Nieuwe Libanese regering staat voor heel wat obstakels

Libanon heeft eindelijk een nieuwe regering. Daarmee zijn de problemen nog niet van de baan. De invloed van regionale machten, de sektarische rivaliteiten en de discussie over de wapens van Hezbollah zijn potentiële obstakels die een echte stabiliteit in Libanon in de weg staan.

Vijf maand na de verkiezingen heeft Libanon eindelijk een nieuwe regering. Dat liep niet van een leien dakje. Zo was er eerst en vooral een topbijeenkomst tussen Syrië en Saudi-Arabië nodig die de plooien tussen beide rivaliserende machten moest gladstrijken. In wat misschien een iets te simpele voorstelling van zaken is, geldt Syrië als de steunpilaar voor de oppositie die zich enkele jaren terug heeft verenigd in de ‘8-Maart-beweging’ en Saoedi-Arabië als die van de ‘14-Maart-beweging’ die de meerderheid heeft in het nieuw verkozen parlement (1). Typisch Libanon. Sinds de Franse kolonisator het als kunstmatige creatie weggeweekte uit het Ottomaanse Groot-Syrië is het land speelveld van verschillende buitenlandse machten. Het ontlokte Druzenleider Walid Jumblatt de cynische opmerking: “Zo’n vreemd land. Om een regering te hebben moet er eerst een Syrisch-Saoedisch akkoord komen en een Iraans-Turkse dialoog.” (2)

De regeringsvorming volgt na vijf jaar politieke polarisatie en komt er op een ogenblik dat het land met een ernstige economische crisis kampt. Bijna een kwart van de Libanese families is getroffen door armoede en 8 procent leeft in extreme armoede. Hoewel het land relatief gespaard bleef van de financiële crisis is de inkomenskloof zeer groot en zorgt de regelmatig terugkerende politieke impasse ook voor een onzeker economisch klimaat.

De nieuwe eenheidsregering telt dertig ministers, waarvan 15 voor de meerderheid (’14 Maart’ met 71 zetels), 10 voor de oppositie (‘8 Maart’ met 57 zetels)’ en 5 aangeduid door president Michel Suleiman. Deze laatste vijf zijn verdeeld over de belangrijkste sektarische politieke groepen (een sjiiet, een soenniet, een maroniet, een orthodox en een katholiek). De 15+10+5 formule moet de scheidsrechterfunctie van de Libanese president enigszins herstellen. Maar of er daarmee nu een periode van politieke stabiliteit aanbreekt is nog maar de vraag.

De meerderheid is in de weken na de verkiezingen alvast verdeeld geraakt. Midden augustus kondigde Walid Jumblatt van de Druzische Progressieve Socialistische Partij (PSP) zijn vertrek aan uit de 14-Maart-coalitie die daardoor haar meerderheid – nog 61 zetels blijven over – eigenlijk verloor. Jumblatt zich toonde zich bijzonder kritisch voor de christelijke fractie van 14 Maart, die hij ‘isolationistisch rechts’ noemde. De PSP beschikt over 10 zetels in het 128 leden tellende parlement. Hoewel Jumblatt voortaan stelt dat hij zich voortaan noch tot 8 Maart, noch tot 14 Maart rekent, blijft hij naar eigen zeggen de principes van deze laatste coalitie verdedigen. 14 Maart stond voor de terugtrekking van de Syrische troepen uit Libanon, de oprichting van een internationaal tribunaal over de moord op voormalig premier Hariri en de ontwapening van Hezbollah.

Dat het vormen van een regering zo lang aansleepte had niet alleen met de invloed van buitenlandse machten te maken, maar evenzeer met interne rivaliteiten, vooral aan christelijke zijde. Na de aanstelling van de regering kwam er een tweede barst in het 14 Maart front. De Falangisten (Kataeb), die een minister in de regering hebben, trokken zich terug uit de eerste kabinetsbijeenkomst, en gaven zo uiting aan hun ontevredenheid over de ‘gebrekkige vertegenwoordiging’ van hun partij in de regering. Kataeb haalde vijf zetels in de juni-verkiezingen.

Aan de andere kant lijkt de nieuwe premier, Saad Hariri (van de soennitische Toekomstbeweging, onderdeel van 14 Maart), zelf meer toenadering te zoeken tot de oppositie wat ook tot spanningen leidt bij de rechtschristelijke partijen van de meerderheid. Zo lijkt Hariri zijn verzet tegen de wapens van Hezbollah af te zwakken. “Ik heb altijd geloofd dat de Soennieten niet echt tegen het verzet zijn”, liet hij zich onlangs ontvallen. Het is nog wachten op de beleidsverklaring die er wettelijk binnen de dertig dagen na de regeringsvorming moet komen, maar de kwestie van de Hezbollah-wapens blijft bijzonder delicaat. Volgens de Libanese krant The Daily Star (26 november) stuurt Hariri aan op een akkoord over de wapens door dezelfde clausule op te nemen als die van het vorige kabinet, terwijl – in een poging om de rechtse christenen binnen zijn meerderheid gerust te paaien – het tegelijk zou vermelden dat de Christelijke 14 Maart fractie daar voorbehoud op maakt. De Falangisten argumenteren dat het arsenaal van Hezbollah het staatsgezag ondermijnt en in strijd is met VN-resoluties. Hezbollah daarentegen stelt een veto over elk debat dat handelt over haar wapens onder het argument van de nationale veiligheid. De wapens zijn nodig om het land te verdedigen tegen elke toekomstige agressie van Israël. De parlementaire voorzitter van de Sjiietische Amal-partij (lid van 8 Maart) sluit zich bij dat standpunt aan en benadrukte dat de wapens van Hezbollah aan alle Libanezen toebehoren “en hun bestaan verbonden is met de terugtrekking van Israël van het hele Libanese grondgebied”( Israël houdt nog steeds de Shebaa farms bezet, een gebied van ongeveer 22 km²). De bewuste clausule van het vorig regeerakkoord stelt dat het “het recht is van het Libanese volk, leger en verzet om de shebaa farms, de Kfar Shuba bergen en het noordelijke deel van het dorpje Ghajar te bevrijden, alsook om Libanon en de territoriale wateren te verdedigen tegen elke vijand met alle beschikbare en legale middelen”.

Daarbovenop lijkt de anti-Syrische opstelling van Hariri ook te verminderen. Syrië is al een tijdje op zoek naar betere relaties met Frankrijk en zoekt toenadering met Washington wat ook gevolgen heeft voor de binnenlandse politieke verhoudingen (3). Het is de algemene verwachting dat Hariri gauw een bezoek zal brengen aan Damascus, wat het begin van een dooi in de tot nog toe kille relaties zou inluiden tussen de Toekomstpartij – die Syrië altijd heeft beschuldigd de hand te hebben in de aanslag op vader Hariri – en Syrië. En dat betekent dan weer een toenadering met de oppositie van 8 Maart en moeilijkere relaties binnen 14 Maart.

Een andere uitdaging voor de stabiliteit van de regering is het weerhouden van een ander akkoord uit de vorige legislatuur, namelijk de afgedwongen afspraak dat de oppositie in de eenheidsregering een vetorecht heeft over belangrijke beslissingen (4). Dat veto gaat in bij 1/3 + 1 van de kabinetsstemmen. In de praktijk betekent dit alle stemmen van de oppositie + een stem uit de groep van vijf onafhankelijken die door de president in het kabinet zijn geplaatst. En deze heeft er voor gezorgd dat er minstens een sjiiet, dus potentieel oppositie, kan meestemmen om het veto effectief te maken.

En zo zijn er nog wel wat uitdagingen. Zo spon er zich een lange discussie af rond de post van minister van Telecommunicatie. Het gaat niet alleen om een economisch belangrijk departement dat een enorme bron van inkomsten vertegenwoordigt, maar ook om een zeer strategisch departement omdat het succes van het verzet van Hezbollah staat of valt met wie de controle heeft over het telecommunicatienetwerk. Hezbollah wil absoluut vermijden dat dit ministerschap in handen valt van de intelligentiediensten van Hariri of zijn bondgenoten van 14 Maart. De leider van de Christelijke Vrije Patriottische Beweging (8-Maart-oppositie), Michel Aoun, legde alvast een hardnekkige claim op dat departement en haalde de buit uiteindelijk binnen. Hij en zijn rechtstreekse bondgenoten (verenigd binnen ‘Verandering en Hervorming’) bezetten 5 kabinetszetels. De andere oppositiepartijen, Amal en Hezbollah hebben er respectievelijk 3 en 2.

(Uitpers nr. 115, 11de jg., december 2009)   

 

Noot:

(1) Zie ook Uitpers nr 110 – https://www.uitpers.be/artikel_view.php?id=2387 en Uitpers nr 102 – https://www.uitpers.be/artikel_view.php?id=2126

(2) Abdel-Latif, Omayma. Lebanon’s new test. In: Al-Ahram, 12-18 november 2009

(3) Zie Uitpers nr 113 – https://www.uitpers.be/artikel_view.php?id=2480

(4) Zie Uitpers nr 99 – https://www.uitpers.be/artikel_view.php?id=2042

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 87 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook