NAVO-top kan spanningen binnen de Alliantie niet verbergen

In transatlantische kringen moet men wel met gemengde gevoelens terugkijken naar de afgelopen NAVO-top in Boekarest (2-4 april). Rond een aantal dossiers zoals de uitbreiding, waren er duidelijke meningsverschillen die zelfs na intensief onderhandelen voor en tijdens de top niet konden worden weggemasseerd. In dossiers zoals het rakettenschild of Afghanistan liep het beter af, maar onderhuids voelen een aantal protagonisten zich niet helemaal goed in hun vel bij de manier waarop de VS de zaken doorduwen.

 

De NAVO-uitbreiding

De kwestie van de NAVO-uitbreiding was voer voor heftige discussies zowel tussen de NAVO-leden onderling als met Rusland. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat de top zou eindigen met de aankondiging dat met drie landen formele toetredingsgesprekken zouden starten. Uiteindelijk is dat alleen het geval voor Albanië en Kroatië. Als alles goed loopt zijn ze tegen de volgende top in 2009 lid van het militaire bondgenootschap. Voor Macedonië zal dat niet meer lukken. De NAVO-partners struikelden immers over de naamskwestie. Griekenland wil Macedonië er enkel bij als dat onder een andere naam gebeurt zoals ‘FYROM’ (Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië), ‘Skopje’ (naar de hoofdstad) of gewoon ‘Nieuw Macedonië’. Beide partijen hielden voet bij stuk en dus sprak Griekenland zijn veto uit tegen de toetreding van Macedonië.

Nog meer onenigheid was er over Oekraïne en Georgië. De VS delfden hier het onderspit, wat in NAVO-verband toch zelden is gezien. Voor de top had president Bush nog een onderhoud met zijn Georgische ambtsgenoot, Mikheil Saakashvili en deed hij een tussenlanding in Kiev. De Amerikanen spanden zich erg in om deze toetredingsdossiers een duw in de rug te geven. Maar de kaarten lagen niet gunstig. In Oekraïne is de meerderheid van de bevolking ronduit tegen – slechts 30 procent van de bevolking staat achter het NAVO-lidmaatschap.(1) De Duitse Kanselier Angela Merkel, maakte enkele weken voor de top duidelijk dat de VS een toetreding op korte termijn uit hun hoofd mochten zetten: “Een land zou niet alleen lid mogen worden wanneer het actuele leiderschap voor is, maar evenzeer als een duidelijk percentage van de bevolking het lidmaatschap steunt”.(2) In een verwijzing naar Georgië (Abkhazië en Zuid-Ossetië) was Merkel al even duidelijk: “Landen die zelf in een conflict verwikkeld zitten kunnen naar mijn mening geen lid worden”. Ook Italië en Frankrijk wilden geen groen licht geven. Aan de vooravond zou de Franse premier François Fillon de ware reden voor de terughoudendheid verduidelijken in een radio-interview: “We zijn tegen een toetreding van Georgië en Oekraïne omdat we denken dat dit niet het juiste antwoord is op de machtsbalans in Europa en tussen Europa en Rusland. We willen een dialoog met Rusland over dit onderwerp”. Rusland lijkt de echte stoorzender achter de meningsverschillen binnen de NAVO. De Russen zijn nodig voor samenwerking rond Afghanistan en Iran, moeten overtuigd worden inzake Kosovo en het rakettenschild, maar bovenal is er de grote Europese afhankelijkheid van de Russische energiebevoorrading. Dus was het duidelijk niet het juiste ogenblik om de spanningen met Rusland verder op te drijven.

Hoewel er geen ‘Membership Action Plan’ (MAP – de voorbereidingsfase voor toetreding) kwam voor beide landen, kregen de VS het toch gedaan dat de slotverklaring een duidelijk perspectief uitspreekt voor toetreding: “We kwamen overeen dat deze landen lid zullen worden van de NATO”.(3)

Afghanistan

Rond Afghanistan kwam het tot een akkoord over een verhoging van het aantal troepen, met onder meer een opmerkelijke substantiële bijdrage van Frankrijk. Over de algemene NAVO-missie was de eensgezindheid veel minder groot. Afghanistan vormt een belangrijke test voor de NAVO (de slotverklaring van Boekarest spreekt over ‘onze topprioriteit’). Vanuit het perspectief van Washington is slagen in Afghanistan een absolute must, wil de NAVO in de 21e eeuw relevant blijven. In de VS is er redelijke eensgezindheid tussen Republikeinen en Democraten over de transformatie die de NAVO moet maken tot een zogenaamde globale alliantie van democratieën die krachtdadig moet kunnen optreden tegen elke dreiging in om het even welke uithoek van de wereld. In Europa ziet men dat wat genuanceerder. Niet alleen is er een aantal landen dat in eerste instantie inzet op een sterk uitgebouwd Europees Veiligheids- en Defensiebeleid, maar bovendien is er niemand van zinnens – met Irak in het achterhoofd – zich in avonturen te storten. In Europa is er weinig enthousiasme om te interveniëren in verafgelegen en moeilijk in te schatten oorlogen. Er bestaat dan ook nogal wat aarzeling tot ronduit scepsis rond Afghanistan. Het is maar door voortdurende druk vanuit het Witte Huis en de landen die nu de belangrijkste contingenten leveren dat andere NAVO-lidstaten zich verplicht voelen substantiëler over de brug komen. Maar dat is niet altijd van harte. In veel landen loopt de publieke opinie op zijn zachtst gezegd niet warm voor deze bezettingsoorlog. Dat is bijvoorbeeld het geval voor Frankrijk. President Sarkozy maakte enkele dagen voor de top bekend dat hij een extra bataljon (700 tot 800 soldaten) zal sturen naar het woelige oosten van Afghanistan. Uit opiniepeilingen blijkt dat 68 procent van de Fransen tegen een uitbreiding van de Franse bijdrage is. Naast Frankrijk en België sturen ook Tsjechië, Polen en Roemenië verse troepen. Die – 2000 in totaal – komen bovenop de 47.000 troepen die nu al ontplooid zijn. Maar uit de slotverklaring van Boekarest (“we kijken uit naar bijkomende bijdrages”, par 6) blijkt dat het er nog meer mogen zijn.

Een exit-plan voor Afghanistan?

Terwijl de NAVO in het publiek aan alle landen vraagt om evenredig inspanningen te leveren, berichtte het Duitse weekblad Der Spiegel over het circuleren van een document met daarin het begin van een exit-strategie.(4) Het gaat om een verreikend strategisch document over Afghanistan opgesteld door NAVO-diplomaten en zou geheim moeten blijven omdat de details ervan consequenties zouden hebben voor de veiligheid van de troepen. Maar een aantal bronnen laat volgens Der Spiegel verstaan dat de inhoud ervan gewoon te controversieel is om het zomaar publiek te maken. In het document staan verschillende streefdoelen. Een daarvan gaat over het aantal Afghaanse troepen dat nodig is om de taken van ISAF over te nemen alsook de minimum competentie ervan. Samen met de andere criteria betekent dat een terugtrekking niet voor 2015 zal plaatsgrijpen. Wel belangrijk is dat volgens het document de focus in toenemende mate moet liggen op het trainen van Afghaanse troepen zodat die heel vlug gevechtstaken kunnen overnemen. Naar verluidt zou vooral Duitsland een belangrijke voorzet hebben gegeven in het totstandkomen van deze ‘Strategy-paper’. Berlijn, dat 3.200 manschappen in Afghanistan heeft, weigert deze tot nu toe in gevechtszones in te zetten. Er bestaan niet alleen twijfels maar er is ook groeiend verzet tegen de Duitse deelname aan ISAF.

De twijfels bij de publieke opinie en het groeiend aantal incidenten met de Taliban hebben de NAVO alvast verplicht om een PR-offensief op te starten. Op de top in Boekarest werd een 24-pagina groot rapport over de missie in Afghanistan publiek gemaakt dat vooral de successen in de verf moet zetten.(5) De NAVO lijkt niet echt tevreden over de manier waarop de pers over de bezettingsoorlog schrijft en wil naar eigen zeggen ook andere (positieve) informatie naar het publiek brengen. In de slotverklaring lezen we: “We verwelkomen de vooruitgang die is gemaakt in de strategische communicatievermogens van de NAVO zoals aangetoond door de snelle respons Media Operations Centre. We verwelkomen ook de oprichting op onze top van een nieuwe NAVO TV kanaal op het internet dat regelmatig nieuws en videoverslagen zal uitzenden, in het bijzonder uit de verschillende regio’s van Afghanistan.” (citaat uit par. 10) Ook hier blijkt opnieuw hoe groot de prioriteit om te slagen in Afghanistan wel is.

Rakettenschild

Politiek betekenisvol is dat Poetin zijn steun aan de ISAF-operatie heeft toegezegd door zijn grondgebied open te stellen voor militaire en logistieke transporten richting Afghanistan. Voor het overige was er naast de onenigheid over de NAVO-uitbreiding en de uitgeroepen onafhankelijkheid van Kosovo ook veel blijvend ongenoegen over het geplande rakettenschild. Het gaat om de installatie van 10 interceptor raketten in Polen en een radarfaciliteit in Tsjechië, officieel om een dreiging vanuit een land als Iran af te wenden. Maar Moskou vreest dat het tegen Rusland kan worden ingezet. Het overleg tussen Bush en Poetin vlak na de top leverde geen vergelijk op. In hun gezamenlijk verklaring geraakten ze niet verder dan dat ze de “dialoog zullen intensifiëren” om tot een compromis te komen.(6) Uiteindelijk is de discussie rond het rakettenschild succesrijk verlopen voor de VS. Alle 25 overige lidstaten schaarden zich achter de Amerikaanse analyse dat “de Ballistische rakettenproliferatie een toenemende bedreiging vormt voor de troepen, het territorium en de bevolking van de Alliantie.” (Slotverklaring, par. 37) “Rakettendefensie vormt een deel van een breder antwoord om die dreiging te keren”, zo heet het nog. Politiek is dit uitermate betekenisvol omdat nu expliciet duidelijk is dat ook alle andere NAVO-landen het oude ABM-Verdrag uit 1972 (dat de bouw van rakettenschilden om zo een nucleair voordeel te verwerven net wilde vermijden) niet langer als relevant beschouwen.

De VS-plannen voor een tweede rakettenschild om ook landen als Noorwegen en Turkije te kunnen beschermen vindt eveneens een weerslag in de slotverklaring, zij het wat vager. In de slotverklaring spreekt men van het “ontwikkelen van opties voor een allesomvattende architectuur van rakettendefensie om het uit te breiden naar alle territoria en bevolkingen van de Alliantie” tegen 2009 waar dan een nieuwe beslissing zou moeten vallen. Ook hier stond Duitsland weer op de rem onder meer omdat het systeem peperduur is en de VS willen dat de Europese NAVO-lidstaten de kosten ervan dragen. Volgens experts zou een tweede schild een verhoging van het Duitse defensiebudget met 1 miljard euro met zich meebrengen, wat politiek niet verkoopbaar is.(7)

Spanningen binnen de NAVO na Boekarest

De eensgezindheid zoals die uit de slotverklaring moet blijken is in werkelijkheid veel minder groot. Enkele dagen na de top uitte de NAVO topcommandant, Bantz Craddock, zijn ongenoegen over wat hij het “falen” noemt van een aantal Europese landen om de terreur te bevechten en over het feit dat nog maar enkele NAVO-lidstaten de onafhankelijkheid van Kosovo hebben erkend.(8) Craddock wil dat er nog meer troepen worden vrijgemaakt voor Afghanistan met minder beperkingen. Opvallend was ook dat hij klaagde over de te lage Europese defensie-uitgaven, een heikel thema dat men in Boekarest zorgvuldig omzeilde – publiek althans. Volgens hem halen maar 7 van de 26 NAVO-lidstaten het door de NAVO bepaalde minimumniveau.

In een opiniebijdrage in de International Herald Tribune (9 april 2008) schrijft Professor Kupchan (International Affairs Georgetown University) over de transatlantische meningsverschillen. Volgens hem zitten de NAVO-lidstaten sinds het verdwijnen van de Sovjetunie niet langer op dezelfde golflengte, vooral over de natuur van de dreigingen. “De hamvraag voor de Alliantie is niet of zulke verschillen kunnen worden overbrugd, maar wel of ze kunnen worden getolereerd”. Volgend jaar komt de NAVO opnieuw bijeen in Straatsburg en Kehl om de 60ste verjaardag te vieren, maar Afghanistan en andere dossiers kunnen er wel eens voor zorgen dat het een verjaardag in mineur zal worden.

(Uitpers, nr 98, 9de jg., mei 2008)

Noten

  1. John Marone. Ukraine’s NATO bid. It’s not over Yet. In: Eurasian Home, 7 oktober 2008 (zie: http://www.eurasianhome.org/xml/t/opinion.xml?lang=en&nic=opinion&pid=1047
  2. Geciteerd in Nikolas Gvosdev. Rapid Reaction. Moving NATO Forward. In The National Intrest, 18 maart 2008 (zie: http://www.nationalinterest.org/PrinterFriendly.aspx?id=17160 )
  3. Paragraaf 23 van de ‘Bucharest Summit Declaration’, 3 april 2008
  4. Matthias Gebauer. Does NATO want out of Afghanistan. In: Der Spiegel Online International, 4 april 2008 (zie: http://www.spiegel.de/international/world/0,1518,545348,00.html )
  5. Progress in Afghanistan. Bucharest Summit 2-4 April 2008. Zie: http://www.nato.int/isaf/docu/epub/pdf/progress_afghanistan.pdf
  6. Susan Cornwell en Oleg Shchedrov. Bush and Putin fail to resolve missile differences. In: International Herald Tribune, 6 april 2008.
  7. Cordula Meyer en Alexander Szandar. Europe waits out the Bush Administration. In: Der Spiegel Online International, 1 april 2008 (zie: http://www.spiegel.de/international/world/0,1518,544648,00.html )
  8. Desmond Butler. NATO Chief Cites differing views about anti-terror within alliance. Associated Press, 11 april 2008

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 88 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook