Oeigoeren, eeuwenoude Chinezen?

Xinjiang, Turkestan (1)

‘Xinjiang, het door China bezette Oost-Turkestan’ Dit is de grofste onwaarheid in het artikel. Xinjiang staat al meer dan 2.000 jaar
onder Chinese invloed. Het is formeel onder Chinees bestuur sinds de eerste helft van de 18de eeuw. Geen enkel land heeft dat ooit betwist. En Oost-Turkestan heeft historisch nooit bestaan en Xinjiang als gebied is nooit een onafhankelijk land geweest. Oost-Turkestan is een begrip van separatisten uit de 20ste en de 21ste eeuw.

Deze paragraaf komt uit een reactie op het artikel: https://www.uitpers.be/pekings-ongeduld-met-hongkong/

“Dit gebied staat al meer dan 2000 jaar onder Chinese invloed”: is het een volkenrechterlijke regel dat ‘onder invloed staan’ rechten op een territorium en zijn bevolking impliceert? Zelfs het recht om dat in te lijven? Dat strookt zeker niet met het democratisch beginsel van zelfbeschikking dat o.a. Lenin, op wie de Chinese Communistische Partij zich beroept, nauw aan het hart lag.

Een brokje geschiedenis

Bovendien: is dat waar, van die 2000 jaar oude invloed? Een beknopt historisch overzicht om dat te onderzoeken.

In -59 veroverde China onder de Han-dynastie het Tarimbekken met zijn oases en bleef er enkele decennia in de vorm van militaire posten. In 94 was er opnieuw een kortstondige Chinese bezetting van die regio. Die twee korte periodes lieten weinig sporen na.

Er waren wel twee belangrijke trajecten van de Zijderoute door dit gebied, het lag nu eenmaal onderweg. Dat had weinig of geen blijvende invloed op de groepen die daar woonden of rondtrokken. Tot minstens het jaar 500 waren dat groepen die men tot de Indo-Europese volkeren rekent: Agno-Koetsjeërs in de oases van het Tarimbekken, Chotaniërs zuidelijker, Sogdianen rond Kashgar. Ten noorden van de regio waren er diverse nomadengroepen, meestal aangeduid als proto-Turken of Proto-Mongolen. Soms doken er ‘volkeren’ op die , zoals de meeste, een tijdelijk conglomeraat van stammen waren, zoals de Hunnen, die dan na een soms stormachtig optreden, weer verdwenen.

In de 6e eeuw begon in Centraal-Azië en omgeving de opmars van Turkse volkeren die zich onder meer in het Tarimbekken vestigden. In 582 doken de Han-Chinezen er op om die lastige nomaden aan hun grenzen in te tomen. Maar het was vooral oostelijker, in de Fergana-vallei en Tasjkent, dat de Chinese invloed groot werd. Tot de Chinezen in 751 bij de slag van Talas verslagen en uit de regio verdreven werden.

Oeigoer

In die periode dook in het nabije Mongolië ook de eerste tekst in een Turkse taal op. Die is afkomstig van een nieuwe groep, de Oeigoeren, die in 744 het ‘Tweede Turkse Kanaat’ versloegen en er het Oeigierse kaganaat, een nieuw rijk met een bloeiende cultuur, vestigden. In talrijke Turkse talen en dialecten betekent “oeigar” gewoon beschaving.

Een eeuw eerder, in de jaren 660, waren Dzoengarije en het Tarimbekken door de Tang-dynastie ingelijfd bij China, tot de Tangs zich in 755, belaagd door rebellie in China zelf, terugtrokken. De culturele banden tussen Centraal-Azië en China waren de komende duizend jaar zeer beperkt.

Dat Oeigoerse rijk had een grote culturele invloed ver buiten de regio. In de 8e eeuw werd een nieuw alfabet gemaakt en gebruikt voor een bloeiende Oeigoerse literatuur. Tot 840 woonden de Oeigoeren vooral in wat vandaag Mongolië is. Deze sjamanisten hadden zich na het verblijf in 762 van hun heerser in de Chinese hoofdstad Luoyang tot het manicheïsme bekeerd.

Invallen van de Kirgiezen maakten een einde aan dit Oeigoerse rijk. Een deel van de bevolking trok zuidwaarts naar de oases van het Tarimbekken, vooral in de streek rond wat nu de stad Turfan is en waar ze de Oeigoerse stadstaat Khocho (850 tot ca 1250) stichtten. Door hun ligging op de Zijderoute kregen ze ook sterke boeddhistische invloed. Een andere deel ging op in de noordelijke Han-bevolking, een derde vestigde zich in de huidige Chinese provincie Gansu, de Yugor, vandaag een erkende etnische minderheid van amper 15.000 mensen. Die groep leunt wellicht het dichtst aan bij de oorspronkelijke Oeigoerse cultuur.

In het Tarimbekken dook ook een andere Turkse groep op, de Karachaniden, die in de jaren 1130 dan weer uit Kashgar werden verdreven door de Mongoolse Chitan, die het Chinees als officiële taal namen. Deze boeddhistische heersers lieten de intussen geïslamiseerde inwoners met rust zolang ze maar belastingen betaalden.

De Oeigoeren sloten zich rond 1200 aan bij de Mongoolse leider Dzjengis Khan die een gigantische strijdmacht op de been had gebracht, geleid door Mongolen maar vooral bestaande uit diverse Turkse manschappen. De Mongolen namen het Oeigoerse alfabet over om hun taal voor de eerste keer op schrift te zetten.

Chinezen

In de 17e eeuw verschenen de Chinezen, met de Qing-dynastie, weer volop op het toneel. Nadat ze de Dzoengaren in het noorden hadden onderworpen – deels uitgemoord, deels naar Mantsjoerije verbannen – veroverden ze in 1644 ook het Tarimbekken. Vanaf het midden van de 17e eeuw hadden ze in dat deel van Centraal-Azië terug de positie die ze kortstondig in de 7e-8e eeuw hadden. Na bijna duizend jaar dus. Een regio die toen al lang werd gerekend tot Turkestan – zijnde dat deel van Centraal-Azië dat vooral door Turkse volkeren werd bewoond en waarvan het huidige Xinjiang het oostelijk deel was. Xinjiang, wat zoveel betekent als nieuwe grens.

De naam Oeigoeren was vanaf de 16e eeuw, toen ongeveer de ganse bevolking moslim was, in onbruik geraakt. De sedentaire Turkse volkeren van oostelijk Turkestan verwezen voor hun benaming naar de bewoonde regio, zoals Kashkalik (Kashgar), Toerfanlik (Toerfan)… De nomaden waren vooral Kirgiezen en Kazakken. Het was pas na de Russische revolutie dat de communisten bij hun toepassing van het recht op zelfbeschikking van de volkeren, de benaming Oeigoeren in 1921 weer in zwang brachten, benaming die in Xinjiang en later door de Chinezen werd overgenomen.

Onder de Qing-dynastie waren de eerste migranten uit China in oostelijk Turkestan vooral Hui, Chinese moslims. De meeste Han-Chinezen die er kwamen, waren militairen en ambtenaren die er zich niet permanent vestigden. In de 19e eeuw waren er verscheidene opstanden, van 1825 tot 1828 in Kashgar en Yrakan, en vooral in 1865 de opstand van Yakub Beg die zich uitriep tot emir van Kashgarië.

De Chinese troepen heroverden het gebied en enkele jaren later, in 1884, werd het officieel Xinjiang genoemd. De plaatselijke bevelhebbers en ambtenaren hadden er steeds meer zeg naarmate het centraal gezag afzwakte en China door de grote imperialistische machten van dat moment, werd vernederd. Daaronder ook door het tsaristische Rusland dat in Xinjiang talrijke commerciële privileges en consulaten kreeg.

Sovjetinvloed

Na de revolutie van 1911 en de val van de Qing-dynastie, waren het – zoals in andere delen van China – enkele zowel Chinese als lokale krijgsheren die het gebied volledig domineerden.

Een van die krijgsheren, Yang Zengxin, slaagde er als gouverneur in toch enig gezag te laten gelden. Het was Yang die in 1924 een handelsverdrag tekende met de nieuwe Sovjet-Unie. Yang werd in 1928 vermoord, waarna een chaotische periode volgde met o.m. het leger van Ma Zhongying , een Hui; nationalistische Oeigoeren die in 1933 een onafhankelijke Republiek Oost-Turkestan proclameerden; een gouverneur aangesteld door de Chinese regering in Nanjing; en het leger van Sheng Shicai, ex-leider van de Chinese Nationalisten gesteund door de Oeigoerse nationalisten. Sheng won en werd zowaar lid van de Communistische Partij van… de Sovjet-Unie. In 1940 kreeg de Sovjet-Unie het recht om 50 jaar lang de ondergrond van Xinjiang uit te baten.

Sheng trad af in 1944, waarop Oeigoeren en Kazakken opnieuw een Republiek Oost-Turkestan uitriepen, daarin gesteund door de Sovjet-Unie. Maar in 1945 ondertekende Moskou een verdrag met China waarin het de Chinese soevereiniteit over Xinjiang erkende. In 1949 werd Xinjiang deel van de Volksrepubliek.

De benaming ‘Oost-Turkestan’ wordt inderdaad gebruikt door de separatistische bewegingen. Correct is wel de benaming oostelijk Turkestan, zijnde het oostelijk deel van een groot deel van Centraal-Azië dat door Turkse volkeren wordt bewoond en wordt aangeduid als Turkestan, land van de Turken.

Tot daar dit bondig overzicht over de regio die nu Xinjiang is, een autonoom gebied van de Volksrepubliek China. Dat dit nu bij China hoort is een gevolg van machtspolitiek, niet van “meer dan 2000 jaar Chinese invloed”. En zeker niet de toepassing van het democratisch (en leninistisch) beginsel over zelfbeschikking van een volk.

In volgende bijdragen: Xinjiang en de Oeigoeren in de Volksrepubliek. Wat met ‘heropvoeding en dwangarbeid’, terreurdreiging, westerse reacties.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(Visited 277 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 341 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook