Obama over Israël-Palestinea

Barack Obama staat bekend als een persoon met een scherp verstand, een goed jurist, en iemand die goed zijn woorden kiest. Wat hij zegt, en wat hij niet zegt, moet ernstig worden genomen. Van bijzonder belang is zijn eerste substantiële verklaring betreffende de buitenlandse politiek op 22 januari op het Staatsdepartement bij de aanstelling van George Mitchell als zijn speciale vredesgezant voor het Midden-Oosten.

Mitchell zal zijn aandacht moeten toespitsen op het Israëlisch-Palestijns probleem in de nasleep van de recente Amerikaans-Israëlische invasie van Gaza. Tijdens de moorddadige aanval hulde Obama zich, op een paar platitudes na, in stilzwijgen omdat, zo zei hij, er maar één president is – een feit dat hem niet deed zwijgen over vele andere kwesties. Zijn campagneteam echter herhaalde zijn verklaring dat “als er raketten neerkwamen waar mijn twee dochters slapen, ik alles zou doen om daar een einde aan te maken”. Hij verwees hiermee naar Israëlische kinderen, niet naar de honderden Palestijnse kinderen, die werden afgeslacht met Amerikaanse wapens. Over hen kon hij niet spreken, want er was maar één president.

Op 22 januari echter was die ene president Barack Obama zodat hij vrijuit kon spreken over die zaken. Hij vermeed echter de aanval op Gaza te vermelden, die, en dat kwam hem goed uit, net voor zijn inauguratie werd stopgezet. Hij onderstreepte dat hij een vredesregeling nastreeft. De omtrekken daarvan bleven echter vaag, op één specifiek voorstel na. “Het Arabisch vredesinitiatief”, zo zei Obama, “bevat constructieve elementen die deze inspanningen kunnen vooruit helpen. Het is nu tijd voor de Arabische staten om de daad bij het woord te voegen door steun te geven aan de Palestijnse regering van president Abbas en van eerste minister Fayyad, door stappen te zetten naar normalisering van de relaties met Israël en door het hoofd te bieden aan het extremisme dat ons allen bedreigt”.

Obama vervalst niet direct het voorstel van de Arabische Liga, maar zijn zorgvuldig geconstrueerd bedrog is leerrijk. In het vredesvoorstel van de Arabische Liga is er inderdaad sprake van de normalisering van de relaties met Israël – in de context – en ik herhaal, in de context van een tweestatenoplossing in termen van de al oude internationale consensus, die de VS en Israël, die hierin internationaal geïsoleerd zijn, al 30 jaar lang blokkeren en nog steeds blokkeren.

De kern van het Arabische voorstel, zoals Obama en zijn Midden-Oostenadviseurs zeer goed weten, is de oproep voor een vreedzame politieke regeling in de welbekende termen, die erkend worden als de enige basis voor een vreedzame regeling, die Obama zegt te willen bereiken. Dat hij niet spreekt over dat cruciale feit kan geen toeval zijn en wijst er duidelijk op dat Obama er niet aan denkt afstand te nemen van de Amerikaanse verwerping ervan. Zijn oproep aan de Arabische staten om werk te maken van een gevolg van hun voorstel, terwijl de VS de centrale inhoud, die de voorwaarde is voor het gevolg, negeren, is meer dan cynisch.

De meest betekenisvolle daden die een vredesregeling ondermijnen zijn de dagelijkse, door de VS gesteunde acties in de bezette gebieden, die allemaal als crimineel worden erkend: de inbeslagname van waardevol land en andere hulpbronnen en de uitbouw van wat de hoofdarchitect van dat plan, Ariel Sharon, “Bantoestans” voor de Palestijnen noemde – een onfaire vergelijking want de Bantoestans [onder de apartheid in Zuid-Afrika, nvdr] waren veel meer leefbaar dan de fragmenten voor de Palestijnen, die nu volgens het concept van Sharon worden gerealiseerd.

Maar de VS en Israël blijven zich zelfs tegen een verbale politieke regeling verzetten. Dat gebeurde nog op 28 december, toen de VS en Israël (en enkele eilandjes in de Stille Zuidzee) stemden tegen een resolutie van de Verenigde Naties waarin “het recht van het Palestijnse volk op zelfbeschikking” werd gesteund. (De resolutie werd goedgekeurd met 173 tegen 5 stemmen; de VS en Israël verzetten zich met enkele ontwijkende voorwendsels tegen de resolutie).

