Onrust in olievelden van Kazachstan

Met de berichten half december over talrijke doden in de stad Zhanaozen, kreeg de buitenwereld er lucht van dat er in enkele oliegebieden van Kazachstan al een half jaar werd gestaakt. Maar de “vader van de natie”, de officiële titel van president Nursultan Nazarbajev, beantwoordde de erg redelijk eisen van de arbeiders met harde hand. Hij regeert tenslotte al twintig jaar over dit uitgestrekte (90 maal België) en vooral zere mineraalrijke (olie, gas, uranium) met harde hand, tot genoegen van zijn familie en bevriende zakenlui die daar schatrijk mee werden. Nazarbajev is een goede vriend van westerse leiders, oliemagnaten alom en van Peking.

Kazachstan heeft de elfde grootste reserves ter wereld aan olie en aardgas. Olie maakt veruit het gros van de inkomsten uit. Nazarbajev en zijn kroost hebben daardoor hun Zwitserse bankrekeningen al goed kunnen spijzen en diverse grote oliemaatschappijen scheppen fortuin: BP, Exxon, Shell, het Italiaanse Eni, het Russische Loekoil en het Chinese CITIC.

Voor de arbeiders van de olie-industrie is dat anders. Velen verdienen hooguit 150 euro per maand in een land met enkele euromiljardairs. In 2010 kwam er steeds meer arbeidersverzet met een twintigtal stakingen. Begin van dat jaar staakten de oliearbeiders van Zhanaozen voor de nationalisatie van hun bedrijf en voor het recht op onafhankelijke vakbondswerking.

In 2011 startte het arbeidersprotest op 9 mei bij Karazhanbasmunai, een joint venture van staatsonderneming Kazmunaigaz en het Chinese CITIC. De aanleiding was de weigering van de bedrijfsleiding om de resultaten van syndicale verkiezingen te aanvaarden. Een week later gingen 4500 arbeiders in staking, met onder meer de eis evenveel betaald te worden als de arbeiders van een bedrijf van Kazmunaigaz. Intussen gingen de arbeiders van een Eni vestiging in de olieregio Mangistau, centrum van de recente acties, met dezelfde eis in staking. De staking breidde zich uit tot de arbeiders van het grote OzenMunaiGaz die een forse loonsverhoging eisten om de stijgende levensduurte aan te kunnen.

De autoriteiten reageerden repressief. De bedrijven ontsloegen stakers en Natalia Sokolova, een advocate die de arbeiders adviseerde, werd opgepakt en tot zes jaar gevangenis veroordeeld wegens aansporing tot sociale onrust. Een betoging in Aktau, hoofdstad van Mangistau, werd uiteengeslagen. Sommige arbeiders gingen weer aan het werk, anderen zetten door, tot in december. Bij de incidenten in Zhanaozen en later in Aktau vielen officieel 14 doden, volgens actievoerders waren er tientallen slachtoffers.

Elbasy

Om zichzelf permanente macht en immuniteit te verschaffen, liet president Nazarbajev zich in 2010 de titel “Elbasy”, vader des vaderlands, toekennen. Nazarbajev is een product van de Gorbatsjov periode. Het was toenmalig Sovjetleider Michail Gorbatsjov die op het einde van de jaren 1980 mannen als Nazarbajev aan de leiding van de diverse Sovjetrepublieken plaatste. Toen de Sovjet-Unie eind 1991 uit elkaar viel, bleven die leiders van de communistische partijen van die republieken op post, maar nu als “nationalistische leiders” van een nieuwe staat. Nazarbajev voerde een beleid van “kazakkisering” om de Russische invloed terug te dringen. Van de 16 miljoen inwoners zijn er bijna 9 miljoen Kazakken (Turks volk), een derde zijn Slaven (vooral Russen).

De nieuwe leiders zetten een traditie verder: zich laten verkiezen met meer dan 90 % van de stemmen – in april 2011 zelfs met 95,5 %. Er waren wel drie ‘tegenkandidaten’, een communist, een groene en een onafhankelijke. Maar die waren zo goed zich vóór de verkiezingen terug te trekken en hun stem aan Nazarbajev te geven.

