Ontwikkeling en solidariteit: wie helpt wie?

Nu de VN top over de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen alweer achter de rug is, is het goed toch even na te denken over waar we precies mee bezig zijn. De staatshoofden en regeringsleiders hebben in New York veel plechtige beloften herhaald. Maar zitten we hiermee op het goede pad? Kunnen arme mensen op die manier geholpen worden? Kunnen arme landen zich op deze manier ontwikkelen? Wat volgt is een korte herwerkte versie van de inleiding van het nieuwe boek van Francine Mestrum waarin zij uitlegt hoe we echt ontwikkeling en solidariteit vorm kunnen geven.

December 2009: met kerst wordt het ‘glazen huis’ gesloten. Het stond aan ‘de Zuid’ in Gent, achter de Vooruit en bracht op enkele dagen tijd meer dan 3 miljoen euro op. Die zal besteed worden aan malarianetten voor de derde wereld. Applaus alom. Enkele dagen later wordt op Facebook een groep in het leven geroepen om het geld van Music for Life volgend jaar te besteden aan ‘Vlaamse daklozen’. ‘Er is misschien veel armoede in de derde wereld, maar ook bij ons is er veel misère. Laat ons daar ook iets voor doen’. Op enkele dagen tijd sluiten bijna 30.000 mensen zich bij dit ‘fantastische voorstel’ aan. Zucht.

Eigen armen eerst? ‘La Corrèze avant le Zambèse’?(1) Muziek maken om arme mensen te kunnen helpen? Liefdadigheid en filantropie? Waar is de verzorgingsstaat? Waar is ontwikkelingssamenwerking? Waar zijn de mensenrechten?

Dat er in dit behoorlijk rijke België, waar het gemiddelde gezin een vermogen van 149.000 euro bezit(2) ook daklozen en armen zijn, is onaanvaardbaar. Dat er voor vluchtelingen geen opvang is zodat hele families op straat belanden, is schandelijk. Dat malaria een ziekte blijft die jaarlijks meer dan één miljoen doden vergt, is ronduit onbegrijpelijk. Maar! Dat armoede in Afrika wordt uitgespeeld tegen armoede in België is toch beschamend? En dat radio-omroepers zich daarvoor verschillende dagen laten opsluiten is dat toch ook? Dat er in dit land duizenden mensen zijn die wel iets willen doen voor de behoeftigen is wel hoopgevend.

Ik heb veel boodschappen gelezen op de site van Facebook maar nergens las ik iets wat in de richting van een kritische bevraging ging. Zijn die mensen dan volkomen vervreemd geraakt van ideeën over rechten en solidariteit? Zou het kunnen dat zij wel willen geven maar niet meer weten dat mensen overal ter wereld mensenrechten hebben? Dat nationale regeringen, overal ter wereld, de plicht hebben hun burgers te beschermen en daar ook internationaal moeten voor samenwerken? Dat er in dit land een sociale zekerheid, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en een federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers zijn, die berusten op respect voor mensenrechten? En dat armoede al lang de wereld had moeten uit zijn?

‘Wie in zijn luie zetel denkt dat ontwikkelingshulp niets uithaalt, heeft doden op zijn geweten’, zo stelt een BV (Bekende Vlaming) van Music for Life vergenoegd. Op twee volle bladzijden in De Morgen(3) mag de man zijn onkunde tentoonspreiden. Op zijn driedaagse reis naar Burundi heeft hij alles geleerd. Dat het ‘naïeve praat is van iemand die daar niet geweest is’ te beweren dat ze ook in Afrika malarianetten kunnen maken, en te beweren dat je niets mag geven want dat ‘mensen vertrappeld’ kunnen worden als je iets uitdeelt. Maar goed, de BV is ‘een te groot luxebeest’, zo zegt hij zelf, dus mogen we niet verwachten dat hij ook een boek leest of zich informeert bij iemand die wél kennis heeft van Afrika of van ontwikkeling. ‘Hier is nood dus hier geef ik’, verder dan dat reikt het denken van deze BV niet. Waar de nood vandaan komt en hoe die echt de wereld kan worden uitgeholpen, dat is langetermijndenken waar hij niet om maalt. En waar geen geld of roem mee te rapen valt. Vlaanderen las en luisterde, en zag, of dacht dat het goed was… Music for Life heeft het marktaandeel van StuBru (Studio Brussel) naar een ‘historisch’ peil van 10,4 % gebracht.(4)

***

Dit boek gaat noch over muziek noch over aalmoezen. Het gaat over ontwikkeling, mensenrechten, herverdeling, belastingen en solidariteit. En over wat u en ik kunnen doen – en vooral niet moeten doen – om dat concreet te maken. Het is een boek dat de puntjes op de i wil zetten en een paar vervelende herinneringen wil ophalen. Het is een boek dat terugkijkt in de tijd om een betere toekomst te kunnen voorbereiden. Het wil mensen wegwijs maken in de vaak tegenstrijdige stellingen over ‘ontwikkeling’ en ‘ontwikkelingssamenwerking’. Het is een pleidooi voor solidariteit. Het wil helpen om de oprechte emotie van mensen ook politiek zinvol te maken.

***

Het allereerste ontwerp van Verklaring voor de VN-top van september 2010, – over de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen – stelt op een zeer gebruikelijke manier vast dat al een hele weg is afgelegd maar dat er nog veel werk aan de winkel is. Veel landen zijn niet ‘on track’ en zullen de doelstellingen hoogstwaarschijnlijk niet halen. De reden hiervoor kan worden gezocht in de financieel-economische crisis van 2008 en in de voedselcrisis van 2007. Er kan even worden gewezen op de bevolkingsgroei. De rijke landen zullen worden opgeroepen meer te doen – meer ‘hulp’ te geven – om mensen uit de extreme armoede te halen. Wat men er niet bij vertelt is dat het aantal extreem arme mensen in zwart Afrika van 1981 tot 2005 nagenoeg verdubbeld is …

Het is een wrange vaststelling dat vijftig jaar na de grote golf van onafhankelijkheidsverklaringen in Afrika meer dan een miljard mensen in de wereld honger lijden en onder een armoedegrens leven die hen nauwelijks overlevingskansen biedt.

Wat is er van de ambitieuze ontwikkelingsplannen van de jonge Afrikaanse staten geworden? De regeringen worden met de vinger gewezen omdat ze geen ‘goed bestuur’ hebben en te weinig doen voor de ontwikkeling van hun landen. Wat heeft de ontwikkelingssamenwerking verwezenlijkt? De rijke landen gaven in 2009 nauwelijks 0,31 % van hun nationaal inkomen, in plaats van de al veertig jaar geleden beloofde 0,7 %. Meer en meer wordt er over een ‘mislukking’ van de ontwikkelingssamenwerking gesproken. Heel wat academici en sociale bewegingen pleiten voor een stopzetting ervan. Maar dan?

De landen van Latijns-Amerika zijn nu tweehonderd jaar onafhankelijk. Ze hebben een industrialisering en een desindustrialisering gekend. Ze hebben de grootste ongelijkheid ter wereld. Er zijn nieuwe pogingen om een ‘socialisme van de 21ste eeuw’ in te voeren…

Wat is er dan precies mislukt? De indicatoren voor alfabetisering en levensverwachting zijn er sterk op vooruitgegaan sinds 1960. De economische groeicijfers in Afrika zijn behoorlijk en vaak hoger dan die van Latijns-Amerika, wel lager dan die van Azië,(5) en over de hele lijn positief. Over de ongelijkheid in Afrika zijn niet veel cijfers bekend. Wel zien we dat het aantal ‘minst ontwikkelde landen’ sterk is toegenomen. De ‘vierde wereld’ die Wereldbank-onderzoeker Branco Milanovic bestudeert, telde in 1960 25 landen en in 2000 al 42.(6) Nochtans, als de huidige trend aanhoudt, zal het inkomen per inwoner tussen 1950 en 2050 met negen zijn vermenigvuldigd. Tussen 1960 en 1980 werd door de rijke landen die verenigd zijn in het DAC (Development Assistance Committee) van de OESO 2.941 miljard dollar besteed aan ontwikkelingshulp.(7) Volgens de statistieken van de Wereldbank waren er in 2005 nog 1,4 miljard mensen extreem arm.

‘Ontwikkeling’ is een meer dan vaag concept. Het verandert voortdurend van betekenis. Voor Marx was het nog bijna letterlijk ‘ont-wikkelen’, het ontginnen en valoriseren van grondstoffen, het gebruikmaken van het potentieel van een land. Daarna werd het ‘beschaving’, vanuit een koloniale en racistische overtuiging van superioriteit. Tussen de twee wereldoorlogen werd het meer en meer ‘sociale ontwikkeling’ met onderwijs en gezondheidszorg. Na de stichting van de VN werd het industrialisering en modernisering, met planning en een belangrijke rol voor de staat. Daarna werd het opnieuw sociale ontwikkeling en probeerde men even om het sociale en het economische in één concept te laten versmelten. Het is niet gelukt. Er kwamen ‘structurele aanpassingen’.En toen werd het armoedebestrijding, inclusief wereldwijde mobilisaties en een nooit eerder geziene inspanning om van arme mensen statistieken te maken.

En vandaag? Er wordt nog veel over ontwikkeling gesproken, maar definities vind je nog nauwelijks. Nu ook de armoedebestrijding aan het mislukken is, verschuift de aandacht weer naar iets wat nog subjectiever is: welzijn, of geluk. Het wordt alsmaar moeilijker meten, academici sloven zich uit om het niet vatbare toch in zijn vele dimensies in kaart te brengen. Het levert A1-publicaties(8) op, maar geen bestaanszekerheid voor de armen. Wat gek toch dat telkens men een ernstig gesprek wil voeren over armoedebestrijding, er steevast iemand stelt dat ‘geld niet gelukkig maakt’ en dat we vooral naar de ‘waardesystemen’ moeten kijken. Alsof mensen niet moeten eten en daar geen klinkende munt voor nodig hebben.

Aan verklaringen voor de mislukking van ontwikkeling is er geen gebrek. Aanvankelijk zag men de bevolkingsdruk te sterk toenemen in vergelijking met de economische groei. Nadien zocht men verklaringen in culturele verschillen. Er was de ‘vloek van de natiestaat’, de ongepaste politieke organisatie die de koloniale machten hadden ingevoerd. Er was ook de geografie en de problematiek van landen zonder uitweg naar zee. Dan weer was het ontbreken van ‘goed bestuur’ oorzaak van mislukking. En de alom verspreide corruptie, uiteraard. Nu eens zijn het de conflicten die een ‘take-off’ onmogelijk maken. Dan weer is het de ‘commodity curse’, de vloek van de beschikbare en makkelijk verkoopbare grondstoffen, die staten ervan afhouden andere activiteiten te ontwikkelen. De enen beweren dat Afrika geen goede leiders heeft, anderen dat de misère het gevolg is van de ‘structurele aanpassingprogramma’s’ die IMF en Wereldbank nu al zo’n 25 jaar opleggen. Neen, zeggen anderen dan weer , het zijn diegenen die niet willen ‘mondialiseren’ die achteroplopen. Of omgekeerd: het is de mondialisering die ontwikkeling onmogelijk maakt. En dan is er nog het verleden van slavernij en kolonialisme dat nog altijd zijn sporen achterlaat.

Maar misschien waren de doelstellingen van die verhoopte ontwikkeling verkeerd, zoals industrialisering in plaats van armoedebestrijding? Of zou het te maken hebben met het concept zelf van ‘ontwikkeling’ waarin sommigen een westerse hegemonie zien die haaks staat op de realiteit van arme landen?

De vraag is inderdaad: wat is ‘ontwikkeling’? Of misschien vooral: wat willen arme landen en of volken verwezenlijken en wat willen rijke landen en of volken (niet) doen? Dat zijn de moeilijke vragen waar ook moeilijk nauwkeurige, helemaal correcte antwoorden op te geven vallen. Ontwikkeling is onze laatste utopie, zegt Theo Ruyter, een Nederlandse socioloog en kritische ex-ontwikkelingshelper.

Ontwikkeling is altijd een normatief concept, het houdt een toekomst in, een perspectief, een hoop op verbetering, maar het kan ook de wortel zijn die de ezel wordt voorgehouden. En voor sommigen is de ‘weg’ inderdaad belangrijker dan het doel. Vandaar dat officiële documenten telkens opnieuw vaststellen dat ‘er al een lange weg is afgelegd maar dat er nog veel te doen valt’. En altijd zijn er enkele zeldzame voorbeelden te geven van landen die in iets zijn geslaagd en dan als uithangbord dienen om anderen ervan te overtuigen dat het wel degelijk kan. Nog een kleine inspanning, en dan…

Het is ook opmerkelijk dat wie in West-Europa over ‘ontwikkeling’ wil praten, meteen replieken krijgt die met ‘ontwikkelingssamenwerking’ te maken hebben. Alsof die samenwerking impliceert waar men heen wil zonder dat dit van te voren wordt afgesproken. Alsof de ‘begunstigde’ geen eigen mening kan hebben over wat nodig of wenselijk is. Alsof ontwikkeling bepaald wordt door wat wij, rijke landen, willen doen.

Toch is er vanaf 1950 aandacht besteed aan economische groei, aan sociaal beleid, aan gezinsplanning, aan cultuur, aan infrastructuur, aan internationale handel. Tegelijk klagen academici en ontwikkelings-ngo’s het nefaste neoliberale beleid aan, de moordende gevolgen van de buitenlandse schuldenlast, de voor het Zuiden nadelige handelsrelaties. Maar er verandert weinig. Er is een ‘Verklaring van Parijs’(9) die rijke landen ertoe moet aanzetten beter met elkaar en met arme landen samen te werken om de ‘hulp’ efficiënter te maken. Iedereen houdt de belofte van ontwikkeling in leven. Men telt de arme mensen. Men denkt na over wat er nu nog mogelijk is, nu ook de bescheiden millenniumdoelstellingen aan het mislukken zijn. We werken aan een ‘post-MDG agenda’ (Millennium Development Goals). Maar wie gelooft dat nog?

De particuliere hulp van de ‘vierde pijler’ is aan een opmars bezig. Families die het zich kunnen permitteren trekken er liever op uit naar Mali of Niger dan naar de Costa Brava. Ze worden er met hun neus op de armoede en honger gedrukt, ze kunnen er ‘hun hart laten spreken’ en een goed doel gaan steunen, een waterpomp installeren, een schooltje bouwen, een gezondheidscentrum moderniseren … En doen alsof dat écht helpt. ‘Kunnen we geen economische ontwikkeling bereiken, dan kunnen we mensen en vooral kinderen toch concreet vooruithelpen.’ Het negertje staat weer op de toonbank, het blijft knikken en dankuwel zeggen. Het geweten is gesust, we zijn ‘positief’ ingesteld. En wat zou er mis zijn met liefdadigheid? Die mensen zijn toch geholpen?

Maar wie heeft er nog oog voor dat China in Afrika ondertussen de infrastructuur uitbouwt en de grondstoffen ontgint? Wie stelt er zich nog vragen bij dat de landbouwgronden massaal worden verkocht aan de Golfstaten, Japan en Zuid-Korea? Wie durft nog te zien hoe de Verenigde Staten met hun militairen een African Command uitbouwen en een ideologie van ‘fragiele staten’, ‘schurkenstaten’ en ‘war on terror’ ingang doen vinden? Wie durft de cijfers van de omkeerde kapitaalstroom door de zware schuldenlast nog onder ogen zien? Of wie durft de cijfers vermelden van de gigantische kapitaalvlucht uit de derde wereld? Wie financiert wie? Maar, zeggen anderen, hebben we niet ook de plicht om mensen te redden wanneer staten hun elementaire opdracht om de bevolking en het land te beschermen niet uitvoeren?

Het zijn twee agenda’s. Liefdadigheid enerzijds, met gezinnen met de allerbeste bedoelingen of rijke stichtingen met winstoogmerk die mensen ‘helpen’. Anderzijds verdere uitbuiting en onderdrukking door middel van handel, kapitaalvlucht, roofbouw, schuldenlast en militaire interventie. De vraag is: hoe kunnen we de goede bedoelingen omzetten in iets wat ook goede resultaten oplevert voor een hele samenleving?

Het ontwikkelingsdenken zit al decennialang in een impasse. De ene theorie na de andere sneuvelt. De mythes van de mondialisering en het neoliberalisme gaan – althans theoretisch – ten onder in de crisis. De klimaatverandering verplicht academici hun huiswerk over te doen. Na de val van de Berlijnse muur kwam er een einde aan een bipolaire wereld maar de nieuwe hegemonie toont zich bijzonder kwetsbaar. Nieuwe groei-economieën laten hun stem horen in het wereldgebeuren. Dat doen ook de groeiende sociale bewegingen, overal ter wereld. De klimaatconferentie in Kopenhagen in december 2009 heeft de macht – en onmacht – van deze nieuwe spelers getoond. Via de bewegingen begint links, de sociale factor, zich – tergend langzaam – te reorganiseren.

