Nationalistische revivals in ex-Joegoslavië “verrassen” internationale gemeenschap

Politieke leiders, commentatoren en waarnemers allerhande toonden zich op 17 maart jl. bijna eenparig "erg verrast" door de gewelddaden in Kosovo. Alles leek zo rustig, in Pristina gingen Serviërs die voor de VN werken zelfs op café met etnische Albanezen, zo luidde een van de stevige aanwijzingen dat alles er goed evolueerde.

Het effect van verrassing is vooral een stevige aanwijzing voor de aanhoudende blindheid van wat soms misleidend "de internationale gemeenschap" wordt genoemd. Blindheid die we ook tegenover de rest van ex-Joegoslavië aantreffen en die meespeelt in de herleving van de diverse nationalismen.

De toestand is sinds het neerstrijken van de internationale troepenmacht in 1999 onafgebroken spannend geweest. De meeste nog in Kosovo verblijvende Serviërs werden weggejaagd, honderden die achterbleven werden sindsdien vermoord. Ook in de weken vóór 17 maart waren er nog enkele moorden op Serviërs. Dat er op 17 en 18 maart meer dan 20 werden omgebracht in lynchpartijen en dat tientallen kerken en kloosters in brand werden gestoken, lag in het verlengde daarvan. Wie dan nog "verrast" wordt, heeft niet goed gekeken.

Het is een oud zeer. Want diezelfde buitenwereld, westerse leiders incluis, was volkomen blind voor de spanningen die er in Kosovo al van in de jaren ’60 waren en die in het begin van de jaren ’80 hoog opliepen. Zelfs toen Milosevic er eind van de jaren ’80 een apartheidsbewind installeerde en van de Albanese meerderheid tweederangsburgers maakte, kneep de "internationale gemeenschap", EU en Navo incluis, de ogen dicht. Tot ze ineens "verrast" werden door het openbarsten van het abces.

Dachten VN en Navo na 1999 nu echt dat ze de problemen van Kosovo gingen oplossen door alleen maar toe te kijken, ook al is dat met 20.000 militairen ter plaatse. Of bestond de illusie dat die sterke militaire aanwezigheid volstond om ten minste een soort gewapende vrede en intercommunautaire rust op te leggen?

De werkelijkheid is enigszins anders, namelijk dat die "internationale gemeenschap" (het Westers deel ervan) toelaat dat het UCK, het zogenaamde Kosovaars Bevrijdingsleger, de plak over deze regio zwaait. Dat UCK is volgens Navo-bronnen zelf feitelijk een kartel van maffiagroepen die de hand hebben in onder meer drugssmokkel en vrouwenhandel – met talrijke militairen van de "vredesmacht" onder hun klanten. UCK-leiders die worden verdacht van oorlogsmisdaden, raken veel moeilijker dan hun Servische collega’s voor het Internationaal Joegoslavië Tribunaal. Openbaar aanklaagster Carla Del Ponte gaf toe dat onderzoeken naar Kosovaarse Albanezen op nogal wat moeilijkheden stuiten, terwijl de NAVO-troepen in Kosovo weinig ijver aan de dag leggen om verdachten op te sporen.

Servië

Die Westerse partijdigheid is koren op de molen van de Groot-Servische nationalisten die met de jongste crisis in Kosovo hun posities verder aanzienlijk versterken. De uiterst-rechtse nationalisten van Seselj, de Radicale Servische Partij SRS, haalden eind vorig jaar 28 procent van de stemmen – die SRS heeft o.m. nauwe banden met het Front National van Le Pen. Met andere groepen daarbij (de "Socialisten" van Slobodan Milosevic, de monarchisten van Draskovic) komen de nationalisten tot bijna 45 procent. Vojislav Kostunica moest voor een regeringsmeerderheid een beroep doen op die monarchisten en op de steun van buitenuit van Milosevic. Maar vergeten we niet dat de Servische Democratische Partij (DSS) van Kostunica inzake nationalisme niet zo ver af staat van de Radicalen.

De vorming van deze Servische regering is op zichzelf al een kaakslag voor de Westerse leiders die dachten met druk en geld de "democratie te vestigen". Dat is zeer vervelend als de mensen niet stemmen zoals men wil, democratie is slechts goed als de uitslag meevalt.

Uiterst-rechts kan in Servië van veel hout pijlen maken. Er is vooreerst de zware economische en sociale crisis waaraan de "democraten" à la (de vermoorde) Djindjic weinig of niets hebben gedaan.

Hun stelling was dat als Servië weer zijn plaats innam in de internationale gemeenschap – en dus meewerkte aan het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag – het vanzelf wel weer beter zou gaan. De Verenigde Staten beloofden bovendien royale geldelijke steun voor die medewerking. Milosevic werd in juni 2001 aan Den Haag uitgeleverd, hetzelfde gebeurde met de meeste beschuldigde Serviërs. Maar in Den Haag staat Del Ponte er met haar aanklachten zeer zwak voor, het proces keert zich tegen de aanklagers, terwijl van die Amerikaanse dollars niet veel gezien is. Dat, gekoppeld aan de veel laksere vervolging van andere dan Servische verdachten, maakt dat de meeste Serviërs het Tribunaal erg partijdig vinden. Kostunica zelf kon er niet naast kijken dat de Amerikanen bijna uitsluitend over Servische oorlogsmisdadigers spreken en de rest zogoed als negeren. Diezelfde Amerikanen hebben tijdens de Bosnische oorlogen de Kroatische en Moslim-nationalisten militaire adviseurs, wapens en geld geleverd, terwijl ze in 1999 het Kosovaars-Albanese UCK alle mogelijke steun gaven.

De lynchpartijen op Serviërs in Kosovo komen daar een schep bovenop doen. Kosovo is officieel nog altijd een provincie van Servië, met een VN-bestuur en een autonoom bestuur dat meer bevoegdheden opeist. VN en Navo schuiven die kwestie voor zich uit, alsof ze zal opgelost raken of zelfs zal verdwijnen door ze te negeren. Die onopgeloste kwestie voedt intussen het ultranationalisme van zowel Serviërs als Kosovaarse Albanezen.

De Serviërs leven met het gevoel dat de grenzen van hun land nog altijd niet vastliggen. Wat met "de provincie" Kosovo? Zal de Republika Srpska, de Servische regio binnen Bosnië, op een dag deel uitmaken van Servië – zoals de overgrote meerderheid van de bevolking daar dat wenst? Hoelang zal de Unie van Servië en Montenegro, opgericht begin 2003 voor de duur van drie jaar ter vervanging van de Joegoslavische federale republiek, blijven bestaan? Die Unie is door het Westen opgedrongen om de kwestie Kosovo voor die duur te bevriezen. Maar wat daarna, begin 2006?

Kroatië

In Kroatië wonnen de nationalisten van de HDZ de verkiezingen van 23 november vorig jaar waardoor ze na vier jaar weer aan de macht kwamen. Die HDZ beweert dat ze niet meer de partij is van wijlen Franjo Tudjman die zich als president niet geneerde om symbolen van de Kroatische fascistische staat in eer te herstellen (de HDZ is intussen toegelaten tot de EVP). Onvrede over corruptie en plundering dreven de Kroatische kiezers in 2000 naar de sociaal-democraten van Ivica Racan.

Maar die sociaal-democraten raakten niet aan de gevolgen van die plunderingen. Onder Tudjman hadden hij en zijn omgeving onder het mom van privatiseringen de rijkdommen van het land gestolen. Onder Racan werd daar niet aan geraakt. Intussen bleef een derde van de Kroatiërs werkloos. Racan deed ook weinig om Kroatische oorlogsmisdadigers aan het Tribunaal in Den Haag uit te leveren, zijn regering beperkte zich tot beginselverklaringen uit vrees voor de reactie van de nationalisten. Leiders van de massamoorden op vooral bejaarde Serviërs in Krajina bleven daardoor ook onder de sociaal-democraten buiten schot.

Bosnië

In Bosnië-Herzegovina is in grote lijnen hetzelfde gebeurd als in Kroatië: de kiezers stuurden de sociaal-democraten naar huis, acht jaar na Dayton delen sinds 2002 de nationalisten zowel bij Moslims, Kroaten als Serviërs weer de lakens uit. De "internationale gemeenschap" heeft het daar moeilijk mee, want dat was natuurlijk niet de bedoeling.

De internationale gezant, Paddy Ashdown, voelt zich geroepen om de macht van die gekozenen zoveel mogelijk aan banden te leggen. Hij gaat zelfs verder, gekozenen die hem niet aanstaan, zet hij af. Geen wonder dat veel kiezers zich afzetten tegen wat ze ervaren als de arrogantie van de "internationale gemeenschap".

De lokale machthebbers zijn echter vooral geïnteresseerd in de verdiensten met smokkel en andere illegale activiteiten allerhande. Talrijke gezagsdragers van Bosnië – idem in Servië, Montenegro, Kroatië, Kosovo, Macedonië – zijn betrokken bij sigarettensmokkel en vrouwenhandel. Zij en maffieuze kringen ondersteunen nationalistische bewegingen vaak uit berekening, het biedt hen een beter kader voor hun activiteiten.

De "internationale gemeenschap" had op tal van conferenties grootscheepse programma’s voor economische en sociale ontwikkeling toegekend. Maar in de praktijk ziet de bevolking daar weinig van, waardoor de meeste mensen in de grootste onzekerheid blijven leven. Intussen leeft driekwart van de bevolking van Bosnië onder de armoededrempel en is 40 % werkloos (lager dan in Kosovo waar het 60% is). Dat heeft ook te maken met de neoliberale logica die voorschrijft dat er daar markteconomieën moeten komen, wat betekent dat er bijna geen investeringen zijn om een normale samenleving uit te bouwen. Integendeel, wat er aan sociale bescherming bestaat, wordt afgebroken.

De "internationale gemeenschap", VN en Navo voorop, dragen daarin hun deel van de verantwoordelijkheid. Ze hebben zich vooral laten kennen door een partijdige houding, bij voorbeeld tijdens het "bewind" van Kouchner in Kosovo (zie vorige nrs. Uitpers) en vooral tijdens de conflicten in Bosnië. Ook het Internationaal Joegoslavië Tribunaal blonk totnogtoe uit door anti-Servische partijdigheid. Aan de andere kant sluiten ze de ogen voor maffieuze chefs en oorlogsmisdadigers als ze maar de goede (westerse) kaart trekken.

(Uitpers, nr. 52, 5de jg., april 2004)

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 56 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook