Nederlands kabinet negeert VN-rapport over politiegeweld

VN-mensenrechtenrapporteur Nils Melzer, een Zwitserse professor internationaal humanitair recht, die onderzoek heeft gedaan naar het Nederlandse politieoptreden tijdens coronademonstraties heeft het kabinet Rutte verzocht om een reactie op zijn bevindingen. Die heeft hij niet gekregen. Ook de reguliere media hebben de kritische rapportage van Melzer compleet genegeerd. Forum voor Democratie stelt Kamervragen.

“Vandaag is mijn afsluitende brief aan het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken gepubliceerd,” twitterde de Zwitserse VN-mensenrechtenrapporteur Nils Melzer op 30 mei 2022. “De deadline van 60 dagen is verlopen zonder enige reactie van de overheid.”

De brief van Melzer is niet mals. Hij bespreekt beelden die hij heeft gezien van vijf verschillende gevallen van politiegeweld tegen mensen die demonstreerden tegen de coronamaatregelen. Zoals het incident met een vrouw in Eindhoven die met haar hoofd tegen een muur klapte door toedoen van een straal uit een op vijf meter passerend waterkanon. Melzer zegt niet te begrijpen waarom de politie dit middel tegen de vrouw had ingezet. Ze gedroeg zich niet agressief, en leek ook niet te zijn gewaarschuwd dat ze zich uit de buurt van het waterkanon moest begeven. Helemaal verbazingwekkend noemt Melzer het dat de politie geen disciplinerende maatregelen had getroffen tegen de betrokken agenten en zelfs van mening was dat ze ‘professioneel’ hadden opgetreden. Het OM had weliswaar een strafrechtelijk onderzoek ingesteld, maar pas nadat er aangifte was gedaan en dus niet uit eigener beweging. Hetzelfde gold voor het geweldsincident met de man in Den Haag die, terwijl hij weerloos op de grond lag, gebeten werd door een politiehond en geschopt en geslagen werd door twee ME’ers (leden van de Mobiele Eenheid van de Nederlandse politie). Het OM had vervolging ingesteld tegen de hondenbegeleider en één van de twee ME’ers, maar pas negen maanden na het incident en na 142 aangiften. Ook was er nog geen zittingsdatum vastgesteld waarop twee voor de rechter moesten komen. Er waren er zelfs geen disciplinerende maatregelen getroffen tegen de twee, zoals een tijdelijke schorsing of waarschuwing. Ook was er geen onderzoek ingesteld naar de leidinggevenden van de hondenbegeleider en de ME’ers.

Melzer plaatst in zijn brief verder een aantal algemene kanttekeningen. Zo had hij op geen van de beelden van politieoptreden tegen coronademonstranten agenten gezien die herkenbaar waren. Ze droegen geen ID-tags. “Dit maakt het bijna onmogelijk ze ter verantwoording te roepen voor ernstig wangedrag.” Hij riep daarom de Nederlandse regering op onmiddellijk maatregelen te treffen die de Nationale Politie verplicht uniformen van agenten te voorzien van ID-tags die ook van grotere afstand leesbaar zijn.

Melzer zegt ook verbaasd te zijn over dat de politie hem geen cijfers kon verstrekken van gewelddadig optreden tijdens demonstraties. De enige cijfers die de politie beschikbaar zei te hebben, waren algemene cijfers over politiegeweld uit 2020. Er hadden zich in dat jaar 17.005 incidenten voorgedaan, waarbij agenten geweld hadden gebruikt. Bij die incidenten waren in totaal 27.271 gewelddadige handelingen uitgevoerd. Slechts 236 daarvan had politie als “onprofessioneel” gekwalificeerd. Voor zover Melzer bekend was, had dit niet geleid tot het nemen van disciplinaire maatregelen zoals een schorsing of waarschuwing, laat staat dat er een politieman veroordeeld was voor het gebruik van excessief geweld. Hij keek er bovendien van op dat in slechts zes gevallen disciplinaire maatregelen waren overwogen. Dat zou namelijk betekenen dat de politie maar in 0,022 procent van de gevallen waarin agenten geweld hadden gebruikt, gekeken heeft of de betrokken agenten gestraft moesten worden voor hun optreden. Dit is volgens Melzer een bizar laag percentage. “Al is een politiekorps nog zo professioneel, het bestaat uit mensen die soms moeten werken onder extreem moeilijke omstandigheden,” schrijft hij. “Hoewel strafbare misdragingen van politieagenten nooit door de vingers mogen worden gezien, is het onrealistisch te denken dat deze volledig kunnen worden voorkomen of kunnen worden teruggebracht tot een ratio van 0,022 procent. Het bijna volledig ontbreken van disciplinaire en strafrechtelijke maatregelen en sancties vanwege het gebruik van geweld bij wetshandhavers, in een dichtbevolkt land als Nederland, geeft daarom waarschijnlijk geen realistisch beeld van de operationele realiteit.” Melzer riep daarom de Nederlandse overheid op onmiddellijk recht te zetten wat krom was. Het zelfcorrigerend vermogen van de politie moest echt beter.

Positief uitte Melzer zich over de verzekering van de Nederlandse regering dat de politie zich momenteel herbezon op de inzet van honden. “Ik wil u op het hart drukken gebruik te maken van deze gelegenheid om zorgvuldig en kritisch te kijken naar de risico’s en voordelen van de routineuze inzet van honden en paarden bij groepsbijeenkomsten en de lange termijneffecten van de onderliggende aanname dat massale burgerlijke ongehoorzaamheid effectief kan worden tegengegaan door intimidatie en geweld in plaats van tolerantie en dialoog.”

Aan het verzoek van Melzer te reageren op zijn brief heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken dus geen gehoor gegeven. Waarom niet? Het ministerie beantwoordt geen persvragen hierover.

“Wij gaan de minister vragen waarom er geen antwoord op zijn brief is gekomen en of het kabinet bereid is alsnog een antwoord te geven, en zo nee waarom niet,” verklaart Kamerlid Pepijn van Houwelingen van Forum voor Democratie desgevraagd. “Melzer ziet als buitenlander wat wij in Nederland niet zien en de Nederlandse media al helemaal niet. Namelijk dat die vijf incidenten wel degelijk allemaal voorbeelden zijn van buitensporig politiegeweld en, dat is nog veel ernstiger, dat de Nederlandse overheid hier helemaal niets mee doet. Sterker nog, die 0,022 is een dermate belachelijk laag percentage dat het zeker is dat Nederland in de praktijk zo goed als niets doet tegen excessief politiegeweld in het algemeen. Het feit dat zijn brief na zestig dagen niet wordt beantwoord is daarvan nog een extra bewijs.”

Melzer nam op 30 mei afscheid van de VN. Hij is vanaf 1 juli directeur van het Internationale Comité van het Rode Kruis.

Dit artikel verscheen eerder in het Nederlandse weekblad De Andere Krant.

Deel dit artikel

Visited 1468 Times, 14 Visits today

Tags :
Eric van de Beek

Eric van de Beek is journalist.
Hij studeerde journalistiek aan Hogeschool Windesheim en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. En werkte jarenlang in vaste dienst bij Elsevier. De laatste jaren leverde hij als vrije journalist bijdragen aan onder meer Diplomat Magazine, Novini,
Sputnik, Gezond Verstand, Uitpers en De Andere krant.

Als eerste journalist schreef Van de Beek over de steun van het kabinet aan terreurgroepen in Syrië, de doofpotaffaire rond de nepgifgasaanval in Douma (Syrië) en het bedrog achter de Amerikaanse en Europese Magnitski-wetgeving. Van de Beek publiceerde boeken over de MH17-ramp en nepnieuws in de massamedia.

zie ook