Obama had zelfs niet één woord over voor de kolonisatie van de Westelijke Jordaanoever noch voor de complexe maatregelen om het leven van de Palestijnen te controleren. Zaken die bedoeld zijn om het vooruitzicht van een vreedzame tweestatenregeling te ondermijnen. De stilte van Obama is een grimmige weerlegging van zijn zwierige retoriek over hoe “ik actief zal werken voor twee staten die in vrede en veiligheid naast elkaar zullen leven”.

Geen woord ook over het gebruik van Amerikaanse wapens in Gaza, dat niet alleen een schending is van het internationaal recht maar ook van de Amerikaanse wet. Evenmin een woord over de zending van nieuwe wapens naar Israël op het toppunt van de Amerikaans-Israëlische aanval – iets wat de Midden-Oostenadviseurs van Obama zeker wisten. Maar Obama was wel vastberaden toen hij zei dat het smokkelen van wapens naar Gaza moest worden gestopt. Hij gaf zijn steun aan de overeenkomst tussen Condoleeza Rice en de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Tzipi Livni, dat de grens tussen Egypte en Gaza moet worden gesloten – een merkwaardig staaltje van imperiale arrogantie. Zoals de Financial Times opmerkte: “terwijl ze elkaar in Washington geluk wensten, leken beide ambtenaren het feit te zijn vergeten dat ze een akkoord waren aan het maken over illegale handel aan iemands anders grens – Egypte in dit geval. De volgende dag beschreef een Egyptische ambtenaar hun memorandum als ‘fictie’”. Met de bezwaren van Egypte werd geen rekening gehouden.

Om terug te keren naar Obama’s verwijzing naar het “constructieve” voorstel van de Arabische Liga, blijft Obama, zoals zijn uitleg aangeeft, zijn steun beperken tot de partij die verkiezingen van januari 2006 verloor. En dat waren de enige vrije verkiezingen in de Arabische wereld. De VS en Israël reageerden er onmiddellijk en openlijk op door de Palestijnen hard te straffen omdat ze waren ingegaan tegen de wil van de meesters.

Een kleinigheidje is dat de ambtstermijn van Abbas op 9 januari verstreek en dat Fayyad tot premier werd benoemd zonder goedkeuring van het Palestijnse parlement (waarvan vele leden werd ontvoerd en in Israëlische gevangenissen belandden). De [Israëlische krant] Haaretz beschrijft Fayyad als “een vreemde vogel in de Palestijnse politiek. Enerzijds geniet hij de meeste hoogachting van Israël en het Westen. Maar anderzijds heeft hij geen enkele electorale macht in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever.” In het bericht wordt ook melding gemaakt van Fayyad’s “nauwe relaties met het Israëlische establishment”, onder meer zijn vriendschap met Dov Weisglass, de extremistische adviseur van Sharon. Alhoewel hij geen achterban heeft, wordt hij beschouwd als competent en eerlijk, iets wat niet de norm is in de door de Amerikanen gesteunde politieke sectoren.

Dat Obama alleen maar wil weten van Abbas en Fayyad bevestigt de westerse minachting voor democratie, tenzij ze onder haar controle staat. Obama gaf de gebruikelijke redenen om de door Hamas geleide verkozen regering te negeren. “Om een echte partij voor vrede te zijn”, verklaarde Obama, “maakte het kwartet [VS, EU, Rusland, VN] duidelijk dat Hamas moet voldoen aan duidelijke voorwaarden: het bestaansrecht van Israël erkennen, verzaken aan geweld, en zich houden aan eerdere akkoorden.” Zoals gewoonlijk werd het vervelende feit niet vermeld dat de VS en Israël onwrikbaar zelf alle drie die voorwaarden verwerpen. Alhoewel internationaal geïsoleerd, houden ze een tweestatenregeling, met een Palestijnse staat, tegen; zij verzaken natuurlijk niet aan geweld, en ze verwerpen de kern van het voorstel van het kwartet, het “stappenplan”. Israël aanvaardde dat wel formeel, maar met 14 bezwaren, die de inhoud ervan teniet doen (met stilzwijgende steun van de VS).

Het is de grote verdienste van [oud-president] Jimmy Carter dat in zijn boek “Palestine: Peace not Apartheid”, deze feiten voor het eerst onder publieke aandacht – en de enige keer in de mainstream – werden gebracht. Uit een elementaire redenering volgt dat noch de VS noch Israël een “echte partner voor vrede” is. Maar dat kan niet zijn.

Het is misschien niet fair om kritiek te leveren op Obama voor deze verdere oefening in cynisme, omdat die bijna universeel is, in tegenstelling tot zijn negatie zonder scrupules van de kern van het voorstel van de Arabische Liga, die zijn eigen nieuwe bijdrage is. Bijna even universeel is ook de standaardreferentie naar Hamas: een terroristische organisatie, die streeft naar de vernietiging van Israël (of misschien wel van alle joden). Weggelaten worden de niet passende feiten dat de VS en Israël er niet alleen op uit zijn elke leefbare Palestijnse staat te vernietigen, maar gestaag die politiek doorvoeren. Eveneens verdonkeremaand wordt dat, in tegenstelling tot de twee afwijzingsstaten, Hamas publiek, herhaaldelijk en expliciet heeft opgeroepen tot een tweestatenregeling in de termen van de internationale consensus.

Obama begon zijn uiteenzetting met de verklaring: “Laat me duidelijk zijn: Amerika is begaan met de veiligheid van Israël. En we zullen altijd Israëls recht om zich te verdedigen tegen reële bedreigingen steunen”. Er was niets te horen over het recht van de Palestijnen om zich te verdedigen tegen meer extreme bedreigingen, zoals deze die elke dag gebeuren, met Amerikaanse steun, in de bezette gebieden. Maar dat lijkt de norm te zijn.

Ook normaal is de verklaring van het principe dat Israël het recht heeft zichzelf te verdedigen. Dat is correct, maar nietszeggend: iedereen heeft dat recht. Maar in deze context is het erger dan nietszeggend: het is cynisch bedrog. De kwestie is niet of Israël het recht heeft zichzelf te verdedigen, zoals iedereen, maar wel of Israël het recht heeft dat met geweld te doen. Niemand, ook Obama niet, gelooft dat staten een algemeen recht hebben zich met geweld te verdedigen: men moet eerst aantonen dat er geen vreedzame alternatieven zijn, die kunnen worden uitgeprobeerd. In dit geval zijn die er zeker.

Zich houden aan een staakt-het-vuren zou een alternatief kunnen zijn voor Israël. Bij voorbeeld aan het bestand dat enkele dagen voordat Israël op 27 december zijn aanval lanceerde, werd voorgesteld door de politieke leider van Hamas, Khaled Mishal. Mishal deed een oproep om terug te keren naar de overeenkomst van 2005. Daarin werd gevraagd om een einde van het geweld en een permanente opening van de grenzen, samen met een Israëlische garantie dat goederen en mensen vrij zouden kunnen bewegen tussen de twee delen van bezet Palestina, de Westelijke Jordaanoever en de Gaza-Strook. Die overeenkomst werd enkele maanden later verworpen door de VS en Israël, nadat de vrije verkiezingen van januari 2006 “verkeerd” afliepen. En er is nog meer.

Een breder en betekenisvoller alternatief zou zijn dat de VS en Israël hun extreme afwijzing zouden opgeven en aansluiting zouden zoeken bij de rest van de wereld – met inbegrip van de Arabische staten en Hamas – door hun steun te geven aan een tweestatenregeling in overeenstemming met de internationale consensus. De voorbije 30 jaar was er maar één afwijking van het Amerikaans-Israëlische rejectionisme: de onderhandelingen in Taba in januari 2001, die dichtbij een vreedzame oplossing leken te zijn gekomen toen Israël vroegtijdig de onderhandelingen afblies. Het zou dan ook niet vreemd zijn mocht Obama ermee instemmen zich aan te sluiten bij de rest van de wereld, zelfs in het kader van de Amerikaanse politiek, als hij daar in geïnteresseerd zou zijn.

Kort gezegd, Obama’s krachtige herhaling van het Israëls recht om zichzelf te verdedigen is een cynisch bedrog – alhoewel, en dit moet worden toegegeven, het bijna universeel is en niet alleen eigen aan hem.

Het bedrog viel in dit geval nog meer op omdat het gebeurde ter gelegenheid van de benoeming van Mitchell tot speciale gezant. Mitchell’s grootste verwezenlijking was zijn leidende rol in de vreedzame regeling in Noord-Ierland. Die hield het einde in van de terreur van het Iers Republikeins Leger (IRA) en van het Britse geweld. Impliciet was de erkenning dat Groot-Brittannië het recht had zich te verdedigen tegen terreur, maar dat het niet het recht had dit te doen met geweld omdat er een vreedzaam alternatief was: erkenning van de gerechtvaardigde grieven van de Ierse katholieke gemeenschap, die aan de grondslag lagen van de terreur van het IRA. Toen Groot-Brittannië deze verstandige koers ging volgen, stopte de terreur. De conclusies hiervan voor de missie van Mitchell met betrekking tot Israël en Palestina zijn zo overduidelijk dat ze niet eens moeten worden uitgelegd. Maar dat daar niets werd over gezegd is een overduidelijke aanwijzing dat de regering Obama zich houdt aan het traditionele Amerikaanse rejectionisme en verzet tegen vrede, tenzij op zijn extremistische termen.

Obama prees Jordanië voor zijn “constructieve rol in het opleiden van de Palestijnse veiligheidsstrijdkrachten en het koesteren van zijn relaties met Israël” – wat in opvallend contrast staat met de Amerikaans-Israëlische weigering om te praten met de vrij verkozen regering van Palestina en de strenge bestraffing van de Palestijnen omdat ze die verkozen hadden. Het is juist dat Jordanië de VS bijsprong in het bewapenen en trainen van Palestijnse veiligheidsstrijdkrachten, zodat die met geweld elke steunbetuiging met de ongelukkige slachtoffers van de Amerikaans-Israëlische aanval op Gaza zouden kunnen onderdrukken. En hun eigen demonstraties van steun voor Abbas en Fatah zouden kunnen organiseren. Demonstraties, waarbij de meeste deelnemers “overheidsbeambten en schoolkinderen waren, die van de Palestijnse Autoriteit bevel hadden gekregen de bijeenkomst bij de wonen”, schreef de Jerusalem Post. Dat is onze democratie.

Obama gaf nog een substantiële commentaar: “Als onderdeel van een duurzaam staakt-het-vuren zouden de grensovergangen van Gaza open moeten zijn voor de stroom van hulp en handel, onder een gepast controleregime…” Hij vermeldde natuurlijk niet dat de VS en Israël een grotendeels gelijkaardige overeenkomst na januari 2006 hadden verworpen en dat Israël nooit gelijkaardige volgende grensovereenkomsten had nageleefd. Ook ontbreekt er enige reactie op de aankondiging van Israël dat het de overeenkomst voor het staakt-het-vuren verwierp. Zodat de vooruitzichten dat het nieuw bestand “duurzaam” zal zijn niet goed zijn.

De pers meldde uitvoerig dat Israël als voorafgaandelijke voorwaarde voor de heropening van de grensovergangen een akkoord wil over de vrijlating van Gilad Shalit, de Israëlische soldaat die sedert 2006 in Gaza gevangen wordt gehouden. De gevangenneming van Shalit is een belangrijke kwestie in het Westen. Het is er een zoveelste indicatie voor het criminele gedrag van Hamas. Wat men er ook moge over denken, het gevangen nemen van een soldaat van een aanvallend leger is minder crimineel dan de kidnapping van burgers – en dat is juist wat Israëlische strijdkrachten deden de dag voordat Shalit werd gevangen genomen. Israëlische soldaten vielen toen Gaza binnen, ontvoerden twee broers en brachten ze de grens over, waar ze verdwenen in een Israëlische gevangenis.

In tegenstelling tot de minder belangrijke zaak van Shalit, werd over die misdaad nauwelijks bericht. Ze is vergeten, samen met de geregelde tientallen jaren oude Israëlische praktijk om burgers te ontvoeren in Libanon en op volle zee en naar Israël te brengen, waar ze soms vele jaren worden vastgehouden als gijzelaars. Maar de gevangenneming van Shalit staat een staakt-het-vuren in de weg.

In zijn uiteenzetting over het Midden-Oosten in het Staatsdepartement had Obama het verder over “de verslechterende situatie in Afghanistan en Pakistan… het centrale front in onze voortdurende strijd tegen terrorisme en extremisme.” Enkele uren later vielen Amerikaanse vliegtuigen een afgelegen dorp in Afghanistan aan met de bedoeling een Taliban-commandant te doden. “Dorpsouderen echter zegden aan provinciale ambtenaren dat er geen Taliban in het gebied waren, dat ze beschreven als een gehucht dat voornamelijk door herders werd bewoond. Er waren vrouwen en kinderen onder de 22 doden, zegden ze, volgens Hamididan Abdul Rahmzai, het hoofd van de provincieraad” (Los Angeles Times, 24 januari).

Nochtans was de eerste boodschap van de Afghaanse president Karzai aan Obama na diens verkiezing een smeekbede om een einde te maken aan de bombardementen op Afghaanse burgers. Het pleidooi werd enkele uren voor Obama de eed aflegde vergeefs nog eens herhaald.

(Uitpers, nr 106, 10de jg., februari 2009)

Bron: www.zmag.org

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 64 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook