Naar een geografie van de vrede: waarheen met Gaza?

· 1 september 2007 Like

De Strook van Gaza omvat iets meer dan 2% van Palestina. Dat kleine detail wordt nooit vermeld als dit gebied in het nieuws komt en ontbreekt ook in de berichtgeving van de Westerse media over de recente dramatische gebeurtenissen in Gaza.

Het gaat inderdaad om een heel klein deel van het land, dat in het verleden nooit als een aparte regio heeft bestaan. De geschiedenis van Gaza vóór de ‘zionisering’ van Palestina was niet uniek. Het gebied was altijd bestuurlijk en politiek verbonden met de rest van Palestina.

Tot 1948 vormde Gaza in alle opzichten een integraal en natuurlijk deel van Palestina. Gaza was voor Palestina de toegangspoort tot de wereld (te land en ter zee) en had daardoor de neiging om een soepelere en kosmopolitischere levenswijze te ontwikkelen – te vergelijken met andere samenlevingen in de moderne geschiedenis van het oostelijke Middellandse Zeegebied. Die ligging nabij de zee en op de Via Maris [zeeweg] naar Egypte en Libanon bracht voorspoed en stabiliteit met zich, tot dit leven onderbroken werd en zo goed als vernietigd werd door de Israëlische ethnic cleansing van Palestina in 1948.

Tussen 1948 en 1967 werd Gaza een kolossaal vluchtelingenkamp, onderworpen aan strenge beperkingen door respectievelijk de Israëlische en Egyptische overheid: beide staten stelden een verbod in op alle personenverkeer vanuit de strook. De levensvoorwaarden waren er toen al hard. Immers, de slachtoffers van de Israëlische onteigeningspolitiek in 1948 deden het aantal inwoners dat er al sinds eeuwen leefde, verdubbelen. Aan de vooravond van de Israëlische bezetting in 1967 was de rampzalige aard van deze gedwongen demografische omwenteling in heel de Strook van Gaza duidelijk. In twintig jaar werd dit eens zo pastorale kustdeel van zuidelijk Palestina één van de dichtst bevolkte gebieden ter wereld – zonder enige aangepaste economische infrastructuur.

Tijdens de eerste twintig jaren van Israëlische bezetting was er ten minste nog enig verkeer mogelijk vanuit dit gebied, dat van 1948 tot 1967 een afgesloten oorlogszone was geweest. Tienduizenden Palestijnen mochten zich als ongeschoolde en onderbetaalde arbeiders aanbieden op de Israëlische arbeidsmarkt. De prijs die Israël eiste voor deze slavenmarkt was een totale overgave: elke nationale strijd, alle nationale eisen moesten worden opgeborgen. Toen de Palestijnen hieraan niet voldeden, werd het ‘geschenk’ van deze arbeiderspendel ingetrokken en afgeschaft. Heel deze periode tot de ondertekening van de Oslo-akkoorden in 1993 werd gekenmerkt door de poging van Israël om van de Gazastrook een enclave te maken. Terwijl het Israëlische ‘Vredeskamp’ hoopte dat het gebied ofwel autonoom ofwel een deel van Egypte zou worden, wenste het ‘nationalistische kamp’ het op te nemen in het Grote Eretz Israël waarvan het droomde en dat helemaal in de plaats van Palestina moest komen.

Het Oslo-akkoord stelde de Israëli’s in de mogelijkheid om de Strook op te zadelen met het statuut van een aparte geopolitieke entiteit – die niet alleen los stond van Palestina, maar ook afgesneden was van de Westelijke Jordaanoever. Ogenschijnlijk stonden zowel de Gazastrook als de Westelijke Jordaanoever onder het gezag van het Palestijnse Nationale Gezag maar alle personenverkeer tussen beide gebieden was afhankelijk van Israëls goodwill – een Israëlische karaktertrek die nogal zeldzaam is en die bijna volledig verdween toen Benjamin Netanyahu aan de macht kwam in 1996. Israël behield bovendien, zoals vandaag nog steeds, de controle over de water- en elektriciteitsinfrastructuur. Sedert 1993 maakte het van die controle gebruik, of beter misbruik, om enerzijds het welzijn te verzekeren van de joodse kolonistengemeenschap en anderzijds de Palestijnse bevolking via chantage tot onderwerping en overgave te dwingen. Voor de bevolking van de Gazastrook was het de laatste 60 jaar dus balanceren tussen een leven van geïnterneerden of dat van gijzelaars of gevangenen. De levensruimte van de Palestijnen werd onleefbaar.

Het is binnen deze historische context dat we het geweld moeten zien dat in Gaza woedde. Verwijzingen naar de ‘oorlog tegen het terrorisme’, naar een ‘islamistisch réveil’ of naar het bewijs van het expansionisme van Al Qaeda, beweringen dat het hier gaat om een infiltratie van de Iraniërs in dit deel van de wereld of om een nieuw strijdtoneel in de ‘Clash of Civilazations’ dienen met klem van de hand te worden gewezen. (Ik pikte hier slechts enkele van de vele en frequente omschrijvingen uit die in de westerse media gebruikt worden om de huidige crisis in Gaza te duiden). De wortels van de miniburgeroorlog in Gaza liggen elders. De recente geschiedenis van de Gazastrook, 60 jaar onteigening, bezetting en opsluiting hebben onvermijdelijk geleid tot het intern geweld zoals we dat vandaag ervaren en tot andere weinig prettige, zelfs onmogelijke levensomstandigheden. Om eerlijk te zijn, is het geweld – en meer bepaald het interne geweld in Gaza – eigenlijk minder extreem dan men in de gegeven economische en sociale omstandigheden zou kunnen verwachten. Die voorwaarden zijn immers geschapen door de genocidaire Israëlische politiek van de voorbije zes jaar.

Een machtsstrijd tussen politici die op de steun kunnen rekenen van gewapende eenheden, is inderdaad een smerige zaak, die de hele samenleving tot slachtoffer maakt. Wat zich afspeelt in Gaza, is voor een deel een strijd tussen politici die democratisch werden verkozen en hun verslagen tegenstanders die nog steeds moeite hebben om het verdict van de kiezers te aanvaarden. Maar dat is lang niet de echte strijd die gevoerd wordt. Wat zich in Gaza voor onze ogen ontvouwt, is de confrontatie tussen de lokale stromannen van de Verenigde Staten en Israël – de meesten van hen zijn dat niet doelbewust wat niet wegneemt dat zij naar de pijpen van Israël dansen – en zij die zich hiertegen verzetten. De oppositie, die nu de controle over Gaza heeft overgenomen, deed dat helaas op een manier die moeilijk goed te praten of toe te juichen is. Niet de visie van Hamas op Palestina is zorgwekkend, maar wel de middelen die deze beweging gekozen heeft om haar doel te bereiken. En hopelijk wordt dit geen gewoonte die voor herhaling vatbaar is. Ter verdediging van Hamas moet openlijk gezegd worden dat deze middelen deel uitmaken van een arsenaal dat deze beweging in het verleden in staat stelde de enige actieve kracht te zijn die ten minste poogde de volledige vernietiging van Palestina een halt toe te roepen. Maar de wijze waarop Hamas deze middelen thans gebruikt doet haar geloofwaardigheid geen goed en is hopelijk van tijdelijke aard.

Niemand kan echter deze middelen veroordelen zonder daarbij een alternatief te formuleren. Niemand kan met gekruiste armen toekijken, terwijl de Amerikanen en Israëli’s de Gazastrook aan het wurgen zijn, de helft van de Westelijke Jordaanoever aan het zuiveren zijn van z’n oorspronkelijke bewoners en de rest van de Palestijnen – in Israël en in andere delen van de Westelijke Jordaanoever – bedreigen met een transfer. Dit is helemaal geen optie. Het lijkt sterk op het stilzwijgen van de ‘fatsoenlijke’ lieden tijdens de holocaust.

Daarom moeten we zonder ophouden het enige alternatief van deze eenentwintigste eeuw blijven benadrukken: BDS of boycot, desinvestering en sancties. Het gaat hier om een noodmaatregel die heel wat doeltreffender en minder gewelddadig is. Een noodmaatregel die met de huidige vernietiging van Palestina een noodzaak wordt. Tegelijk moeten we open en op een overtuigende en doeltreffende wijze praten over het scheppen van een nieuwe geografie van de vrede. Een geografie waarin abnormale fenomenen zouden verdwijnen zoals bijvoorbeeld de collectieve opsluiting van een deel van de bevolking op een kleine portie land. In de visie die we naar voren moeten schuiven, zal er geen plaats meer zijn voor een gevangenenkamp met de naam Gazastrook, waar sommige gewapende gevangenen gemakkelijk tegen elkaar opgezet kunnen worden door een harteloze cipier. In plaats daarvan zou dit gebied opnieuw een organisch deel moeten worden van een oostelijk-mediterrane regio die altijd het beste van zichzelf heeft gegeven als een ontmoetingsplaats tussen Oost en West.

Met de Gazatragedie op de achtergrond wordt het belang van de tweevoudige strategie van BDS en van een éénstaatoplossing als enig progressief alternatief overduidelijk. Voor al wie lid is van Palestijnse solidariteitsbewegingen of van Arabisch-joodse dialoogkringen of al wie deelneemt aan de inspanningen van de civiele samenleving om vrede en verzoening te brengen naar Palestina is de tijd nù aangebroken om alle valse strategieën van coëxistentie, ‘road maps’ en tweestatenoplossingen aan de kant te schuiven. Ze klonken – en klinken nog steeds – als muziek in de oren van het Israëlisch slopersteam dat al wat nog overblijft van Palestina helemaal dreigt te vernietigen. We moeten vooral op onze hoede zijn voor de dieet- en salonzionisten, die zich onlangs in Groot-Brittannië en elders hebben aangesloten bij de campagne tegen de boycot. Bijvoorbeeld de verlichte betweters die gebruik maken van de progressieve persorganen in het Verenigd Koninkrijk, zoals The Guardian, om ons in het lang en het breed uit te leggen hoe gevaarlijk de voorgestelde academische boycot tegen Israël wel is. Deze lieden hebben nooit zoveel tijd, energie of woorden besteed aan de strijd tegen de Israëlische bezetting als aan hun verdediging van de etnische zuivering van Palestina. UNISON, de grote Britse vakbond van de openbare diensten, mag zich niet laten afschrikken door deze tegenreactie, maar moet in de voetsporen treden van al die moedige academici die het debat over de boycot steunden – zoals heel Europa dat zou moeten doen: niet enkel ter wille van Palestina en Israël, maar ook als Europa het holocausthoofdstuk in haar geschiedenis wil afsluiten.

Tenslotte nog wat stof tot nadenken. Er leven nogal wat joodse moeders en vrouwen in de Gazastrook – sommige bronnen in Gaza ramen hun aantal op tweeduizend. Zij zijn getrouwd met plaatselijke Palestijnen en samen zijn ze de ouders van hun kinderen. Op het platteland zijn er nog meer joodse vrouwen die met Palestijnen huwden. Zij stellen een daad van ‘desegregatie’ die voor beide politieke elites moeilijk te aanvaarden, te verteren of te erkennen valt. Als ondanks de kolonisatie, de bezetting, de genocidaire politiek en de onteigening dit soort gevallen van harmonie, liefde en affectie vandaag al mogelijk blijken, kunnen we ons al inbeelden wat er zal gebeuren als deze misdadige politiek en ideologieën zouden verdwijnen. Als de Muur van de Apartheid verwijderd is en de elektrische barrières van het zionisme verdwenen zijn, zal Gaza opnieuw een symbool worden van Fernand Braudels mediterrane kustsamenleving, die bij machte zal zijn om uiteenlopende culturele horizonten te verenigen. Gaza zal ruimte bieden voor een nieuw leven, dat de plaats zal innemen van de oorlogszone die het de laatste zestig jaar geweest is.

Ilan Pappé

(Uitpers, nr 89, 9de jg., september 2007)

Ilan Pappe is docent aan de Universiteit van Haifa, en is verbonden aan het departement politieke wetenschappen en de leerstoel van het Emil Touma Institute for Palestinian Studies. Van zijn hand zijn onder meer: The Making of the Arab-Israeli Conflict (London, New York, 1992), The Israel/Palestine Question (London, New York, 1999), A History of Modern Palestine (Cambridge, 2003), The Modern Middle East (London, New York, 2005) en Ethnic Cleansing of Palestine (2006).

Bron: The Electronic Intifada, 18 juni 2007 http://electronicintifada.net/v2/printer7036.shtml

Vertaling: HDL

Ilan Pappé informatie