Nepal, Londen twijfelt. En Brussel?

"Er is geen enkele aanvaardbare militaire oplossing voor dit conflict". Dat is de conclusie van Sir Jeffrey James die in opdracht van de Britse premier Tony Blair een bezoek bracht aan Nepal. Daar is intussen het militair conflict sterk opgelaaid sinds de Maoïsten het bestand met het koninklijk regime op 27 augustus opzegden. Amnesty International maakt zich erg ongerust over het groeiend aantal "verdwijningen" die het werk zijn van het Koninklijk Leger.

Londen twijfelt over zijn houding in het conflict. De Britten leveren wapens aan het Koninklijk Leger en verschaffen opleiding. Maar door de historische banden tussen het Britse militair establishment en Nepal kennen de Britten dat land beter dan de Amerikanen die stilaan van Nepal een van hun prioriteiten maken in de zogenaamde strijd tegen het internationaal terrorisme.

Jeffrey James heeft er zich ter plaatse van vergewist dat het Britse beleid van steun aan het Koninklijk Leger een mislukking is. Blairs gezant had graag de koning gesproken, maar die weigerde hem te ontvangen. Londen verantwoordde die steun met het argument dat het zo beter kon wegen op de politiek van het regime.

Die steun heeft er alleszins niet toe geleid dat de monarchie weer wat democratische spelregels invoert. Integendeel, het parlement blijft ontbonden en van nieuwe verkiezingen is absoluut geen sprake meer – tenzij de voor mei volgend jaar beloofde lokale verkiezingen, een manoeuvre dat alleen door het koningshuis niet wordt weggelachen. De politieke partijen, vooral de Congrespartij en de communistische partij, voelen zich belazerd: onder druk van India, de VS en Groot-Brittannië hebben ze hun eigen campagne tegen de monarchie op een laag pitje gezet, waardoor ze nog minder geloofwaardigheid hebben.

Sinds de slachtpartij van Ramechhap is de Britse twijfel verder sterk toegenomen. Op 17 augustus slachtten militairen van het Koninklijk Leger in dat oostelijk district 21 mensen af, vlak nadat de onderhandelingen tussen het regime en de Maoïsten na drie maanden onderbreking waren hervat. Militairen in burger hadden daar 21 burgers opgepakt en na een mars van drie uur doodgeschoten, zo luidde de conclusie na een onderzoek door de Nepalese commissie voor mensenrechten. Tien dagen later maakten de Maoïsten een einde aan het bestand, ook al omdat het voorstel voor een grondwetgevende vergadering door het regime van tafel was geveegd. Er was niet veel meer om over te praten.

Londen twijfelt, Washington niet. De steun aan de Nepalese strijdkrachten, de gemilitariseerde politie inbegrepen, is de jongste tijd opgedreven. De Amerikanen hebben al een vierde van alle manschappen een speciale opleiding in "terrorismebestrijding" gegeven. De Amerikaanse ambassadeur Michael Malinovsky geneert zich niet om persoonlijk op het terrein de activiteiten van het leger te gaan inspecteren.

Volgens Amnesty International zijn er de jongste maanden talrijke "verdwijningen". Bijna dagelijks komen er oproepen van Amnesty om te wijzen op de "verdwijning" van journalisten, handelaars, studenten, leraars, juristen enz. die door militairen in uniform of in burger worden opgepakt, waarna hun omgeving niets meer over hen hoort. Amnesty klaagt al lang de straffeloosheid aan waarmee militairen mensenrechten kunnen schenden. De legerleider verantwoordelijk voor de mensenrechten heeft onomwonden gezegd dat er geen vervolgingen zullen komen zolang het gewapend conflict voortduurt.

Geweren

Op het terrein wordt er steeds heviger gevochten. Het Koninklijk Leger maakt regelmatig melding van successen en laat dan hopen lijken van opstandelingen zien. Volgens Nepalese kranten gaat het dikwijls om dorpelingen die door de soldaten zijn neergeschoten en wier lijken moeten dienen om de zegebulletins van het leger te vullen.

De Maoïsten zelf kondigen aan dat ze na een fase van ‘strategisch evenwicht’ binnen afzienbare tijd zullen overstappen naar de fase van ‘strategisch offensief’. Volgens hun bulletins maken ze bij elke actie tegen leger en politieposten talrijke wapens buit, waaronder automatische geweren. Misschien ook wel door België geleverde wapens?

In Brussel doet het ministerie van Buitenlandse Zaken intussen alsof zijn neus bloedt, Nepal is nu verder dan ooit van ons bed, zeker nu de wapenuitvoer geregionaliseerd is. Maar wat vindt dat ministerie, wat vindt minister Michel, van de twijfel in Londen? Of van de alarmkreten van Amnesty en van de slachtpartij in Ramechhap waarbij misschien wel Belgische geweren zijn gebruikt?

(Uitpers, nr. 47, 5de jg., november 2003)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 24 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook