Nigeria, land van de immer brandende gasfakkels

De Nigerdelta in Nigeria, een olierijk, overbevolkt etnisch lappendeken in de verstikkende wurggreep van oliemultinationals en een gelaagdheid van machtsverstrengeling. Sinds 9/11 wint Nigeria dankzij de olie in de delta aan geopolitiek belang, maar slechts ten koste van een hoge menselijke tol. Ondanks de enorme potentiële rijkdom wordt de regio verscheurd door bloedvergieten allerhande: losgeslagen gewapende groeperingen, buitengerechtelijke executies, religieuze spanningen … en bovenal corruptie in elke laag van de Nigeriaanse samenleving.

“Lord take my soul, but the struggle continues.” († Ken Saro-Wiwa)

Continentgigant

“Arise O compatriots, Nigeria’s call obey”, de roep van het Nigeriaanse volkslied wenkt zijn landgenoten trots. Sta op broeders, geef acht aan de roep van je vaderland, wees er voor Nigeria. De Nigerianen staan bekend als een fier volk van dappere krijgers die nooit bang zijn en voor niets terugdeinzen. Nigeriaanse soldaten zijn dan ook veelgevraagde blauwhelmen bij VN-missies. De naam is een samenstelling van Niger en area: het gebied rond de Niger, de belangrijkste rivier van het land. Doorkruis Nigeria en je komt langs een sprookjesachtige natuur met mangrove, kust, savanne, grassteppe, tropisch regenwoud en bergen tot 2500 meter hoog. Bovendien kent Nigeria met zijn olierijke Nigerdelta een enorme grondstoffenweelde. Met een slordige twee miljoen vaten per dag staat het in de olie-exporttoptien wereldwijd. Alles is er eigenlijk aanwezig om van het land een succesverhaal te maken, om als potentiële economische continentgigant de broodnodige voortrekkersrol op zich te nemen waar men in Afrika, het vergeten werelddeel, zo naar snakt. Nigeria wordt zelfs prominent naar voren geschoven als permanent vertegenwoordigend Afrikaans lid bij een eventuele uitbreiding van de VN-Veiligheidsraad.

Die verlichte zijde van de Nigeriaanse medaillon heeft echter een donkere achterkant. Het contrast met het dagelijkse leven van de man in de straat is groot. De roep van het volkslied valt meer en meer in dovemansoren. Patriottisme opwekken is moeilijk in een land waar wantoestanden jegens de bevolking aan de orde van de dag zijn. Etnische, culturele en religieuze verschillen en zelfs verschillende rechtssystemen … de geschiedenis leert ons dat in Nigeria alles aanwezig is om interne twisten aan te wakkeren. Overgiet het geheel met een flinke geut sweet crude (ruwe aardolie) en je bekomt een negatieve spiralatoire cocktail van geweld in een gecorrumpeerd systeem, waarin geen plaats is voor wettelijke dissidentie. Vrijheidsstrijders als Adaka Boro en Ken Saro-Wiwa leven voort in de geesten van de burgerbevolking van de delta, maar ze vormen tegelijk een schrikwekkende reflectie van de onmacht van de modale Nigeriaan.

De Nigeriaanse Factor

Ondanks de miljarden aan oliedollars teistert grote armoede het overbevolkte Nigeria, met zijn 140 miljoen inwoners. 70 procent van de bevolking verdient minder dan één dollar per dag. Toch laat de gemiddelde Nigeriaan zich niet kennen, al is het veelal roeien met de riemen die ze hebben. Journalist en historicus Gerbert van der Aa begaf zich voor zijn boek Nigeriaanse toestanden maandenlang tussen het Nigeriaanse volk, onder meer in de Nigerdelta: “Volgens een studie van de universiteit van Michigan zijn de Nigerianen de gelukkigste mensen ter wereld. Dat lijkt me eerlijk gezegd wat overdreven, maar ze zijn volgens mij wel gelukkiger dan wij in het Westen denken.” In dergelijke omstandigheden is het leven een strijd en moet je vaak improviseren, de regels wat buigen. Veel Nigerianen komen slechts rond dankzij wat de Nigerianen zelf ‘the Nigerian factor’ noemen. Met de Nigeriaanse factor doelt men op de extra, ‘illegale’ inkomsten waarop men zich moet beroepen om in zijn primaire behoeften te voorzien. Als je inkomen ontoereikend is om te overleven, is de Nigeriaanse factor hoe je de broodnodige rest invult. Het is een soort financiële stimulans in onmogelijke omstandigheden, maar het is ook het geloof dat alles mogelijk is. Waar een wil is, is een weg. Door de gebrekkige voorzieningen: elektriciteit, drinkwater, transport … is de Nigeriaanse factor de enige manier om te overleven in een land doordrenkt van corruptie. Daar gelden andere standaarden. ‘Wij Nigerianen doen het op onze manier. We nemen het leven zoals het komt.’ Volgens van der Aa is dat zowat ‘the African way’: “In de meeste Afrikaanse landen is het niet anders. Het is niet typisch Nigeriaans. Nigerianen accepteren wel dat het nu eenmaal zo gaat, hoewel ze er graag op kankeren.” Ondanks de machteloosheid proberen de Nigerianen een manier te vinden om door te gaan. Trop is echter te veel en onrecht heeft vanzelfsprekend een tolerantiegrens. Dergelijke grootschalige uitbuiting ontaardt vroeg of laat in een ontvlambare, onhoudbare situatie van hardnekkig verzet, hoe hard ook de repressie. Toen Ogonivolksheld Ken Saro-Wiwa in 1995 van de gevangenis naar de galg geleid werd, sprak hij gezien de situatie anno 2009 profetische woorden: “You can only kill the messengers, you cannot kill the message.”

Overvloedsparadox

De ‘paradox of plenty’ verwijst naar het paradoxale fenomeen dat landen en regio’s die over een overvloed aan grondstoffen als olie en mineralen beschikken vaak een minder sterke economische groei kennen dan landen zonder grondstoffenweelde. Die overvloedsparadox is op Nigeria zeker van toepassing en heeft meerdere oorzaken, slecht overheidsbeleid en onstabiele of corrupte instellingen op kop. De economieën van die landen gaan bovendien door verwaarlozing van andere sectoren zoals landbouw en visserij bijna volledig afhangen van de olie-industrie. Meer dan 80 procent van het Nigeriaanse BNP is op olie-inkomsten gebaseerd. Die olieafhankelijkheid leidt tot een disproportionele fiscale petrodollarverslaving. De petroleumbloei creëert tevens de illusie van mooie vooruitzichten, maar destabiliseert veelal regimes en verzwakt het beleid door uit de hand gelopen oliebelangen. Bij ons betaalt het volk belastingen aan de overheid en in ruil eisen we een efficiënt en verantwoord beleid. Die ruilsituatie zorgt voor een bepaalde relatie tussen burger en overheid die in landen als Nigeria, waar grondstoffen de economie domineren, ontbreekt. Daar hoeven de leiders door de garanties van de grondstoffeninkomsten dat belastingssysteem niet te hanteren, waardoor ze veel minder rekening hoeven te houden met het volk. Zij die profiteren van de grondstoffenweelde zien een efficiënte betrokkenheid van de burger zelfs veelal als een bedreiging van hun privileges. Als de burgers in opstand komen, verkiezen de leiders dan ook het geld van de grondstoffen te gebruiken om gewapende troepen in te huren en de opstanden manu militari af te stoppen boven het geld investeren ten gunste van de massa.

In Nigeria vond Shell-BP in 1956 als eerste olie in de Nigerdelta. In 1958 werd Nigeria een olieproducerend land. Na 1960 verkregen ook andere buitenlandse bedrijven exploitatierechten. In 1970 schoot de internationale olieprijs de hoogte in en kon Nigeria de vruchten van de olieboom plukken. In 1971 sloot het aan bij de OPEC en al in de jaren 1960 produceerde Nigeria twee miljoen vaten per dag. Ondanks de enorme grondstoffenweelde kan men gezien het onrecht en de armoede anno 2009 echter gerust van een grondstoffenvloek spreken. Ondanks de miljarden petrodollars is er meer armoede dan vóór de petroleumboom. De ‘oil boom’ ervaren velen dan ook als een ‘oil doom’.

Nieuwe Golfregio

9/11 heeft de wereld in veel opzichten veranderd. Een vooralsnog blijvende constante is echter de olieverslaving van het Westen en in het bijzonder van de VS. Nigeria had met de aanslagen op het WTC in 2001 niet rechtstreeks iets te maken, maar het komt sindsdien wel meer en meer in de onrechtstreekse gevolgenmaalstroom terecht. De relatie tussen de VS en bepaalde Midden-Oostenlanden liep op 11 september 2001 een vertrouwensbreuk op. De acties van de Bush-regering na 9/11, met als verlengstuk de oorlogen in Irak en Afghanistan, hebben het anti-VS-gevoel in de Midden-Oostenregio een enorme boost gegeven. Om die twee redenen willen de VS voor hun olie minder afhankelijk worden van het Midden-Oosten. Nigeria wint daardoor als niet-Midden-Oostenland en massaexporteur en -producent van petroleum enorm aan geopolitiek en geostrategisch belang. Olie en oliebelangen zijn in Nigeria onlosmakelijk verbonden met de Nigerdelta, de kreken en meanders van de Niger, die uitmondt in de Golf van Guinee. De Golf van Guinee, met als ‘oliehoofdstad’ Port Harcourt, is als het ware de nieuwe Golfregio. Het is een van de grootste delta’s ter wereld en het is met zijn 30 miljoen inwoners en meer dan 30 stammen enorm dichtbevolkt. Iedereen wil er zijn graantje meepikken van het zwarte goud, maar de regering en de buitenlandse oliebedrijven hebben zowat een monopolie op de winsten. Zoals een hoge diplomatieke bron die anoniem wenst te blijven het verwoordt: “De grote gebouwen staan in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja in het noorden. De mensen in de delta in het zuiden zien de kleur van het geld niet.” De delta wordt geteisterd door extreme armoede, wijdverspreide werkloosheid, sociaal onrecht allerhande en er zijn amper ziekenhuizen, scholen, elektriciteit en drinkwater. Het is het klassieke verhaal van de elitaire kliek regeringsleiders en multinationals die een land in haar macht heeft. Aan de stijging van geopolitiek belang en de grondstoffenweelde hangt een prijskaartje met een zeer hoge menselijke tol.

Affakkelen

Van het moment dat Shell-BP in de Nigerdelta olie ontdekte, werd de delta probleemgebied nummer een in Nigeria. Tal van multinationals als Shell, BP, Chevron, Mobil en Texaco pompen er olie uit de grond en via boorplatformen uit het water. Shell is met voorsprong de grootste en het langst aanwezig, wat Shell er hoe langer hoe meer persona non grata maakt. Het volk leeft er in de erbarmelijkste omstandigheden, woont er in barakken en hutten in gebreke van levensnoodzakelijke voorzieningen als drinkwater en elektriciteit en ziet miljarden dollars in de zakken van buitenlandse grootkapitaalbezitters en corrupte overheidsambtenaren verdwijnen. Bovendien vervuilen olielekken, te wijten aan aanslagen en verouderde pijpleidingen, de kreken en brengen ze de fauna en flora in de delta ernstige schade toe. Een bijkomende reden tot verzet is dan ook milieuvervuiling, met als krachtigste visueel publicrelationsmiddel de indrukwekkende, immer brandende gasfakkels van de oliebronnen, die dag en nacht in de delta opflakkeren. ‘Gas flaring’ of affakkelen is het verbranden van het vele gas dat vrijkomt bij het oppompen van olie. Via een pijp laten oliemaatschappijen het weglopen om het in brand te steken, volgens het principe van een gasfornuis. Er zijn twee manieren om van het gas af te geraken: affakkelen en opvangen, waarna men het kan afvoeren. Bedrijven verkiezen affakkelen omdat opvangen en afvoeren duur is. Desondanks doen ze het meer en meer, Shell heeft er in Nigeria veel in geïnvesteerd. Als men het niet affakkelt of opvangt kan het exploderen. De bevolking in de delta ligt er echter niet wakker van volgens Gerbert van der Aa: “Het volk maalt niet echt om de gasfakkels. Vooral westerse milieuactivisten doen er moeilijk over omdat er veel CO2 bij vrijkomt.” De Nigeriaanse overheid en onder andere Shell hadden volgens onze diplomatieke bron vruchteloos 2008 vooropgesteld als ultimatum voor affakkelen: “De overheid heeft al meerdere deadlines gesteld voor de gasfakkels, maar tot nog toe zonder resultaat.” Vooralsnog blijft het volk onderdrukt en deelt het niet in de oliewinsten van de bronnen op zijn grondgebied. De opstandigheid wordt echter met de dag bitsiger.

Golven van protest

Het protest tegen de oliebedrijven en het overheidsbeleid is reeds decennialang gaande. Al in de jaren 1960 nam legerofficier Adaka Boro (Ijawbevolkingsgroep) het op tegen de regeringstroepen om de mensen van de delta hun aandeel in de grondstoffenopbrengsten te verzekeren. Op 23 februari 1966 riep Boro met zijn Niger Delta Volunteer Force (DVS) de Niger Delta Peoples Republic (NDPR) uit. De onafhankelijke republiek hield twaalf dagen stand, maar werd daarna overrompeld door het federale leger, dat veel meer vuurkracht had. Boro kwam in de gevangenis terecht wegens verraad, maar kreeg amnestie bij het uitbreken van de burgeroorlog in 1967. Hij vocht als majoor mee met het leger en stierf in 1968 in Rivers State in mysterieuze omstandigheden nadat ze de Nigerdelta bevrijdden van de Biafraanse troepen. Na de dood van Boro overstemden de opeenvolgende militaire regimes de verwachtingen en de roep van de bevrijders van de delta, tot dichter Ken Saro-Wiwa (Ogonibevolkingsgroep) in 1990 de Movement for the Survival of the Ogini People (MOSOP) oprichtte. Saro-Wiwa ruilde Boro’s geweer voor de kracht van de pen en onder het motto ‘Vrijheid, vrede en gerechtigheid’ begon een periode van geweldloos verzet, voornamelijk tegen Shell, Chevron en de militaire regering van generaal Abacha. Het Abacharegime zette Saro-Wiwa meermaals achter tralies en in 1995 werden hij en acht medestanders voor dubieuze beschuldigingen opgehangen. De onmenselijke daad veroorzaakte een golf van verontwaardiging en protest door de internationale gemeenschap. Het Gemenebest der Naties schorste Nigeria en Shell en Nigeriaanse ambassades werden aangevallen in Amerika en Europa. In 1998 herleefde met de Ijaw Youth Counsel (IYC) het grondstoffennationalisme. Onder Asari Dokubo, die zichzelf als de spirituele opvolger van Adaka Boro ziet, probeerde de groepering met het Niger Delta People Volunteer Force (NDPVF, ten tijde van Adaka Boro was dat DVS) die eis in te willigen via guerrillatactieken. Na zijn arrestatie en opsluiting voor verraad in 2005 kwamen andere groeperingen sterker op de voorgrond. In 2007 lieten de nieuwe president Yar’Adua en zijn regering Asari vrij op borgtocht in een nieuwe vredespoging voor de delta. De situatie escaleert tot op heden echter voort en meer en meer jongeren vervoegen door een gebrek aan voorspoedige alternatieven het kluwen van gewapende bendes in de delta. Momenteel is de voornaamste daarvan MEND: Movement for the Emancipation of the Niger Delta.

Jomo Gbomo

Door het amalgaam van zwaargewapende groeperingen, bestaande uit rebellerende verzetsbewegingen tegen politiek en sociaal onrecht, ordinaire criminele bendes en corrupte regeringstroepen, is de Nigerdelta erg gevaarlijk terrein verworden. Hun gezamenlijke arsenaal bestaat uit ontvoeringen van oliemedewerkers en rijken, pijpleidingen bombarderen, soldaten vermoorden, buitengerechtelijke executies, martelingen, drugstrafiek … en vooral bunkering: illegaal olie aftappen, wat in de delta met haar ruim 3500 petroleuminstallaties relatief makkelijk is. Gerbert van der Aa trok vorig jaar door het gebied: “Het is ginder momenteel een erg criminele toestand. Bendes steken olieleidingen lek en verkopen de olie aan handelaren uit het buitenland die met grote tankers voor de kust liggen. Iedereen met geld loopt er ook een grote kans ontvoerd te worden voor losgeld.” Inmiddels zijn heel wat gewapende groeperingen opgestaan die zonder morele voorwaarden of motieven de lucratieve situatie trachten uit te buiten. Ze handelen niet voor het profijt van de mensen in de delta, maar verschuilen zich wel achter het mom van de ‘bevrijding van de delta’. Volgens Gerbert van der Aa heeft het volk wel begrip voor groeperingen als MEND: “De mensen begrijpen de boosheid. Zeer weinig oliegeld komt immers bij de boeren en de vissers in de delta terecht. Langs de andere kant is het geweld natuurlijk erg vervelend.” MEND is zwaarder gewapend en beter uitgerust dan vroegere bewegingen. Het heeft verklaard een olie-oorlog te beginnen in de Nigerdelta, met als doelwitten pijpleidingen en productiefaciliteiten en de regeringssoldaten die ze beschermen: “Via gewapend verzet willen we de onderdrukte mensen van de Nigerdelta emanciperen. Ze lijden al 50 jaar onder de ergste vormen van uitbuiting. MEND wil ervoor zorgen dat de overheid echt federalisme uitoefent, waarbij de mensen recht hebben op een groot deel van de grondtoffenwinsten en belastingen betalen aan de centrale regering.” Een van de stokpaardjes van MEND op het terrein is de mobiele gewapende raid met een speedbood. Door de aanslagen op de installaties en het bunkeren van vijftig- à honderdduizend vaten per dag gaat een aanzienlijk deel van de oliewinning verloren, wat een nefaste invloed heeft op de olieproductie en zelfs op de internationale olieprijs. Als ze dat willen, kunnen de rebellen heel het land platleggen volgens sommigen, waaronder MEND zelf: “Door het kwetsbare pijpleidingensysteem en de makkelijk bereikbare oliefaciliteiten te water kunnen wij een volledige oliestop afdwingen, al is dat ons laatste redmiddel.” Jomo Gbomo wordt veelal als de leider van MEND en tevens als het alias van de activist Henry Okah gezien, die de Nigeriaanse overheid in februari 2008 arresteerde. MEND verklaart ons in een e-mail echter het volgende: “Jomo Gbomo is geen persoon, maar een departement. Jomo Gbomo staat voor middelen en communicatie.” Haar commandostructuur wil MEND niet prijsgeven, maar wel haar inkomstendelving: “We investeren onze winsten van legale zaken in de strijd en de overheid en oliebedrijven betalen ons

beschermingsgeld.” MEND en andere groeperingen doen meer dan ooit hun zin in de delta en het land kreunt bovendien onder verschillende bloedige etnische en religieuze conflicten. Sinds 1999 is Nigeria officieel een democratische natie met dito verkiezingen, maar volgens mensenrechtenorganisaties en ngo’s in zowel Nigeria zelf, Europa als Amerika voldeden de verkiezingen van 1999, 2003 en 2007 geenszins aan de standaarden daarvoor. Elke nieuwe regering belooft beterschap, maar de uitzichtloze status quo blijft keer op keer behouden. Er is geen verbetering, de beloftes worden niet nagekomen, de gewapende groeperingen en de misdaadorganisaties nemen hand over hand toe, de armoede en de corruptie nemen niet af en ondanks de gestelde deadlines blijven de gasfakkels in de delta immer branden … maar brandt ergens in Nigeria ook de fakkel van de hoop? Is er nog hoop voor de Nigerdelta?

(Uitpers, nr. 110, 10de jg., juni 2009)

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 62 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook