O tempora! O mores! In Amazing Thailand

Corruptie is het misbruik van toevertrouwde macht voor persoonlijk gewin, stelt Transparency International, de wereldwijde beweging die in meer dan 100 landen werkt om een einde te maken aan het onrecht van corruptie. “Onze missie is het stoppen van corruptie en het bevorderen van transparantie, verantwoordingsplicht en integriteit op alle niveaus en in alle sectoren van de samenleving. Corruptie tast het vertrouwen aan, verzwakt de democratie, belemmert de economische ontwikkeling en vergroot de ongelijkheid, armoede, sociale verdeeldheid en de milieucrisis”.

Global Corruption Barometer

Volgens 88 procent van de Thai is overheidscorruptie een groot probleem, en meent slechts 34 procent dat er genoeg gedaan wordt om corruptie te bestrijden (terwijl het gemiddelde voor ASEAN 63 procent bedraagt). Deze cijfers kan men sprokkelen in de 2021 editie van de Global Corruption Barometer (GCB), samengesteld door Transparancy International. Ook het door Jennifer Schoeberlein geredigeerde rapport van 24 november 2020, “Corruption in ASEAN: Regional trends from the 2020 Global Corruption Barometer and country spotlights”, bevat heel wat interessante informatie en analyses.

Thailand staat gewoonlijk ergens in het midden op het gebied van overheids-indicatoren, zowel wereldwijd als vergeleken met zijn regionale buren. De politieke onrust van de afgelopen jaren lijkt echter een sleutelfactor te zijn geweest voor de scherpste daling in de ASEAN-regio in termen van de perceptie van de burger ten aanzien van corruptie en de houding ten opzichte van overheidsacties. In de GCB van 2017 verklaarde slechts 14 procent van de Thaise respondenten dat de corruptie het jaar voordien was toegenomen – de laagste waarde in de ASEAN-regio. In 2020 is dat aantal gestegen tot 55 procent, het hoogste aantal in de regio. Dienovereenkomstig is het aantal mensen dat gelooft dat de regering het goed deed in het bestrijden van corruptie, gekelderd van 72 procent in 2017 tot 26 procent in 2020.

Van de ondervraagde ASEAN-landen in de GCB 2020 hadden Thais het minste vertrouwen in hun regering, waarbij 71 procent van de respondenten zei dat ze helemaal geen vertrouwen hadden of niet veel vertrouwen. Ze toonden ook het laagste vertrouwen in de rechtbanken (40 procent gaf geen of weinig vertrouwen aan), de politie (met 59 procent geen of weinig vertrouwen).

Thailand is ook het enige land waar een meerderheid van de respondenten (73 procent) zei dat de regering het slecht deed in hun maatregelen om corruptie tegen te gaan.

Gezien het politieke traject van het land in de afgelopen vijf jaar na de staatsgreep, is dit niet erg verrassend. Volgens de Bertelsmann Transformation Index (BTI) heeft Thailand na de staatsgreep van 2014 een vermindering van politieke participatie gezien, waarbij Thaise burgers vastzaten tussen “de autocratische controle door de National Council for Peace and Order (NCPO)” en een “bijna absolutistische monarchie”. Daarnaast heeft de BTI (2020) kritiek geuit op het feit dat er feitelijk geen scheiding der machten meer is, dat afwijkende meningen aanzienlijk werden onderdrukt en dat corruptiezaken tegen ambtenaren uitsluitend om politieke redenen werden aangespannen tegen leden van het voormalige regime, terwijl verdenkingen tegen vertegenwoordigers van de junta en hun filialen niet onderzocht worden.

Bureaucratische corruptie

Terwijl de junta-regering aan de macht kwam met de belofte de corruptie te beteugelen, zijn er voldoende aanwijzingen dat de corruptie sindsdien juist is toegenomen. Terwijl de voor de junta werkende National Council for Peace and Order (NCPO) had verklaard dat het alle van corruptie verdachte ambtenaren zou onderzoeken, zijn de zaken in de praktijk sterk gepolitiseerd. Volgens de Bertelsmann Transformation Index (BTI), bijvoorbeeld, toonden verschillende leden van de door de junta benoemde nationale wetgevende vergadering ongebruikelijke hoeveelheden rijkdom, een feit dat “geen enkele rechtbank heeft durven onderzoeken”.

Van klassejustitie is sprake wanneer meer vermogenden, leden van de in-groep, of beter opgeleiden door wetgeving, behandeling of rechterlijke uitspraken bevoorrecht worden ten opzichte van anderen. Dat is duidelijk het geval in Thailand. Er zijn met name meldingen geweest van junta-familieleden die goedbetaalde overheidsbanen kregen, evenals beschuldigingen van smeergelden die werden betaald aan overheidsfunctionarissen bij infrastructuurprojecten, en regeringsvertegenwoordigers die verdachte hoeveelheden rijkdom en vermogen niet declareerden (aldus een rapport in The Washington Post).

In december 2018 was er behoorlijk wat heisa rond Thailand’s Vice-Eerste Minister en Minister van Defensie, generaal Prawit Wongsuwan. Hij kreeg op sociale media felle kritiek nadat hij op een kabinetsfoto verscheen met een diamanten ring en een duur horloge, omdat geen van beide items op zijn openbare vermogensverklaring waren vermeld. Thais identificeerden later nog 25 andere luxe horloges van de generaal. Daarover verhoord door de National Anti-Corruption Commission (NACC) verklaarde Prawit dat alle luxeartikelen waren ‘geleend’.

De NACC oordeelde dat er “onvoldoende bewijs” was, wat tot nieuwe verontwaardiging op sociale media leidde. “Corruptieschandalen in Thailand zijn vertroebeld door politieke polarisatie”, besloot Titipol Phakdeewanich, decaan van de faculteit politieke wetenschappen aan de Ubon Ratchathani University.

Recent is ook de jongere broer van premier Prayut Chan-o-cha, generaal Preecha, aangeklaagd door de National Anti-Corruption Commission (NACC). De NACC beschuldigt generaal Preecha van het verbergen van zijn bezittingen terwijl hij in de door de junta benoemde Nationale Wetgevende Vergadering diende. Deze was na de staatsgreep van mei 2014 opgericht en werd geleid door zijn broer, generaal Prayut.

Volgens het 2018 OESO Integrity Review van Thailand was ongeveer 80 procent van de ambtenaren in het land het ermee eens dat sociaal patronage en cliëntelisme serieuze problemen zijn in het Thaise openbaar bestuur. Corruptie bij de politie is een bijzondere uitdaging. In de 2020 Global Corruption Barometer (GCB), stelden 37 procent van de Thaise respondenten dat ze dachten dat de meeste, of alle leden van de politie corrupt waren, wat de hoogste waarde in de regio is. En 47 procent zei dat ze in de afgelopen 12 maanden steekpenningen hadden betaald in hun omgang met de politie, wat de hoogste waarde in de regio is, ver boven het regionale gemiddelde van 29 procent.

Angst voor aangifte en bescherming van klokkenluiders

Het melden van corruptie blijkt in Thailand een bijzondere uitdaging te zijn. Hoewel er enige wettelijke bescherming voor getuigen bestaat, is er geen specifieke wetgeving voor de bescherming van klokkenluiders. Volgens het 2018 OESO rapport zijn de bestaande beschermingen ontoereikend, omdat ze geen duidelijke definitie en begrip hebben van wat een getuige of klokkenluider is, wat als oneerlijke behandeling wordt beschouwd, of welke soorten openbaarmakingen eronder vallen. Klokkenluiders kunnen getuige worden in een gerechtelijke procedure, wat hen wettelijk bescherming zou bieden, maar dit is niet noodzakelijk het geval. Bovendien zijn beschermingen tegen represailles op de werkplek, zoals degradatie of ontslag, niet gedekt.

Van de Thaise respondenten in de Global Corruption Barometer die in 2019 smeergeld hadden betaald, zei 10 procent dat ze dit hadden gemeld, wat iets hoger is dan het ASEAN-gemiddelde van 6 procent. 59 procent van de respondenten zei echter bang te zijn voor represailles bij het melden van corruptie, het op één na hoogste aantal na Indonesië.

Bovendien zei 52 procent dat, als ze een geval van corruptie zouden melden, het helemaal niet waarschijnlijk of niet erg waarschijnlijk was dat er passende maatregelen zouden worden genomen. Dit is het hoogste cijfer in de regio.

Nationale anti-corruptiestrategie en waakhonden tegen corruptie

Volgens het OESO Integrity Review uit 2018 beschikt Thailand over een algemeen alomvattend en uitgebreid wetgevend kader. Anticorruptiebepalingen zijn te vinden in verschillende wetten, maar met name in de organieke wet op de bestrijding van corruptie van 1999, gewijzigd in 2015. Deze wet stelt relevante corrupte handelingen strafbaar en stelt rechtspersonen aansprakelijk voor het omkopen van ambtenaren.

Thailand heeft ook twee officiële waakhonden tegen corruptie: de National Anti-Corruption Commission (NACC) en de Public Sector Anti-Corruption Commission (PACC). De NACC is een “constitutioneel onafhankelijke commissie”, met een grotendeels preventief mandaat, plus een onderzoeksmandaat voor hoge ambtenaren. Het is ook het leidende agentschap voor de nationale anticorruptiestrategie en coördineert de anticorruptie-inspanningen in alle sectoren. De PACC is een overheidsinstantie onder de premier en verantwoordelijk voor het onderzoek naar lagere ambtenaren.

Volgens de OESO overlappen hun werk en mandaten elkaar echter, waardoor hun effectiviteit afneemt. Er kunnen verbeteringen worden aangebracht om te zorgen voor “efficiëntie en impact op het gebied van openbare ethiek, kennisbeheer, normering, bewustmaking, capaciteitsopbouw, monitoring en evaluatie, vermogensverklaringen en corruptierapportage”.

Er zijn ook beschuldigingen geuit van politisering bij de NACC, waarbij sommige critici beweren dat het bureau in de eerste plaats dient om de belangen van het regime te beschermen. De hoger genoemde case van generaal Prawit is daarvan een voorbeeld. Ook het OESO rapport wijst op overheidsinmenging bij de benoeming van NACC-leiderschap. Overlapping en de daaruit voortvloeiende inefficiënties zijn ook te vinden op het gebied van onderzoek, waarbij de NACC, PACC en het National Administration Center for Anti-Corruption allemaal een rol spelen.

Maar al met al stellen verdedigers van de junta dat Thailand tenminste een nationale anti-corruptiestrategie heeft opgesteld, waarvan de laatste fase in 2016 van start ging en loopt van 2017 tot 2021, met een focus op zowel preventie als ordehandhaving. In theorie lijkt alles dus in orde … in de praktijk veel minder. Drie voorbeelden:

Red bull

In de vroege ochtend van 3 september 2012, ramde de heer Vorayuth “Boss” Yoovidhaya zijn grijze Ferrari op een motorfiets bestuurd door Pol Snr Sg Maj Wichian Klanprasert van het politiebureau van Thong Lor in Bangkok. De politieman stierf ter plekke. Zijn lichaam werd meer dan 100 meter over de weg meegesleept, voordat Vorayuth vluchtte.

De zwaar gedeukte Ferrari werd gevonden bij het huis van zijn familie. Hij werd gearresteerd, maar kort daarna weer vrijgelaten. Vervolgens werd hij herhaaldelijk gedagvaard om een aanklacht tegen hem in te dienen, maar telkens zeiden zijn advocaten dat hij daartoe niet in staat was, daarbij verwijzend naar buitenlandse werkverplichtingen en ziekte. Eind 2012 vluchtte hij naar het buitenland. De Thaise autoriteiten vaardigden vijf jaar na het ongeval uiteindelijk een arrestatiebevel uit voor Vorayuth, nadat hij acht wettelijke dagvaardingen had gemist. De politie beweerde dat zij niet wisten waar hij was, terwijl media hem regelmatig in London, Dubai en Abu Dhabi opmerkten. Berichten op sociale media van hem en zijn jetset-vrienden suggereren dat hij vaak in Thailand is geweest en de wereld rondreist naar motorracewedstrijden of strandresorts.

Vorayuth is de kleinzoon van Chaleo Yoovidhaya, die samen met de Oostenrijker Dietrich Mateschitz het Red Bull-imperium heeft opgericht. Op het moment van zijn dood in 2012 was Chaleo de op twee na rijkste persoon in Thailand, volgens het magazine voor billionairs Forbes, met een nettowaarde van $ 5 miljard. Vandaag wordt aangenomen dat de uitgebreide familie Yoovidhya meer dan $ 20 miljard waard is. Het Red Bull-logo wordt nu over de hele wereld gezien, met name bij het sponsoren van spectaculaire stunts, sportevenementen en muziekfestivals.

Boss” werd door de politie voor zijn hit-and-run van verschillende zaken beticht: roekeloos rijden aan hoge snelheid (@177km/u) met dodelijke afloop, na een drugtest werd cocaïne in zijn lichaam gevonden, en niet stoppen om een slachtoffer van een ongeval te helpen.

Terwijl Vorayuth in het buitenland verbleef, werden sommige aanklachten wegens ‘verjaring’ ingetrokken. De aanklacht – roekeloos rijden met dodelijke afloop – blijft geldig tot 2027.

De affaire werd druk becommentarieerd op sociale media en veroorzaakte behoorlijk wat publieke opschudding. Zelfs in het parlement werden vragen gesteld over de aanslepende kwestie die premier Prayut dwongen tot het heropenen van de zaak, het uitschrijven van een aanhoudingsbevel, en het inroepen van Interpol. Maar tot op heden, bijna 10 jaar na zijn hit-and-run blijft Vorayuth voortvluchtig en heeft hij, in tegenstelling tot sommige studentenactivisten, nog geen dag in de cel doorgebracht. De nauwlettend gevolgde zaak op sociale media heeft geleid tot kritiek dat de Thaise elite een speciale behandeling geniet door de autoriteiten.

Het was meel”

51 parlementsleden van de Move Forward oppositiepartij dienden in mei 2020 een verzoekschrift in bij House Speaker Chuan Leekpai, waarin zij verzochten om een uitspraak van het Grondwettelijk Hof over de geschiktheid van de heer Prompow Thamanat, een voormalige legerkapitein, om zitting te nemen als parlementslid van de Palang Pracharath-partij voor Phayao en een kabinetsportefeuille te houden, aangezien hij in maart 1994 door een Australische rechtbank tot vier jaar gevangenisstraf was veroordeeld in een heroïnesmokkelzaak.

Thamanat ontkende alle aantijgingen tegen hem tijdens een afkeuringsdebat in februari 2020 en zei dat de 3,2 kilo heroïne die de autoriteiten in New South Wales op hem ontdekten “meel” was. Toch meldden de Sydney Morning Herald en The Age in september 2019 dat Thamanat, toen Lt Manat Bophlom genaamd, schuldig had gepleit en een gevangenisstraf van vier jaar had uitgezeten voor het smokkelen van heroïne van Bangkok naar Bondi in Australië.

Het Thaise Constitutionele Hof oordeelde op 5 mei 2021 dat plaatsvervangend Minister van Landbouw en Coöperaties, Prompow Thamanat, ondanks de veroordeling zijn ministerspost en parlementslidstatus kan behouden. Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat een gevangenisstraf die kan leiden tot diskwalificatie van de heer Thamanat als parlementslid en kabinetslid volgens de grondwet moet worden uitgesproken door een rechtbank in Thailand, niet door een buitenlandse rechtbank.

Het vonnis dat werd uitgesproken door een rechtbank in New South Wales in Australië was juridisch niet bindend in Thailand. Daarom is Thamanat volgens de Thaise grondwet nog steeds gekwalificeerd om parlementslid en kabinetslid te zijn, oordeelde de rechtbank.

Thamanat’s ‘vrijspraak‘ heeft tot verontwaardiging en spot geleid. “Dit is misschien wel het laagste punt in het internationale leven van Thailand. Dit vonnis zal verstrekkende gevolgen hebben voor de rol en positie van Thailand in de wereld,” aldus prof. Thitinan Pongsudhirak, docent politieke wetenschappen aan de Chulalongkorn Universiteit. “Hoe zit het met de talloze internationale wettelijke verplichtingen van Thailand in overeenkomsten zoals uitleveringsverdragen en Interpol-kwesties? Het doet Thailand insulair lijken omdat het een strafrechtelijke veroordeling van een Thai door een Australische rechtbank niet erkent,” voegde hij eraan toe.

De professor wees ook op de mogelijkheid dat de zaak een precedent zou kunnen scheppen voor Thaise rechtbanken om Thaise staatsburgers, veroordeeld voor ernstige misdrijven in het buitenland, toe te staan zich kandidaat te stellen, aangezien dit de eerste dergelijke zaak in de geschiedenis van het land is. “De logica van Thammanat lijkt dit toe te staan”, zei hij.

Volgens Dr. Titipol Phakdeewanich, een politicoloog aan de Ubon Ratchathani Universiteit, leek het vonnis “het rechtssysteem van het land te blijven ondermijnen” en “is het niet gebaseerd op feiten”. “Er zijn altijd juridische mazen in de wet die gebruikt kunnen worden om machtige figuren in de regering te beschermen. Er waren bijvoorbeeld ook geen gevolgen voor generaal Prawit,” zei hij, verwijzend naar het geval van niet-aangegeven luxe horloges gedragen door de vice-premier, die nog steeds veel macht uitoefent in de regering.

Het vonnis is verre van de eerste keer dat Capt. Thamanat door de machthebbers is gespaard. Hij overleefde vorig jaar en eerder dit jaar moties van wantrouwen in het parlement en wordt beschouwd als een invloedrijke figuur binnen de Palang Pracharat-partij (PPRP), en gesteund door vice-premier generaal Prawit Wongsuwon. Hij werd recent, op 18 juni 2021, niet op een zijspoor gerangeerd, maar daarentegen gekozen tot de belangrijke en invloedrijke positie als secretaris-generaal van de regerende PPRP. Cod Satrusayang, hoofdredacteur van Thai Inquirer, heeft genoeg van deze ‘politieke cultuur van straffeloosheid’. Hij windt er geen doekjes om: “De regering begrijpt dat hun basis hen altijd zal steunen, aangewakkerd door de hysterie dat de oppositie anti-monarchisten en communisten zijn. Dus de regering denkt alles te kunnen doen en ermee weg te komen. Het kan de Covid-19-pandemie verpesten en hun basis zal hen nog steeds ondersteunen. Benoem criminelen op machtige posities en de basis zal hen nog steeds steunen. Gebruik de democratie, pis op het democratische systeem, corrumpeer de rechterlijke macht, en ze zullen met gejuich ontvangen worden vanuit hun basis. Voor de rest van de levende, ademende en denkende Thais is dit een klap in het gezicht. Het is een grote middelvinger in onze collectieve richting”. En hij besluit met betrekking tot Thamanat: “Gezien het geld en het arsenaal waarover hij waarschijnlijk beschikt, om nog maar te zwijgen van zijn connecties achter de schermen, zal de PPRP meer parlementsleden kopen dan ooit tevoren. Laten we niet vergeten dat ze al een zorgvuldig geselecteerde, niet-gekozen senaat hebben die hen op hun wenken bediend”.

Van de virale Thaise hashtag ‘Het was meel’, de beruchte uitdrukking die de vice-minister gebruikte in zijn verdediging tegen zijn veroordeling voor heroïne-smokkel, tot talloze spin-offs van bekende uitdrukkingen, gingen Thais naar sociale media om hun verontwaardiging en spot over hun rechtssysteem te uiten. “Dus nu kunnen allerlei soorten criminelen, moordenaars en verkrachters, veroordeeld door buitenlandse rechtbanken, zich kandidaat stellen voor een openbaar ambt in Thailand. Misdaden gepleegd buiten het moederland zijn vrijgesteld, tellen niet mee in het Thaise rijk van justitie. Alle criminelen, welkom in Amazing Thailand! #ThaiJustice bij uitstek!” tweette @Thai_Talk, een Thaise sociale en politieke commentator. Nieuwe tweet- en FB-sites als @Thisruptdotco beginnen dagelijks met een “brutaal eerlijke mening en heerlijke analyse over wat er in Thailand gebeurt”. Zo grapte Thisrupt “Wat gebeurt in Australië, blijft in Australië”. De situatie belachelijk maken is echter ook een onderdeel van het aanvaarden van de hopeloosheid in het land, waar tegen de machtigen niets kan worden gedaan.

‘Speelgoed’ voor militairen

De militaire machtsovername van 2014 maakte de grondwet van 2007 ongeldig, die wetgevend toezicht op het Thaise defensiebeleid had ingesteld. Als gevolg hiervan heeft het maatschappelijk middenveld een beperkte mogelijkheid om het debat te beïnvloeden of informatie in te winnen over de defensiebegroting of aanbestedingsbeslissingen. Hoewel pre-coup-instellingen zoals de National Anti-Corruption Commission (NAAC) nog steeds op een quasi-legale manier bestaan, suggereert het volgend voorbeeld over de ‘toys for the boys’ dat hun bevoegdheid om corruptiekwesties te onderzoeken minimaal is.

Transparency International’s Government Defence Anticorruption index plaatst Thailand in Band E, dat is de “zeer hoge” risicocategorie voor corruptie in de defensie- en veiligheidssector. Sinds de staatsgreep is er geen onafhankelijke controle van het defensiebeleid door de wetgever geweest, een gebrek aan budgettransparantie en ontoereikende institutionele maatregelen met betrekking tot de meeste aspecten van de aanbestedingscyclus. Officieel is het defensiebudget de laatste jaren lichtjes gedaald tengevolge van de pandemie. Met 7,5 procent is het nog steeds bijna dubbel zoveel als de 4 procent van het BBP voor onderwijs.

Civiel toezicht op het defensiebeleid en de begroting dient dringend hersteld, maar zal onder de huidige (militaire) regering wellicht niet gebeuren. De saga over de aankoop van Chinese duikboten is een goed voorbeeld. Terwijl de overleden koning Bhumibol reeds in 2007 zo’n aankoop in vraag stelde — de koning merkte in zijn verjaardagstoespraak op dat de boten ongeschikt waren omdat de Golf van Thailand te ondiep en modderig is om in te opereren –, is de Thaise navy altijd blijven argumenteren dat ze absoluut nodig zijn voor de verdediging van het land. Dus werd de beslissing doorgedrukt. Vice-premier en Minister van Defensie Prawit Wongsuwon reageerde op de publieke kritiek met de opmerking dat “de mensen het niet hoeven te weten”. Dit leidde tot grote verontwaardiging. Zelfs trouwe aanhangers van het regime zetten vraagtekens bij de stille beslissing om een S26T-onderzeeër van 13,5 miljard baht Yuan-klasse te kopen. In het bredere plan zal de marine drie onderzeeërs van de Yuan-klasse kopen, die in totaal 36 miljard baht kosten in termijnen over 11 jaar.

Hoewel er tal van voorbeelden zijn van Thaise militaire eenheden of individuen die betrokken zijn bij of medeplichtig zijn aan de georganiseerde misdaad, is er geen concreet bewijs dat suggereert dat de regering of het leger dit verband als een ernstig probleem zien of actief werken om het te verlichten. Er is uitgebreid bewijs van de betrokkenheid van het leger bij criminele netwerken die verband houden met prostitutie, mensenhandel, illegale casino’s en drugs. Thailand is een belangrijk doorvoerland, met name in de methamfetaminehandel afkomstig van productielocaties in de regio van de Gouden Driehoek. Militaire en paramilitaire officieren zijn individueel betrokken, zowel op hogere als lagere niveaus. Er zijn aanwijzingen dat ze illegaal ‘beschermingsgeld’ krijgen om ervoor te zorgen dat illegale maffia-operaties kunnen doorgaan. Het aanpakken van dit probleem is moeilijk, aangezien degenen die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van de wet ook betrokken kunnen zijn bij de illegale activiteiten.

Het in de media breed uitsmeren van de arrestatie van enkele ‘puu noi’ (kleine vissen), terwijl de ‘puu yai’ (grote vissen) buiten schot blijven, is een veelgebruikte methode om de ‘schijn’ (face) op te houden en alles bij het oude te laten.

(Visited 487 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 502 Times, 1 Visit today

Over Jan Servaes

Jan Servaes (PhD) was UNESCO-leerstoelhouder voor 'Communicatie voor duurzame sociale verandering' aan de Universiteit van Massachusetts, VSA. Hij heeft internationale communicatie en communicatie voor sociale verandering gedoceerd in Australië, België, China, Hong Kong, de Verenigde Staten, Nederland en Thailand, naast verschillende opdrachten aan ongeveer 120 universiteiten in 55 landen. Hij staat bekend om zijn ‘multipliciteitsparadigma’ in ‘Communication for Development. One World, Multiple Cultures ” (1999).
Servaes was hoofdredacteur van het Elsevier-tijdschrift "Telematics and Informatics: An Interdisciplinary Journal on the Social Impacts of New Technologies." Hij is de hoofdredacteur van het 'Handbook of Communication for Development and Social Change' (2020) en co-editor van de Palgrave Handbook of Sustainable Development and International Communication (2021)