Nieuwe wet voor de Belgische wapenhandel: een maat voor niets

In augustus 2002 bracht FN een perscommuniqué uit waarin de wapenmaker uit Herstal triomfantelijk aankondigde een belangrijke bestelling te hebben binnengerijfd van een nieuwe klant. Ze kon echter niet zeggen wie deze nieuwe bestemmeling was, aangezien er een clausule in het contract zou staan, waar geheimhouding wordt in afgesproken.

Na enige opschudding blijkt het om een levering van machinegeweren aan Nepal te gaan. En de exportvergunning werd op een ministerraad in juli (wat niet wettelijk nodig is) besproken. Vlaamse Sociaal-democraten en Groenen hebben hun goedkeuring gegeven. Minister Aelvoet neemt enkele weken later ontslag omdat ze het een en ander niet met haar geweten (en het partijprogramma) kon in overeenstemming brengen. Maar geen nood, de Groenen beschikken over genoeg ministeriabele parlementsleden…

Wapens voor Nepal

Voor derdewereldorganisaties en de vredesbeweging is het duidelijk: deze levering vormt een flagrante schending van de Belgische wapenwet en de Europese gedragscode. Het perscommuniqué laat geen twijfel bestaan over onze inschatting. We citeren.

Artikel 4 van de wapenwet van 5 augustus 1991 verbiedt uitdrukkelijk de toekenning van een uitvoer- of doorvoervergunning indien deze “strijdig zou zijn met de externe belangen van België of met de internationale doelstellingen die België nastreeft en meer in het bijzonder zou bijdragen tot een klaarblijkelijke schending van de rechten van de mens.” 
De wet verwerpt eveneens de aanvraag “wanneer het land van bestemming: 
-het hoofd moet bieden aan zware interne spanningen die van aard zijn om te leiden tot een gewapend conflict;
-in een burgeroorlog is verwikkeld;
-onder een regering staat die terreurdaden of de drughandel steunt of zich daartoe leent;
-bewezen heeft de clausule van niet-wederuitvoer niet na te leven.”
De Europese gedragscode rond wapenexport van 8 juni 1998, verbiedt eveneens de levering van wapens aan landen waar een duidelijk risico bestaat dat deze wapens gebruikt kunnen worden voor interne repressie, kunnen bijdagen aan het veroorzaken van gewapende conflicten of het verlengen van bestaande spanningen. Bovendien verplicht criterium 8, punt 3 de lidstaat die een wapenlevering wil uitvoeren nadat een andere lidstaat dit reeds weigerde, om deze lidstaat te consulteren.
Volgens de rapporten van de Europese Commissie, het Internationaal Comité voor het Rode Kruis en Amnesty International is er in Nepal sprake van een grootschalig gewapend conflict tussen de Nepalese regering en de Maoïstische rebellen, dat reeds aan 4700 mensen het leven kostte. Beide partijen in het conflict begaan daarbij grove schendingen van de mensenrechten. 
We verwachten daarom dat de regering, partijvoorzitters en de parlementsleden hun democratische verantwoordelijkheid opnemen en de toepassing van artikel 4 van de Belgische wapenwet en de naleving van de Europese gedragscode eisen. De schendingen van de mensenrechten en het bloedige conflict in Nepal zijn voldoende ernstig om de exportvergunning op basis van de bestaande wetgeving in te trekken. De Duitse Veiligheidsraad heeft om die reden de exportvergunning voor Nepal reeds geweigerd.

Einde citaat.

Raad van State

Zoals we ook in Vrede nr. 358 meldden, werd er naar de Raad van State gegaan, om de opheffing te verkrijgen van de vergunning tot levering die, volgens ons, in strijd is met de wet. Helaas blijkt het nog maar ’s hoe moeilijk het is voor een gewone sterveling om enige invloed te hebben op wat ons land doet op internationaal vlak, zelf als onze regering haar eigen wet overtreedt.

Nadat de klachten van Nepalese vluchtelingen in België, en van de vredesorganisaties als dusdanig, niet werden aanvaard omdat de indieners geen “belang” bij de zaak konden aantonen, gebeurde hetzelfde voor de Nepalese mensenrechtenactivist Ghopal Siwatoki. Wat de rechter verklaarde komt erop neer dat deze wapenlevering niet per se de veiligheid van Ghopal zou verslechten, aangezien hij nu toch al geviseerd werd. Begrijpe wie begrijpen kan. Misschien moet hij eerst neergeschoten worden vooraleer enig verband of ‘belang’ kan worden aangetoond?

Er werd dus helemaal geen uitspraak ten gronde gedaan, en er kwam dus geen antwoord op onze argumentatie dat de wet werd overtreden. Het zij tussen haakjes nog even opgemerkt dat onze Nederlandstalige grief door een Franstalige kamer van de Raad van State werd behandeld. Waarom is ons, of onze advocaat, nooit duidelijk gemaakt. Zijn we paranoïde als we hier politiek gemanoeuvreer achter vermoeden?

Nieuwe wet

Tengevolge het politieke gewoel rond de leveringen naar Nepal werd door Groenen en Sociaal-democraten bedongen dat de wet van 1991 zou worden gewijzigd. Hoofdbedoeling is de integratie van de 8 punten van de Europese Gedragscode. Voor België wordt op die manier de vrijblijvende afspraak tussen de EU-lidstaten omgevormd tot wettelijke verplichting. Op zich is het een oude eis van de vredesbeweging om deze gedragscode bindend te maken. Alleen vinden we niet dat ze de nationale wet, indien die strenger is, zou moeten vervangen. En dat is natuurlijk nu wel gebeurd, volgens onze inschatting.

Alvorens concreet in te gaan op een en ander, toch even aandacht voor de redenering om deze stap te ondernemen. De hoofdreden om de wet van 1991 te wijzigen is dat ze niet toepasbaar zou zijn, hoor je bij de parlementsleden. Het klopt dat de commentaar van de vredesbeweging op de jaarverslagen van de wapenexporten steevast betrekking had op de niet-toepassing van de wet. Zo klaagden we geregeld de wapenleveringen naar Turkije aan terwijl het land in oorlog was met het Koerdische volk. Zo klaagden we leveringen aan Indonesië aan terwijl het Oost-Timor gewapenderhand bezet hield en de eigen bevolking met zware repressie onder de knoet hield. Zo klaagden we de wapenexporten naar Israël aan terwijl het land tegen alle VN-resoluties in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever bezet houdt. Zo klaagden we leveringen naar Mexico aan omdat ze de militarisering van bepaalde gebieden waar sociale onrust heerste, hielpen bewerkstelligen. Om maar deze voorbeelden te noemen. Het hoofdprobleem van de wapenwet was dus eigenlijk alleen maar dat ze niet werd toegepast.

De wet van 1991 is in onze ogen perfect toe te passen, maar dan moeten we natuurlijk durven tegen de belangen ingaan van de wapenproducenten in dit land, en tevens durven ingaan tegen het beleid van bepaalde ‘bondgenoten’. En dat is natuurlijk een te grote vraag voor dit handeldrijvend landje.

Om dat probleem op te lossen wordt de wet gewijzigd. De finaliteit van de verandering is dus de toepasbaarheid (makkelijker) mogelijk te maken. En dus moet er een uitweg worden gevonden voor de cruciale struikelstenen, zeg maar onze diepere noden: commercie veilig stellen, en bondgenoten te vriend houden. De sleutel voor de oplossing wordt geleverd door de volgende paragraaf in de nieuwe wet “Art. 4. Elke aanvraag tot het verkrijgen van een uitvoer- of doorvoervergunning wordt verworpen indien (….): 4° er voldoende aanwijzingen bestaan dat in het land van bestemming a) (…) b) de uitvoer gewapende conflicten uitlokt of verlengt, bestaande spanningen of conflicten in het land van eindbestemming verergert of in geval van burgeroorlog in het betrokken land. Hierbij dient zorgvuldig te worden nagegaan wat de aard is van de spanningen, het conflict of burgeroorlog en de verantwoordelijkheden ervoor zodat voldoende steun kan worden verleend aan democratische regimes wiens bestaan bedreigd wordt (…)”. Deze nieuwe wet geeft aldus de wettelijke ruimte om de redenering van Turkije te volgen dat het geweld een antwoord was op de acties van de ‘Koerdische terroristen’. Of om te stellen dat de wapenleveringen aan Nepal de ‘prille democratie’ aldaar moesten beschermen.

Eigenaardig genoeg willen we die prille democratie met de wapens redden. Over politieke initiatieven om die ‘prille democratie’ te ondersteunen of die ‘terroristen’ te bestrijden wordt er niet gesproken. Bovendien zal het uiteraard de minister zijn of zijn gezanten die “zorgvuldig zullen nagaan wat de aard van de spanningen” is. Biedt het missierapport over Nepal ons hier enig licht voor de toekomstige praktijk? Dat rapport kunnen we niet inkijken, maar naar verluidt is de stelling: de wapens helpen de democratie (en de koning?) tegen de maoïstische aanvallers. Heeft men daar grondig nagegaan wie er verantwoordelijk is voor de burgeroorlog?

U voelt het met uw ellebogen, beste lezer, totnogtoe heeft men ons niet echt kunnen overtuigen.

Nieuw

Eerlijkheidshalve moet ik hier toch ook de positieve kanten van de nieuwe wet aanstippen, die verder gaan dan de Europese gedragscode. Helaas wegen ze niet op tegen de hierboven beschreven ‘vrije interpretatie’ die de minister krijgt aangeboden.

Er werden enkele nieuwe criteria toegevoegd die moeten beantwoord zijn, wil een transactie naar een land door kunnen gaan. Eerst en vooral is er een weigering als in het land van bestemming de “uitvoer bijdraagt tot een klaarblijkelijke schending van de mensenrechten, er een duidelijk risico bestaat dat de beoogde uitvoer gebruikt wordt voor binnenlandse onderdrukking of waar vast staat dat kindsoldaten ingezet worden in het geregeld leger.” De kindsoldaten is een Belgische toevoeging. Verder leggen de verdedigers van deze nieuwe wet extra nadruk op een bepaald criterium van de EU-code: “(…) wordt er rekening gehouden met de technische en economische capaciteit van het ontvangende land, de legitieme behoeften van een land inzake veiligheid en defensie en de wenselijkheid deze te voldoen met zo gering mogelijke aanwending van menselijk en economisch potentieel voor bewapening”. Ook zal men strenger nagaan of de gekende bestemmeling ook wel inderdaad de eindgebruiker is van de wapens. Dirk Van der Maelen zegt hierover: “Door strengere administratieve procedures; door onze diplomatieke vertegenwoordigers te activeren én door de minister de mogelijkheid te geven een monitoring-team ter plekke te sturen om de situatie te onderzoeken”. Bovendien slaan deze beperkingen niet enkel op wapens als dusdanig, maar op “materieel voor militair gebruik, ordehandhaving, tweeërlei gebruik en hun componenten”. Hier had toch nog wel ‘detentie’ mogen bijstaan, maar het is positief om een uitbreiding naar ‘gewoner’ repressiematerieel dan wapens te maken.

Er komt ook een zesmaandelijks vertrouwelijk verslag aan het parlement. Dat is beter dan twaalfmaandelijks. Maar hier blijft toch de kritiek meer dan overeind, dat een parlementslid z’n taak van controle onvoldoende uit kan oefenen als hij of zij niet effectief weet welk wapen naar welk land is gegaan. Men blijft de rapportering volgens ‘categorieën’ organiseren. Hier heeft de industrie dus duidelijk voet bij stuk kunnen houden door te schermen met de beveiliging van de concurrentiepositie. De nieuwe tekst zegt inderdaad: “Er zal over gewaakt worden dat er geen informatie zal worden medegedeeld waardoor de ondernemingen schade wordt berokkend”. Misschien zal dit argument inderdaad omzeild kunnen worden als alle landen van de EU-lidstaten zullen kunnen verplicht worden op dezelfde manier aan rapportering te doen…

De industrie haalde nog een ander punt binnen: “Waar dat passend is mag rekening worden gehouden met het effect op de economische, sociale, commerciële en industriële belangen van België”, maar dit wordt toch wel enigszins in evenwicht gehouden door de onmiddellijke toevoeging van “zonder dat deze factoren van invloed mogen zijn op de toepassing van de in voorgaande paragrafen vermelde criteria”.

Besluit

“Vrede” en “Forum voor Vredesactie” zijn duidelijk niet tevreden met deze nieuwe wet. Het hoofdprobleem was voor ons dat de wet niet werd toegepast, en dat er te weinig doorzichtigheid is om te kunnen controleren. We kregen met dit wetsvoorstel geen antwoord op onze bekommernissen.We vrezen ook dat met deze fase er ook een (stilzwijgend?) akkoord is ingegaan dat de eerstkomende tijd er geen nieuwe pogingen meer zullen ondernomen worden om de wet te verstrengen. Dit is de tweede wijziging van de wet van 1991. De vorige was een klein jaartje geleden toen er – op voorstel van Spa-er Dirk Vandermaelen – een strengere bestraffing kwam van illegale wapenhandelaren. Kennelijk wordt door de actieve parlementsleden op dit terrein, de strategie ingevoerd om alles op regelgeving in de Europese Unie te zetten. Of de krachtsverhoudingen daar gunstiger liggen dan op nationaal vlak zal nog moeten bewezen worden.

 

De 8 criteria van de EU-gedragscode

  1. naleving van de internationale verbintenissen
  2. eerbiediging van de rechten van mens
  3. interne situatie
  4. handhaving van vrede, veiligheid en stabiliteit in de regio
  5. nationale veiligheid van de lidstaten, of bevriende landen en bondgenoten
  6. houding tegenover terrorisme, de aard van z’n bondgenoten, eerbiediging internationaal recht
  7. gevaar voor interne ontduiking of ongewenst opnieuw uitvoeren
  8. compatibiliteit van de wapenuitvoer met de technische en economische capaciteit van het ontvangende land

(Uitpers, nr 37, 4de jg., januari 2003)

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 48 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook