Obama wil uitroeping Palestijnse staat voorkomen

De Amerikaanse diplomatie in het Midden-Oosten draait op volle toeren. Doel: voorkomen dat de Palestijnen in september de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties vragen de staat Palestina te erkennen. Al op 19 mei jl. liet president Barack Obama in zijn toespraak over het Midden-Oosten verstaan dat hij daar zijn veto zou tegen uitspreken als het plan daarna in de Veiligheidsraad op tafel wordt gelegd. Inmiddels is het zeker dat er dan een Amerikaans veto komt. Maar Obama probeert te voorkomen dat hij dit moet doen.

De inspanningen van Obama om de uitroeping van een Palestijnse staat te verhinderen staan haaks op zijn verklaringen dat hij een Palestijnse staat wil, zelfs nog dit jaar. Wat dus als gratuite uitspraken kunnen worden beschouwd. Even gratuit als de beloften dat er een Palestijnse staat zou zijn in 1999, vervolgens in 2003, 2005 en 2008. Obama was even inconsequent toen hij eerder dit jaar in de Veiligheidsraad zijn veto liet uitspreken tegen een resolutie waarin de Israëlische kolonisatie werd veroordeeld, terwijl zijn woordvoerders onderstreepten dat dit niet betekende dat de VS niet tegen de kolonisatie zijn.

Wat er nu gebeurt is duidelijk. Al in september 2009 liet Obama de Palestijnen vallen, toen hij formeel zijn verzet tegen de Israëlische kolonisatie opgaf omdat de Israëlische premier Benjamin Netanyahu weigerde te stoppen met bouwen in de bezette Palestijnse gebieden. En volgend jaar zijn het presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten, waarbij Obama, als hij herverkozen wil geraken het zich niet kan veroorloven de Israëllobby tegen de haren in te strijken.

Maar een veto kan hem in last brengen met heel wat bondgenoten. Europa is nog steeds verdeeld over de kwestie. Spanje en Ierland zijn voorstander van erkenning van de Palestijnse staat, Italië, Duitsland en ook België zijn tegen evenals een aantal nieuwe EU-lidstaten uit het voormalige Oostblok. Frankrijk en Groot-Brittannië wachten nog af. De Arabieren verwachten dat Obama zijn beloften alsnog zal naleven. De “Arabische lente” is in dat opzicht een flinke tegenvaller voor Obama, nu een aantal Arabische vazallen zijn gevallen en Egypte niet meer onvoorwaardelijk en automatisch de Amerikaanse bevelen opvolgt, zoals blijkt uit het, zij het nog beperkt, openstellen van een grenspost met Gaza. Zelfs de conservatieve Arabische staten verwachten iets ernstigs van de Amerikaanse president.

Opvallend in dit verband is een vrije tribune van half juni in de Washington Post van de Saoedische prins Turki al-Feisal, een zoon van wijlen koning Feisal, lange tijd directeur-generaal van de Saoedische geheime diensten en daarna Saoedische ambassadeur in Washington. Hij schreef dat een Amerikaans veto desastreuze gevolgen zou hebben voor de betrekkingen tussen de VS en Saoedi-Arabië en dat Saoedi-Arabië zijn “aanzienlijke diplomatieke macht” (lees: geld) zal gebruiken om de erkenning van Palestina te steunen in de Verenigde Naties. Hij waarschuwde dat als de Amerikaanse leiders denken dat Israël een “onmisbare bondgenoot” is, zij al snel zullen merken dat “andere actoren in de regio evenzeer, misschien zelf nog meer onmisbaar zijn”. Te beginnen met de “Arabische straat”. De vrije tribune moet wel met een korreltje zout worden genomen. Het kan best zijn dat de Saoedische bewindsmensen zich, in het licht van het gevaar van een revolte ook in Saoedi-Arabië enige Arabische legitimiteit proberen aan te meten, maar toch.

De eerste om een poging te doen om uit de impasse te geraken, was de Franse president Nicolas Sarkozy. Die stelde voor om in Parijs een conferentie te organiseren, een voorstel dat in Washington koel werd onthaald, maar inmiddels door de Amerikanen werd gerecupereerd. Ze oefenen zware druk uit op de Palestijnen om terug te keren naar de onderhandelingstafel om te praten met Israël op basis van Obama’s voorstel van 19 mei voor een Palestina op basis van de grenzen van 1967. Ze willen dat er in juli of augustus iets gebeurt dat de Palestijnen kan doen afzien van hun voornemen om in september naar de VN te trekken. Ze hopen een document met een uitnodiging tot gesprek aan beide partijen te kunnen opstellen, waarin enkele Palestijnse en Israëlische eisen zijn opgenomen, met dien verstande dat geen van de twee akkoord hoeft te gaan met alle eisen.

Het lijkt erop dat de Palestijnen aardig op weg zijn in de Amerikaanse val te lopen, alhoewel ze zeggen dat ze hun initiatief voor erkenning door de VN zullen doorzetten, ook als er de komende maanden onderhandelingen plaats hebben. Maar dat is lang niet zeker. Uit de door Al Jazeera in januari uitgebrachte Palestijnse documenten blijkt dat de leiders van de Palestijnse autoriteit al eerder bereid waren om ongeveer alles op te geven (de vluchtelingen, Oost-Jeruzalem…) in de hoop toch nog tot een akkoord te komen met Israël. (1) Maar zelfs dat was nog te weinig voor Israël. Waarom zouden ze nu plots stoppen met toegevingen? Ze hebben inmiddels al laten weten dat ze niet meer staan op de volledige stopzetting van de kolonisatie als voorwaarde om opnieuw aan tafel te gaan zitten zoals ze maanden lang deden.

Voor de Israëli’s, die Obama’s voorstel voor een vredesplan op basis van de grenzen van 1967 verwerpen, is er geen enkel probleem om te komen praten, wat ze in de huidige omstandigheden moeilijk kunnen weigeren. Eens de onderhandelingen beginnen hoeven ze maar, zoals zo dikwijls al in het verleden, het been stijf te houden en de zaak te laten verzanden via deskundige sabotage. Zeker Obama zal hen, in het vooruitzicht van zijn herverkiezing volgend jaar, niets in de weg leggen. Als de Palestijnen daarin trappen blijven ze gegarandeerd met lege handen achter en zal al het werk voor erkenning van een Palestijnse staat volslagen nutteloos zijn geweest.

 

(Uitpers nr. 133, 12de jg., juli-augustus 2011)

(1) Zie hierover Uitpers nr. 128, februari 2011: Ludo De Brabander, The Palestine Papers tonen wanhoop Palestijnse leiders.

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 24 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook