Deze week kwam voor de derde keer het rapport over mondiale ongelijkheid uit. Het is werk van het World Inequality Lab in Parijs, gesticht door Thomas Piketty. Er werkten zo’n 200 onderzoekers aan mee.
Echt veel nieuws valt er niet in te rapen. De inkomens- én de vermogensongelijkheid blijven toenemen en wordt stilaan onhoudbaar.
Het rapport kijkt niet enkel naar inkomen en vermogen.
Het berekende bijvoorbeeld ook de ongelijke toegang tot ‘menselijk kapitaal’: wat kost het om je kind te laten studeren? In zwart Afrika geven ouders gemiddeld 200 € uit per kind, in Europa is dat 7.400 € en in Noord-Amerika 9.000 €. Dat is een verhouding van 1 tot meer dan 40 en dus een groter verschil dan voor het BBP/cap.
Of neem de ‘bijdrage’ tot de klimaatverandering. De 10 % rijksten zijn verantwoordelijk voor 77 % van de mondiale uitstoot. Klimaatverandering is dus nauw verbonden met de concentratie van rijkdom. Wie durft er in zo’n context nog voor pleiten dat gewone mensen minder met de auto moeten rijden?
Ook sprekend: de genderongelijkheid. Als men rekening houdt met betaalde én onbetaalde arbeid ziet men dat vrouwen nog nauwelijks 32 % verdienen van wat mannen per uur betaald krijgen.
Het blijft groeien
Sinds 1990 zijn de vermogens van de rijken met gemiddeld 8 % per jaar gegroeid. De grootste ongelijkheid zit hem echter bij de rijken zelf, bij de 1% en 0,01 % rijksten. Je bent al lang niet meer ‘rijk’ met één miljoen €, vanaf 100 miljoen mag je misschien meepraten. De superrijken van vandaag zijn de miljardairs, mensen met meer dan duizend miljoen. Hoeft het herhaald dat dit een enorm grote invloed heeft op de democratische spelregels?
Het rapport herhaalt tenslotte dat die ongelijkheid wel degelijk kán verminderen. Het is een politieke keuze die echter, naarmate de ongelijkheid groeit, alsmaar moeilijker te maken is. Wie houdt Musk en Bezos tegen?
Dit rapport moet gelezen worden in combinatie met werken over hoe het kapitalisme zelf aan het veranderen is. De rijken zijn geen producenten, het zijn renteniers en we zien vandaag mechanismen terugkomen die al dateren van uit de tijd van de Verenigde Oostindische Compagnie. Het kapitalisme van vandaag is tégen vrijhandel en concurrentie, het werkt met monopolies. Het internationaal financieel systeem draagt bovendien sterk bij tot de groei van de ongelijkheid.
Er is vandaag ook meer en meer protest tegen alle nationale maatregelen om het sociaal beleid en openbare diensten verder terug te dringen. Maar is er ook een geloofwaardig alternatief in de maak?