In 2005 was er wel een tegenkandidaat die zich niet terugtrok, Zamanbek Noekadilov. Enkele dagen voor de verkiezingen vond men hem thuis met een kogel in het hoofd en een in de rug. Officieel: zelfmoord. Enkele dagen na de verkiezingen werd een andere opposant, Altynbek Sarsenbajev, eveneens vermoord.

De nieuwe leiders zaten in 1991 uitstekend geplaatst om net als in Rusland de plundering van de rijkdommen te organiseren – en in Kazachstan zijn dat dus grote rijkdommen. Die plundering begon al in de Sovjettijd. Sovjetminister van Buitenlandse Zaken Edward Sjevardnadze sloot met Chevron een akkoord over de exploitatie van olievelden in Kazachstan. De voorwaarden waren zo schandalig gunstig voor Chevron dat er na verontwaardigde reacties toch wat aan gesleuteld werd. Maar zowel Chevron als andere oliebedrijven beloonden Kazachstaanse leiders, tijdens en na Sovjettijd, zeer gul om gunstige contracten te krijgen. Zij vormen de basis van hun fortuin.

Belgische link

Het Belgisch-Franse Tractebel weet er alles van. Tussen 1996 en 2000 verloor het een fortuin (sommige schattingen gaan tot 2 miljard euro) in een deal met drie vrienden van Nazarbajev. Niet om het even wie. Onder hen de Kazach-Israëlische zakenman Alexander Masjkevitsj ie een groot deel van ’s lands economie controleert. En Patoch Chodiev die in 1990 in België medeoprichter was van Saebeco, gelinkt aan Boris Birsjtein, sleutelfiguur van maffieuze netwerken en lang erg actief vanuit Antwerpen.

Chodiev is nu de rijkste of tweede rijkste Belg. Want hij kreeg tegen het advies van de Staatsveiligheid maar met steun van liberale politici de Belgische nationaliteit. Vorige zomer betaalde Chodiev aan het parket-generaal van Brussel volgens de krant De Tijd zeker tientallen miljoenen euro om de klachten over witwassen, bendevorming met het oog op criminele activiteiten en schriftvervalsing te laten rusten. Niet zoveel geld voor een man wiens fortuin op 3,7 miljard euro wordt geraamd. Chodiev is nog altijd een bijzonder geode vriend en raadgever van Nazarbajev.

Goede vrienden

Nazarbajev heeft niet alleen goede vrienden bij Belgische liberalen, hij kan talrijke westerse leiders tot zijn vriendenkring rekenen. Hij beloont die goed. De Britse ex-premier Tony Blair is onlangs benoemd tot adviseur van de Kazachstaanse regering, met een bescheiden jaarlijks ereloon van 9,2 miljoen dollar, meer dan 7 miljoen euro.

In oktober 2010 was Nazarbajev de eregast van het Diner Atlantique in Parijs waar het kruim van de Franse politieke en zakenwereld hem kwam bejubelen. Op het diner vooraan de toenmalige baas van de nucleaire groep Areva, de “socialiste” Anne Lavergeon (dezelfde die begin deze eeuw een bedrijf in Mechelen van 400 arbeiders deed sluiten, ook al was het rendabel). Kazachstan is immers de grootste uraniumproducent van de wereld. Vorig jaar ontving zijn vriend en collega Nicolas Sarkozy hem na in 2009 zelf een warm bezoek aan Kazachstan te hebben gebracht.

Het was dus geen enkel probleem voor de om mensenrechten bekommerde Europese leiders dat Kazachstan in 2010 voorzitter was van de OVSE, Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa. Officieel is Kazachstan een democratie.

Hij kan ook rekenen op machtige vrienden in Peking. China heeft massaal geïnvesteerd in Kazachstan voor de exploitatie van olie en aardgas en vooral het transport ervan naar China. Maar in het kader van de “Shanghai groep” (met Rusland en andere staten van Centraal-Azië) denken ze ook aan elkaars veiligheid. Kazachstan levert Oeigoeren uit die campagne voeren tegen de Chinese dominantie van Xinjiang (Oost-Turkestan).

(Uitpers, nr. 138, 13de jg., januari 2012)

(Visited 7 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 74 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook