Nederland en de Europese grondwet, twee jaar later

De onvrede met het almaar groeiende Europa kwam in 2005 naar buiten in referenda over een nieuwe grondwet. De Fransen en de Nederlanders stemden tegen. Jan Willem Stutje sprak daarover met Willem Bos, woordvoerder van het Comité Grondwet Nee in Nederland.

Jan Willem Stutje: Wie bij het referendum over de Europese grondwet op 1 juni 2005 tegenstemde werd een anti-Europa houding aangewreven, ja zelfs van nationalisme beschuldigd. Van GroenLinks tot de VVD was men het met elkaar eens: Geert Wilders(1) en Jan Marijnissen(2) zouden elkaar gevonden hebben. Rechtvaardigde de uitslag zo’n oordeel?


Willem Bos: Onderzoek naar het stemgedrag en de motieven van de kiezers laat zien waarom een meerderheid tegen heeft gestemd. Hoe lager de stemmers stonden op de maatschappelijke ladder, hoe groter het aantal nee-stemmers onder hen. En naarmate ze welvarender zijn stemden meer mensen voor. Het massale ‘nee’ lijkt dus vooral een stem tegen de neoliberale globalisering, die in de afgelopen jaren zorgde voor grotere inkomensverschillen, afbraak van de verzorgingsstaat, privatisering en dergelijke.
Maar uit dezelfde onderzoeken blijkt ook dat de ‘nee’ stem zeker geen stem is tegen Europa of tegen de Europese Unie. Meer dan tachtig procent van de Nederlanders steunt het EU lidmaatschap – onder de nee-stemmers ligt dat percentage op 78 procent. De meeste Nederlanders waren en zijn van mening dat de Grondwet niet wezenlijk is voor het voortzetten van de Europese samenwerking. Wel bestaat er een tamelijk negatief beeld van de Europese instellingen, en het sterkst bij de nee-stemmers, maar ook bij een kleine veertig procent van de ja-stemmers. Een ruime meerderheid van de ondervraagden meent dat het nee tegen de grondwet via nieuwe onderhandelingen zal leiden tot een socialer verdrag. Ook de voorstemmers waren die mening in meerderheid toegedaan. Kortom: de doorsnee Nederlander is pro-Europees, ontevreden over het functioneren van de instellingen van de Unie, ziet niet in wat de Grondwet daaraan zal verbeteren en hoopt op een democratischer en socialer Europa.
Er is geen enkele reden te denken dat nationalistische sentimenten à la Wilders, vreemdelingenhaat en weerzin tegen een toetreding van Turkije, een meer dan marginale rol hebben gespeeld. Wilders zijn populariteit steeg niet tijdens de campagne en zijn partij heeft zich toen niet kunnen versterken. Die beoordeling laat onverlet dat het fenomeen Wilders, of vóór hem Fortuyn, wel degelijk kan profiteren van het onbehagen met de neoliberale politiek. Maar de uitslag van het referendum, net als de massale vakbondsdemonstratie op het Museumplein in oktober 2004, maken aannemelijk dat reactionairen niet het alleenrecht hebben spreekbuis te zijn van wie zich bedreigd en in de steek gelaten voelt.

JWS: Welke activiteiten heeft het Comité Grondwet Nee sinds het referendum ontplooid om de beweging te consolideren en het inzicht in Europa te verdiepen?

WB: Vanaf de uitslag hebben we met een zevental organisaties die een rol speelden in de nee-campagne, waaronder Attac, X-Y(3), TNI(4) , de koppen bij elkaar gestoken om de vraag te beantwoorden “welk Europa we dan wel willen”. Het tij leek ons gunstig gezind toen de Tweede Kamer zich via een motie van Harry van Bommel (SP) uitsprak voor een brede maatschappelijke discussie. Daarop heeft ons samenwerkingsverband dat we een “Ander Europa” doopten, met de brochure Een ander Europa is Mogelijk zijn standpunten kenbaar gemaakt. Drie maanden later kwam de Kamer op zijn besluit terug en werd de brede maatschappelijke discussie door toedoen van de PvdA afgeblazen. Het belette de regering niet het signaal af te geven waarde te hechten aan de Europa discussie door de beschikbare middelen met 2 miljoen euro te verhogen. We vroegen subsidie aan in de overtuiging zo niet als woordvoerder van de ruim 62 procent nee-stemmers, dan toch als een belangrijk geluid daarbinnen, een kans op toewijzing te maken. De aanvraag werd afgewezen. Blijkbaar was de 2 miljoen niet bestemd voor tegenstanders van het huidige Europa. Het geld wordt voornamelijk door traditionele lobbyorganisaties en commerciële bedrijven als de omroepen en pr-bureaus opgestreken. Net als tijdens het referendum lijkt het debat opnieuw niet open. Als het aan de regering en het huidige Europa ligt, wordt het tegengeluid niet gehoord. Hierdoor krijgt het publiek gemakkelijk de indruk dat de race gelopen is en dat het toch allemaal niet uitmaakt: een ideale kans om de grondwet in een andere gedaante er alsnog door te jassen. Dan moet niemand meer vreemd op kijken wanneer de burger zijn rug naar Europa toekeert; een afkeer waarvan vooral nationalisten en vreemdelingenhaters zoals Wilders zullen profiteren. Zover is het echter nog allerminst. Het vertrekpunt nu, met een versterkte SP, is gunstiger dan in 2005.

JWS: Financiering is dus uitgebleven, maar hoe zorg je er dan toch voor dat het geluid voor een Ander Europa niet verstomt?

WB: Twee initiatieven zijn interessant. Ten eerste hebben zestien Attac-afdelingen in Europa gezamenlijk een verklaring opgesteld. In die verklaring, Tien principes voor een ander Europa, zijn de criteria uitgewerkt waaraan een democratisch Europa moet voldoen. Het is van belang het beeld te doorbreken dat het verzet zich alleen beperkt tot Nederland en Frankrijk. En ten tweede hebben we de website www.wijwillenreferendum.eu geopend. Er wordt uitgelegd dat na het echec van de Grondwet de lidstaten aan een nieuw verdrag werken ter vervanging van de grondwet. Wat hun overleg ook oplevert, het resultaat zal opnieuw aan een referendum onderworpen moeten worden, zodat zoals in het verzoek aan de Tweede Kamer valt te lezen valt “wij als kiezers ons erover uit kunnen spreken”. Pikant is dat de partijen die zich eerder voor een referendum hebben uitgesproken, nu 77 zetels bezetten en daartoe behoort ook de PvdA. We zullen zien hoe sterk de knieën zijn.

JWS: Voor welke problemen staan de lidstaten in hun streven Europa opnieuw in te richten?

WB: Europa is een samenwerkingsverband van een groot aantal landen die allen een vetorecht hebben en slechts eensluidend tot overeenstemming kunnen komen. Dat lukt in de praktijk alleen door de meest uiteenlopende punten tegen elkaar uit te ruilen om zo een deal te sluiten. Met de uitbreiding naar 27 lidstaten werkt dat niet meer. Vandaar de behoefte aan een nieuw besluitvormingssysteem, dat gestalte kreeg in de nieuwe Grondwet. Met deze wet beoogde men naast de bestuurshervorming aan de EU ook een nieuwe positieve legitimiteit te verschaffen. Een bestaansrecht dat in voorgaande decennia steeds meer in het gedrang was gekomen door een ondemocratische, inefficiënte en bureaucratische wijze van opereren; nog versterkt door de gewoonte van nationale politici om Brussel en Europa als zondebok aan te wijzen voor beslissingen die in het openbaar moeilijk te verdedigen zijn. De argwaan en weerzin tegen Europa bleven sluimeren zolang het project Europa met kleine stapjes, technocratisch en vooral gedepolitiseerd voortschreed. De uitbreiding naar 27 landen en het referendum maakte aan de gezapigheid in een slag een einde en bracht een diepe anti-Europa stemming aan het daglicht.
Na het echec van de Grondwet wordt dus alles in het werk gesteld om deze delegitimerende angel uit het vlees van Europa te verwijderen. Enerzijds door de bestuurlijke stroomlijning die nu achter gesloten deuren voorbereid wordt, tot een onschuldig verdrag te bestempelen, anderzijds door te verdedigen dat zo’n regeling geen nieuw referendum behoeft, maar dat met een eenvoudige parlementaire behandeling kan worden volstaan. Ik zou niet graag in de schoenen staan van staatssecretaris Frans Timmermans (PvdA) die straks zijn eigen verkiezingsprogram zal loochenen door te beweren dat het nieuwe verdrag geen Grondwet is en weinig voorstelt, terwijl even over de grens Angela Merkel haar parlement uitlegt dat de toekomstige minigrondwet wel degelijk de Grondwet is waarvoor ze altijd gepleit heeft. Met deze contradicties zal de publieke opinie zich niet gemakkelijk weer in slaap laten sussen.
Nederland staat voor de vraag of er wederom een referendum komt of dat het verdrag er zonder brede publieke discussie via een parlementaire procedure doorgejast wordt.

JWS: Aan welke criteria zou een Ander Europa moeten voldoen?

WB: Er is een stuitend gebrek aan democratie in Europa. Veel van de bevoegdheden en van de macht waarover nationale en plaatselijke overheden vroeger beschikten, is prijsgegeven aan Europa en aan de markt zonder ook maar de minste democratische controle. Van de Europese instellingen is er slechts één direct gekozen: het Europese parlement. Maar dat heeft geen volwaardige bevoegdheden; het kan geen initiatieven voor wetgeving nemen en op sommige terreinen, zoals asiel en justitie, heeft ze slechts een adviserende taak. Ook de Europese commissie komt buiten het parlement tot stand. Democratisering van Europa betekent dus in de eerste plaats dat het Europese parlement ‘normale’ parlementaire bevoegdheden krijgt: het recht van initiatief en beslissingsbevoegdheid over alle zaken op Europees niveau, inclusief het recht de commissie en haar leden de laan uit te sturen.
Ten tweede zal het doorvoeren van het neoliberalisme een halt moeten worden toegeroepen. Dat betekent dat de vrije marktwerking: ‘het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging’, zoals dat in het huidige verdrag staat, als uitgangspunt zal moeten verdwijnen. Een grondwet moet uitleggen welke de spelregels zijn, maar het huidige verdrag bepaalt niet alleen de regels maar ook de uitslag van het spel. Hoe de economie georganiseerd wordt, is een politieke kwestie die niet in een grondwet thuis hoort. De strijd tegen de neoliberale politiek begint met de strijd tegen dit marktfundamentalisme.

(Uitpers, nr 87, 8ste jg., juni 2007)


De brochure met de verklaring: Naar een nieuwe wettelijke basis voor de Europese Unie. Tien Uitgangspunten voor een democratisch verdrag is te vinden op de website van Attac Vlaanderen http://vl.attac.be/article903.html

Bron: www.grenzeloos.org

Voetnoten van de Uitpersredactie:

(1) Rechts populistisch politicus, oorspronkelijk lid van de liberale VVD, die tijdens de laatste verkiezingen opkwam met een eigen partij, de Partij voor de Vrijheid, en met een racistisch en anti-islam vertoog uit het niets negen zetels haalde. Geert Wilders sprak zich uit tegen de Europese Grondwet.

(2) Voorzitter van de linkse Socialistische Partij, die een belangrijke rol speelde in de campagne tegen de Europese Grondwet. De SP was de grote winnaar van de jongste verkiezingen in Nederland.

(3) Oorspronkelijk ngo, nu actieplatform dat zich duidelijk aan de linkerzijde van het politieke spectrum opstelt. Zie http://www.x-y.org/

(4) Transnational Institute. Zie http://www.tni.org/

Visited 7 Times, 1 Visit today

Tags :