Navo helpt Amerika de wereld te veroveren

De regering van president George Bush werkt volop aan een Amerikaanse agressie-oorlog in het Nabije Oosten. Die moet, al dan niet met de zegen van gegijzelde Verenigde Naties, de "nieuwe wereldorde", de Amerikaanse wereldheerschappij, verstevigen. Navo-landen als België hebben de "morele plicht" om Washington daarbij te steunen, verklaarde Navo-baas George Robertson eind december.

Die landen worden door Washington onder politieke en economische druk gezet om, in strijd met het internationaal recht en het handvest van de Verenigde Naties, in Irak een regime te verdrijven en er een Amerikaanse militaire bezetting te helpen organiseren. De Belgische regering gaat door de knieën en verbergt zich achter Navo-verbintenissen om hulp aan een onverbloemd imperialistische oorlog te verantwoorden. In Antwerpen worden de middelen voor een Amerikaanse bezetting van Irak verscheept.

Dat grote mogendheden nu zo openlijk en onbeschaamd durven te spreken over een agressie-oorlog tegen een arm land, heeft te maken met het het wegvallen of verzwakken van belangrijke remmen die in de 20ste eeuw op de krachten van het imperialisme (zie voetnoot) werden geplaatst.

Die remmen waren: het ontstaan van socialistische landen die zich losscheurden uit dit systeem; de sociale strijd in kapitalistische landen die toegevingen afdwong voor de werkende mensen; en de onafhankelijkheidsstrijd in de kolonies die de stroom van rijkdommen van arme naar rijke landen inperkte. Maar de Sovjet-Unie (tegengewicht voor de invloed van westers imperialisme) verdween. De sociale strijd in de industrielanden verzandde in een defensieve achteruitgang. En in de nieuwe onafhankelijke landen werden Mobutu’s of Menems aan de macht gebracht die door ontkrachting van de onafhankelijkheid hun land opnieuw tot wingewesten van westerse monopolies maakten.

Na hun nederlaag in 1975 in Vietnam hielden de Verenigde Staten zich enige tijd gedeisd. Het Vietnam-syndroom zorgde voor terughoudendheid tegenover buitenlandse militaire interventies. Maar met president Ronald Reagan keerde het tij. Een test was de Amerikaanse invasie in 1983 in Grenada. Die was vooral politiek van aard. Ze moest de wereld, in het bijzonder Moskou en de sandinisten in Nicaragua, tonen dat Washington het Vietnam-syndroom te boven was gekomen en niet langer aarzelde om militair tussenbeide te komen in andere landen.

Tegelijk werd bij de publieke opinie, vooral via niet-gouvernementele organisaties, een pr-offensief ingezet om militaire interventies in andere landen te verantwoorden als "bevordering van democratie", "bescherming van mensenrechten" of "humanitaire operatie". Niet weinig journalisten en ngo’s gingen geloof hechten aan zo’n voorstelling van zaken die de publieke opinie moest verzoenen met wat essentieel gewapende belangenpromotie is.

"US must reign supreme"

Het verdwijnen van de Sovjet-Unie maakte bij de imperialistische kringen in Washington alle remmen los.. "US must reign supreme" (de VS moeten alleenheerser zijn) luidde de titel waarmee de International Herald Tribune begin jaren 90 documenten bekendmaakte van het Pentagon voor de "nieuwe wereldorde". Niet alleen moesten regimes worden verjaagd die zich te onafhankelijk opstelden (van Cuba tot Noord-Korea, Irak tot Libië, Joegoslavië en Iran – later ook het Venezuela van Chavez ). Tegelijk moest worden belet dat Rusland een eigen weg opging en dat Europa een rivaliserende grootmacht zou worden. Rusland kon, via corruptie van lokale gezagsdragers, in de pas worden gehouden door de schuldenpolitiek van westerse staten en geldschieters. Voor Europa werden twee middelen in petto gehouden: de Navo en de EU-uitbreiding naar Oost-Europa.

De Navo werd in 1949 opgericht als anti-Sovjet-alliantie die tegelijk de invloed van communistische partijen in West-Europa moest "indijken". Na het verdwijnen van de Sovjet-Unie kon de alliantie gelden als de winnaar van de Koude Oorlog, maar wel als een winnaar zonder vijand. Normaal zou zij zich hebben moeten ontbinden.

Maar haar overleven was ook een waarborg voor Amerikaanse suprematie over de Europese bondgenoten. Vooral moest de Navo beletten dat Europa een eigen buitenlands en defensiebeleid op poten zette, terwijl de belangen van de VS en Europa in de wereld aldoor meer uit elkaar gingen lopen:

Europa mocht geen rivaal worden voor het Amerikaans imperialisme. Zo werden "nieuwe taken" voor de alliantie gezocht, van "vredehandhaving" tot "bestrijding van terrorisme". Het "defensief" karakter van de Navo maakte plaats voor een interventionistische "veiligheidsfunctie" in de hele wereld. Van respect voor niet-inmenging en voor soevereiniteit, nochtans ingeschreven in het VN-handvest, was geen sprake meer.

Opinie bewerken

Wel moest de publieke opinie ingepalmd worden voor zo’n drastische koerswijziging. Want het Navo-verdrag van 1949 beperkt operaties van de alliantie tot het eigen verdragsgebied, de "regio van de Noord-Atlantische Oceaan in het noorden tot de Kreeftskeerkring".

De Navo-operaties op de Balkan, vooral de bombardementen op Servië in 1999, toonden dat de organisatie zich het recht ging voorbehouden om ook buiten haar verdragsgebied op te treden. Naast het verdrijven van een "weerbarstig" regime als dat van Slobodan Milosevic bestond het politieke doel er in de media en de opinie te wennen aan wereldwijd optreden van de Navo – die zich bij die gelegenheid door haar spreekbuizen in de media liet voorstellen als "internationale gemeenschap", met militaire interventies ter verdrijving van dictators en ter bevordering van democratie en mensenrechten.

Dat was van belang voor de "nieuwe wereldorde" (nieuwe belangenopdeling onder Amerikaanse hegemonie) die Washington voor ogen had in de voormalige Sovjet-Unie, Centraal-Azië en het Nabije Oosten. De Navo zou op politiek vlak de multilaterale schijn ophouden van interventies die vooral de Verenigde Staten ten goede komen, zoals ook de Verenigde Naties dat al deden. Haar rol zou ook beletten dat de Europese Unie haar verbrokkeling te boven zou komen en als autonome rivaliserende imperialistische instantie zou gaan optreden.

Interventiemachten

Op de Europese topconferenties van Keulen en Helsinki (juni en december 1999) zag het er naar uit dat Europa zich zou losmaken van de Amerikaanse voogdij. Toen vielen de besluiten voor de oprichting van een Europese Snelle Reactiemacht (RRF) van 60.000 man. Maar Europese regeringen hadden nog niet geleerd om "neen" te zeggen aan de Amerikanen, ook al vielen hun belangen er hoe langer hoe minder mee samen. Ze waren er als de kippen bij om te benadrukken dat hun interventiemacht de Navo niet zou ondermijnen, maar slechts een complement zou vormen van de snelle reactiemacht (NRF) waarmee de Navo overal zou gaan interveniëren.

Dat weerspiegelde de ambivalente relaties die tussen imperialistische krachten bestaan. De VS en Europa zijn bondgenoten om de neoliberale wereldorde te behoeden. Maar ze zijn tegelijk rivalen die hun eigen, aldoor meer uiteenlopende belangen vooruit willen helpen.

Het besluit tot oprichting van die NRF viel op de Nato-conferentie in Praag (de eerste in een voormalige lidstaat van het Warschaupact) in november. Op die top werden Estland, Letland, Litouwen, Bulgarije, Roemenië, Slovenië en Slovakije uitgenodigd om tegen 2004 Navo-lid te worden. Na het lidmaatschap van Hongarije, Polen en Tsjechië in 1999 worden zo nog zeven landen uit het voormalige Oostblok lid van de Navo, die zich dan zal uitstrekken tot aan de grens met Rusland. Dat land heeft zijn ongerustheid hierover ingeslikt, in bedwang gehouden door de voor de regering-Poetin levensnoodzakelijke westerse kredietkraan en door de oprichting van een Navo-Rusland Raad als doekje voor het bloeden.

De oostwaartse uitbreiding van de Navo heeft geen zin als verdediging tegen een "gevaar" dat niet meer bestaat, de Sovjet-Unie. Wel krijgt ze zin als ze begrepen wordt als versterking van de Amerikaanse positie in Europa, een continent dat door Washington beschouwd wordt als hulpje bij de vestiging van de Amerikaanse imperiale wereldorde.

De NRF moet de "gendarmerie" worden van een organisatie die twee imperialistische instanties groepeert, waarvan de belangen uiteenlopen – zoals onder meer blijkt in Irak, waar een agressieoorlog zeker geen Europees belang is.

De taken die de Europese reactiemacht meekreeg zijn beperkt tot opdrachten die de Verenigde Staten liever niet aan Amerikaanse militairen geven, maar aan hun Europese bondgenoten overlaten: in het jargon gaat het om conflictpreventie, vredesstichting en vredesbehoud, en humanitaire opdrachten. Heel anders ligt het met de NRF-interventiemacht die de Navo opricht. Die telt maar 20.000 man, maar heeft geen precies omschreven opdrachten. Anders dan de Europese interventiemacht, die alleen in het geopolitieke Europa moet optreden, zal de Navo-macht overal ter wereld kunnen worden ingezet.

Dat de VS de Navo alleen maar willen gebruiken voor wat ze zelf nodig achten, bleek in de oorlog in Afghanistan. De Navo-bondgenoten van de VS wilden Washington behagen door op 12 september 2001 hun gezamenlijke diensten aan te bieden; Ze riepen artikel 5 van het Navo-handvest in, waarmee ze de aanslagen op de WTC-torens en het Pentagon beschouwden als een aanval op een lidstaat, en dus op het hele bondgenootschap. Maar de Verenigde Staten negeerde dit collectief initiatief en nodigde bondgenoten apart uit voor de Afghaanse oorlog, volgens de noden die door het Amerikaans opperbevel waren vastgelegd. Dat is een voorafbeelding van de NRF-macht van de Navo, waarin Washington voor Europese bondgenoten alleen specialisatie-opdrachten voorziet: elke Europese staat zal de Amerikaanse strijdkrachten helpen op een domein waarin het uitmunt. Het Pentagon beschouwt de Navo duidelijk als een nuttig instrument dat op de maat van Amerikaanse belangen kan worden gesneden.

Uitbreiding EU

Drie weken nadat de Navo in Praag zeven Oost-Europese landen uitnodigde, besloot de Europese Unie in december in Kopenhagen tot uitbreiding van de Unie met tien landen (Estland, Letland, Litouwen, Polen, Hongarije, Tsjechië, Slovenië, Slovakije, Cyprus en Malta). Die moeten lid worden in 2004, het jaar dat ook de nieuwkomers bij de Navo worden verwacht. De nieuwe kandidaat-leden van de EU hebben economisch een enorme, haast niet in te halen achterstand op de rest van de Unie. Tegen hun toetreding bestaat om die reden veel twijfel en verzet bij de Europese bevolking. Die vreest dat het lidmaatschap van die armere landen leidt tot massale migratie naar de vleespotten van westelijk Europa, en tot vertrek ("delocalisatie") van Westeuropese bedrijven naar de nieuwe lidstaten. Maar dat is niet de eerste zorg van de westerse concerns en "veiligheids"-specialisten.

Washington was een grote pleitbezorger voor die omstreden oostwaartse uitbreiding van de EU. Het zal er ook de grote winnaar van zijn, schreef de International Herald Tribune vier dagen voor de EU-top in Kopenhagen. Het blad citeerde een Duits functionaris die opmerkte: "De toetreding van die fundamenteel pro-Amerikaanse landen van Centraal en Oost-Europa tot de Europese Unie betekent het einde van elke poging van de Unie om een eigenheid te vormen en om een eigen buitenlands en veiligheidsbeleid vast te leggen dat zich opstelt tegenover de Verenigde Staten".

Die pogingen worden ook doorkruist door Groot-Brittannië, dat nog altijd niet goed weet of het nu Europees dan wel Amerikaans is. De Britse premier Tony Blair, een "moderne socialist", gedraagt zich in elk geval niet als Europeaan, maar als Amerikaan, tegen de opvattingen van zijn eigen bevolking in.

Navo stuwt België naar medeplichtigheid

In Antwerpen is sinds enige tijd de verscheping aan de gang van Amerikaans militair materiaal voor een bezetting van Irak. De Belgische regering liet weten dat ze hiervoor geen toelating moest geven omdat het gaat om bewegingen die binnen de Navo normaal zijn. Antwerpen en andere grote Europese havens zijn kwetsbaar voor Amerikaanse druk: de containertrafiek van en naar de VS is voor hen van groot belang.

Met het toelaten van materiaal voor de Amerikaanse bezetting van Irak toont ook de Belgische regering, met een schijnheilig beroep op de Navo-geplogendheden, dat een Europese politiek haar minder aan het hart ligt dan de onderschikking van dat beleid aan de wensen van Bush en Cheney, en hun oorlogszuchtige achterban van olie- en defensiebaronnen. Via zijn Navo-lidmaatschap dreigt België medeplichtig te worden aan een misdadige oorlog waarvoor zelfs geen voorwendsel bestaat (de komedie met de VN-zoektocht naar "wapens voor massavernietiging" moet alleen een agressie helpen legitimeren). Zo’n oorlog moet alleen de macht en rijkdom vergroten van een Amerikaanse kleptocratie waarvoor Bush, Cheney, Wolfowitz en Rice als gewillige spreekbuis optreden.

Bijzonder kwetsbaar is Navo-lidstaat Turkije, een land dat ook lid wil worden van de EU. Turkije vreest tegen zijn wil in een oorlog tegen buurland Irak te worden meegezogen. Meer dan 80 procent van de Turken is gekant tegen zo’n oorlog. Ook de regering van premier Abdullah Gül wil zich geen oorlog – met alle catastrofale gevolgen vandien – laten opleggen. Maar de oorlogsstokers in Washington voorzien een sleutelrol voor Turkije in een conflict met Irak, en vinden dat het land als Navo-lid "zijn verantwoordelijkheid" moet opnemen. Ook Israël oefent druk uit op Ankara om mee te doen of tenminste zijn grondgebied en luchtruim door Amerikaanse en Britse militairen te laten gebruiken. Erdogans regering zit met een diepe economische crisis, en is sterk afhankelijk van kredieten van het Internationaal Monetair Fonds. Het IMF is de waakhond van de internationale banken en Washington is er veruit de machtigste "speler". Een team van het IMF werd eind januari in Turkije verwacht om over de voorwaarden voor een nieuw krediet te onderhandelen.

(Uitpers, nr. 38, 4de jg., februari 2003)

 

NOOT: Imperialisme. In de omgang wordt hiermee het westers kapitalisme bedoeld zoals dat koloniale rijken uitbouwde in de jaren 1870-1914. Maar het systeem reikt veel verder, en geldt ook in een wereld waar koloniale verhoudingen niet langer formele kolonies vereisen. Vandaag gaat het schuil achter de term "globalisering" die in de jaren tachtig door banken en toppolitici werd gelanceerd..

Concentratie in grote monopolies, primauteit van financierskapitaal boven industrieel kapitaal, en export van kapitaal zijn de belangrijkste kenmerken. De megafusies van de jongste jaren toonden dat de concentraties omvangrijker worden dan ooit, ondanks alle gepraat over "vrije concurrentie". De greep van het financierskapitaal (vooral de grote banken die de beschikking hebben over bijna het hele geldkapitaal van kapitalisten, kmo’ers en renteniers) op de economie is groter dan ooit. Ook de export van kapitaal heeft enorme afmetingen aangenomen, zoals de wereldwijde kapitaalbewegingen en buitenlandse investeringen de jongste decennia aantoonden. En wie genoeg kapitaal heeft om er te kunnen exporteren wil ook dat zijn investering veilig is. Als volgzame lokale regeringen daar niet kunnen voor zorgen, dan moeten interventies (van staatsgrepen tot invasies) mogelijk zijn. Vandaar dat de imperialistische krachten na "Vietnam" een ideologische restauratie begonnen waarbij wereldwijde interventies in andere landen opnieuw als aanvaardbaar, ja normaal worden voorgesteld. Vandaar ook de toenemende pleidooien voor interventiemachten.

Voor de politiek van wereldwijde militaire interventies zijn beroepslegers beter geschikt dan legers van dienstplichtigen. Gewone miliciens worden snel een politiek "gevaar" voor wie hen uitzendt omdat ze zich bij oorlogsgruwelen snel beginnen afvragen wat ze zo ver van huis komen doen. Dan gaan ze in hun thuisland ook politieke protesten organiseren, en wordt voor velen duidelijk wat "imperialisme" eigenlijk betekent. Een beroepsleger is opgeleid om minder vragen te stellen en te doen waar het voor betaald wordt – met geld van de belastingbetaler dat door zijn regering voor oorlog wordt aangewend.

Visited 4 Times, 1 Visit today

Tags :