Naar hervatting van guerrillaoorlog in Turkije?

De Turkse regering geraakt maar niet af van de Koerdische kwestie. Een aantal Turkse pseudohervormingen hadden de Europese Unie grotendeels gesust, maar de Koerden zelf namen er geen genoegen mee. Al maanden nemen de guerrilla-infiltraties en –acties toe zodat en hervatting van een regelrechte guerrillaoorlog tot de mogelijkheden behoort.

Bovendien besliste het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg dat het proces tegen de Koerdische leider Abdullah Öcalan in 1999 niet op een eerlijke wijze verlopen is. Öcalan werd op dit proces ter dood veroordeeld, maar de doodstraf werd onder druk van Europa in levenslang omgezet.

Het was onder leiding van Abdullah Öcalan, de leider van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), dat in 1984 een guerrillaoorlog begon in het zuidoosten van Turkije. Een guerrilla die tot 1999 duurde. Daarmee was hij de meest succesvolle opstand van de Koerden tegen de Turkse staat van de 20ste eeuw. Volgens Turkse cijfers kostte hij aan zeker 37.000 mensen het leven. Met dien verstande dat het in de eerste plaats ging om Turks-Koerdische burgerlijke slachtoffers. Waarbij moet worden opgemerkt dat het feitelijke aantal slachtoffers veel hoger ligt, en wellicht het dubbele bedraagt.

Want “onopgehelderde moorden” op Koerden werden er niet bij opgeteld. Dergelijke moorden hadden op grote schaal plaats en werden uitgevoerd na arrestaties door militairen en door de diverse politiediensten. En ook door de Hezbollah (Partij van God), een door de Turkse autoriteiten gemanipuleerde en bewapende Koerdische groep (die niets te maken heeft met de Libanese Hezbollah), die streeft naar herstel van de “oemma”, de aanvankelijke gemeenschap van alle moslims, en voor wie elke nationalisme van een deel van die oemma uit den boze is.

Öcalan had in de loop van de jaren verscheidene keren een bestand aangeboden aan de Turkse regering. Hij zag zelfs af van het oorspronkelijke doel van de guerrillaoorlog – Koerdische onafhankelijkheid – om te pleiten voor Koerdische culturele autonomie, Maar de Turkse regering weigerde daar steevast op in te gaan. Na zijn arrestatie in Kenia door de Turkse geheime diensten, in samenwerking met de Israëlische Mossad, de Amerikaanse CIA en de Griekse autoriteiten, ging Öcalan nog verder. Hij blies de guerrilla af en vroeg de PKK-guerrillero’s zich terug te trekken in Noord-Irak, waar de PKK al sinds 1984 basissen had in het Kandil-gebergte. Er moest volgens Öcalan een vreedzame oplossing binnen het kader van de Turkse staat komen.

Dat leidde tot spanningen binnen de PKK. Een klein deel van de beweging weigerde Öcalan te volgen en bleef op zeer beperkte schaal nog guerrilla-acties in Turkije uitvoeren. De “loyalisten” bleven hopen dat de Turkse regering alsnog tot betere gedachten zou komen en uiteindelijk bereid zou zijn te praten met de Koerden. Een aantal PKK-leden keerden terug naar Turkije om de goede wil van de beweging te tonen. Ze werden allen zonder pardon gevangen genomen en tot jaren lange gevangenisstraffen veroordeeld. Vandaar een groeiende teleurstelling bij de guerrillero’s.

In juni vorig jaar, na vijf jaar lang vergeefs wachten, werd uiteindelijk het eenzijdige bestand formeel opgezegd. Met dien verstande dat men nu wel nog een bilateraal bestand nastreefde. De PKK zou wel terugkeren naar Turkije, maar enkel defensief reageren. Dit wil zeggen, dat er in principe enkel zou worden teruggeschoten. (Zie hierover de reportage in Uitpers nr. 59 van december 2004: Turkije reglementeert hervormingen weg). De Turkse staat reageerde alleen met het opdrijven van zijn militaire activiteiten in het zuidoosten van het land. Een dialoog, een gesprek blijft taboe onder het voorwendsel dat er met terroristen niet wordt onderhandeld.

Turkije lijkt zich nog gesterkt te voelen om te doen en laten wat het wil sedert het op de Europese top van december 2004 een datum kreeg – 3 oktober 2005 – voor het begin van onderhandelingen over de Turkse toetreding tot de EU. Sedertdien worden er in Zuidoost-Turkije meer folteringen en andere wanpraktijken van de kant van de Turkse autoriteiten gesignaleerd. Geen wonder dat bij het uitblijven van enig perspectief op onderhandelingen, de guerrilla haar aanwezigheid in de regio versterkt. De in Duitslang gepubliceerde pro-Koerdische krant Özgur Politika schreef onlangs dat de PKK zich zelfs zou voorbereiden op een nieuwe campagne in de grote Turkse (toeristische) steden in het westen van het land. Volgens de Turkse inlichtingsdiensten proberen de guerrillero’s vanuit Irak explosieven Turkije binnen te smokkelen met het oog op een bommencampagne in de steden.

Precaire positie

Maar Turkije bevindt zich in een precaire positie. Het dringt er al sedert 2003 bij de Amerikanen op aan om de PKK-guerrillero’s – 7.000 volgens eigen zeggen, 5.000 volgens de Amerikanen en 3.500 volgens de Turken – uit het Kandil-gebergte aan de grens tussen Irak en Iran te verdrijven. De PKK is door de Amerikanen en Europeanen op verzoek van bondgenoot Turkije op de lijst van “terroristische organisaties” gezet, maar dergelijke actie zou de Amerikanen in botsing brengen met de Koerden in Irak – hun voornaamste bondgenoten in dat land. Ook zijn de Amerikanen niet vergeten dat het Turkse parlement hen in 2003 weigerde een noordelijk front tegen Saddam Hoessein te openen vanuit Turkije.

De Turken hebben de jongste tijd dan ook heel dat bakzeil gehaald. Het Turkse parlement stemde er inmiddels mee in dat de Amerikanen nu ook van het Turkse grondgebied gebruik kunnen maken voor de aanvoer van wapenmateriaal naar Turkije en voor acties in Irak. Begin mei ging de islamistische premier Recep Tayyip Erdogan (na een reeks andere politici zoals de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht en premier Guy Verhofstadt, die zelfs zover ging het Israëlische staatsracisme te verdedigen) zijn knieval doen in Jeruzalem. Elke staat die goede relaties met de VS wil is daartoe verplicht. Vorig jaar nog had Erdogan scherpe kritiek geuit op Israël wegens zijn bloedige onderdrukking van de Palestijnse intifada. En om de Armeense lobby (in de VS, in Frankrijk…) te counteren bood Erdogan Armenië, dat in april de 90ste verjaardag van de Armeense genocide door het Ottomaanse Rijk herdacht, aan om een gezamenlijk onderzoek in te stellen. De vraag is of dat alles voldoende zal zijn om de druk te verlichten.

Met de EU daarentegen zijn er ernstige problemen, zodat het onzeker blijft of de onderhandelingen tot Turkse toetreding op de vooropgestelde datum zullen kunnen beginnen. De EU klaagt erover dat de Turkije een rem heeft gezet op zijn hervormingen, die nodig zijn voor toetreding, sedert het een onderhandelingsdatum heeft gekregen. Ook het hardhandig uiteenslaan van een betoging van vrouwen in Istanboel ter gelegenheid van de Internationale Vrouwendag in maart, leidde tot zeer boze Europese reacties. De situatie is nog acuter geworden door de verwerping door Frankrijk van de Europese “grondwet” op 29 mei als men weet dat Frankrijk een tegenstander is van Turkse toetreding en “Turkije” als argument voor neen werd gebruikt. En dat later dit jaar in Duitsland de christen-democratische CDU vrijwel zeker aan de macht zal komen, die eveneens een uitgesproken tegenstander is van Turks EU-lidmaatschap. De eventuele weigering Öcalan een nieuw proces te geven, plus nieuwe gevechten op grotere schaal in Turks-Koerdistan, en de weigering van Turkije om te praten, zullen de tegenstanders van Turkse toetreding zeker bijkomende argumenten geven.

(Uitpers, nr. 65, 6de jg., juni 2005)

Visited 4 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).