Oeigoeren in de Volksrepubliek

Xinjiang, Turkestan (2)

1949, China wordt een Volksrepubliek waarvan de regio Xinjiang een zesde van de oppervlakte uitmaakt. Een regio van bergen, woestijnen, oases en steden waar ooit de karavanen van de Zijderoute voorbijkwamen. Maar ook een immense regio (3 x Frankrijk) met veel rijkdommen in de bodem, vruchtbare gronden en van groot belang voor de nieuwe Zijderoutes van de Chinese president-partijleider Xi Jinping.

(Wat voorafging: dit artikel maakt deel uit van een reactie op een reactie op het artikel: https://www.uitpers.be/pekings-ongeduld-met-hongkong/
“Xinjiang, het door China bezette Oost-Turkestan’ Dit is de grofste onwaarheid in het artikel. Xinjiang staat al meer dan 2.000 jaar
onder Chinese invloed. Het is formeel onder Chinees bestuur sinds de eerste helft van de 18de eeuw. Geen enkel land heeft dat ooit betwist. En Oost-Turkestan heeft historisch nooit bestaan en Xinjiang als gebied is nooit een onafhankelijk land geweest. Oost-Turkestan is een begrip van separatisten uit de 20ste en de 21ste eeuw.”)

De Han komen

In 1949 waren de Oeigoeren veruit de belangrijkste bevolkingsgroep van het dunbevolkte Xinjiang. De Han vormden toen slechts 6.7 % van de bevolking. In 1990 was dat al 37.6 %, Dat is inmiddels gestegen tot ca 40 %, met concentraties in de hoofdstad Urumqi en enkele noordelijke centra waar de Han in de meerderheid zijn (3/4 in Urumqi).

In de Volksrepubliek zat er van af het begin de schrik in dat China, zoals zo vaak in zijn geschiedenis, uiteen zou vallen; van autonome republieken zoals in de Sovjet-Unie kon geen sprake zijn, dat was te riskant. De nieuwe republiek erkende wel de rechten van de etnische minderheden, er kwamen autonome regio’s, zoals Xinjiang.

Xinjiang was het Grote Westen van de Volksrepubliek dat met grote investeringen moest ontwikkeld worden. Die investeringen trokken interne migranten aan, vooral Han van wie een deel Hui, moslims zoals de meeste Oeigoeren en Kazakken. Met de groei van de olieproductie en de petrochemie, nam ook de komst van Han toe. Xinjiang heeft een rijke ondergrond en door Xinjiang lopen belangrijke pijpleidingen uit Centraal-Azië naar de Chinese industriegebieden. Wat de regio strategisch nog belangrijker maakt.

Bingtuan

Om de ontwikkelingsprojecten te ondersteunen werden de“Bingtuan”, de productie en constructie corpsen (PCC), opgezet. In het begin waren het vooral gedemobiliseerde militairen die de PCC vormden om de regio te moderniseren. Er werden staatsboerderijen opgericht, fabrieken gebouwd, wegen en spoorwegen aangelegd. Tegelijk hadden de PCC ook een politiek en paramilitaire functie, onder meer als grensverdediging. En er werden vooral geschoolde arbeidskrachten aangetrokken uit de rest van China, overwegend Han.

Tijdens de campagne “Laat honderd bloemen bloeien” (1956-57) kwam de kritiek los. Toen al klaagden Oeigoeren over het chauvinisme en de arrogantie van sommige Han die halsstarrig weigerden Oeigoers te leren of te spreken. Er kwam kritiek op de partij, er kwamen zelfs pleidooien voor een nieuwe Oost-Turkestaanse Republiek. Zoals elders in de Volksrepubliek volgde op die schijn “bloeiperiode” de repressie. Al wie in Xinjiang blijk had gegeven van “lokaal nationalisme” werd naar strafkampen voor heropvoeding gestuurd.

Daarop begon Mao’s “Grote sprong voorwaarts” met o.m. de ‘Volkscommunes’. Een sprong waar van achteraf is toegegeven dat hij rampzalige gevolgen had en miljoenen doden tot gevolg had. Het was een periode waarin Peking een beleid van assimilatie voerde, wat in Xinjiang neerkwam op het sluiten van moskeeën en het opdringen van het Chinees. In die periode begon ook de spanning met Moskou. Tienduizenden Kazakken en Oeigoeren trokken weg, vooral naar de Sovjetrepubliek Kazachstan waar ze vandaag een grote minderheid vormen.

Moderniseringen

Na de mislukte Sprong stond Mao in Peking in de minderheid en werd het assimilatiebeleid gemilderd. Tot alles weer openbarstte met de “Grote Proletarische Culturele Revolutie” waartoe Mao in 1965 had opgeroepen om zo weer de leiding over partij en staat in handen te krijgen.

Het culturele luik van die “revolutie” bestond erin zoveel mogelijk cultuur te vernielen. In Xinjiang was dat vooral gericht tegen de “decadente gebruiken” van Oeigoeren en Kazakken. Moskeeën werden geplunderd, korans verbrand. Het leger herstelde in 1968 wel de orde, maar legerleider Lin Biao bleek te ambitieus voor Mao, vluchtte en kwam daarbij om. Het beleid werd weer milder, maar het duurde tot 1976 eer er formeel een einde werd gemaakt aan deze “culturele revolutie”. De promotoren ervan vielen in ongenade, Mao zelf werd na zijn dood in 1976 opzij geschoven, Deng Xiaoping kon de partij een compleet andere weg doen inslaan, die van de grote Moderniseringen.

Democratisering was daar niet bij. Maar Dengs Moderniseringen veranderden ook Xinjiang ingrijpend. Centraal stonden de begrippen Eenheid en Stabiliteit, alles in functie van een bloeiende (markt-) economie. De Oeigoeren, Kazakken en andere etnische groepen, werden zelfs een troef voor internationale uitstraling. Beschadigde moskeeën werden op overheidskosten gerestaureerd. De minderheden moesten een plaats krijgen in partij en overheid. Het aantal Oeigoeren en Kazakken in overheidsfuncties steeg na 1978 gevoelig.

Talip

Het moest ook niet te ver gaan. De Oeigoeren moesten geen hulde brengen aan Yakub Beg die in de 19e eeuw het verzet tegen de Qing-dynastie leidde en voor veel Oeigoeren een volksheld is. Er was geen zware repressie, wel klachten over discriminatie inzake werk en huisvesting. De Han hadden de beste jobs in de olieproductie. In de meeste Bingtuan (PCC) hadden Han het voor het zeggen. De comfortabele woningen in Urumqi en andere belangrijke steden waren voor de Han.

De frustraties leidden tot verzet. In 1985, 1988 en 1989 waren er in Urumqi en andere steden betogingen tegen “demografische kolonisatie” en discriminatie, met vooral studenten en religieuzen. In het zuiden, waar de Han veel minder aanwezig zijn, waren de “talip” actief, studenten v an de madrassas, de islamscholen. Sommige talip ageerden voor een islamisering van de samenleving of zelfs voor een onafhankelijke islamitische staat

Na het einde van de “Pekingse lente” in juni 1989 (Tiananmen) en de implosie van de Sovjet-Unie in 1991 met het ontstaan van enkele Turkestaanse staten aan de grens van Xinjiang, wou Peking geen risico’s nemen, de vijs werd toegedraaid. Tegelijk werd het verzet radicaler.

In 1997 waren er verscheidene moorden op Oeigoerse ambtenaren die voor de overheid werkten. Er waren aanslagen op Han militairen. Er was sabotage aan de spoorwegen. En in Urumqi was er een drievoudige bomaanslag op 25 februari 1997, de geboortedag van Deng. Oeigoerse nationalisten noemden het een vergelding voor de gewelddadige onderdrukking kort daarvoor van protesten in de stad Yining. De campagnes voor heropvoeding en nieuwe wetten tegen subversie, volgden elkaar op. Evenals de arrestaties en de executies – 190 tussen begin 1997 en april 1999, aldus een rapport van Amnesty International.

Terroristen

Na de aanslagen van 9/11 in 2001 in de VS, wierp China zich volop mee in de strijd tegen het internationaal terrorisme. Temeer omdat nogal wat Oeigoeren uit Xinjiang bij Al Qaida zaten. Sommige van die jihadisten kwamen ook uit de Oeigoerse diaspora die de voorbije jaren waren gegroeid met vluchtelingen uit Xinjiang.

Het was vanuit die diaspora dat in 2004 in Washington het Wereldcongres van de Oeigoeren werd opgericht. Tegelijk kwamen er radicale groepen als de ‘Islamitische Partij van Turkestan’ die in 2008 en 2009 talrijke aanslagen uitvoeren in Xinjiang. De spanningen ontploften in Urumqi waar Oeigoeren Han aanvielen, met officieel 197 doden, de meeste Han. Wat tot represailles en meer doden leidde. Het hield niet op. In 2011 waren er aanslagen in Kashgar. Zowat overal waren er geïsoleerde terreuracties, vaak met messen. Een aanslag op de markt van Urumqi in mei 2014 maakte 43 doden.

De terreur sloeg over in de rest van de Volksrepubliek. Er was een spectaculaire aanslag in Peking op Tiananmen in oktober 2013 (2 toeristen en 3 aanvallers gedood). En een steekpartij in maart 2014 in het station van Kunming (31 doden, 143 gewonden).

Tegelijk viel meer en meer de aanwezigheid op van Oeigoerse terroristen in Afghanistan en Syrië. In de Syrische regio Idlib zitten momenteel nog altijd minstens honderden Oeigoerse getrainde en zwaar bewapende militanten in de rangen van de jihadistische Hayat Tahrir Al-Cham (gerelateerd met Al Qaida).

Tweederangs

De repressie heeft de mogelijkheden van terreurgroepen in Xinjiang (en de rest van China) ingeperkt. Maar die repressieve instelling trof een steeds groter deel van de bevolking van Xianjiang, wat de verhoudingen tussen Oeigoeren, Kazakken, Kirgiezen enerzijds, Han anderzijds, schaadt. Voor veel Oeigoeren komen de Han over als arrogante kolonisatoren.

Xinjiang kent inderdaad een sterke economische groei, doorgaans hoger dan in de rest van China, maar in economie, administratie, politie is de Han dominantie groot, en om aan de bak te komen loont het goed Chineestalig te zijn, met Oeigoers raakt men niet ver. Dat ligt natuurlijk wel voor de hand, maar versterkt toch bij velen het gevoel tweederangsburgers te zijn. De Han domineren ook de belangrijke bingtuan, die onder meer erg actief zijn in de katoen- en tomatenteelt – goed voor een vijfde van de wereldproductie.

Zoals we het ook In Europa gekend hebben, vallen mensen in dergelijke omstandigheden terug op religie waar ze een gemeenschapsgevoel (hopen te) vinden. In 2014 nam het parlement van de regio een reeks maatregelen aan om meer controle op de imams en de moskeeën te krijgen. Die werden in 2017 uitgebreid met verbod op uiterlijke tekenen van te grote islamitische ijver (lange baarden, hoofddoeken…).

Intussen had de Xinjiangs Communistische Partij in 2016 een nieuwe chef gekregen, Chen Quanguo, die eerder zijn sporen had verdiend in Tibet. Met hem werd de oproerpolitie sterk uitgebreid om letterlijk elk dorp en elke wijk permanent in de gaten te houden. Ambtaren werden speciaal opgeleid om families tot in de huiskamers te controleren om het minste teken van subversief denken en gedrag op te sporen – zoals halal maaltijden, de ramadan volgen enz.

Xinjiang is aldus een proefterrein geworden voor massale bespieding van de bevolking. Hightech middelen worden niet geschuwd, videocontrole met gezichtserkenning inbegrepen. Het is steeds moeilijker voor een Oeigoer om aan een paspoort te geraken, wegtrekken zit er niet in.

Kampen

Het is onder Chen dat al snel de eerste berichten opdoken over de massale opsluiting van Oeigoeren in kampen, arbeidskampen, heropvoedingskampen, strafkolonies. De terreurdreiging is natuurlijk geen lachertje, maar ganse bevolkingsgroepen als verdacht beschouwen en behandelen, bevrucht de voedingsbodem voor terreur.

De rapporten over de kampen, zijn anderzijds voer voor de propagandaoorlog tegen China. Gelekte rapporten die wijzen op kampen met wel een miljoenenbevolking, worden door Peking afgedaan als leugenachtige propaganda, de bronnen worden verdacht gemaakt. Uit ervaring leerde ik omzichtig om te springen met getuigenissen van vluchtelingen, ik maakte het vaak mee dat de balans van de ellende tijdens het verhaal steeds zwaarder werd, of dat het soms zelfs volledig uit de lucht was gegrepen. Zoals in 1999 met de verhalen van vluchtelingen uit Kosovo die vertelden dat alle mannen en jongens tussen 14 en 40 waren omgebracht – en werden geloofd.

Vast staat dat sinds Chen de plak zwaait, talrijke bekende intellectuelen en kunstenaars plotseling van het toneel verdwenen. De bekende schrijver en economist Ilham Tohti werd tot levenslang veroordeeld. Zijn misdaad: hij deed onderzoek naar de relaties tussen Oeigieren en Han, kwam op voor authentieke autonomie voor de regio, maar zelfs dat werd voor Peking teveel. Een oud-voorzitter van de universiteit werd ter dood veroordeeld wegens separatisme.

Stemmen over Xinjiang:

Zie daarover: https://www.amnesty.nl/wat-we-doen/landen/china-informatieplatform/xinjiang-en-de-oeigoeren

De Chinese overheid ontkent het bestaan van dergelijke centra niet, maar noemt ze zedig vrijwillige “educatie- en vormingskampen” voor “personen beïnvloed door extremisme”.

Voor Pekings argumenten, zie Global Times:

Over de aanklacht dat de Oeigoeren slachtoffer zijn van gedongen sterilisaties en andere middelen om hun demografische aangroei tegen te gaan, de cijfers spreken dat tegen:
https://www.globaltimes.cn/content/1200188.shtml

Over verkrachting van Oeigoerse vrouwen:
https://www.globaltimes.cn/page/202102/1215037.shtml

Over dwangarbeid:
https://www.globaltimes.cn/page/202102/1214858.shtml

https://www.globaltimes.cn/content/1210523.shtml

https://www.globaltimes.cn/content/1211142.shtml

De toestand leek een groep VN-experten alvast ernstig genoeg voor een scherpe analyse die ze in oktober 2019 in een rapport goten. Zie Human Rights Watch daarover:

https://www.hrw.org/news/2019/11/14/unprecedented-un-critique-chinas-xinjiang-policies

Volgend artikel: Xinjiangen de Oeigoeren, een hete internationale brij.

 

Zie ook:

 

Oeigoeren, eeuwenoude Chinezen?

 

 

 

 

(Visited 297 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 447 Times, 1 Visit today

Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.