Nieuw Iraans parlement wordt conservatiever

Vrijdag 21 februari kunnen de Iraniërs een nieuw parlement kiezen. Het resultaat staat op voorhand vast: het wordt nog conservatiever, en nog anti-Amerikaanser. Niet te verwonderen, omdat er een screening van de kandidaten op hun islamitisch gehalte bestaat door de Raad van Bewakers, een 12-koppig college van islamitische geestelijken en juristen. Dit jaar is dat bijzonder streng opgetreden wegens de enorme economische, politieke en militaire druk waaraan de Islamitische Republiek bloot staat vanwege het Westen. Vele hervormingsgezinden werden zo van de verkiezingslijsten geweerd.
De huidige president, Hassan Rohani, is een hervormer die ervan droomde Iran uit zijn internationaal isolement te halen door in de zomer van 2015 een nucleaire deal te sluiten met de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad (China, Engeland, Frankrijk, Rusland en de Vernigde Staten) plus Duitsland. Tevens gaf hij de Iraniërs hoop op een betere toekomst. Onder het akkoord zou Iran zijn nucleair programma grotendeels stopzetten en zijn voorraden verrijkt uranium afbouwen. In ruil zouden de westerse landen al hun sancties tegen Iran opheffen.
Rohani moest er hard voor knokken tegen alle radicalen in het islamitisch bewind zoals de Revolutionaire Wachters en een deel van de clerus. Maar alhoewel de opperste geestelijke leider, ayatollah Ali Khamenei, meermaals kritiek leverde op de onderhandelingen, gaf hij uiteindelijk Rohani de kans om toch door te gaan.

Akkoord, maar geen uitvoering ervan

Rohani kreeg zijn akkoord – maar niet de uitvoering ervan. Het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA), zoals het akkoord officieel heet, werd wel ondertekend, maar al van het begin af aan niet nageleefd door de westerse landen. De Amerikaanse president Barack Obama vond altijd wel een voorwendsel om bepaalde sancties van kracht te laten blijven. Donald Trump liet al tijdens zijn presidentiële campagne weten dat het een slechte overeenkomst was, die hij zou opzeggen.
De bondgenoten van Washington deden aanvankelijk pogingen hun deel van het akkoord te houden. Vele landen, waaronder ook België, stuurden handelsmissies naar Iran om daar met vliegtuigen, auto’s enz. te gaan leuren. En de Iraniërs wilden maar al te graag de vloot van hun burgerluchtvaart vernieuwen. Ze hadden eerder de Amerikanen al aangesproken met het aanbod voor miljarden dollar Boeings te kopen. Ook het Airbusconcern werd een gelijkaardig voorstel gedaan. Maar Washington wilde daar niets van weten en dreigde zijn bondgenoten met sancties als ze vliegtuigen zouden willen leveren aan Iran.
Toen Trump zich in mei 2018 uiteindelijk uit het akkoord terugtrok en decreteerde dat de Europeanen zich ook aan de Amerikaanse sancties moesten houden, was er kortstondig Europees protest. Federica Mogherini, tot oktober vorig jaar Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie, dreigde er zelfs mee sancties te treffen tegen Europese bedrijven die de Amerikaanse sancties zouden opvolgen. Toen het ene na het andere Europese bedrijf zich terugtrok uit Iran uit vrees voor hoge Amerikaanse boetes, zweeg ze in alle talen.
Het was de Europeanen ook verboden de Amerikaanse dollar te gebruiken bij handel met Iran. Met het argument dat het een Amerikaanse munt was en het gebruik ervan niet vrij was maar onderworpen aan toestemming van Washington. Er werd dus maar maandenlang gepalaverd over een systeem via hetwelk Iran zou kunnen betalen en betaald worden. Maar het toepassingsgebied werd in de loop van de besprekingen systematisch al maar meer beperkt. Zo zou het alleen van toepassing zijn op voedsel en andere humanitaire hulp. Er is uiteindelijk nooit iets van gekomen. En Iran bleef volledig in de kou staan. Niettemin eisten de Europeanen dat Teheran zich aan het nucleaire akkoord zou houden. Ze sloten zich ook aan bij de eis van Trump voor onderhandelingen over een nieuw akkoord dat veel verder zou gaan dat het nucleaire. Iran zou onder meer geen raketten meer mogen ontwikkelen, zou zijn soldaten en milities uit Libanon, Syrië, Irak, Jemen enz. moeten terugtrekken.
Kortom, Iran bleef volledig in de kou staan en heeft nu af te rekenen met een zware economische recessie en verarming van de bevolking. Met als gevolg dat de getroffen Iraniërs meermaals hun toevlucht tot protest en straatgeweld hebben genomen. Protesten die de belaagde regering met harde hand heeft onderdrukt.

Gewapende speldeprikken

Tegelijkertijd begonnen de westerse landen met het steunen van gewapend verzet van allerlei oppositiegroepen van minderheden zoals de Koerden en de Baloetsji’s. De regering in Teheran sloeg hard terug en voerde in 2011-2012 een ware oorlog tegen de “Partij voor een Vrij Leven in Koerdistan” (PJAK), waarvan de manschappen getraind en bewapend werden door Israël en de Verenigde Staten. Dit ondanks het feit dat PJAK op de Amerikaanse lijst van terroristische organisaties terechtkwam omdat ze behoort tot de familie van de Turks-Koerdische “Koerdische Arbeidersartij” (PKK). De Iraanse tegenoffensieven hebben die groepen gedecimeerd.
Ook heeft het Westen de Iraanse Volksmoedjaheddin weer van onder het stof gehaald. Die links-islamistische groep speelde in 1979 een grote rol in de islamitische revolutie, maar werd daarna uitgeschakeld door ayatollah Ruhollah Khomeini (1902-1989). De leiders vluchtten eerst naar Frankrijk maar werden tijdens de Iraaks-Iraanse oorlog (1980-1988) naar Irak overgebracht. Daar bleven ze vegeteren in kampen tot de Amerikanen in 2003 het regime van president Saddam Hoessein ten val brachten. Sedertdien waren ze niet meer welkom bij de Irakezen wegens hun steun aan de voormalige Iraakse leider. Uiteindelijk kregen ze een hoofdkwartier in het voor de helft islamitische Albanië, dat sedert 2014 kandidaat-lid is van de Europese Unie. Moeten de moedjaheddin daar bewijzen dat ze nuttig kunnen zijn voor de strijd van de EU tegen Iran?
Ten slotte is het Westen ook direct speldeprikken beginnen geven. Zo gebeurde het in juli vorig jaar dat de Britten in Gibraltar een Iraans tankschip voor zes weken aan de ketting legden onder verdenking dat het schip olie zou gaan leveren in Syrië, iets wat verboden is onder de Europese sancties tegen Syrië… Het ging gewoonweg om een willekeurige kaping om Iran te pesten. De kwestie werd opgelost toen de Iraniërs op hun beurt een schip onder Britse vlag vasthielden onder betichting dat het zich niet aan de veiligheidsvoorschriften in de Perzische Golf had gehouden.
In de Perzische Golf waren er nog verschillende incidenten met schepen, waarvoor Iran met de vinger werd gewezen. Zonder echte bewijzen. Dat gebeurde ook toen in september een raketaanval op olie-installaties in Saoedi-Arabië de olieproductie voor enige tijd voor een groot deel stil legde. De Jemenitische Hoethi-rebellen, die vechten tegen Saoedische troepen in hun land, eisten de verantwoordelijkheid op, maar de zaak is nooit echt uitgeklaard. Merkwaardig want de VS hebben twee belangrijke basissen in Bahrein en Qatar, waarvan kan worden verwacht dat die constant het luchtruim van Saoedi-Arabië in de gaten houden

Geleidelijke afbouw van deal

Als represaille voor de schending van de bestaande overeenkomst is Iran is vorig jaar begonnen met de afbouw in schijven van zijn verplichtingen onder dat akkoord. Zo hervatte het de opwerking van uranium boven de toegelaten limieten, maar laat nog altijd inspecties van het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) toe, al zijn de relaties met de inspecteurs niet meer zo goed als voorheen.
Wel kan worden opgemerkt dat de IAEA totnogtoe onpartijdig is gebleven. Het onderstreepte in zijn rapporten steevast dat Iran zich nauwgezet aan zijn verplichtingen hield, ook al beweerde Trump telkens weer dat Iran nog altijd aan een atoombom aan het werken was. Op termijn kan het daar op uitkomen. Als de westerse landen zich niet aan hun verplichtingen willen houden, zullen de Iraniërs de hunne verder afbouwen. Tot eventueel het punt dat er geen IAEA-inspecteurs nog voet op Iraanse bodem zullen mogen zetten.
Hoge tijd dus dat er weer nuchter wordt gepraat. Maar daar ziet het niet direct naar uit. De Europese landen beschuldigden Iran er halfweg januari voor het eerst formeel van de nucleaire deal te schenden en hebben het in het akkoord voorziene “dispuutmechanisme” in werking gesteld. Dat mechanisme zou eventueel – afhankelijk van wie de zaak toegewezen krijgt – Iran schuldig kunnen verklaren. Wat dan onder het akkoord moet leiden tot het herinstellen van de sancties – een academische zaak want de sancties zijn nooit opgeheven, alleen maar toegenomen in aantal.
Misschien kunnen de klagers ook zichzelf beschuldigen van woordbreuk? Maar het ziet er eerder naar uit dat ze op verdere confrontatie uit zijn en enkel vrede willen nemen met de totale onderwerping van Iran. Dit in de lijn van het plan voor een “Groot-Midden-Oosten”, dat de Amerikaanse president George W. Bush (2001-2009) voor het eerst lanceerde in 2003 nadat hij Irak onder de voet had gelopen. De bedoeling was/is het Midden-Oosten weer volledig onder controle te krijgen via “democratisering” van de regio.
Na Irak, in 2003, was het de bedoeling Syrië aan te vallen, maar dat ging niet door omdat de Irakezen, met Syrische steun, de Amerikanen hevig het vuur aan de schenen legden. In 2011 werd, gebruik makend van de “Arabische lente” kolonel Kadhafi van Libie aangevallen en vermoord om een luis in de pels te elimineren. In datzelfde jaar werden Syrische jihadisten bewapend en ingezet tegen president Bashar al-Assad. Toen die jihadisten aan het verliezen waren in 2012 stuurde het Westen, naar het voorbeeld van wat gebeurde met Al Qaeda in Afghanistan (1979-1989) tien- zelfs honderdduizenden islamitische fanatici uit heel de islamistische wereld naar Syrië. De Russen, die grote belangen hebben in Syrië, staken daar vanaf 2015 een stukje voor en inmiddels zijn de jihadisten uit het grootste deel van Syrië verdreven. Ook Iran staat op het lijstje van te “normaliseren” landen en dus wordt de spanning met dat land systematisch opgedreven, ondanks het fiasco in Syrië.

Visited 13 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).