Naar een politieke oplossing in Afghanistan

De Spaanse generaal Jose Enrique de Ayala was tweede in bevel van de multinationale divisie Centrum-Zuid in Irak, en maakte in El Pais van 7 oktober 2007 een analyse van de zesjarige oorlog in Afghanistan. Hier volgen eerst enkele opmerkingen en dan uittreksels uit zijn opiniestuk.

Generaal de Ayala schrijft een dubbel belang toe aan de Westerse aanwezigheid in dit land. Vooreerst verhinderen dat de Taliban opnieuw aan de macht komen en een islamitische staat installeren die een nieuw steunpunt zou worden voor het Al Qaeda terrorisme. Daarnaast de ongelukkige bevolking helpen een sterke en democratische staat uit te bouwen die voldoende veiligheid, welvaart en vrijheid kan bieden. Beide doelstellingen zijn volgens generaal de Ayala met elkaar verweven want als de tweede niet bereikt wordt, dan faalt ook de eerste. “Daarom moeten heropbouw en ontwikkelingshulp voorrang krijgen op de militaire opties.”

Vooraleer we hieronder uittreksels uit zijn stuk publiceren, toch enkele opmerkingen. Het valt bijzonder op hoeveel belang hij eraan echt geen ‘nederlaag’ te moeten toegeven in deze oorlog. Verder heeft hij het niet zoals onze bewindslui over het belang om de opiumhandel tegen te houden. Wellicht is hij er zich genoeg bewust van dat precies de taliban de opiumproductie hadden verboden. Vandaag, zegt de generaal, is die echter een bijzondere bron van inkomsten voor al de clans die hun zelfstandigheid willen financieren, voor de Taliban maar ook voor regeringsambtenaren. Generaal Ayala spreekt met geen woord over de wraakoefening die deze oorlog ook is: Al Qaeda viel de Twintowers aan, wij vallen de beschermheren van Al Qaeda aan.

Waar de generaal duidelijk ook geen oren naar heeft, is naar de analyse die stelt dat Afghanistan een onderdeel is van de strategie van permanente oorlog die de VS leiders aan het doorvoeren zijn. Een permanente oorlog om de dominante economische positie van Washington en haar multinationals veilig te stellen. Zijn kritiek gaat dus niet in de richting van “dit is ‘onze’ oorlog niet meer” maar valt terug op het principe dat de oorlog niet kan worden gewonnen, en geen perspectief naar oplossing in zich draagt.

Dit is wat de generaal schreef.

Zes jaar geleden werd de operatie Enduring Freedom gelanceerd en kwam de International Security and Assistance Forces (ISAF) tot stand. “Als ik de toestand in Afghanistan als slecht omschrijf gedraag ik me heel genereus”.

De regering Karzai wordt ondergraven door corruptie en inefficiëntie en heeft geen controle over het land. Naast Taliban opereren er nog talrijke groepen van krijgsheren waarvan verschillende uit de zogenaamde Noordelijke Alliantie.

Het Akkoord van London van 31 januari 2006 voorzag een kalender voor reconstructie en stabilisering tegen 2010. Dit wordt niet gerealiseerd. De Afghaanse politie noch het leger bereikt een minimum capaciteit om de situatie te controleren.

De inspanningen voor reconstructie halen slechts een zeer beperkt impact in de provincies, zeker wat infrastructuur betreft, drinkbaar water en elektriciteit. Deze essentiële dienstverlening bereikt de mensen buiten Kaboel niet. De mensen vinden hun enige bron van inkomsten in de opiumteelt. Volgens VN cijfers gaat het om 93% van de wereldproductie, wat neer komt op meer dan 8000 ton. Dat is 34% meer dan vorig jaar, waarmee de krijgsheren hun financiering verzekeren, net zoals de Taliban en een goed deel van de regeringsambtenaren.

De interventie in Afghanistan betekent geen rem op de terroristische activiteit van Al Qaeda. Ook de Taliban activiteit vertoont een stijgende lijn: voornamelijk in Helmand, Kandahar en Uruzgan. maar ook elders. De bomaanslagen en de gewapende aanvallen zijn verdrievoudigd tegenover 2005. De internationale coalitie heeft al meer dan 750 doden te betreuren (ISAF plus US Enduring Freedom) en verschillende duizenden Afghanen, waaronder vele burgers, inclusief kinderen. Het internationaal militair optreden veroorzaak een groeiend aantal burgerslachtoffers, vooral ten gevolge van de luchtoperaties ter ondersteuning van de gevechten die de Amerikaanse speciale troepen voeren tegen de vijand. Deze feiten, samen met het uitblijven van een verbetering van de levensstandaard, zorgen ervoor dat de legitimiteit van president Karzai zakt. Anderzijds zorgen deze feiten voor een groeiende steun aan de Taliban, die hun acties nu tot een groot deel van het land hebben uitgebreid.

De internationale gemeenschap heeft tot op vandaag 10 keer meer geïnvesteerd in militaire zaken dan in ontwikkeling. Ze dient zich af te vragen wat ze in Afghanistan moet doen om het tij te keren. Sommigen pleiten dat er meer militairen nodig zijn. Maar is dit wel een oplossing op lange termijn? Vandaag telt ISAF zo’n 35.000 soldaten, waarbij we de 7000 manschappen van Enduring Freedom moeten bijtellen. De Sovjetunie had er in de jaren 1980 meer dan honderdduizend, zonder dat Moskou erin slaagde het land te domineren.

Het is niet makkelijk om te bepalen hoeveel soldaten er precies nodig zijn om een effectieve controle over het land en zijn grenzen te kunnen uitoefenen. Ter vergelijking kunnen we stellen dat er in Kosovo – dat 60 keer kleiner is en een bevolking heeft die 15 keer minder talrijk is – 50.000 NAVO soldaten nodig. “Zijn we bereid zo’n 300 à 400.000 soldaten gedurende onbepaalde tijd in Afghanistan te installeren?”

Als het antwoord negatief is op bovenstaande vraag, zijn er drie mogelijkheden: terugtrekken, behouden van de huidige situatie (die echter verslecht zonder perspectief op een reële stabilisering van het land), of zoeken naar meer realistische oplossing.

Op dit ogenblik zou een onmiddellijke terugtrekking van de troepen uitdraaien op een catastrofe. Er zou onmiddellijk opnieuw een burgeroorlog uitbreken met het gevaar dat het land zou worden opgedeeld, of onder een volledige Talibanoverheersing zou vallen. Dit zou niet bepaald een stap zijn in de richting van zelfbeschikking van de Afghanen. Bovendien betekent dit een nederlaag voor de NAVO, de internationale gemeenschap en de VN, en dus een overwinning van het jihadisme.

En toch. De militaire operatie op zich gaat het probleem nooit oplossen. De Taliban kunnen we tegenhouden voor een tijd, we kunnen de schade door Taliban wellicht minimaliseren, maar een overwinning is niet mogelijk zeker als Pakistan blijft wat het is. Voor elke 100 strijders die worden uitgeschakeld zijn er 1000 afgestudeerden van de Pakistaanse koranscholen (madrazas) bereid om hun plaats in te nemen. En in de mate dat de militaire acties aan beide zijden gewelddadiger worden, in dezelfde mate verliezen Karzai en de internationale troepenmacht aan steun bij de burgerbevolking.

Daarom is er maar een realistische politieke oplossing. De herziening van de London Overeenkomst om een nieuw intern akkoord te bereiken met ‘alle’ politieke groeperingen – ook die taliban die bereid zijn geweld te stoppen en deel te nemen in het bestuur van het land. Niet alle Taliban zijn terroristen, en hun situatie is niet makkelijk. De omgeving van mullah Omar zou wel ‘s gevoelig kunnen zijn voor onderhandelingen. De integratie van de meerderheid van de Taliban – met het democratisch gewicht dat hen toekomt, maar zonder hen in staat te stellen hun inzichten op religieus en cultureel gebied op te leggen – zou de Afghaanse staat kunnen consolideren met het doel dat die niet langer een probleem vormt voor de internationale veiligheid.

De civiele heropbouw van het land moeten wij dan intensifiëren, en het is noodzakelijk de andere landen uit de regio erbij te betrekken. Indien alle betrokken buurlanden erin zouden slagen een akkoord af te sluiten om de stabiliteit van Afghanistan te waarborgen komt het perspectief van een definitieve oplossing wel echt in zicht.

Op de voorwaarde die de Taliban stellen om de multinationale troepenmacht terug te trekken, kan niet worden ingegaan omdat dit de krachtsverhoudingen radicaal zou wijzigen ten nadele van de Afghaanse regering, en deTaliban in staat zou stellen de macht opnieuw in handen te krijgen. Maar onderhandelingen aangaan vanuit een machtspositie is wel een goede keuze. We kunnen een ontwapeningskalender opstellen waarin de politieke integratie gekoppeld wordt aan de geleidelijke terugtrekking van de internationale troepenmacht. Dit laatste is dan geen teken van zwakte maar van politieke visie en rijpheid.

De enige uitweg is de tijd van ons militair engagement te gebruiken voor politieke oplossing vooraleer onze publieke opinie ons verplicht om Afghanistan aan zijn lot over te laten in nog slechtere omstandigheden dan de huidige.

(Uitpers, nr. 93, 9de jg., januari 2008)

(Visited 9 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 70 Times, 2 Visits today

Tags :

zie ook