Onpeilbaar sjagrijn

Frank Thevissen, Het is maar een peiling. Opiniepeilingen in de media: van wetenschap tot wichelarij ? Kalmthout, Pelckmans, 2011, 337 pp.

Iedereen in de uitgeverswereld kent wel een paar van die verhalen over een boek dat aanvankelijk door grote uitgeverijen werd geweigerd maar nadien – elders – een immens succes werd. Iedereen in de uitgeverswereld weet ook dat de overgrote meerderheid van de boeken niét tot die categorie behoren. Integendeel.

Nu de levensduur van een titel steeds korter wordt, geraakt een boek soms nauwelijks goed en wel besproken voor het al bij De Slegte belandt. Dat ligt dan echt niet altijd aan de auteur, maar soms wel. Het zou me bijvoorbeeld niet verbazen dat het jongste boek van Frank Thevissen dit droeve lot zou kennen.

Stemmenkampioen

Misschien zegt de naam Thevissen de oplettende krantenlezer nog iets. Dr. Frank Thevissen (°1962) was “tot 2008 als hoofddocent ‘strategische communicatie’ verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel”, zo weet de flaptekst van zijn jongste boek te melden. Maar hij was vooral “de ontwikkelaar van ‘De Stemmenkampioen’, de grootste politieke internetpeiling in opdracht van Het Laatste Nieuws”.

Aan zijn loopbaan aan de VUB werd echter in 2008 een einde gemaakt: eerst werd hij als docent geschorst; later werd hij gewoon de laan uitgestuurd. Zo’n ontslag is in de academische wereld eerder ongebruikelijk, en het veroorzaakte destijds ook behoorlijk wat deining, aan de VUB en in het politieke en mediawereldje daarbuiten. Over het hoe en waarom is sindsdien ook al behoorlijk wat inkt gevloeid. Maar nog niet genoeg, vindt Thevissen.

En dus is hij – nu hij daar willens nillens veel tijd voor heeft – onverdroten bezig zijn gram te halen. Opiniestuk na opiniestuk; boek na boek.

Nu moet je je als goede democraat en ernstig recensent natuurlijk hoeden voor oppervlakkige oordelen en bedenkelijke mechanismen als het toeschrijven van “guilt by association”. Het is niet omdat je als voormalig VUB-hoofddocent een bundel uitgeeft (Media en journalsitiek in Vlaanderen kritisch doorgelicht) samen met Johan Sanctorum dat je daarom per definitie met het Vlaams Blok-pardon-Belang zou sympathiseren. Dat soort intellectuele kwade trouw is in dit koninkrijk helaas àl te gebruikelijk; maar daar doe ik liever niet aan mee.

Thevissens jongste boek verdient dus zoals elk boek op zijn eigen mérites te worden beoordeeld. En dat zal de sukkelaar van een recensent geweten hebben. Want …. ach, laat ik het zo stellen: als dit een college was, zou er naar het einde toe waarschijnlijk nauwelijks nog iemand in de zaal zitten.

Rancune

Verworden opiniepeilingen in de media van wetenschap tot wichelarij ? De vraag die Thevissen opwerpt is ongetwijfeld belangrijk, zeer belangrijk zelfs. Maar het boek dat hij aan die kwestie wijdt zou evengoed “van roddels en rancune” kunnen heten. En dat is ietwat pijnlijk vanwege iemand die juist bladzijden lang wil duidelijk maken hoe hijzelf het slachtoffer is geworden van academische naijver en politieke afrekeningen.

Eén derde van het boek vertelt het verhaal van de internetpeiling “De Stemmenkampioen” die geruime tijd liep in ‘Het Laatste Nieuws”: de aanpak, de draagwijdte, de onvrede die bij collega’s academici werd gewekt door de methode, en bij politici en “bevriende journalisten” door de resultaten, en tenslotte het roemloze en omstreden afvoeren van het hele opzet.

Dat (laatste) deel is al bij al nog het meest leesbare van het boek. Maar voor het zover is moet de lezer zich door dubbel zoveel tekst heen worstelen waarin de auteur – tevergeefs – probeert 200 pagina’s gortdroge technische uitleg én bespiegelingen enigszins te kruiden met uitvallen tegen academici, politici en journalisten.

Ergens heeft Thevissen allicht iets gehoord over herhaling als didactisch hulpmiddel, maar vervolgens uit het oog verloren dat een overdosis van dat middel verschrikkelijk contraproductief kan zijn. Dat geldt helaas zelfs niet alleen voor de herhaalde sneren naar andere wetenschappers, naar politici (met name van de VLD) en naar journalisten die volgens hem hun orders rechtstreeks of onrechtstreeks uit die VLD krijgen; het maakt zelfs de technische uitweidingen onverteerbaar en uiteindelijk zelfs minder geloofwaardig.

Terwijl Thevissens hele verhaal naar eigen zeggen toch ten minste voor de helft daarom draait: de methodologische controverse (voor of tegen internetpeilingen – alsof het zo simpel was). De andere helft draait dan om de manier waarop politiek en media omgaan met die controverse – of liever: met de omstreden resultaten van een bepaalde methode.

Amusant

Die twee thema’s zijn belangrijk genoeg, zeker in de media-cratie zoals die tegenwoordig de politiek mee-bepaalt. Je kan dus alleen maar betreuren dat Thevissen die andere gouden regel van de didactiek uit het oog heeft verloren: ce qui se conçoit bien, s’énonce clairement.

In pakweg 50 à 60 bladzijden had hij de belangstellende lezer kunnen duidelijk maken wat er schort aan opiniepeilingen zoals die thans doorgaans worden doorgevoerd, en vervolgens wat er flagrant mis is met de wijze waarop resultaten door de media aan de man worden gebracht. Zoals het boek er nu uitziet krijg je daarentegen de indruk dat Thevissen een flink deel van de bestanden uit zijn pc heeft leeggeschud, zonder zich veel om herhalingen te bekreunen.

“Media-wetenschap moet concreet en precies zijn”, zegt Thevissen ergens, en dus namen en datums vermelden. Dat doet hij dan ook in de talloze citaten die hij aanhaalt. En in het beste geval levert dat af en toe amusante lectuur op. Met name dan wanneer de zelfverzekerde apodictische ‘analyses’ (lees: commentaren en oprispingen) van allerlei journalisten, politici en academici worden aangehaald en vervolgens met reële uitslagen vergeleken…

Maar laat dat nu precies mijn grootste bezwaar zijn tegen dit boek: het is jammer, doodjammer, dat kritiek op de ongecontroleerde ‘vierde macht’ die thans meer dan ooit noodzakelijk is, aan geloofwaardigheid verliest omdat ze blijkbaar vooral is ingegeven door gekwetste ijdelheid en eigenbelang. Ofte: meer door rancune dan door ratio.

Enkele van de verhalen die Thevissen opdist over de selectieve verontwaardiging van collega’s academici, over de partijdigheid en/of oppervlakkigheid van journalisten, en over de intriges door politici zijn zeker wetenswaardig en – helaas – meestal ook juist. Maar je vraagt je na zoveel sjagrijn toch onwillekeurig af of je ze ook zou te lezen gekregen hebben indien de auteur ondertussen een gevierd hoogleraar was.

(Uitpers nr. 141, 13de jg., april 2012)

(Visited 5 times, 1 visits today)
Deel dit artikel