Obama voert zijn échte belofte uit

‘Obama stelt teleur’. Dat is de teneur in de massamedia. Niets is minder waar. Obama voldoet volledig aan de verwachtingen en voert zijn beloftes correct uit. ‘Met mij verandert de stijl en de retoriek en voor de rest is het business as usual.’ Dat was immers zijn échte belofte.

Voor een argeloos volger van de massamedia kan bovenstaande samenvatting bizar lijken. Heeft Obama immers niet een snelle terugtrekking uit Irak en de sluiting van Guantanamo (de gevangenis, niet de militaire basis) beloofd? Ging Obama de Amerikanen geen andere gezondheidszorg brengen? En stelt hij dus niet teleur? Die indruk heeft men inderdaad – tenminste als men zich beperkt tot het oppervlakkige en op sensatie gerichte infotainment (informatie-entertainment) dat tegenwoordig met journalistiek wordt verward.

Bovendien, wie zich uitsluitend op televisie beperkt voor nieuwsgaring komt er het meest bekaaid af. Onderzoek van de Glasgow University Media Group over de kennis die de Britse bevolking heeft over de oorlog in Irak wees uit dat hoe meer iemand zich uitsluitend op televisie beroept als enige bron van informatie hoe minder die persoon begrijpt van wat er in de wereld gaande is, een conclusie die de lezer van Uitpers uiteraard niet verbaast. Hetzelfde kan gezegd worden over Obama.

De klassieke berichtgeving over Obama was uitsluitend gericht of de perceptie, de bezielende speeches, de nieuwe stijl, de ‘andere aanpak’, bovendien voor het eerst een African-American in het Witte Huis. Na de troosteloze jaren van George W. Bush was er terug hoop. Niet voor niets werd de campagne van Obama door de reclame-industrie in de VS bekroond als de béste reclamecampagne van 2008! Dat een electorale campagne in dezelfde categorie blijkt thuis te horen als reclame voor tandpasta en wasproducten geeft al een goed idee. De teleurstelling zit van bij het begin in het ‘product’ ingebakken, ook bij Obama dus. Reclame suggereert immers zaken die er niet zijn, dat is zelfs de essentie van goede reclame. De campagne van Obama heeft dus veel gesuggereerd dat er nooit geweest is.

De iets meer kritisch ingestelde burger weet al langer dat informatiegaring een actief proces is dat meer vraagt dan een paar uur per dag naar een lichtbak te staren. Wie wil vindt wel degelijk context en achtergrond – dat vraagt natuurlijk wel enige inspanning. Voor een diepgaande analyse van de verkiezingscampagne van Obama en de échte beloftes die hij maakte verwijs ik naar de artikels in vorige edities van Uitpers. Ik vat even samen: Obama heeft géén snelle terugtrekking uit Irak, géén snelle sluiting van Guantanamo, geen nieuw buitenlands beleid én zeker geen openbare gezondheidszorg beloofd. Zijn voorstellen over al deze zaken gingen zelfs minder ver dan die van rivaal Hillary Clinton (die dan nog altijd mijlenver verwijderd bleef van een openbaar systeem van gezondheidszorg zoals Europeanen dit kennen).

Iets suggereren dat er niet écht is, daar was voorganger W. Bush ook goed in. W.Bush heeft nooit (niet één keer) gezegd dat Saddam Hoessein een bondgenoot van al-Qaida was, hij heeft evenmin ooit gezegd dat diezelfde Saddam Hoessein achter 9/11 zat, maar de meeste van zijn kiezers denken dat wel. Analyse van de toespraken en perscommuniqués bevestigen dat. Wat er wel was, was een constant gebruik van woorden als ‘terreur’, ‘9/11’, ‘al-Qaida’ en ‘Saddam’ door elkaar. Hetzelfde dus voor Obama. Zijn electorale toespraken maar evengoed zijn recente toespraken in Latijns-Amerika en in Egypte zitten vol met correcte beeldspraak als ‘wederzijds respect’, ‘vertrouwen’, ‘coëxistentie’ enzovoort …

President Obama behoudt – of beter gezegd vergroot – de militair-industriële machine die de ruggegraat is van de Amerikaanse economie en van hun heerschappij in de wereld. Niet één van de honderden militaire bases van de VS wordt door Obama gesloten. Het systeem van maximale staatsinterventie voor de grote bedrijven en de minimale staat voor de rest – dwz de gewone bevolking – gaat onder hem gewoon verder, met enige nuances.

Net zoals in mijn vorige analyses wil ik die nuances zeker niet minimaliseren. De beperkte wijzigingen die Obama reeds heeft doorgevoerd voor bescherming van werknemers – zoals bijvoorbeeld de nu iets minder beperkte toegang tot vakbondsactiviteit voor werknemers in kleine bedrijven – en de aangekondigde wijzigingen in het stelsel van de gezondheidszorg maken voor honderdduizenden Amerikanen een reëel verschil. De thesis die ik blijf verdedigen is dat mét deze wijzigingen de Amerikaanse burger mijlen verwijderd blijft van de overheidsdiensten zoals wij die hier kennen en dat Obama eerder dan een lichtend voorbeeld voor Europa een man van regressie naar het oude systeem is. Hij doet namelijk wat elke president voor hem heeft gedaan – van Franklin Roosevelt tot Clinton – de nodige correcties aanbrengen aan het systeem om de essentie ervan te vrijwaren. Juist daarom wou de Amerikaanse bedrijfswereld af van W. Bush, hij verdedigde dat systeem te openlijk en te arrogant (te eerlijk!). Daar is de Amerikaanse economie niet mee gediend.

Een betere gezondheidszorg is onafgebroken de tweede bekommernis van de Amerikaanse bevolking sinds de jaren zestig, na werkgelegenheid. Dat er nu voor het eerst op politiek niveau een debat over is, is dus zeker niet te wijten aan de druk van de publieke opinie. Uit alle opiniepeilingen blijkt steevast dat ongeveer 70 % van de Amerikanen gewonnen is voor ‘Canadian-style health care’, wat ze ook ‘single payer system’ noemen. De term ‘universal health care’ wordt enkel door analisten gebruikt, de gewone Amerikaan begrijpt deze term niet (of verkeerd). Dat zij verwijzen naar Canada is te verwachten, Canada is dichtbij, er wordt ook Engels gesproken, dus dat kennen ze min of meer. Dat Canadian-style gezondheidszorg gewoon het systeem is dat in de volledige Westerse industriële wereld wordt toegepast en dat m.a.w. de Amerikanen zelf de uitzondering op de regel zijn weten ze dan weer niet. Dat maakt het debat in de VS zo moeilijk. De voorstanders denken dat ze het warm water moeten uitvinden (en dat de voordelen van dit systeem nog moeten bewezen worden – bovendien is verwijzen naar Europa absolutely not done), de tegenstanders maken er een karikatuur van.

Dat het debat nu toch gevoerd wordt heeft met een ander probleem te maken. De gezondheidsindustrie is uiteraard tegen een openbare concurrent. Die zou de exuberante winsten immers afromen en herverdelen via de goedkope geneesmiddelen en gezondheidszorgen. Maar de bedrijfswereld in het algemeen begint de nadelen te voelen. De constructie van een wagen kost GM in de VS 1000 $ meer dan in Canada omwille van de hoge kosten voor elke zieke arbeider en de algemeen slechtere gezondheid van de Amerikaanse arbeider. Dus wordt gezondheidszorg bespreekbaar in de massamedia – die zelf een essentieel onderdeel van de bedrijfswereld zijn.


Obama had inderdaad een ‘publieke’ optie beloofd naast de privé-sector. Het komt er op neer dat de overheid personen die géén of te weinig gezondheidszorg kunnen betalen zal subsidiëren om hun privé-gezondheidspolis aan te vullen. Dat is allesbehalve wat wij onder een openbare gezondheidszorg verstaan. De recente protestgolf blijkt vooral georganiseerd door een rabiate kleine maar zéér goed georganiseerde minderheid. Het probleem is eigenlijk zo: de tegenstanders zijn 100 % tegen en gebruiken alle clichés van het Amerikaanse onderbewustzijn terwijl de voorstanders onderling verdeeld en niet helemaal zeker zijn van zichzelf.

Obama heeft zowat alle tenoren van de privé-gezondheidsindustrie in de Oval Office ontvangen. Hij moet de eerste vertegenwoordiger van verplegervakbonden nog ontvangen om maar één voorbeeld te geven. Hij zoekt naar een oplossing die de winsten van de privé-sector vrijwaart en de sociale excessen enigszins afzwakt. De Standaard drukte onlangs de volledige toespraak van Obama hierover af. Merkwaardig hoe lovend de Belgische media doen over een man die een systeem belooft dat in eigen land niet eens door de rechtervleugel van de VLD wordt verdedigd. Wat hij voorstelt is inderdaad beter dan wat er nu is in de VS, dat mag gezegd worden. Dat hij dé politieke Messias zou zijn van een nieuwe wereldorde is echter compleet misplaatst. Sommige commentatoren betreuren dat ook deze president zijn beloftes afzwakt onder druk van de bedrijfswereld. Niets is minder waar. Obama weigert zijn toch zo succesvolle campagnemachine in te zetten voor deze strijd. De uiterst rechtse aanvallen op zijn voorstellen moeten hem als muziek in de oren klinken. Het maakt hem mogelijk de perceptie te creëren dat hij voor de redelijkheid en de verandering staat …

Ook op gebied van het buitenlands beleid bevestigt Obama. Irak blijft bezet, Afghanistan idem. Guantanamo gaat niet dicht. Daar is in vorige edities van Uitpers al voldoende over geschreven. In Latijns-Amerika ondervindt men dat nu ook. Nadat Ecuador de Amerikaanse bases heeft gesloten, werd onder W. Bush een verplaatsing onderhandeld met Colombië. Obama voert dat akkoord 100 % uit. De VS gaan nu vanuit Colombië drugstransporten in de Caraïben volgen. Ze worden daarbij niet gestoord door het feit dat sinds Plan Colombia onder Clinton werd ingevoerd, de drugshandel exponentieel is toegenomen en blijft groeien. Dat is logisch. Wat er écht aan drugshandel wordt bestreden zijn slechts die onderdelen van die handel die in handen zijn van de guerrillabeweging FARC, de rest wordt ongemoeid gelaten. Mét succes voor de betrokkenen. Trouwens, dit gaat voor de VS over militaire aanwezigheid. De Venezolaanse president Chávez noemt dit terecht een militaire bedreiging. In ieder geval dus géén nieuw beleid in Latijns-Amerika onder Obama.

Echter veel verontrustender is de staatsgreep in Honduras. De VS heeft na de mislukte poging tot staatsgreep in Venezuela haar aloude methodes NIET opgegeven. De recente staatsgreep in Honduras wordt de facto gesteund en gestuurd vanuit Washington. Dat de Hondurese president allesbehalve een linkse rakker was – eerder een verlicht liberaal despoot – lijkt op het eerste zicht verwonderlijk. Dat is het niet. De VS kunnen zich blijkbaar niet meer permitteren in te grijpen in het grootste deel van Latijns-Amerika en hebben dan maar één van de stevigste bondgenoten in Centraal-Amerika aangepakt. De boodschap is andermaal duidelijk, president Zelaya’s retoriek van toenadering tot Chávez en zijn plannen om een algemene loonsverhoging van 60 % waren ontoelaatbaar (die 60 % brengt trouwens amper soelaas). Als zelfs een neoliberale bondgenoot dat soort discours gaat voeren is het hek van de dam. Dat moest afgeblokt worden. Pour la petite histoire, de Hondurese coupregering heeft net een Amerikaanse lobbyist ingehuurd om zijn PR in Washington te verzorgen. Lanny Davis was een van de grootste fondsenwervers van kandidaat Hillary Clinton en ondermeer verantwoordelijk voor de campagne tégen Obama, waarbij hij o.a. werd beschuldigd van banden met een radicale zwarte dominee in Chicago. Davis was ook de woordvoerder van president Clinton voor het financieel schandaal waarvoor hij tijdens zijn tweede ambtstermijn werd vervolgd. Hij weet van wanten want hij was ook een aantal jaren verbindingsman voor Clinton met de Pakistaanse oppervelhebber van het Pakistaanse leger Musharraf, later auteur van een militaire coup en president …

Is er dan echt geen hoop op verbetering? Toch wel. In de jaren ’50 vielen de VS een land in Latijns-Amerika gewoon binnen en zetten ze hun marionet op de stoel (Dominicaanse republiek, Guatemala). In de jaren ’80 viel Reagan nog wel het kleine Grenada binnen, maar hij kon het zich niet meer permitteren om Nicaragua binnen te vallen. Hij moest zich ‘beperken’ tot het financieren van een huurlingenbende. Erg genoeg voor de slachtoffers. Bush viel nog Panama binnen. Een korte operatie, zoals die in Grenada, zonder al te veel (eigen) slachtoffers en zo snel mogelijk ‘democratische’ verkiezingen. Even leek het de terugkeer naar de ‘good old days’. In Haïti werd de verkozen president zelfs ontvoerd door Amerikaanse soldaten.

Obama kan zich niet meer permitteren om de staatsgreep in Honduras openlijk te steunen. Hij nam deze operatie – nog voorbereid door zijn voorganger – echter graag over. De massamedia sprongen in de bres en laakten de verkozen president voor zijn pogingen om de grondwet te wijzigen om herverkozen te kunnen worden. Dat was gelogen maar niet getreurd. De toon was gezet. Ach ja, tut tut, zo een staatsgreep, dat is ‘old school’, dat vinden we niet goed, maar ja, die kerel was niet echt een democraat, dus … Ondertussen heeft president Mamadou Tandji van Niger net dat gedaan zonder dat er hier een haan naar kraait en is de Colombiaanse president Uribe bezig om dit voor de twééde maal te doen, zodat hij de eerste Colombiaanse president wordt die niet alleen twéé maar zelfs drie mandaten aan de macht blijft – overigens niet slecht gedaan voor een man die in 2002 tijdens de verkiezingen nog op een Amerikaanse lijst stond van als leider van paramilitaire doodseskaders. De militaire steun aan het Hondurese leger wordt gewoon verder gezet. Verandering Obama-style.

Dat neemt niet weg dat de VS de verkiezingen van linkse progressieve presidenten in zowat heel Latijns-Amerika niet heeft kunnen verhinderen. Deze landen zijn zich economisch aan het heroriënteren naar meer interne samenwerking los van de VS. Dat is de grootste bedreiging voor de VS. Daar wordt in onze massamedia dus met geen woord over gerept.

Er komt wel degelijk verandering, traag maar gestadig. Uit de massamedia zal je dat dus zeker niet vernemen, integendeel, bewuste burgers zijn geen goede consumenten. En toch is de verkiezing van Obama wel degelijk een gevolg van die verandering. Dat de economische elite van de VS zich verplicht voelde een rechts-conservatieve African-American te selecteren zegt genoeg. Er moest immers iets worden gedaan om de minimale geloofwaardigheid van de instellingen en de stabiliteit van het systeem te garanderen. Die beslissing is er dus gekomen onder druk van de publieke opinie. Maar zoals ik hierboven al zei, wie de elitaire keuze voor Obama verwart met een échte wil tot verandering, begrijpt niet wat er gaande is. De teleurstelling zit in die keuze ingebakken.

De massamedia kunnen uiteraard nu niet gaan schrijven dat Obama doet wat hij heeft beloofd. Dat zou een bekentenis van incompetente berichtgeving zijn, liever dus doorgaan en de ‘gebroken beloftes’ in de verf zetten. ‘Obama bezwijkt onder de druk van de financiële machten’, die retoriek doet het ook goed.

Verandering komt van onderuit. Daar gaat tijd over. Wie op persoonlijke beloning aast of direct resultaat nastreeft begrijpt die dynamiek niet. Wie er op rekent dat de verkiezing van een ‘goede’ president in de VS iets zal veranderen, houdt zichzelf een rad voor de ogen.

Zoals Chomsky onlangs zei: ‘American presidents never act, they react’. Obama zal een aantal goede dingen doen, hij wil immers herverkozen raken. Die dingen zal hij niet doen omdat hij er persoonlijk van overtuigd is maar onder druk van de publieke opinie. Dat is zo voor de gezondheidszorg in eigen land, dat is zo voor Irak en Guantánamo. Aan ons om die druk aan te houden en op te voeren.

(Uitpers, nr. 112, 11de jg., september 2009)

Deel dit artikel

Visited 120 Times, 2 Visits today

Tags :

zie ook