Obama’s Chicago Boys

Obama heeft precies drie dagen gewacht nadat Hillary Clinton zich uit de strijd terugtrok om op CNBC te verklaren: “Look, I am a pro-growth, free-market guy. I love the market.” (Luister, ik ben een pro-groei, vrije markt kerel. Ik hou van de markt.)

Om te tonen dat dit geen prille lentebevlieging is heeft hij daarop de 37-jarige Jason Furman benoemd tot hoofd van zijn economisch beleidsteam. Furman is een van Wal Mart’s meest prominente verdedigers. Hij noemt dat bedrijf een ‘progressieve succes story’. Tijdens de campagne viel Obama Clinton nog aan omdat ze in de raad van beheer van Wal-Mart zetelt: ‘Ik wil daar niet gaan winkelen.’ Voor Furman zijn het daarentegen de critici van Wal-Mart die de bedreiging voor Wal-Mart zijn: “hun inspanningen om Wal-Mart te verplichten lonen en sociale voordelen te verhogen creëren ‘collateral damage’ zijn zo enorm schadelijk voor werkende mensen en de economie dat ik niet zomaar passief er bij kan gaan zitten om ‘Kumbaya’ te zingen voor de progressieve harmonieuze samenleving.”

Obama’s voorkeur voor de (vrije) markt en zijn verlangen naar ‘verandering’ zijn helemaal niet incompatibel. “De markt is uit evenwicht geraakt”, beweert hij en dat is zeker het geval. Velen zien de oorzaak van dat gebrek aan evenwicht in de ideeën van Milton Friedman , die vanuit zijn ivoren toren in het departement economie van de University of Chicago een contrarevolutie op touw zette tegen de New Deal (er zijn meerdere universiteiten in Chicago, slechts één heeft de titel University of Chicago, daarom wordt de Engelse titel hier behouden – noot vertaler). Daar zijn nog meer problemen mee, want Obama – die tien jaar lang ‘Law’ heeft onderwezen aan die universiteit – is diep ingegraven in de mentaliteit van de Chicago School.

Als voornaamste economische adviseur (van dit team) koos hij Austan Goolsbee, een economist van die zelfde University of Chicago, die zich aan de ‘linkerzijde’ bevindt van een spectrum dat volledig centrumrechts is. In tegenstelling tot zijn Friedman-collega’s ziet Goolsbee ongelijkheid wél als een probleem. Zijn voornaamste oplossing is meer onderwijs – iets wat je ook van Alan Greenspan hoort. In hun gezamenlijke thuisstad heeft Goolsbee er altijd ijverig voor gezorgd dat Obama gelinkt bleef aan de Chicago School. “Als je naar zijn platformtekst kijkt, naar zijn adviseurs, naar zijn temperament, dan zie je dat die kerel een gezond respect heeft voor de markt. Hij past binnen de ethiek van (de University of Chicago, wat toch iets verschillend is van laissez-faire.”

Een andere Obama fan is de 39-jarige billionair Kenneth Griffin , CEO van het beleggingsfonds Citadel Investment Group . Die gaf Obama de maximaal toegelaten schenking. Zelf is Griffin een poster boy voor de ‘unbalanced economy’ (een economie zonder sociale maatregelen). Hij hield zijn trouwfeest in Versailles (met optreden van de Cirque du Soleil) en is één van de meest verbeten tegenstanders van belastingshervorming voor beleggingsfondsen. Terwijl Obama het heeft over strengere regels voor handel met China, heeft Griffin zich ingespannen om de weinige maatregelen die er bestonden teniet te doen. Ondanks de sancties die de verkoop van politiemateriaal aan China verbieden heeft Citadel Investment Group hopen geld gestoken in betwiste veiligheidsbedrijven in China die de lokale bevolking onder nooit voorheen gekende controle houden.

We moeten ons dringend zorgen maken over Obama’s Chicago Boys en hun toewijding tot het tegenhouden van elke poging tot regelgeving voor de markt. In de tweeënhalve maand tussen zijn overwinning in de verkiezingen van 1992 en zijn eedaflegging maakte Bill Clinton een volledige ommekeer over de economie. In zijn campagne had hij beloofd NAFTA te herzien door het toevoegen van arbeids- en milieuregels en door te investeren in sociale programma’s. Twee weken voor zijn eedaflegging,ontmoette hij de toenmalige baas van (de investeringsbank) Goldman Sachs, Robert Rubin, die hem overtuigde van besparingen (op sociale voorzieningen) en van meer liberalisering. Rubin zei aan PBS: “President Clinton heeft die beslissing genomen voor hij de Oval Office betrad, dat was een gigantische wending in zijn economisch beleid.”

Furman, een discipel van Rubin, werd gekozen als hoofd van het Hamilton Project van (de neoconservatieve denktank) Brookings Institution, een denktank die Rubin mee had opgericht om de vrijhandelsagenda van (sociale) hervormingen te vrijwaren. Voeg daar de ontmoeting in februari aan toe van Goolsbee met de Canadese ambassade, waar hij duidelijk maakte dat ze Obama’s retoriek over NAFTA niet te ernstig moesten nemen, en we hebben alle redenen om een replay van 1993 te verwachten (Canada is naast Mexico de andere partner in het Naftaverdrag).

De ironie is dat er absoluut geen reden is om hier naar terug te grijpen. De beweging die door Friedman in gang werd gezet, door Ronald Reagan werd overgenomen en onder Clinton diep ingegraven, staat voor een diepe legitimiteitscrisis over heel de wereld. Dat is nergens duidelijker dan in de University of Chicago zelf. Toen universiteitsvoorzitter Robert Zimmer de oprichting aankondigde van een $ 200 miljoen Milton Friedman Institute – een onderzoekscentrum dat de Friedman-erfenis zou verderzetten – brak er een controverse uit. Meer dan 100 faculteitsleden ondertekenden een protestbrief. “De gevolgen van de neoliberale globale orde – door de Chicago School of Economics zwaar gepromoot – zijn in de recente jaren duidelijk geworden en zijn helemaal niet positief”, staat er in. “Velen argumenteren dat de gevolgen negatief waren voor het grootste deel van de wereldbevolking.”

Toen Friedman stierf in 2006 waren zo’n vranke kritieken van zijn erfenis haast onbestaand. De bewonderende toespraken hadden het over een grootse verwezenlijking. Eén van de meest prominente eulogieën verscheen in de New York Times en werd geschreven door … Austan Goolsbee. Maar nu, amper twee jaar later, wordt de naam van Friedman in zijn eigen alma mater als een blok aan het been gezien. Waarom dus kiest Obama dit ogenblik om Chicago retro te gaan, wanneer alle illusies over een consensus weggevallen zijn?

Het nieuws is niet volledig slecht. Furman beweert dat hij de expertise van twee Keynesiaanse economisten zal gebruiken: Jared Bernstein van het Economic Policy Institute/ Economic en James Galbraith, zoon van Friedman’s tegenpool John Kenneth Galbraith. “Onze huidige economische crisis komt niet uit de lucht vallen”, beweerde Obama recent, “het is de logische conclusie van een misplaatste filosofie die Washington te lang heeft gedomineerd.”

Heel juist. Maar voordat Obama Washington kan zuiveren van de gesel van Friedmanisme moet hij eerst dringend zijn eigen huishouden ideologisch opruimen.

(Uitpers, nr 100, 9de jg., juli-augustus 2008)

(Gepubliceerd op 12 juni 2008 in The Nation, vertaling Lode Vanoost)

Print Friendly, PDF & Email

Visited 168 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook