NAVO voert campagne tegen VN-verbodsverdrag nucleaire wapens

Op 22 januari is een Verdrag inzake het Verbod op Kernwapens in werking getreden. Cambodja gebruikte de dag om zich als 52e land aan te sluiten. België hoort niet bij de landen die hebben geratificeerd. De NAVO zet ongemeen veel druk op haar lidstaten om niet aan de ‘nucleaire verplichtingen’ te verzaken.

Toen in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 7 december 2020 een resolutie werd voorgelegd om de zogenaamde Treaty on the Prohibition of Nuclear Weapons (TPNW) te verwelkomen en landen aan te sporen toe te treden, stemden alle NAVO-lidstaten (België incluis) tegen (130 staten stemden voor, 42 tegen). Nochtans ging de huidige Belgische regering in het regeerakkoord een engagement aan om te onderzoeken hoe het ‘Verdrag van de Verenigde Naties inzake het verbod op kernwapens een nieuwe impuls kan geven aan multilaterale nucleaire ontwapening’.

Nu het verdrag deel gaat uitmaken van het internationaal recht voert de NAVO er openlijk campagne tegen.

In een persmededeling met talrijke verwijzingen naar de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), beweert het ministerie van Buitenlandse Zaken dat het verdrag niet het juiste instrument is om de doelstelling van wereldwijde kernontwapening te bereiken. Dat is wat makkelijk. Opeenvolgende Belgische regeringen hebben immers net zoals alle andere NAVO-lidstaten — op Nederland na — geweigerd om deel te nemen aan de onderhandelingen over het verdrag. Ze hebben zo de kans laten schieten om er wel het ‘juiste instrument’ van te maken.

Nu het verdrag deel gaat uitmaken van het internationaal recht voert de NAVO openlijk campagne tegen het TPNW. Valse argumenten en zelfs leugens worden niet geschuwd.

Midden december 2020 stuurde de NAVO een verklaring de wereld in, die meteen ook kan geïnterpreteerd worden als een waarschuwing aan het adres van lidstaten die zouden overwegen tot het Verbodsverdrag toe te treden. ‘Nu de inwerkingtreding van het Verdrag inzake het Verbod op Kernwapens nadert’, zo klinkt het, ‘herhalen we collectief onze oppositie tegen dit verdrag, aangezien het (verdrag) de steeds uitdagender wordende internationale veiligheidsomgeving niet weerspiegelt en in strijd is met de bestaande non-proliferatie- en ontwapeningsarchitectuur.’

De NAVO is bevreesd dat het Verbodsverdrag deel gaat uitmaken van het internationaal gewoonterecht. Dat zou namelijk o.m. gevolgen kunnen hebben voor investeringen in kernwapenproductie. Het is veelzeggend dat de Belgische bank KBC de dag van de inwerkingtreding een persmededeling verstuurde om te melden dat het investeringsbeleid volledig in lijn is met Nucleair Verbodsverdrag van de Verenigde Naties.

Bovenal wil de NAVO vermijden dat de politieke cohesie over het nucleair beleid van het bondgenootschap een deuk krijgt als een of meerdere lidstaten zouden toetreden. Door zichzelf een ‘nucleaire alliantie’ te noemen, heeft de NAVO van de kernwapenpolitiek meteen een wezenskenmerk van haar identiteit gemaakt. Het militair bondgenootschap haalt alles uit de kast om het verdrag te discrediteren en foutief voor te stellen. Maar de argumenten die de NAVO aanhaalt tegen het Verbodsverdrag snijden geen hout.

Niet strijdig met het Non-proliferatieverdrag

De NAVO beweert dat het verdrag ‘haaks staat op de mondiale non-proliferatie en ontwapeningsarchitectuur en het Non-proliferatieverdrag dreigt te ondermijnen’. Het Non-proliferatieverdrag uit 1970 kwam tot stand om de verdere verspreiding van kernwapens te vermijden. Het maakt een onderscheid tussen kernwapenstaten (de vijf staten die kernwapens verworven hadden en die ook de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad zijn) en niet-kernwapenstaten. Die laatste verplichtten zich ertoe geen kernwapens te verwerven, terwijl de kernwapenstaten werk zouden maken van kernontwapening.

De jongste jaren investeren kernwapenstaten miljarden in de vernieuwing van hun arsenalen.

Dat het Verbodsverdrag het Non-proliferatieverdrag zou ondergraven is de waarheid geweld aandoen. In artikel 6 van het Non-proliferatieverdrag staat dat de partijen naar onderhandelingen moeten streven die leiden tot een ‘verdrag voor algemene en volledige (nucleaire) ontwapening onder strikte en effectieve internationale controle’. Weigeren om aan deze onderhandelingen deel te nemen (zoals België steevast doet) is dus niet in overeenstemming met het Non-proliferatieverdrag . In elk geval voorziet het Non-proliferatieverdrag dat het einddoel een verdrag moet zijn dat leidt tot volledige nucleaire ontwapening. Dat is exact wat het nucleaire Verbodsverdrag van de Verenigde Naties doet. Dat verdrag behelst met andere woorden in essentie het uitvoeren van het Non-proliferatieverdrag.

Een halve eeuw na de inwerkingtreding van het Non-proliferatieverdrag was die aanvulling met het Verbodsverdrag hoogstnoodzakelijk omdat de kernwapenstaten het Non-proliferatieverdrag meer en meer gingen beschouwen als een instrument om de nucleaire status quo te behouden. Terwijl de niet-kernwapenstaten aan een streng controleregime worden onderworpen, weigeren de nucleaire staten hun deel van het Non-proliferatieverdrag uit te voeren en werk te maken van effectieve en volledige nucleaire ontwapening. Meer nog, de jongste jaren investeren ze miljarden in de vernieuwing van hun kernwapenarsenalen.

Controlemechanismen

Het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken neemt verder de NAVO-bewering over dat ‘het TPNW geen mechanisme (bevat) om de verbintenissen van de landen die er partij bij zijn uit te voeren of te controleren’. Nochtans stelt het Verbodsverdrag uitdrukkelijk dat ‘op zijn minst’ de bestaande ‘safeguards’-verplichtingen met het Internationaal Atoomenergieagentschap behouden blijven. Die verplichtingen moeten verzekeren dat staten hun nucleaire installaties enkel voor vreedzame doeleinden gebruiken en niet voor een kernwapenprogramma. Daar verandert het Verbodsverdrag niets aan.

Het Non-proliferatieverdrag bevat overigens evenmin de technische details voor een verificatiemechanisme. Het Verbodsverdrag bepaalt bovendien dat de partijen bij het verdrag ook werk moeten maken van een controlesysteem voor kernwapenstaten die beslist hebben om te ontwapenen en tot het VN-Verbodsverdrag toe te treden. Daarmee is alvast een lacune binnen het Non-proliferatieverdrag aangepakt, een soort draaiboek voor kernwapenstaten die willen ontwapenen ontbrak tot nu toe.

Niet boven het internationaal recht

Volgens de NAVO zal het Verbodsverdrag ‘de wettelijke verplichtingen van onze landen in verband met nucleaire wapens niet veranderen’. De impliciete boodschap van de NAVO luidt dat het NAVO-lidmaatschap kernwapenverplichtingen met zich meebrengt en dat lidstaten die tot het Verbodsverdrag toetreden ingaan tegen die NAVO-verplichtingen.

In het NAVO-verdrag van 1949 staat evenwel niets over kernwapens. Het is pas in het strategisch concept van 2010 dat de NAVO zichzelf definieert als een ‘nucleaire alliantie’. Maar dat is een louter politiek document, geen verdrag waaruit wettelijke verplichtingen voortvloeien. Verschillende NAVO-lidstaten hebben overigens in het verleden al beslist dat ze geen kernwapens op het grondgebied toelaten (Denemarken, IJsland, Litouwen, Noorwegen en Spanje). Kernwapenmacht Frankrijk voert zelfs een onafhankelijke kernwapenpolitiek en was nooit lid van de Nucleaire Planning Group (NPG) van de NAVO. De NPG is het hoogste orgaan van de NAVO voor nucleaire aangelegenheden van de militaire alliantie en stippelt het beleid uit van de nucleaire strijdkrachten.

Het is wel zo dat landen die kernwapens van de Verenigde Staten op het grondgebied hebben (België, Duitsland, Italië, Nederland en Turkije) in het kader van de nucleaire taakverdeling van de NAVO, deze zullen moeten ontmantelen als ze toetreden tot het Verbodsverdrag. Zo zouden ze (eindelijk) tegemoetkomen aan effectieve wettelijk verplichtingen die voortvloeien uit het Non-proliferatieverdrag. Dat verbiedt namelijk de overdracht van (de controle over) kernwapens richting niet-kernwapenstaten. Het vraagt ook dat landen ‘effectieve maatregelen’ nemen tot ontwapening. Het is niet zo dat het lidmaatschap van de NAVO onverenigbaar is met de toetreding tot het Verbodsverdrag.

Het Verbodsverdrag zal er onvermijdelijk voor zorgen dat staten die weigeren toe te treden gestigmatiseerd worden. België kan best de politieke moed en wil opbrengen om partij te worden van het verdrag en heeft, wat de NAVO ook beweert, het (internationale) recht aan zijn kant. Dan pas zal België, het land dat beweert zich sterk in te zetten voor een kernwapenvrije wereld, opnieuw een geloofwaardige rol in dit debat kunnen opnemen.

(Visited 102 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 252 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook