Noord-Koreaanse kernproefneming

Het is een schande dat de Noord-Koreaanse leiders opnieuw naar het kernwapen grijpen terwijl algemeen wordt aangenomen dat het land te arm is om de bevolking veralgemeende ontplooiingskansen te bieden. Pyongyang bevestigt hierbij zijn lidmaatschap van de illegale club van kernwapenstaten: de vijf wereldleiders (USA, Rusland, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en China) op kop met de vier anderen kernwapenstaten India, Pakistan, Israël en Noord-Korea.

Het Non Proliferatie Verdrag van 1970 is duidelijk: er mogen geen nieuwe kernwapenstaten bijkomen en de bestaande (de 5 permanente leden van de VN Veiligheidsraad) engageren zich verdragrechterlijk om hun kernwapenarsenaal volledig te ontmantelen. Het is een regelrechte kaakslag voor elke wereldburger dat zowat 40 jaar later hier nog niets van in huis is gekomen. President Obama kondigde nu wel aan dat hij naar totale wereldwijde kernontwapening streeft. Doet hoop leven?

We verwachten van onze politieke leiders intussen dat ze concrete stappen zetten in dit aangekondigde ontwapeningsproces te beginnen met het weghalen van alle kernwapens van het grondgebied van niet-kernwapenstaten: België, Nederland, Duitsland, Italië, Turkije. Verontwaardiging en dreigementen uit de hoek van de huidige wereldleiders en hun vrienden is een mooi staaltje hypocrisie. Wie met een sigaret in de mond een algemeen rookverbod afkondigt mist elke geloofwaardigheid.

De reactie van de VN-Veiligheidsraad met sancties en controle van de aan- en uitvoertransporten is dus niet de goede weg om tot oplossingen te komen. Het zeslandenoverleg moet onmiddellijk weer op gang worden getrokken, en daar moet een gepast antwoord worden gevonden voor de rechtmatige veiligheidsbelangen van Noord-Korea.

We brengen u nu een artikel van John Feffer van het Amerikaanse Foreign Policy in Focus. Hij was de slotspreker op de Vredesconferentie van 2008.

(Georges Spriet)

Koreaanse tragedies

John Feffer, 29 mei 2009

Op 25 mei 2009 kwam het Koreaans schiereiland in de schijnwerpers van het wereldnieuws. Noord-Korea hield zijn tweede kernproefneming en in Zuid-Korea pleegde de voormalige president Roh Moo-Hyun zelfmoord na aanhoudende beschuldigingen van corruptie. Roh was voorstander van de sunshine-politiek waarbij de relaties tussen Noord- en Zuid-Korea zouden moeten genormaliseerd worden, of zelfs leiden tot hereniging van de twee Korea’s. Deze intern Koreaanse détente die in de jaren 1990 werd opgestart door president Kim Dae Jung is wellicht door beide voorvallen in meer dan serieuze moeilijkheden gebracht.

Achteraf bekeken waren beide ‘schokken’ perfect voorspelbaar. Noord-Korea was bijzonder boos over de VN veroordeling die volgde op zijn raketlancering van de maand april. Pyongyang kondigde toen aan dat het deze stap zou beantwoorden met nieuwe nucleaire ontwikkelingen. In 2006 meenden heel wat wetenschappers dat de eerste nucleaire proefneming een mislukking was. Noord-Korea wilde alle twijfels wegnemen. Wellicht zit er ook een binnenlands politieke bedoeling achter om de eigen bevolking te tonen dat Noord-Korea dan wel misschien niet rijk is, maar dan toch sterk.

Deze proefneming bevat ook een drievoudige boodschap aan de Verenigde Staten, Zuid-Korea en Japan: sluit ons niet uit, spel ons niet te les en tracht niet de meester over ons te spelen. Inderdaad tot nog toe was Noord-Korea niet het centrum van Obama’s aandacht. Een kernproefneming moet dan dienen om Noord-Korea bovenaan het werklijstje van het Witte Huis te plaatsen. Aan Peking lijken de Noord-Koreanen te willen zeggen dat ze hun eigen belangen hebben en een eigen beleid willen voeren, dat ze niet altijd hun ‘grote broer’ nodig hebben. Trouwens de relaties tussen beiden zijn niet zo nauw als het propagandabeeld van ‘lippen en tanden’, maar kunnen wellicht beter omschreven worden als een verwantschap van ‘lippen en voeten’.

De boodschap aan Zuid-Korea is eigenlijk bijzonder scherp. De vijandige retoriek vanwege Pyongyang lijkt op die van een afgewezen minnaar. De huidige conservatieve Zuid-Koreaanse regering van Lee Myung-bak die vorig jaar werd verkozen, heeft nagelaten op de inter-Koreaanse akkoorden die zijn voorgangers hadden gesloten na te leven. In de plaats daarvan volgde Lee zijn eigen visie op deze inter-Koreaanse verhoudingen. Wat ook het positieve moge zijn in dit plan – de verhoging van de Noord-Koreaanse inkomsten per capita tot 3000 dollar is zeker een lovenswaardige doelstelling – het kwam niet tegemoet aan de duidelijke verwachtingen van de Noord-Koreaanse regering. Seoels nieuwe mensenrechten-agenda deed de haren in Pyongyang ten berge rijzen.

De successen van de inter-Koreaanse samenwerking blijven uit. Vergeet het toeristisch project dat de Zuiderlingen naar het noorden deed reizen. Vergeet ook de uitbreiding van de economische samenwerking. Het Kaesong Industrieel Complex dat door Noord-Koreaanse arbeiders met Zuid-Koreaans geld werd gebouwd, zit in een doodlopend straatje.

Verbetering zit er niet in. Zuid-Korea kondigde zijn betrokkenheid aan in het Proliferation Security Initiative (PSI), een instelling uit de Bush-tijd om de spreiding tegen te gaan van massavernietigingswapens en onderdelen ervan. Dat viel in het Noorden niet in goede aarde. Mocht het Zuiden proberen een Noord-Koreaans schip tegen te houden dan volgen er zeker represailles van Puongyang. Voor twee landen die een lange geschiedenis hebben van clashes rond territoriale wateren is dit zeker geen holle dreiging.

Noord-Korea annuleerde ook het wapenstilstandsakkoord dat een einde bracht aan de gevechten van de Koreaanse oorlog (maar technisch gezien niet aan de oorlog zelf). En alhoewel de beide Korea’s – en ook het Pentagon – inzien dat een aanval zelfmoord betekent, kan een oorlog om de meest irrationele reden in gang schieten. Ingaan op Pyongyang’s agressieve retoriek en provocaties vergroten alleen maar de mogelijkheid van een niet gewilde escalatie.

Dit brengt ons opnieuw bij Roh Moo-Hyun. De vroegere Zuid-Koreaanse leiders gaf zichzelf het aureool een eerlijk politicus te zijn. De onthullingen dat zijn familie steekpenningen had aangenomen zorgde voor wanhoop bij deze eerbare man. Zijn zelfmoord heeft alles met dit corruptieonderzoek te maken. Maar het samenvallen van zijn dood met de virtuele ineenstorting van de inter-Koreaanse relaties, maken deze zelfmoord tot een soort grafrede voor de Zuid-Koreaanse engagementen ten opzichte van zijn noordelijke buur. Hoewel Roh’s beleid een breuk inhield met de progressieve trend in de Zuid-Koreaanse politiek van voorheen – het zenden van troepen naar Irak, de onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord met de Verenigde Staten, het doorduwen van verhoogde militaire uitgaven – blijft hij een boegbeeld van de progressieve ‘vrede en vooruitgang’ benadering van Noord-Korea. Nu Roh zich gezelfmoord heeft, lijkt de inter-Koreaanse vrede en vooruitgang met hem mee te verdwijnen.

Het is echter nog niet te laat om weg te stappen van de rand van de kloof. Gelijkaardige situaties hebben zich in het verleden voorgedaan. De eerste nucleaire crisis van 1994, de controverse over de ondergrondse sit van Kumchang-ri in 1998 (‘onthullingen’ dat Noord-Korea een ondergrondse nucleaire reactor aan het bouwen was bleken vals te zijn, nvdr), de problemen met het kaderakkoord in 2003, en de eerste kernproefneming van Noord-Korea in 2006. Deze crisissen konden we via onderhandelingen oplossen. Dat moet nu ook kunnen. De Obama-regering moet daarvoor een hoge gezant sturen om de bal aan het rollen te krijgen. Dat zou de beste manier zijn om de erfenis van Roh Moo-Hyun te honoreren, en de hereniging van het schiereiland weer op de sporen te zetten.

(Uitpers, nr. 111, 10de jg., juli-augustus 2009)

John Feffer is the co-director of the Foreign Policy In Focus project at the Institute for Policy Studies.

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 68 Times, 1 Visit today