Onder dekking van het conflict tussen Hamas en Fatah

”How many years can some people exist
Before they’re allowed to be free?
How many deaths will it take till one knows
That too many people have died
The answer, my friend, is blowing in the wind
The answer is blowing in the wind”
 
Vrij naar de protestsong van Bob Dylan
 
Inleiding:
 
Hoewel het te hopen is, dat de twee laatste regels van deze eens door Bob Dylan gezongen protestsong tegen de oorlog in Vietnam, in het  Israëlisch-Palestijnse conflict niet bewaarheid mogen worden, is het evident, dat enige concrete hoop op de beëindiging van de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden, waartoe is opgeroepen in  VN Veiligheidsresolutie 242 dd 1967, momenteel niet reëel te noemen is.
 
Evenmin is het aan te nemen, dat Israël gehoor zal geven aan de naleving van de VN Veiligheidsraadresoluties ter ontmanteling en stopzetting van de volgens het Internationaal Recht illegale nederzettingenbouw in de bezette Palestijnse gebieden [noot 1]
Integendeel, is er sprake van een gecontinueerde nederzettingenuitbreiding, zowel in de Westelijke Jordaanoever als Oost-Jeruzalem, die gepaard gaat met zowel verdrijving, als landonteigeningen van de bezette Palestijnse bevolking, hetgeen niet alleen inhumaan is, maar eveneens verboden volgens het Internationaal Recht [noot 2 en 3].
 
Een andere ernstige struikelblok tot de naleving van het Internationaal Recht door Israël is de gecontinueerde door bezet gebied lopende Israëlische Muurbouw, waarbij sprake is van Palestijnse land en huisonteigeningen, het afsnijden van Palestijnse dorpen van basisvoorzieningen zoals scholen en ziekenhuizen en een de facto verschuiving van de Israëlische grens [aangezien de Groene Lijn in een groot aantal gevallen ernstig is overschreden], ten gunste van Israël en ten nadele van de Palestijnen.
 
Zoals te verwachten heeft Israël ook in dit geval de ICJ-veroordeling dd 9-7-2004, van de Muurbouw door bezet gebied naast zich neergelegd, alsmede het door de VN Algemene Vergadering overgenomen ICJ advies [noot 4].
 
De humanitaire implicaties voor de bezette Palestijnse bevolking, van de hierboven geschetste Israëlische bezettingsmaatregelen, zijn zonder meer desastreus te noemen
In het geval van de Gazaanse bevolking komt nog als verzwarende factor de genomen Europees-Amerikaanse economische boycotmaatregelen na de aantreding van de democratisch gekozen Hamas-regering.
 
Het gevolg is, dat 80 procent van de Gazaanse bevolking onder de armoedegrens leeft,  in de Westelijke Jordaanoever gevolgd door 70 procent.
 
Nog afgezien van deze geschetste bezettingsmaatregelen, die, evenals de bezetting zelf, veelal in flagrante strijd zijn met het Internationaal Recht, is er sprake van aanhoudende Israëlische militaire acties, waarbij in vele gevallen sprake is van mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden.
Eveneens staat de bevolking op de Westelijke Jordaanoever vaak in ernstige mate bloot aan het toenemende geweld van de Israëlische kolonisten
 
Onder dekking van het conflict tussen Hamas en Fatah:
 
Opvallend is, dat sinds het opgelaaide conflict tussen Hamas en Fatah, dat voorlopig is beslecht door de in het Mecca-akkoord dd 8-2 gemaakte overeenkomst tav een regering van nationale eenheid, in de media veel minder aandacht besteed is aan de gecontinueerde Israëlische mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden, die veelal het gevolg zijn van Israëlisch legeroptreden.
 
Hierdoor zou in de publieke opinie de indruk kunnen ontstaan, dat er nog voornamelijk sprake was van een conflict tussen Palestijnse politieke groeperingen en organisaties ”onderling” en dat de ergste uitwassen van de Israëlische bezettingspolitiek tanende zouden zijn.
 
Niets is echter minder waar:
 
Gecontinueerde Israëlische oorlogsmisdaden
 
“Parties to a conflict shall at all times distinguish between the civilian population and combatants in order to spare civilian population and property. Neither the civilian population as such nor civilian persons shall be the object of attack. Attacks shall be directed solely against military objectives”

Grondregel van het Internationaal Humanitair Oorlogsrecht
 
Het is geen nieuws, dat Israël zowel betreffende de door haar als bezetter genomen maatregelen, alsmede in haar militaire acties, dit internationaal-rechtelijk verplichte strikte onderscheid tussen combattanten [militairen en strijders] en non-combattanten [burgers] niet of nauwelijks tracht, in de praktijk te brengen.
Een veelgehoord Israëlisch militair en ook politiek argument, is dat er zich veelal strijders tussen en in burgergebieden zoals vluchtelingenkampen en steden bevinden.
 
Hoewel het op zich juist is, dat ook Palestijnse strijders in militaire confrontaties met het Israëlische leger internationaal-rechtelijk verplicht zijn, de Palestijnse burgerbevolking zo min mogelijk in gevaar te brengen, door zich in burgergebieden op te houden, wordt vaak niet alleen uit het oog verloren, dat een groot aantal strijders niet alleen in een vluchtelingenkamp woonachtig zijn, maar dat een en ander Israël niet van haar verantwoordelijkheid ontslaat, bij in elkaar overlopende situaties [zoals dus de aanwezigheid van strijders in burgergebieden] zodanige militaire maatregelen te nemen [bijvoorbeeld door evacuatie], dat de Palestijnse burgerbevolking een zo gering mogelijk gevaar loopt.
 
Eveneens dient dit tot uiting te komen bij de wapenkeuze. Zo is er in het verleden en tot op heden veelal sprake van luchtbombardementen in drukbevolkte gebieden zoals vluchtelingenkampen en woonwijken, waar de aanwezigheid van strijders wordt vermoed. Het is evident, dat dit uit den boze is, gezien het grote risico tot het maken van burgerslachtoffers.
 

Buitengerechtelijke executies:
 
Een van de andere ernstige Israëlische mensenrechtenschendingEN, die nog recentelijk heeft plaatsgehad,  zijn de buitengerechtelijke executies van leiders en activisten van Palestijnse politiek-militaire organisaties zoals de Hamas, Jihad, Al Aqsa Martelarenbrigades, het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina en in het verleden eveneens PLO functionnarissen.
 
Deze buitengerechtelijke executies, die begin zeventiger jaren door de toenmalige Israëlische regering zijn goedgekeurd en sindsdien op grote schaal toegepast zijn zowel als ernstige schendingen van het recht op leven als schending van het recht van ieder mens op een eerlijk proces, internationaalrechtelijk verboden.
 
Hierbij komt nog, dat deze buitengerechtelijke executies veelal de vorm aannemen van luchtaanvallen of beschietingen van auto’s en als locatie hebben drukke straten, marktpleinen of vluchtelingenkampen, waardoor het risico op dodelijke slachtoffers onder nietsvermoedende voorbijgangers levensgroot is. Ondanks echter de vele burgerslachtoffers, die hierdoor eveneens zijn veroorzaakt, blijft Israël deze praktijken continueren
 
Beschietingen van ongewapende demonstranten:
 
Een beruchte praktijk van het Israëlische leger is eveneens het beschieten van hetzij geheel ongewapende demonstranten, hetzij stenengooiende demonstranten, hetgeen uiteraard geen partij is tegenover een zwaarbewapend leger. Ook hierbij vallen vele doden en gewonden en dit ressorteert, evenals de willekeurige beschietingen of bombardementen van vluchtelingenkampen, waarbij burgers om het leven komen, alsmede de burgerslachtoffers tijdens het plegen van buitengerechtelijke executies, onder de noemer oorlogsmisdaden. 
Schokkend is bovendien het grote aantal Palestijnse kinderen, dat bij dergelijke militaire acties het leven laat.
 
Beschietingen van ambulances:
 
Tijdens de twee grote Israëlische militaire offensieven in 2002, waarbij er sprake was van de herbezetting van de door de Oslo-akkoorden tot stand gekomen autonome Palestijnse steden, was er veelvuldig sprake van hetzij het belemmeren, hetzij het beschieten van ambulances door het Israëlische leger. Een en ander is een van de ernstigste schendingen van de Geneefse Conventies. Medisch personeel dient zich te allen tijde, door alle conflictpartijen gerespecteerd, onbelemmerd toegang te kunnen verschaffen tot gewonden en zieken.
 
Dat aan deze praktijken nog geen einde gekomen is, blijkt wel uit het feit, dat tussen 30 mei en 20 juli 2006, bij verschillende gelegenheden door het Israëlische leger op Palestijnse ambulances is geschoten. Terecht heeft de internationale mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch de Israëlische autoriteiten hierover opheldering gevraagd.
 
Huisvernietigingen:
 
Hoewel er aanvankelijk door de Israëlische autoriteiten was aangekondigd, dat de Palestijnse huisvernietigingen, die veelal plaatshadden, hetzij  als represaillemaatregelen tegen familieleden van zelfmoordplegers, hetzij als zogenaamd ”militair doel” (vanwege hun ligging bij de grens met Egypte) zouden worden gestopt, hebben er toch nog na juni 2006 zowel huisvernietigingen als landonteigeningen plaatsgehad.

 
Huisvernietigingen, zijn als represaillemaatregelen tegen familieleden van echte of vermeende zelfmoordplegers, nog afgezien van de inhumaniteit, verboden volgens het Internationaal Recht, dat een collectieve straf verbiedt (artikel 33, 44 Conventie van Genève].
De andere motivatie, namelijk huisvernietigingen als ”strategisch doel” [om zo een bufferzone te creëren tussen bijvoorbeeld een Israëlische legerpost en de bewoonde wereld], is eveneens illegaal, aangezien de bezittingen van ”beschermde personen”, niet mogen worden vernietigd
De enige restrictie hierop is, wanneer er echt sprake is van een militaire noodzaak [hetgeen hier niet het geval was]. In dat geval echter dienen de burgers te worden schadeloos geteld, hetgeen ook niet gebeurde. Tienduizenden mensen zijn op deze wijze dakloos geworden, in het bijzonder in Gaza.
 
Uitgaansverboden:
 
Een andere, zeer kwalijke en veelvoorkomende praktijk, is het opleggen an uitgaansverboden aan soms hele steden of delen daarvan, tijdens militaire operaties. Hoewel een uitgaansverbod op zich internationaal-rechtelijk niet verboden is, dient er aan de bevolking voldoende gelegenheid gegeven te worden, voedselvoorraden in te slaan. Het komt echter maar al te vaak voor, dat de tijd van een uitgangsverbod zodanig wordt opgerekt, dat mensen in voedselnood komen en het zeer ernstige feit, dat zieken niet de gelegenheid hebben, naar het ziekenhuis vervoerd te worden of een arts te raadplegen.
 
Eveneens worden, zeker tijdens grootscheepse militaire acties, diegenen, die het uitgangsverbod schenden, bedreigd, gericht te worden neergeschoten.
 
Checkpoints:
 
Als dagelijks terugkerende kwelling voor de bewoners in de Westelijke Jordaanoever, is er de confrontatie met de meer dan 600 checkpoints. Niet alleen is er vaak een urenlange wachttijd en zijn de mensen overgeleverd aan de willekeur van de militairen, die de checkpoints bemannen en zich veelal racistisch plegen op te stellen, eveneens wordt door de vele opgeworpen belemmeringen een twee uur durende reis van het ene dorp naar het andere, een expeditie, die enige dagen in beslag kan nemen.
 
Ook wordt het reizen naar ziekenhuizen bemoeilijkt en is het meerdere malen voorgekomen, dat zwangere vrouwen gedwongen waren, langs de kant van de weg te bevallen
Tot op de dag van vandaag vinden deze praktijken plaats.
 
De reeds zeer beperkte mobiliteit van de Palestijnen wordt nog verder bemoeilijkt door de Muurbouw, aangezien er nu Palestijnse dorpen zijn, die als het ware zijn omringd door de Muur en voor hun toegang tot de basisbehoeften als school en ziekenhuizen, afhankelijk zijn van de te verlenen doorgang door Israëlische militairen.
 
Geweld van kolonisten tegen de bezette Palestijnse bevolking
 
Een vaak door de media onderschat en niet genoemd element is het door een aantal kolonisten veelal systematisch gepleegde geweld tegen Palestijnen. Met name de religieus fanatieke kolonisten in Hebron zijn er berucht om, maar ook anderen maken zich hieraan schuldig. Het geweld varieert van fysieke intimidatie en mishandeling tot het met enige regelmaat vernietigen of stelen van de olijfoogst van Palestijnen. Ook buitenlandse vrijwilligers, met name ook van christelijke organisaties, worden veelal slachtoffer van een dergelijke intimidatie.
Vaak nemen de Israëlische legerautoriteiten hiertegen een vrijblijvende houding aan, al is er ook weleens sprake van daadwerkelijk en gericht optreden.
 
 
Huidige Israëlische mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden:
 
Hieronder wil ik een resumé geven van een aantal Israëlische mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden, die recentelijk hebben plaatsgehad. Eerst echter een overzicht van de aantallen burgerslachtoffers, sinds 25 juni 2006.
Vanaf deze periode tot heden zijn er 320 burgers gedood bij Israëlische militaire acties, onder wie 96 kinderen en 30 vrouwen. In de Gazastrook alleen al waren dat [uitgaande van bovenstaand getal] 246 burgers, waaronder 85 kinderen, 28 vrouwen en 4 leden van het medische personeel.
 
Onder de gewonden waren er in het geheel 1731 Palestijnen, meest burgers, onder wie 374 kinderen en 111 vrouwen. In het Gaza gebied alleen al 1298 mensen, en daaronder 351 kinderen, 104 vrouwen, 4 leden van medisch personeel en 7 journalisten.
 
Eveneens is er herhaaldelijk een elektriciteitscentrale onder vuur genomen, die 45 procent van de elektriciteit in het Gaza gebied verzorgde, met alle humanitaire gevolgen van dien. 

Er zijn 6 bruggen, die Gazastad met centraal Gaza verbonden en een aantal wegen vernietigd.

Er zijn tientallen huizen en honderden hectaren landbouwgrond vernietigd.

Verder zijn er 73 huizen van activisten van Palestijnse politieke organisaties door luchtaanvallen vernietigd.

En dan uiteraard niet te vergeten de blokkade van Gaza, met alle humanitaire gevolgen van dien.
 
Geweld van kolonisten:
 
In deze zelfde periode hebben diverse kolonistengroeperingen, die woonachtig zijn op de Westelijke Jordaanoever, hun systematische aanvallen op zowel Palestijnse burgers als hun bezittingen voortgezet. Zo is er sprake geweest van tenminste vijf aanvallen op Palestijnse burgers, waarbij twee kinderen en een oude man gewond zijn geraakt.
 
Eveneens heeft het Israëlische leger haar onteigeningsactiviteiten van Palestijns land en huizen, ten behoeve van de kolonisten, voortgezet.
 
Een samenvatting van  recentelijk plaatsgevonden mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden vanad 15 tot 21 februari:
 
Buitengerechtelijke executie:
 
Op 21 februari is Mahmoud Ibrahim Qassem Obaid,  een lid van de al-Quds Brigade, de militaire tak van de Islamitische Jihad, door een IDF eenheid, die gezeten was in twee afzonderlijke voertuigen, vanuit zijn auto doodgeschoten, toen hij reed ten Westen van Jenin.  
Zijn broer was op 15-2 door het Israëlische leger gearresteerd.
 
Willekeurige beschietingen en arrestaties
 
Verder werden er in diverse dorpen in de Westelijke Jordaanoever een groot aantal huiszoekingen gedaan, die al dan niet gepaard gingen met grote vernielingen aan zowel huizen als winkels. Er werden tenminste 40 mensen gearresteerd, van wie enkele minderjarigen .
 
Eveneens is er sprake geweest van willekeurige beschietingen op demonstranten, onder wie zich stenengooiende jongeren bevonden. Een aantal van deze jongeren is gewond geraakt,  waaronder eveneens  kinderen. Verder is er door het Israëlische leger geschoten op demonstranten, die stenen naar het leger gooiden uit protest tegen het graafwerk rond de Al Aqsa moskee. Weer een bezettingsweek in de Westelijke Jordaanoever voorbij en een in Gaza.
 
Wanneer er in het nieuws een periode lang geen melding wordt gemaakt van Israëlische legeracties in hun gevolgen, is het voor iedereen van belang, zich te realiseren, dat het leven onder welke bezetting ter wereld ook, iedere dag en ieder uur, onrecht, vernederingen en mensenrechtenschendingen en vooral ook rechteloosheid met zich meebrengt.
 
Dat dergelijke ernstige mensenrechtenschendingen worden overschaduwd door de eenzijdihe gerichtheid op het uiteraard zeer belangrijke conflict tussen Hamas en Fatah, doet naar mijn mening onrecht aan de slachtoffers van de Israëlische bezetting en acht ik een grote misser van de media.

(Uitpers, nr. 84, 8ste jg., maart 2007)


Bronnen
 
VN Veiligheidsresolutie 242
 
Zie:
 
http://daccessdds.un.org/doc/RESOLUTION/GEN/NR0/240/94/IMG/NR024094.pdf?OpenElement
 
Noot 1:
 
De illegaliteit van de nederzettingen in bezet Palestijns gebied is gebaseerd op artikel 49, 4e Conventie van Geneve, dat o.a. stelt, dat het verboden is, ”beschermde personen” [mensen, die leven onder een bezetting], over te brengen naar bezet gebied
 
Noot 2:
 
Verdrijving van ”beschermde personen” is illegaal volgens artikel 49, 4e Conventie van Geneve, dat o.a. stelt, dat het verboden is, de bezette bevolking uit hun woon en leefomgeving te verwijderen
 
Noot 3: 
 
Land en huisonteigening van ”beschermde personen” is is in strijd met artike 53, 4e Conventie van Geneve, dat stelt, dat het onteigening van individueel en collectief bezit van ”beschermde personen” verboden is
 
Noot 4:
 
ICJ: Internationaal Gerechtshof in Den Haag
 
Rapportage Speciaal Rapporteur J Duggard  tav de humanitaire situatie in de bezette gebieden
 
Zie
 
http://www.unitedcivilians.nl/nl/doc.phtml?p=news&article=213
 
Reactie Human Rights Watch nav de Israëlische beschietingen van Palestijns ambulancepersoneel in Gaza
 
Zie
http://hrw.org/english/docs/2006/09/13/isrlpa14185.htm
 
Geweld van kolonisten:
 
http://www.btselem.org/english/Settler_Violence/Index.asp
 
http://www.btselem.org/english/Testimonies/index.asp?TF=01
 
Huisvernietigingen
 
http://www.btselem.org/english/Punitive_Demolitions/Index.asp
 
Wekelijkse rapportage mensenrechtenschendingen bezette gebieden
 
http://electronicintifada.net/v2/article6587.shtml
 
Artikel tav Nederlandse politieke houding tav het Midden Oostenconflict [dd 2-8-2006]
 
http://unitedcivilians.nl/nl/doc.phtml?p=article&article=127

Visited 7 Times, 1 Visit today

Tags :