Nepal, een “prille democratie”

België moet de Nepalese regering wapens leveren om in dat land de prille democratie te beschermen tegen communisten die gewapenderhand die democratie willen nekken. Dat vormt hét argument waarmee de paarsgroene regering de levering van FN-wapens verantwoordt. Voor minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel liggen de zaken ook eenvoudig: 5.000 gewapende extremisten willen de democratie nekken in een land van 23 miljoen inwoners. We moeten helpen om dat te beletten.

Agalev liet tenminste zien dat het er niet gelukkig mee is, maar bij de Sp.a (met de a van anders) werd eventuele dissidente gesmoord met te wijzen op de naderende verkiezingen. Minister Frank Vandenbroecke verdedigde de levering openlijk, buitenland-specialist Dirk Van der Maelen, meestal toch heel kritisch in die zaken, schudde schuldgevoelens af door zijn afkeer te uiten voor de maoïstische opstandelingen.

In dat soort discussies wordt nauwelijks of niet ingegaan op de aard van het regime in Nepal. Is daar inderdaad sprake van een prille democratie? Of gaat het hier niet veeleer over een pseudo-democratie die enkel dient om de enorme voorrechten van een kleine bovenlaag te verdedigen?

Prille democratie kan wel slaan op het feit dat de autoritaire monarchie pas twaalf jaar geleden, en dan nog na een volksoproer, politieke partijen en verkiezingen toestond. Die monarchie en de heersende oligarchie vonden altijd al dat onderwijs op zichzelf bijzonder gevaarlijk was, want het kon bij de mensen gevaarlijke politieke ideeën doen rijpen. Dat verklaart meteen waarom de meeste Nepalezen analfabeet zijn.

Er was wel even een democratisering geweest in 1960, maar na anderhalf jaar maakte de koning een einde aan dat experiment. Toen dertig jaar later massaÆs mensen de straat opgingen om democratisering te eisen, trachtte de monarchie die opstand in het bloed te smoren – er vielen vijfhonderd doden – maar ze moest tenslotte toch iets toegeven. Politieke partijen mochten voortaan en er kwam een parlement.

Het politieke leven werd beheerst door twee grote groepen: de Nepali Congress Party en de communisten. De Congrespartij wordt zelf gedomineerd door enkele clans die de belangen verdedigen van de hogere (hindoe-) kasten die het grootste deel van de grond en van de rest van de economische rijkdom bezitten. Die partij is overwegend voor nauwe betrekkingen met India dat zich graag opwerpt als "beschermer" van Nepal tegen die andere Aziatische grootmacht, China.

De "prille democratie" bracht in haar twaalfjarig bestaan bitter weinig hervormingen tot stand. De koning kreeg minder macht, maar op maatschappelijk vlak bleef alles bij het oude. Bovenop de bestaande uitbuiting kwam de enorme corruptie van de nieuwe politieke elite, meestal behorend tot de hogere hindoekasten, die zich de voorbije twaalf jaar sterk verrijkte. Veel Nepalezen verloren in enkele jaren alle illusies in de democratisering.

De meeste communistische leiders bleven mikken op nieuwe krachtsverhoudingen via de stembus, maar het uitblijven van tastbare resultaten leidde tot scheuringen. In 1994 hielden verscheidene communisten, onder wie een groep parlementsleden, het reformisme voor bekeken, zij zagen alleen nog heil in MaoÆs langdurige volksoorlog waarbij de strijd op het platteland de steden zou omsingelen. In februari 1996 lanceerde de maoïstische communistische partij û CPN(M) – in het westen van het land haar eerste militaire operaties.

De Filippijnse maoïsten hadden veel eerder, in 1969, een ælangdurige volksoorlogÆ gelanceerd. Het feit dat de leiding ervan in de jaren 1980 het politieke werk in de steden te veel negeerde, leidde er tot verzwakking, spanningen en scheuringen. Blijkbaar hechten de Nepalese maoïsten, wier leiders uit de hogere stedelijke kasten komen, meer belang aan het werk in de steden, zij hebben hun inplanting in de dorpen gekoppeld aan een intens politiek werk in de vallei van Kathmandu waar het ongenoegen over het uitblijven van tastbare maatschappelijke hervormingen even groot is als op het platteland.

Inplanting

Want de inplanting van de æMaobadisÆ, de maoïsten, kan moeilijk worden ontkend. Ze zijn actief aanwezig in 73 van de 75 regioÆs, stevig ingeplant met æjanasarkarÆ ("volksbesturen") in 30 van de 75. In een derde van het grondgebied heeft de Nepalese staat geen vertegenwoordiging meer.

De opeenvolgende stakingsoproepen in de vallei van Kathmandu worden telkens massaal opgevolgd û uit schrik, zeggen regeringskringen. Maar in een vallei waar leger en politie massaal hun toevlucht nemen tot willekeurige arrestaties, mishandelingen, folteringen en moorden, zou men eerder kunnen zeggen "ondanks de schrik voor het regime". Die inplanting hebben de maoïsten zeker niet te danken aan steun van buitenuit. Op China moeten ze niet rekenen, alleen de maoïstische naxalieten uit India steken eventueel een handje toe, maar dan wel û gezien hun eigen beperkte middelen û in zeer bescheiden mate.

Het regime in Kathmandu is pril, maar alleszins broos. De slachtpartij van 1 juni 2001 in het koninklijk paleis heeft de monarchie, symbool van de uitbuiting, natuurlijk geen goed gedaan. De toen vermoorde koning Birendra was eerder geneigd om met de maoïsten te onderhandelen en weigerde het leger û bijna 50.000 manschappen – in te zetten. Zijn opvolger, broer Gyanendra, is daarentegen voorstander van de zeer harde aanpak en zette het leger, waarvan hij het hoofd is, wel in. Gyanendra vreest dat de regering niet opgewassen is tegen de guerrilla. Hij wacht op de gelegenheid om weer alle macht naar de monarchie toe te trekken met het argument dat de instellingen van de democratie de opstand niet meester kunnen.

De regering van Sher Bahadur Deuba, dezelfde die wapens bestelt in Duitsland en België, heeft dat leger eind vorig jaar de vrije hand gegeven door het uitroepen van de noodtoestand. Ook na het intrekken ervan blijft het leger dezelfde extra bevoegdheden behouden. Daardoor kunnen de militairen ongestraft razziaÆs houden, willekeurig mensen oppakken, met gevechtshelikopters dorpen bestoken, gevangenen folteren of doodgewoon doen "verdwijnen". "Wegens de ernst van de toestand zal het leger zijn acties tegen de terroristen voortzetten, ook zonder noodtoestand", zei de minister van Defensie Madan Prasad Aryal eind augustus.

In die context is de regering van Deuba slechts een "democratische paravent" waarachter een regime van uitbuiting en onderdrukking schuilgaat. De koning en Deuba stuurden in mei het parlement naar huis omdat een meerderheid voor vredesbesprekingen met de maoïsten was. De premier trok in diezelfde maand ook naar Washington waar Bush hem 20 miljoen dollar militaire hulp toezegde voor zijn "strijd tegen het terrorisme", het alomvattende alibi voor steun aan repressieve regimes. Deuba werd intussen door zijn eigen Congrespartij aan de deur gezet, maar beweerde dat hij de anderen eruit had gegooid. Op aandringen van het paleis zijn intussen ook de lokale en regionale raden ontbonden.

De legale oppositie, voorop de "verenigde communisten" (CPN/Marxistisch-Leninistische Unie), maken kans om sterk uit eventuele verkiezingen, voorzien voor 13 november, te komen. Maar zij vrezen dat het paleis en omgeving wel een voorwendsel zullen vinden om die verkiezingen ofwel uit te stellen ofwel, als de uitslag tegenvalt, na de verkiezingen een machtsgreep te doen "om de prille democratie te verdedigen". Met of zonder FN-wapens? Liefst met, want de familie van premier Deuba zou anders haar "commissie" op die levering verliezen.

Internationale inzet

De maoïstische CP legt in haar programma en propaganda heel sterk de nadruk op de strijd tegen het Indiase hegemonisme en op het internationaal karakter van haar strijd. Zij beklemtoont in de eerste plaats de noodzaak om die strijd in de context van Zuid-Azië te zien, want alleen zo û aldus de CPN(M) kan de Indiase kapitalistische monopolieklasse worden verslagen.

Daarmee spelen de maoïsten in op de vrees van veel Nepalezen voor wat men "sikkimisering" noemt. Sikkim, een ministaatje tussen Nepal en Bhutan, werd door India gewoon ingelijfd. De Indiase kapitalisten willen de "nationale verzuchtingen" van de volkeren in de regio onderdrukken en van al die staten û Nepal, Bangladesh, Bhutan, Sri Lanka û nieuwe Sikkims maken, aldus de CPN(M). Om het hegemoniestreven van die Indiase klasse te beletten, moeten alle maoïsten van de regio de krachten bundelen. Die maoïsten stellen buiten Nepal vooral iets voor in noordelijke deelstaten van India, onder meer Bihar dat aan Nepal grenst. De Indiase maoïsten worden meestal aangeduid als de "naxalieten". Die partijen zijn verenigd in het "Revolutionary Internationalist Movement" (RIM) waarvan ook enkele kleinere Latijns-Amerikaanse partijen deel uitmaken.

De Nepalese maoïsten leggen er sterk de nadruk op dat de zege in één land, bij voorbeeld Nepal, niet kan slagen als ze geïsoleerd blijft en verwijzen daarbij naar Lenin die na de Oktoberrevolutie ook de noodzaak van uitbreiding van de revolutie onderstreepte. De maoïsten staan ook achter Lenins opvatting dat "de nationale bevrijdingsbeweging en de proletarische beweging samensmelten". Maar toch hebben ze het over een "nationaal-democratische revolutie" en niet over een socialistische.

De Indiase bourgeoisie is de grote vijand voor de Nepalese maoïsten. Die bourgeoisie speelt onder één hoedje met Washington om China te omsingelen, aldus de CPN(M). Maar anderzijds hebben de Nepalese maoïsten niets te verwachten van China. Want zowel India als China trachten permanent op goede voet te staan met de Nepalese heersers. De Nepalese maoïsten voelen zich zelfs ronduit verraden door Peking dat de stelling van de Nepalese regering bijtreedt als zou de CPN(M) een terroristische beweging zijn.

Olie?

Washington mengt zich de jongste twee jaar ook steeds nadrukkelijker in de zaken van de regio, Nepal inbegrepen. De relaties met India zijn opgewarmd, al is India allesbehalve gelukkig met de vriendschap tussen de Amerikanen en de militaire dictatuur in Pakistan.

Washington geeft in Nepal alvast militaire hulp aan die "strijd tegen het terrorisme", waarbij alle rapporten (van o.m. Amnesty International) over zeer grove schendingen van de mensenrechten door de Nepalese strijdkrachten opzij worden geschoven.

Die Amerikaanse belangstelling is vooral ingegeven door geopolitieke motieven. Zit ook hier de geur van olie aan? Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken bevestigt noch ontkent dat er in Nepal wellicht interessante olievelden zijn. In 1998 bekwam de Texaanse firma Texana Resources Cy. een concessie om in twee gebieden in Nepal, Nepalgunj en Chitwan, naar olie en aardgas te zoeken. Blijkbaar met goede resultaten, want in april 2002 ging gewezen minister van Buitenlandse Zaken James Baker, die voor de Texaanse olie-industrie werkt, naar India voor een privé-bezoek. Er stonden drie punten op zijn agenda: steun zoeken voor een aanval op Irak, een Indiase oliemaatschappij, Oil and Natural Gas Corporation (ONGC), ervan overtuigen geen zaken te doen in Irak, en tenslotte diezelfde maatschappij ertoe bewegen deel te nemen aan de exploratie van Texana in Nepal. De bazen van Texana tonen zich zeer optimistisch. Er zouden in het oosten van Nepal alleszins zeer grote aardgasreserves zijn, wat ook de belangstelling van Chinese firmaÆs voor die ontginning verklaart.

Olie en aardgas, wat is er meer nodig om het conflict in Nepal te internationaliseren. Maar uiteraard houdt de levering van FN-wapens daar geen enkel verband mee.

(Uitpers, nr. 34, 4de jg., oktober 2002)

Print Friendly, PDF & Email

Visited 149 Times, 2 Visits today

Tags :
Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook