Nederland, Afghanistan en de Navo

· 1 februari 2006 Like

Nederland staat onder sterke druk van de Navo en van haar secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer om nog een bijkomend contingent Nederlandse troepen naar de Afghaanse provincie Uruzgan te sturen. Daar is heel wat verzet tegen, aanvankelijk van het links-liberale D66, en ook van de Partij van de Arbeid PvdA). Een reactie uit Nederland hierop.

Hoe ongerijmd het ook klinkt, de morele druk waaronder D66 gebukt gaat vormt tevens de basis van haar gelijk. Wat dat betreft, mag er allereerst geen misverstand over bestaan dat de Democraten zich niet keren tegen het (morele) doel van de missie: de ombouw van Afghanistan tot een fatsoenlijk land, waarin het geweld is uitgebannen en de mensenrechten worden gerespecteerd. Daarnaast is het ook duidelijk dat hun standpunt mede wordt bepaald door het gevaar dat de Nederlandse militairen in Uruzgan lopen. Van angsthazerij is echter geen sprake. Van redelijkheid daarentegen wel, hoe moeilijk dit ook te accepteren is voor de supporters van de missie. Deze zullen namelijk ruiterlijk moeten erkennen, dat in het licht van het doel van de vredesmissie slachtoffers niet te verkopen zijn.
De ombouw van Afghanistan tot een fatsoenlijk land is militair niet mogelijk, maar alleen door op het universele morele vlak, waarbij ik met name doel op het respecteren van de mensenrechten, het goede voorbeeld te geven. Wederkerigheid is namelijk een kenmerk van moraal. Wat wij van de Afghanen verlangen wat respect voor de alom onderschreven mensenrechten betreft, mogen zij zonder meer ook van ons verlangen. Het wordt dan ook tijd dat Den Haag Washington duidelijk maakt dat van deelname aan de vredesmissie eerst sprake kan zijn, nadat de Amerikanen in eigen huis schoon schip hebben gemaakt wat fatsoen – het respecteren van de mensenrechten – betreft. Als mondialisering van de ‘normen en waarden discussie’, moet dit premier Balkenende aanspreken.

 NAVO, een gepasseerd station.

Getuige een ingezonden brief in de Financial Times voert Navo-secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer de druk op de bondgenoten op. Begrijpelijk, want hij zit daar ook voor zijn brood. Door zijn gerichtheid daarop, zal hij zich niet afvragen of de NAVO anno 2006 nog wel recht van bestaan heeft. Hopelijk stellen onze parlementariërs zich die (kern-)vraag wel. Daarover zal de Kamer zich namelijk eerst moeten buigen, alvorens zij overgaat tot de parlementaire besluitvorming over Afghanistan.
Persoonlijk beschouw ik het NAVO-bondgenootschap als achterhaald, want behorende bij de ‘Koude-Oorlog-Periode’ met het daarbij horende vijanddenken. Ondanks de val van de Muur in ’89 is de NAVO in dat destructieve denken blijven steken, hoewel dat haaks staat op het constructieve denken van ons ‘Post-Koude-Oorlog-Tijdperk’.
Ons mondialiserend tijdperk, waarin wereldwijd het denken zo langzamerhand volledig doordrenkt is van de mensenrechten. De mondiale roep die daarvan uitgaat vraagt niet om stabilisatie missies met tanden, die het vredesideaal systematisch aan flarden schieten, maar om de verwerkelijking van de mensenrechten. Dat ultieme politieke doel is alleen te realiseren door de macht in de wereld over te hevelen van de VS naar de grondig gereorganiseerde VN. Als redelijk alternatief voor het afblazen van de Afghanistan-missie, zou ons parlement haar pijlen unaniem daarop moeten richten. Met deze ideële gerichtheid zullen onze volksvertegenwoordigers met elkaar adequaat uiting weten te geven aan het begrip vredesmissie, met alle hoopgevende maatschappelijke consequenties van dien. Voor Jaap de Hoop Scheffer en zijn politieke geestverwanten, moet uiteraard vervangende werkgelegenheid gezocht worden. Dat zal echter niet het grootste probleem zijn.

Wouter ter Heide

(Uitpers, nr. 72, 7de jg., februari 2006)

Wouter ter Heide informatie