Obama’s strategie is gedoemd om te mislukken

President Obama heeft de knoop doorgehakt. Hij kiest voor een substantiële troepenverhoging gekoppeld aan een exitstrategie. Washington wil nu de focus leggen op de training van het Afghaanse leger dat op termijn de taken van de westerse bezettingsmacht moet overnemen. Die strategie is gedoemd om te mislukken.

De belangrijkste reden daarvoor is politiek. Een legermacht heeft een goed functionerende overheid nodig. Nu opereert het Afghaanse leger onder een corrupt en verzwakt regime dat haar macht alleen kon behouden door middel van grootschalige electorale fraude. Het tweede probleem ligt in het verlengde van het eerste. Het moreel bij de Afghaanse troepen is niet bijster groot. Het kampt met een groot desertieprobleem evenals infiltratie van opstandelingen. Daar tegenover staat een goed gemotiveerde tegenstander die op groeiende aanhang kan rekenen. Het feit dat het Afghaanse leger en een hoogtechnologisch westerse troepenmacht terrein verliezen op de veel kleinere en minder goed bewapende Taliban kan alleen maar omdat deze over een vrij grote sociale basis beschikken. En daar is geen militair apparaat tegen opgewassen.

De afgelopen jaren is het aspect van de natieopbouw sterk verwaarloosd. De civiele inspanningen en de ontwikkelingshulp dienden vooral als glijmiddel om de militaire bezetting te doen slikken. Obama hecht veel belang aan de civiele component in zijn driepuntenstrategie, maar ook nu is er een te directe link met het militaire. Bovendien wordt corruptiebestrijding nu wel als voorwaarde genoemd, maar over het westers oorlogsprofitariaat, de veiligheids- en reconstructiebedrijven, die in een aantal gevallen zelfs beschermingsgeld betalen aan de Taliban, geen woord.

Op dit ogenblik opereren 68.000 Amerikaanse troepen en nog eens 42.000 van de bondgenoten in alliantie met de krijgsheren van de Noordelijke Alliantie en het regime van Hamid Karzai. President Obama wil deze internationale bezettingsmacht nu versterken met 30.000 Amerikaanse soldaten en de bondgenoten ertoe aanzetten om ook nog eens een substantiële bijdrage te leveren, wat alvast positief is beantwoord door Groot-Brittannië, de trouwste vazal van Washington. Dit alles zal het totaal aantal troepen op het niveau brengen van het piekmoment van de Sovjetaanwezigheid in een oorlog die escaleerde en desastreus afliep voor Moskou.

Maar ook hier is er een politiek probleem. Opiniepeilingen tonen dat in de meeste landen die troepen leveren, een groeiende meerderheid van de publieke opinie gekant is tegen de Afghaanse bezettingsoorlog. De bevolking begrijpt niet dat ontzettende sommen verkwist worden aan een bij voorbaat verloren oorlog terwijl de economische crisis veel mensen in de werkloosheid heeft geduwd. Het is dus maar de vraag of de bondgenoten zo happig zullen zijn om de nieuwe Amerikaanse strategie te volgen.

Los van de slaagkansen van de nieuwe strategie van Obama blijven veel vragen over het waarom van de buitenlandse militaire aanwezigheid. Volgens het mantra van de Amerikaanse president is deze oorlog een noodzakelijk antwoord op de terreur. Daarmee schaart hij zich defacto achter de neoconservatieven die deze oorlog zijn gestart. Maar wat klopt daarvan?

Eerst en vooral hadden de Taliban daar weinig mee te maken. De 9/11-aanslagen droegen een Saoedisch Al Qaida-stempel. Er is een groot verschil tussen deze internationale jihadisten die streven naar de oprichting van een wereldwijd kalifaat, en de Taliban die Afghanistan wilden stabiliseren na een verwoestende oorlog volgens een strenge interpretatie van de Sharia, wat niet wegnam dat ze ook een ‘werkrelatie’ onderhielden met Washington. Op dit ogenblik is de Al Qaida-aanwezigheid in Afghanistan volgens Obama’s eigen Nationale Veiligheidsadviseur, Generaal James Jones, “sterk afgenomen” met “minder dan 100 opererenden in dat land, zonder basissen en zonder de mogelijkheid om aanvallen te richten tegen ons of onze bondgenoten”. Er klopt dus iets niet aan dat 9/11-terreurargument, waarmee Obama zijn speech in West Point opende.

Fundamenteel hier is de verantwoordelijkheid van de VS voor de groei van de Taliban in Afghanistan. Tijdens de Sovjetbezetting (1979 – 1989), deed Washington grote inspanningen om de Afghaanse Mudjahedien – en vermoedelijk ook de ‘Afghaanse Arabieren’ onder wie Bin Laden – te bewapenen in een van de grootste en duurste undercoveroperaties van de CIA (Operation Cyclone). Het ging om een plan van de Amerikaanse veiligheidsadviseur Zbigniew Brzezinski om Moskou in een dure kostelijke oorlog te duwen. De Amerikaanse inlichtingendienst trainde manschappen en ontwierp de bunkergrotten van Tora Bora. Zelfs na de aanslagen op de VS-ambassades in Kenia en Tanzania bleef men (handels)contacten onderhouden met de Taliban. Washington legde m.a.w. mee de basis voor de politiek-militaire inplanting van radicale islamisten.

Waarom spendeerden de VS dan al 200 miljard dollar aan deze oorlog? Is het dan om de Afghanen welvaart, democratie, vrouwenrechten te brengen? Ook dat klinkt weinig geloofwaardig als we zien dat de VN-vluchtelingenorganisatie het moet rooien met een jaarbudget van ruwweg 150 miljoen dollar om 3 miljoen vluchtelingen op te vangen in Pakistan en Iran. Dat komt overeen met het Amerikaanse oorlogsbudget voor een dag enkel voor Afghanistan. De geschorste Afghaanse kritische parlementaire, Malalai Joya stelde onlangs: “In 2001 hielpen de Verenigde Staten de ergste vrouwenhatende criminelen aan de macht, zoals de krijgsheren en drugsbaronnen van de Noordelijke Alliantie. Deze mensen moeten beschouwd worden als een kopie van de Taliban. Het enige verschil is dat de krijgsheren van de Noordelijke Alliantie kostuums en dassen dragen en hun gezichten bedekken met een democratisch masker terwijl ze regeringsposities innemen.”

Oorlogsprofitariaat

Wat zeker meespeelt is dat er rond Afghanistan een heel oorlogsprofitariaat hangt van reconstructiebedrijven en veiligheidsindustrie. Ook het voortbestaan van de NAVO als mondiaal opererende militaire organisatie is in het geding. Het is verder ook altijd interessant om politiek en militair aanwezig te zijn in de buurt van de belangrijke rivaliserende grootmachten, Rusland en China. Maar bovenal is de inzet van geostrategische aard. Een belangrijk aspect daarin is de Europese afhankelijkheid van de Russische gasdistributie, een positie die het regime in Moskou graag verzilvert en haar een zekere machtspositie verleent over cruciale NAVO-dossiers. Sinds de machtsovername van de Taliban midden jaren negentig, ijverde Washington voor de aanleg van een pijpleiding om energiebronnen vanuit Centraal-Azië te transporteren naar de Indische Oceaan om zo Rusland en Iran te omzeilen. Van februari tot de zomer van 2001, dus enkele weken voor de aanslagen van Al Qaida, was de regering Bush daarover aan het onderhandelen met de Taliban. Washington verwelkomde de Taliban toen omdat ze voor een staatkundige eenheid en stabiliteit zorgden noodzakelijk voor de slaagkansen van dit energieproject.

Het kan niet anders of deze oorlog is een verkeerde oorlog, opgesmukt als een nobele zaak, maar die in werkelijkheid om platte redenen wordt gevoerd, ingegeven vanuit klassieke neokoloniale geostrategische belangen. Verkeerd ook, omdat de militaire opbouw de oorlog zowel in Afghanistan als in Pakistan verder zal doen escaleren en geen toekomst biedt aan de Afghaanse bevolking. Neem de belangenpolitiek weg en er is geen enkel zinvol argument meer te bedenken voor de aanwezigheid van de buitenlandse bezettingsmacht. “We zitten ingesloten tussen drie machtige vijanden: de bezettingstroepen van de VS en de NAVO, de Taliban en het corrupte regime van Hamid Karzai”, aldus de Afghaanse Malalai Joya. De Afghanen zijn de oorlog beu en willen een echte andere strategie, een die de oorlog doet stoppen. België mag zich in elk geval niet verder in deze escalatieoorlog laten meeslepen.

(Uitpers nr. 116, 11de jg., januari 2010)

Ludo De Brabander is co-auteur van ‘Als de NAVO de passie preekt’ (EPO, 2009)

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 62 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook