hij goed wordt besteed. Naar Brazilië wordt al geëxporteerd. Volgens het IMF kan de commercialisering van het aardgas de komende vijf jaar voor een jaarlijkse economische groei van 1 procent zorgen. Geen wonder dat het aardgas een politiek kruitvat is geworden in Bolivia.

Oppositieleiders als Evo Morales en Indianenleider Felipe Quispe willen de hernationalisering van de sector. Zij vrezen dat de opbrengsten van de aardgasleveringen de armen niet zullen bereiken. Veeleer zal de rijkdom, gezien de corruptie bij de huidige politieke klasse, terechtkomen bij multinationale bedrijven en de lokale elite, denken zij. Zij zien in het project een belichaming van wat zij bestrijden, de zogeheten "vrije markt" die Washington tegen 2005 voor het hele Amerikaanse continent nastreeft in de Vrijhandelszone van de Amerika’s (FTAA). Voor die opvatting vonden zij brede aanhang bij de Boliviaanse bevolking.

Een maand lang protesteerden woedende betogers tegen de aardgasplannenplannen. Sanchez de Losada zette het leger in. De repressie maakte minstens 85 doden en honderden gewonden. Maar Sanchez de Losada’s positie werd onhoudbaar nadat ook ministers, die de grond onder hun voeten te warm voelden worden, opstapten. De president vluchtte naar een gouden "ballingschap" in de VS. Hij werd opgevolgd door vice-president Carlos Mesa. Die heeft in het politieke wereldje een eigen clan opgebouwd, maar lijkt niet aan de macht te willen blijven. Mesa kondigde vervroegde verkiezingen aan en een referendum over het aardgas.

Europa

Opmerkelijk was de flater die de Europese Unie in het conflict beging. Daags voordat Sanchez de Losada op de vlucht sloeg, sprak de Unie op 17 oktober nog haar steun uit aan diens regering. Want "democratisch verkozen". Wel moest die regering de mensenrechten respecteren (er waren toen al ruim 80 doden gevallen).

Europa liet zich duidelijk leiden door "verkiezingsfetisjisme", de neiging om het democratisch gehalte van een regime te meten aan het houden van verkiezingen. Die houding bracht de Verenigde Staten er in de jaren ‘80 toe om bloedige regimes als die in El Salvador en Guatemala als "democratie" te bestempelen, louter omdat er af en toe verkiezingen werden gehouden… In feite omdat ze volgzaam waren.

(Uitpers, nr. 47, 5de jg., november 2003)

Visited 4 Times, 1 Visit today

Tags :