Dat is de achtergrond waartegen dit boek is geschreven. Het is geen nieuw wetenschappelijk onderzoek maar het bouwt voort op ouder onderzoek en is aangevuld met nieuwe inzichten uit de praktijk. Er is ook weinig nieuws te vertellen want de kritiek op ontwikkelingssamenwerking is even oud als die samenwerking zelf. En ze blijft even terecht. Er moet een uitweg gevonden worden. De kritiek komt vandaag hoofdzakelijk van academici en politici die geloven in neoliberale recepten. En zo komen voor- en tegenstanders van hulp tegenover elkaar te staan. De voorstanders gebruiken vooral morele argumenten en gaan niet echt in op de kritiek. De argumenten van tegenstanders als Dambisa Moyo en William Easterly(10) zijn stevig en verdienen aandacht. Het is mijn overtuiging dat de hulp niet moet verdwijnen maar dat ze anders moet worden georganiseerd. We moeten durven voortbouwen op de vele goede bedoelingen en op de draagkracht die er is in onze samenleving. Want solidariteit blijft noodzakelijk. Ik wil uitleggen waarom.

Waarom ligt deze hele discussie zo moeilijk? In hun verslag over de ontwikkelingshulp stellen de mensen van de Nederlandse Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid dat er twee overwegingen zijn om arme landen te helpen: moraliteit en eigenbelang. Die twee argumenten lopen ook voortdurend voor elkaars voeten. Moraliteit is niet echt bespreekbaar, het is iets evidents, je mag het niet in twijfel trekken. En eigenbelang kan al evenmin worden besproken, want dan merk je dat de keizer geen kleren heeft.

Dit boek is een uitnodiging tot debat. Omdat er nog onvoldoende wordt nagedacht over ontwikkeling en over de zinloosheid van veel ontwikkelingshulp. Omdat je geen vervelende vragen mag stellen. Omdat het zo gemakkelijk is met de hoed rond te gaan voor de ‘armen in de wereld’ en het daar bij te laten. Ik doe een concreet voorstel voor een nieuwe vorm van solidariteit. In de hoop dat men er zich zal willen over uitspreken. Het is geen wild uit de lucht geplukt voorstel, het bouwt voort op ideeën die al lang op internationaal niveau worden besproken. Laat ons even doordenken en proberen om samen met anderen een betere wereld te maken. Vóór het stijgende zeewater ons overspoelt. Vóór Afrika is uitgedroogd en uitgehongerd. Vóór Afrika verstrikt raakt in de ingevoerde malarianetten.

We hebben de morele plicht optimistisch te blijven en verder te werken, maar zeggen dat het goed gaat? Het wordt tijd af te dalen van onze zelf geschapen Olympus.(11) Want het kan niet voldoende worden herhaald: ‘ontwikkeling’ is zo veel meer dan een ‘goed doel’.

(Uitpers nr. 124, 12de jg., oktober 2010)

Francine Mestrum, Ontwikkeling & Solidariteit, Uitgeverij EPO, Berchem-Antwerpen, 2010
Isbn 978 90 6445 660 2
Paperback 15 x 22,5 cm | 264 pagina’s | € 20,50

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link: http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=982261&refsource=uitpers

Noten

(1) Uitspraak van Raymond Cartier, journalist voor Paris Match, 18 augustus 1956. Cartier was tegen een verdere financiering van de kolonies. Zijn uitspraak werd later gebruikt om zich te verzetten tegen hulpverlening aan de derde wereld.

(2) De Financiële Morgen, 2 december 2009, p. 21.

(3) De Morgen, 21 november 2009.

(4) De Morgen, Media.com, 26 februari 2010, p. 31.

(5) Jolly, R., et al., UN Contributions to Development Thinking and Practice, Bloomington, Indiëna University Press, 2004, p. 248.

(6) Milanovic, B., Worlds Apart. Measuring international and global inequality, Princeton, Princeton University Press, 2005. De ‘vierde wereld’ telt de landen met een inkomen lager dan één derde van dat van het armste rijke land. In 1978 was dat Portugal, in 2000 Griekenland.

(7) Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Minder pretentie, meer ambitie. Ontwikkelingshulp die verschil maakt, Amsterdam, Amsterdam University Press, 2010, p. 12.

(8) Publicaties in wetenschappelijk erkende tijdschriften, noodzakelijk in elke academische loopbaan.

(9) Zie hoofdstuk 4, p. 76. *

(10) Easterly, W., The White Man’s Burden. Why the West’s efforts to aid the rest have done so much ill and so little good, New York, The Peguin Press, 2006; Moyo, D., Dead Aid. Why Aid is not working and how there is another way for Africa, Londonn, The Penguin Group, 2009.

(11) Ruyter, T., De laatste utopie van het Vrije Westen, www.xminy.nl.

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 63 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming. Francine schrijft geregeld voor Wall Street International Magazine, Other News, Alainet, Social Europe en Uitpers

zie ook