Nederlandse visumweigering aan de Palestijnse premier

Inleiding:
 
´´Jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet
en dan die vraag aan een ander stellen´´
 
Remco Campert 
 
Indrukwekkende woorden, eens neergeschreven door de Nederlandse dichter Remco Campert, wiens vader, de verzetsman en dichter Jan Campert, in de Tweede Wereldoorlog in het concentratiekamp Neuengamme is omgekomen. Deze toepasselijke dichtregels zijn in het verleden dan ook gebruikt als thema voor de jaarlijkse Nederlandse 4-5 mei herdenking tegen de Duitse bezetting.
 
Tegen het licht van het huidige Midden-Oostenconflict en de aanstaande 4-5 mei herdenking komt dan ook de officieuze visumweigering van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Verhagen aan de Palestijnse premier Haniyeh, in een uiterst dubieus licht te staan. Ironischer nog is deze visumweigering, gezien de directe aanleiding: het bijwonen van een Europees-Palestijnse conferentie, op 5 mei, de Nederlandse bevrijdingsdag van de Duitse bezetting, over de Palestijnse vluchtelingenproblematiek.
 
Etnische zuiveringen
 
Alvorens in te gaan op de door minister Verhagen aangevoerde argumentatie, is het van belang, de oorzaak van het huidige Palestijnse vluchtelingenprobleem onder de loep te nemen. 
 
In de oorlog van 1948, die het gevolg was van de eenzijdige uitroeping van de Staat Israël, door de Israëlische politicus David Ben Goerion (1), werden door Israëlische milities en strijdkrachten meer dan 750.000 Palestijnen van huis en haard verdreven, hetgeen de basis heeft gelegd voor de huidige vluchtelingenproblematiek.
VN Algemene Vergaderingsresolutie nr 194 (dd 1949), die Israël opriep deze vluchtelingen hetzij de gelegenheid te geven tot terugkeer (het omschreven ´´recht op terugkeer), hetzij een financiële compensatie uit te keren voor de verloren huizen en grond, is nooit door Israël nageleefd.
Het directe gevolg was, dat deze mensen werden veroordeeld tot een troosteloos bestaan in een van de vele Palestijnse vluchtelingkampen, waar met name de ouderen droomden van een verleden, dat voor altijd was afgesneden.
Niet alleen is hier sprake van een grote humanitaire tragedie, het verdrijven van mensen uit hun woon en leefgebied behoort als zijnde etnische zuiveringen tot een van de ernstigste oorlogsmisdaden. (2)
 
Erkenning van de Staat Israël
 
Voorafgaande aan de argumentatie van minister Verhagen wil ik stilstaan bij het punt van de erkenning van de Staat Israël.
Israël en haar politieke aanhangers (in de eerste plaats de VS, maar met name ook de EU en in het bijzonder Nederland, Groot-Brittannië en Duitsland) hameren altijd op de erkenning van Israël, waarvan in dit geval door de Hamas, geen sprake zou zijn.
Deze erkenning zou dan echter dienen te geschieden op grond van de aan het volgens VN resolutie 181, aan de naar Palestina geïmmigreerde  “Joden” en “Arabieren” (de autochtone bevolking van Palestina) toegekende grondgebied, hetgeen voor de Joden inhield 56 procent en voor de autochtone Arabische bevolking 44 procent. (3)
Echter, in de genoemde oorlog van 1948 heeft de toen nieuwbakken Staat Israël tenminste 20 procent van het volgens resolutie 181 (Verdeelplan voor Palestina) aan de autochtone Arabische bevolking toegewezen grondgebied van Palestina veroverd, hetgeen een schending van genoemde resolutie inhield.
Bovendien dient, uitgaande van de erkenning van Israël, eveneens het aan de Arabische bevolking toegewezen grondgebied van Palestina, door Israël erkend te worden, hetgeen inhoudt de huidige door Israël bezette Palestijnse gebieden en de 20 procent van de in de oorlog van 1948 door Israël veroverde gebied. Hiervan is echter van de kant van Israël geen sprake.
Deze territoriale erkenning van alle conflictpartijen is bovendien verankerd in het tweede deel van VN Veiligheidsraadsresolutie 242, die opriep tot de Israëlische terugtrekking uit de in de juni-oorlog veroverde gebieden.
 
Argumentatie minister Verhagen
 
A Democratisch gekozen regering
 
De argumentatie van minister Verhagen spitst zich met name toe op de Europees-Amerikaanse politieke obsessie betr de erkenning van de Staat Israël, het afzweren van het geweld tegen Israël en het feit, dat Hamas (de partij van waaruit de premier afkomstig is)  op de Europese lijst van terroristische organisaties voorkomt.
Aangezien echter de verkiezingsoverwinning van Hamas op democratische wijze tot stand gekomen is (een overigens terecht stokpaardje van de EU) is het weigeren van een visum aan de Palestijnse premier een schending van de door  Nederland zelf gehanteerde democratische normen.
 
B Tendentieuze verdraaiingen van de doelstellingen van Hamas
 
Hoewel een en ander niet in de argumentatie van minister Verhagen expliciet genoemd wordt, is een in CDA (de politieke partij van minister Verhagen) veelal naar voren gebracht bezwaar tegen Hamas, dat deze uit zou zijn op de “vernietiging” van de Staat Israël, waarbij “vernietiging” in letterlijke zin wordt geïnterpreteerd.
Hamas echter streeft genendele het doden of verdrijven van de huidige Joods-Israëlische inwoners van de Staat Israël na, maar wil  de huidige op zionistische grondslag gefundeerde staatsstructuur, waarbij de niet-Joodse bewoners worden achtergesteld, omzetten in een Staat Palestina, op religieus-islamitische basis, met gelijke rechten voor alle religieuze groeperingen.
Hoewel verschillend gedacht kan worden over Palestina als islamitische Staat, is deze stellingname grotendeels het gevolg van de grote onvrede over het destijds door de VN aangenomen Verdeelplan Palestina (genoemde VN resolutie 181), waarbij het toenmalige Brits/Mandaatgebied Palestina (voormalige kolonie van het Turks/Ottomaanse Rijk en na de Eerste Wereldoorlog in Britse handen overgegaan¨) werd verdeeld zonder ruggespraak met de autochtone Palestijnse bevolking.
Over de directe gevolgen daarvan, zoals de etnische zuivering van 750.000 Palestijnen, is reeds gesproken
 
C 40 jaar durende Israëlische bezetting
 
De nadruk van de Hamas-doelstellingen ligt echter niet zozeer op de vorming van een Staat Palestina, maar op het einde van de nu reeds 40 jaar durende Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden (de Westelijke Jordaanoever, de Gaza-strook en Oost-Jeruzalem), ondanks de in 1967 unaniem aangenomen VN-Veiligheidsraadsresolutie 242, waarin Israël werd opgeroepen, zich uit alle in de juni-oorlog veroverde gebieden terug te trekken, waaronder o.a. de Palestijnse. Tot op heden is daaraan niet voldaan
 Aan iedere bezetting, waar ook ter wereld, is inherent onderdrukking, vernederingen en oorlogsmisdaden, waarop vanzelfsprekend verzet komt. In het geval van het Palestijns-Israëlische conflict, heeft een en ander gestalte  gekregen in de internationaal-rechtelijk gelegitimeerde militaire acties tegen het Israëlische leger en de illegale en verwerpelijke zelfmoordacties tegen Israëlische burgers.
 
Opvallend is echter, dat minister Verhagen in zijn argumentatie van minister Verhagen geheel voorbijgaat aan dit fundamentele aspect, de Israëlische bezetting. Dienaangaande is eveneens zijn standpunt tav de afzwering van “geweld” tegen Israël niet alleen gebaseerd op een drogredenatie, maar eveneens principe, dat het recht op verzet tegen het leger van een bezettingsmacht legitimeert.
Zolang er dus sprake is van een Israëlische bezetting, heeft iedere de Palestijnen vertegenwoordigende organisatie of politieke partij het verzetsrecht tegen het Israëlische leger.
 
Uiteraard is het evident, dat alle (zelfmoord) aanslagen op Israëlische burgers of burgerdoelen niet alleen inhumaan zijn, maar ernstige schendingen van het Humanitair Oorlogsrecht, dat stelt, dat te allen tijde een onderscheid gemaakt dient te worden tussen combattanten (militairen en strijders) en non-combattanten (burgers).
 
1 Nederzettingenpolitiek 
 
Eveneens gaat minister Verhagen geheel voorbij aan de ernstige humanitaire gevolgen van de vanaf eind jaren zestig gestarte en door achtereenvolgende Israëlische regeringen gestimuleerde nederzettingenbouw in de bezette Palestijnse gebieden. Zoals bekend is deze nederzettingenbouw illegaal volgens het Internationaal Recht, aangezien het verboden is, delen van de bevolking uit het bezettende land over te brengen naar bezet gebied. (4)
 
Nog afgezien daarvan, zijn deze nederzettingen tot stand gekomen door massale Palestijnse landonteigeningen, waarvan in de loop der jaren meer dan honderdduizend Palestijnen het slachtoffer zijn geworden, hetgeen eveneens in strijd is met het Internationaal Recht (5), nog afgezien van de aperte inhumaniteit in dezen.
 
Ondanks echter twee VN-Veiligheidsraadsresoluties dd 1979, waarin Israël zowel werd opgeroepen de nederzettingenbouw te staken, alsmede te stoppen met verdere uitbreiding van de nederzettingen, is er sprake van een steeds grotere toename en uitbreiding van de nederzettingen, die tot op de dag van vandaag in de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem wordt gecontinueerd.
 
 2 Muurbouw
 
Een ander aspect van de Israëlische bezetting is de Israëlische Muurbouw door bezet Palestijns gebied, met als gevolg niet alleen hernieuwde Palestijnse land en huisonteigeningen en het isoleren van Palestijnse dorpen van de directe leefomgeving (door de Muurbouw, waardoor een dorp soms vrijwel geheel afgesloten is van de buitenwereld, is er vaak een zeer bemoeilijkte toegang tot onderwijs en medische faciliteiten), eveneens is er sprake van een impliciete Israëlische grensverschuiving ten nadele van de Palestijnen, waardoor het concept van een levensvatbare Palestijnse Staat vrijwel een illusie is geworden.
 
Ondanks de veroordeling door het Internationaal Gerechtshof, dat als advies is overgenomen door de VN Algemene Vergadering en ernstige internationale protesten, wordt de Muurbouw gewoon door Israël gecontinueerd.
 
3 Mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden
 
Eerder in dit artikel heb ik reeds gerefereerd aan de uit de bezetting voortvloeiende Israëlische oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen. Voornamelijk worden deze gekenmerkt door willekeurige beschietingen door het Israëlische leger, waarbij in meerdere mate of in het geheel geen onderscheid gemaakt wordt tussen combattanten en non-combattanten
Ook in een in elkaar overlopende situatie, waarin sprake is van de aanwezigheid van Palestijnse strijders tussen burgers en Israël internationaal-rechtelijk verplicht is, de burgerbevolking zoveel mogelijk te beschermen, wordt dit grotendeels achterwege gelaten, met een groot aantal burgerslachtoffers als gevolg.
 
Eveneens is er sprake van een onverantwoord en internationaal-rechtelijk disproportioneel gebruik van wapens, zoals het bombarderen van vluchtelingenkampen met F 16´s, met alle humanitaire tragedies van dien. Zelfs het Zuid/Afrikaanse apartheidsregime heeft indertijd dergelijke middelen niet ingezet tegen de burgerbevolking, hoe repressief en racistisch het systeem ook was.
 
Ook zijn er ten gevolge van deze willekeurige beschietingen in de loop der jaren een groot aantal kinderen slachtoffer geworden
 
Buitengerechtelijke executies:
 
Van belang is eveneens te memoreren de door vanaf eind zestiger jaren door opeenvolgende Israëlische regeringen geïnstigeerde liquidaties van leiders en activisten van diverse Palestijnse verzetsorganisaties.
Deze liquidaties, die de vorm aannamen en nog aannemen van frontale beschietingen van auto’s, huizen en luchtaanvallen, soms zelfs met F’16’s, op huizen, flatgebouwen, vluchtelingenkampen, marktpleinen en woonwijken, zijn als buitengerechtelijke executies, flagrante schendingen van het Internationaal Recht.
 
Bovendien komen door de gekozen locaties van dergelijke beschietingen (burgerdoelen zoals vluchtelingenkampen en woonwijken) in vele gevallen eveneens een groot aantal nietsvermoedende burgers om het leven, waarbij er sprake is van oorlogsmisdaden, aangezien de uitvoerders/opdrachtgevers van te voren bij deze acties het tav de burgerbevolking onverantwoorde risico hadden kunnen inschatten.
 
 
Doorgaande stroom van het onrecht: Week 21-15 april.
 
De lijst van mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden is lang en wordt nog dagelijks gecontinueerd. Om een voorbeeld te noemen, doe ik een greep uit de meest recente gebeurtenissen in de Westelijke Jordaanoever en de Gaza-strook.
In de week van 21 tot 25 april blijkt uit de rapportage van the Palestinian Centre for Human Rights, dat 9 Palestijnse burgers door het Israëlische leger zijn doodgeschoten, waaronder 2 kinderen.
Eveneens was er sprake van 18 gewonden, is een aantal huizen vernietigd en wordt de nederzettingenbouw in de Westelijke Jordaanoever onverminderd gecontinueerd.
Bovendien hebben twee buitengerechtelijke executies plaatsgehad, waarbij eveneens twee andere burgers zijn gedood.
 
Resumé:
 
Uit bovenstaande moge duidelijk zijn, dat bezetting, nederzettingenpolitiek en Muurbouw onverminderd hun tol blijven eisen van de Palestijnse burgerbevolking. Het getuigt dan ook niet alleen van hypocrisie en cynisme, het voornemen te kennen te geven, de Palestijnse premier een visum te zullen weigeren (6), daarenboven rust op zowel Nederland als de EU een zware morele en politieke medeverantwoordelijkheid voor de onder de Israëlische bezetting gepleegde of te plegen oorlogsmisdaden, door hun gebrek aan een fundamentele stellingname tegen de nu reeds 40 jaar durende Israëlische bezetting.
 
Net zoals het Nederlandse verzet tegen de Duitse bezetter, hebben het Palestijnse volk en haar vertegenwoordigers het recht, zich tegen het Israëlische bezettingsleger te keren, hoe tragisch de menselijke tol aan beide kanten ook is.
 
Geweld tegen Israël is dan ook niet alleen een recht, maar een morele plicht.
 
De afkeuring hiertegen van de Nederlandse regering, impliceert niet alleen een directe en indirecte steun aan deze 40 jaar durende barbaarse bezetting, maar maakt eveneens de herdenking van 4-5 mei tot een de slachtoffers onwaardige aanfluiting.
 
Het is aan Nederland en de EU, het Internationaal Recht te respecteren en de vereiste stappen te zetten, Israël te pressen, de VN resoluties inzake het Midden-Oostenconflict onverwijld uit te voeren. Zodat er op een dag een Palestijns 5 mei gevierd mag worden.
 
(Uitpers, nr 86, 8ste jg., mei 2007)


Noten:
(1) Het Verdeelplan Palestina was weliswaar in dec 1947 aanvaard, maar de VN had aan de goedkeuring van Israël als Staat nog geen fiat gegeven.
(2) Artikel 49, 4e Conventie van Genève, o.a. inhoudende verbod op deportaties. Zie:
http://www.icrc.org/ihl.nsf/7c4d08d9b287a42141256739003e636b/6756482d86146898c125641e004aa3c5
(3) Verdeelplan voor Palestina Algemene Vergaderingsresolutie 181, dd 1947.
(4) Artikel 49, 4e Conventie van Genève. Zie:
http://www.icrc.org/ihl.nsf/7c4d08d9b287a42141256739003e636b/6756482d86146898c125641e004aa3c5
(5) Artikel 53, 4e Conventie van Genève.
http://www.icrc.org/ihl.nsf/7c4d08d9b287a42141256739003e636b/6756482d86146898c125641e004aa3c5
(6) Wellicht omdat het Nederlandse voornemen tot visumweigering hem en zijn adviseurs ter ore is gekomen, heeft de Palestijnse premier geen officiële visumaanvraag gedaan.
 
Bronnen:
 
VN Veiligheidsresolutie 242

Zie
http://domino.un.org/UNISPAL.NSF/d744b47860e5c97e85256c40005d01d6/7d35e1f729df491c85256ee700686136!OpenDocument
 
Tekst:
 

Resolution 242 (1967)
of 22 November 1967


The Security Council,

Expressing its continuing concern with the grave situation in the Middle East,

Emphasizing the inadmissibility of the acquisition of territory by war and the need to work for a just and lasting peace in which every State in the area can live in security,

Emphasizing further that all Member States in their acceptance of the Charter of the United Nations have undertaken a commitment to act in accordance with Article 2 of the Charter,

1. Affirms that the fulfilment of Charter principles requires the establishment of a just and lasting peace in the Middle East which should include the application of both the following principles:

(i) Withdrawal of Israël armed forces from territories occupied in the recent conflict;

(ii) Termination of all claims or states of belligerency and respect for and acknowledgment of the sovereignty, territorial integrity and political independence of every State in the area and their right to live in peace within secure and recognized boundaries free from threats or acts of force;

2. Affirms further the necessity

(a) For guaranteeing freedom of navigation through international waterways in the area;

(b) For achieving a just settlement of the refugee problem;

(c) For guaranteeing the territorial inviolability and political independence of every State in the area, through measures including the establishment of demilitarized zones;

3. Requests the Secretary-General to designate a Special Representative to proceed to the Middle East to establish and maintain contacts with the States concerned in order to promote agreement and assist efforts to achieve a peaceful and accepted settlement in accordance with the provisions and principles in this resolution;

4. Requests the Secretary-General to report to the Security Council on the progress of the efforts of the Special Representative as soon as possible.

Adopted unanimously at the 1382nd meeting.



http://www.nu.nl/news/1042874/11/rss/Verhagen_tegen_komst_Haniyeh_naar_Nederland.html
 
http://www.nu.nl/news/1044788/11/rss/Coalitie_verdeeld_over_visum_voor_Hamas-premier.html
 
http://www.eajg.nl/index.asp?navitemid=73&type=3&item=977
 
http://www.eajg.nl/index.asp?navitemid=12&type=3&item=976
 
http://www.eajg.nl/index.asp?navitemid=73&type=3&item=997
 
http://electronicintifada.net/v2/article6839.shtml
 
http://www.btselem.org/English/Settlements/
 
http://www.btselem.org/english/Press_Releases/20070308.asp
 
http://www.btselem.org/english/Publications/Summaries/200703_Crossing_the_Line.asp
 
http://nl.wikipedia.org/wiki/Remco_Campert
 
http://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Campert
 
http://nl.wikipedia.org/wiki/Het_lied_der_achttien_doden

Visited 5 Times, 1 Visit today

Tags :