Nieuwerwetse technologie??n: vloek of zegen?


In onze Westerse contreien stemt de snelheid waarmee grensverleggende wetenschappelijke doorbraken zich aandienen ons niet langer tot nadenken. Weinigen onderkennen namelijk de ware draagwijdte van recente ontwikkelingen niet alleen in de genetica, maar evenzeer in relatief nieuwe (én vrij onbekende) vakgebieden zoals de nanoelektronica, nanochemie, nanogeneeskunde en robotica. Veel sterker nog dan het geval was voor de scheikunde, natuurkunde en kernenergie in de voorbije eeuw, zullen deze nieuwe evoluties hun stempel drukken op het leven in de 21e eeuw.

Genetici beweren dat de landbouw betere oogsten zal voortbrengen met minder gebruik van pesticiden en herbiciden. Gentherapie moet ons bevrijden van de meest diverse ziektes. Verder zouden kloningstechnieken binnen afzienbare tijd de menselijke reproductie kunnen perfectioneren. Robotica-pioniers dromen hardop van quasi-onsterfelijke ‘menselijke’ wezens door het inplanten van allerlei robotica-componenten. Parallel hiermee stelt men tegen het jaar 2030 de bouw van intelligente robots voorop (zie The age of spiritual machines, R. Kurzweil). Met de nanotechnologie staat ??? éénmaal de manipulatie van materie op atomaire (nano)schaal geoptimaliseerd is ??? een utopische wereld voor de deur waarin moleculaire assemblers het milieu zullen reinigen en goedkope supercomputers evenals high-tech geneesmiddelen zullen produceren (zie The nanotechnology revolution en Engines of creation, E. Drexler). Gezamenlijke toepassing van deze technologieën lijkt in staat om de gemiddelde levensduur substantieel te verlengen, evenals de kwaliteit van het leven aanzienlijk te verbeteren.


De keerzijde van deze medaille zet evenwel een domper op de feestvreugde. Genetisch gemanipuleerde organismen, intelligente robots en nanobots hebben één eigenschap gemeen: allen zijn zij intrinsiek in staat om zich ???voort te planten???. Ongecontroleerde zelfvermenigvuldiging kan onomkeerbare schade teweegbrengen. Een controversiële publicatie in New Scientist (4/12/99) illustreerde de rampzalige gevolgen van de introductie van een genetisch gemanipuleerde vissoort, die zichzelf razendsnel voortplantte ten koste van de natuurlijke soortgenoten. Ook al klinkt het als je reinste science fiction, gelijkaardige scenario’s zijn in de robotica en de nanotechnologie evenmin uit te sluiten. Zo kunnen bv. sommige assemblers aan elke controle ontsnappen en zich ongelimiteerd vermenigvuldigen met nefaste gevolgen (d.i. het zgn. ‘gray goo problem’). Bovendien ligt voor de eerste keer in de geschiedenis het misbruik van technologie in het bereik van individuen of kleine groepen. Dit staat in schril contrast met de nucleaire, biologische en chemische massavernietigingswapens van de 20e eeuw, die peperdure materialen, zeldzame grondstoffen, complexe uitrustingen en toegang tot sterk bewaakte informatie vereis(t)en. De ontwikkeling van zulke wapens voor militaire doeleinden was logischerwijs alleen haalbaar in overheidslaboratoria. De nieuwe technologieën hebben daarentegen vooral commerciële oogmerken en worden bijna exclusief ontwikkeld door privé-ondernemingen. Te midden van de roes van grote winsten en prestige, schieten vele wetenschappers/ingenieurs schromelijk te kort bij het incalculeren van de consequenties van sommige risicovolle uitvindingen.


Is dit dan een pleidooi tegen de wetenschap ??? een postmoderne vorm van ‘ludditisme’? Geenszins! Wij zijn de mening toegedaan dat technologie meer dan ooit onontbeerlijk is in de zoektocht naar duurzame oplossingen voor de talrijke problemen die de mensheid boven het hoofd dreigen te groeien. Technologie kan evenwel niet losgekoppeld worden van de economische en politiek-maatschappelijke context. Het is frappant met welke hardnekkigheid de ???believers??? van revolutionaire technologieën het debat proberen te polariseren tussen moderne, rationele voorstanders enerzijds en irrationele, onwetende tegenstanders anderzijds.


Deze ideologische vervuiling vinden we, bij wijze van voorbeeld, eveneens terug in het recent uit zijn voegen gebarsten debat over klonen. Zo schreef J. Braekman in het aprilnummer van het NWT: “Genetische manipulatie roept spookbeelden op die zich niet laten verdrijven door nuchtere analyse, informatieverstrekking en verder wetenschappelijk onderzoek.” Braekman suggereert dat geen enkel zinvol argument kan worden aangevoerd tegen klonen: “Het is opvallend dat zovelen zich probleemloos aan genetisch reductionisme kunnen bezondigen, wanneer het erom gaat bezwaren te uiten tegen klonen. [???] De doemdenkers (sic) over het klonen van menselijke personen doen vooral foute voorspellingen en worden door velen geloofd.” Het is correct dat biologische argumenten tegen klonen niet overtuigend zijn. De natuur kloont zelf ook. Zo kunnen ééneiige tweelingen als (natuurlijke) klonen van elkaar beschouwd worden. Dat zulke tweelingen niet volledig identiek zijn, heeft alles te maken met het verschil tussen de genetische aanleg (genotype) van een individu en zijn/haar uiterlijke verschijningsvorm (fenotype), die bepaald wordt door de complexe interacties tussen genotype en milieufactoren zoals voeding, lucht, sociocultureel klimaat??? Onze bezwaren tegen klonen zijn m.a.w. geenszins gebaseerd op ‘genetisch reductionisme’, maar moeten veeleer gezien worden in het perspectief van de fundamentele sociale risico’s die klonen met zich meebrengt in de huidige wereldorde van ontoelaatbare sociale en economische ongelijkheid. Het verdedigen van klonen ??? zoals Braekman in het NWT ??? impliceert vandaag de dag een offensief tegen de humanistische waarden. De Amerikaanse professor Fukuyama gaat daarin nog een stap verder door zonder blikken of blozen de ideologie van de ‘posthumaniteit’ te proclameren. Na eerst het einde van de geschiedenis afgekondigd te hebben, verklaart hij nu doodleuk de oorlog aan het humanisme!


Wat er ook van zij, de nieuwste ontwikkelingen in de genetica, robotica en nanotechnologie dwingen de mensheid tot reflectie over wat zij met de toekomst van de menselijke soort voor ogen heeft. Te midden van deze baanbrekende evoluties is het evident dat het humanisme zich eveneens zal moeten hervormen. P. Viveret schetste het zeer kernachtig in Le Monde Diplomatique van februari 2000: “Een nieuw humanisme moet nadenken over de dynamische spanningen tussen individu en gemeenschap, tussen kritische rede en gezond verstand, tussen transformatie van de natuur en respect voor de biosfeer, tussen technologische vooruitgang en waakzaamheid t.a.v. potentiële destructieve effecten.” Nu het besef langzaam begint door te dringen dat mensen niet met gelijke kansen starten (ook niet op biologisch vlak), moet men resoluut de democratische controle over de economie en de technologie opeisen, mét respect voor de culturele diversiteit en het ecologische draagvlak (cfr. Seattle). Vandaar dat het debat over de wenselijkheid van bepaalde wetenschappelijke ontwikkelingen de introductie van de daaruit voortvloeiende technologie dient vooraf te gaan. Dat was hoegenaamd niet het geval bij de toepassing van genetische manipulatie in de landbouw. Toen kwam het debat pas echt op gang ná de grootschalige commercialisering van meer dan 50 verschillende genetisch gemanipuleerde soorten. Te laat dus! In het geval van klonen, nanotechnologie en robotica is het bijna vijf voor twaalf. Behoort het daarom niet tot de taak van alle kritische burgers om potentieel misbruik van die wetenschappelijke kennis te verhinderen? Om niet opnieuw de rattenvanger achterna te hollen!

Peter Tom Jones is Burg. Ir. Milieukunde, doctoraal onderzoeker aan de KULeuven

Bart Naessens is Burg. Ir. Scheikunde, doctoraal onderzoeker aan de VUB


Over

Lees ook