Na het koningsdrama, de cliché-koningin

“Leef ik nu op een andere planeet, of die mannen ?” vroeg een arts zich af, die dag-in, dag-uit covid-patiënten verzorgt op intensieve. Want terwijl de strijd tegen het virus weinig of geen vooruitgang te zien gaf (maar wel corruptieschandalen en een slordige pandemiewet…) leek het alsof leidende politici vooral met hun persoonlijke carrièreplanning bezig waren. Het was inderdaad geen fraai gezicht hoe CDU-partijvoorzitter Armin Laschet en CSU-partijvoorzitter Markus Söder wedijverden om de kandidaat-kanselier te worden van de christendemocratische ‘zusterpartijen’.

Heel anders ging het er aan toe bij de Groenen, die zich snel en eensgezind achter co-voorzitter Annalena Baerbock schaarden, en in één recente peiling de CDU zelfs overvleugelen. De verkiezingen voor het federale parlement (op 26 september) beloven spannend te worden.

Het touwtrekken rond de kanselierskandidatuur in de ‘Union’ (van CDU en CSU) had zijn wortels in feite al in 2018. Toen brak kanselier Angela Merkel met de in Duitsland heersende politieke traditie dat kanseliersfunctie en voorzitterschap van de grootste regeringspartij in één persoon verenigd blijven. Merkel schoof toen de jonge Saarlandse CDU-minister-president Annegret Kramp-Karrenbauer naar voren als haar keuze voor het CDU-voorzittterschap. Alléén dank zij die steun haalde ‘AKK’ het ook nipt van tegenkandidaat Friedrich Merz, die plots weer opdook op het politieke toneel, nadat hij in 2002 als CDU-CSU-fractieleider was opzij geschoven door Merkel, en in 2009 de actieve politiek had verlaten voor bijzonder lucratieve activiteiten als jurist. Merz gold en geldt als de belichaming van de economisch ultra-liberale en ethisch uitgesproken conservatieve rechtervleugel van de CDU. Zijn heroptreden werd algemeen gezien als wraakoefening tegen Merkel; zijn stevig resultaat als uiting van het ongenoegen van de conservatieven tegen de ‘grote coalitie’ van Merkel met de sociaaldemocratische SPD.

In die omstandigheden werd het voorzitterschap van Kramp-Karrenbauer geen succes, en toen in 2019 Ursula von der Leyen voorzitter werd van de EU-Commissie greep AKK de kans om haar op te volgen als minister van Defensie; nauwelijks een half jaar later kondigde zij aan het voorzitterschap te willen neerleggen. Mede vanwege de aanhoudende corona-crisis werd de verkiezing van een nieuwe CDU-voorzitter echter telkens weer uitgesteld, tot in januari 2021 ongeveer duizend vertegenwoordigers van de CDU-afdelingen (elektronisch) konden kiezen tussen drie kandidaten: oud-minister Norbert Röttgen, Armin Laschet, minister-president van Noordrijn-Westfalen, en … opnieuw Merz. In een tweede ronde haalde Laschet het vervolgens van Merz met – nauwelijks – 53 procent. Niet bepaald een overrompelend succes; en dat waren Laschets eerste maanden als voorzitter ook niet.

Duel

Daar zat de corona-crisis wel voor iets tussen. Als minister-president van de grootste Duitse deelstaat (met 18 miljoen inwoners) voer Laschet een weifelende koers. En vooral: een koers die vaak afweek van de consequent strengere koers die kanselier Merkel steevast probeerde op te leggen aan de ‘lakse’ minister-presidenten van de deelstaten. De Beierse minister-president wierp zich daarentegen op als strenge hoeder van de volksgezondheid en als dusdanig trouwe bondgenoot van de kanselier. De crisis-cijfers in Beieren waren weliswaar hoegenaamd niet beter dan in NRW – wat zelfs door Merz werd beklemtoond – maar Söder wist zich zo voor het hele land te presenteren als een ernstig en betrouwbaar bestuurder. En rook zijn kans om op grond van zijn bundesweite populariteit aanspraak te maken op de kanselierskandidatuur.

Meteen nadat een vrijwel unaniem CDU-bestuur Laschet als kandidaat-kanselier had aangewezen voor de CDU liet Söder vanuit München weten dat hij – uiteraard volop gesteund door zijn CSU – ook kandidaat was. Hij aarzelde daarbij ook niet er op te wijzen dat hij ook in de CDU-afdelingen veel steun genoot, en – vooral – bij de bevolking algemeen veel populairder was dan Laschet. Lees: dat de Union met hém tenminste zeker zou zijn van de overwinning. Bescheidenheid is een kwaliteit waarvan werkelijk niémand Söder ooit heeft verdacht…

Nu werd echt voor iedereen niet alleen de moeilijke verhouding tussen CDU en ‘kleine zus’ CSU duidelijk (want dat is tenslotte in de na-oorlogse Duitse politiek haast nooit anders geweest), maar werd bovendien de verdeeldheid in de CDU zelf nog maar eens onderstreept. Zelfs nog vóór Laschet zijn kandidatuur bekendmaakte hadden tal van CDU-afdelingen al aan ‘de centrale’ laten weten dat zij liever met Söder naar de kiezer trokken. In de oostduitse deelstaten kozen ook partij- en regeringsleiders openlijk partij voor Söder, want alleen hij werd in staat geacht de moordende concurrentie van de extreem-rechtse AfD te kunnen indijken.

Maar los van de ‘poppetjes’ kwam ook een fundamenteler pijnpunt aan het licht: dat nl. in de CDU kennelijk twee jaar lang niet ernstig was nagedacht over het post-Merkel-tijdperk: niet inhoudelijk, niet over de delicate keuze van een potentiële opvolger als kanselier. Het is nu eenmaal ook voor de eerste keer dat een kanselier niet kandideert om zichzelf op te volgen. Ook in die zin zorgt Merkel voor du jamais-vu … In het duel Laschet-Söder hield zij zich trouwens opvallend afwezig. Zij had en heeft redenen te over om de CSU geen warm hart toe te dragen, en het recente ‘slijmen’ van Söder zal daar niet veel aan veranderd hebben. Anderzijds had Laschet, ooit trouwe Merkel-fan, door zijn corona-geschipper haar steun grotendeels verloren.

Chantage

Op minder dan een half jaar voor de bondsdagverkiezingen van september moest in elk geval de openlijke machtsstrijd binnen de ‘Union’ worden beëindigd, die de CDU dag na dag schade toebracht in de peilingen. Er moest één kandidaat worden gekozen. Op Söders suggestie dat ‘de basis’ zou beslissen werd niet ingegaan; in een nachtelijk beraad in Berlijn werd de knoop doorgehakt door een zevenkoppig gezelschap (4 CDU, 3 CSU, zonder Merkel). De CDU voelde Söders stugge houding aan als chantage en wou zich als grotere partij niet zomaar diens wil laten opdringen. Aan Wolfgang Schäuble, ex-vice-kanselier, ex-partijvoorzitter en nog steeds gezaghebbend ‘staatsman’, werd de taak opgedragen Söder ‘op zijn plaats te zetten’. Dat deed hij met zijn talent om met een innemende glimlach tegelijk heel cassant te zijn. Toen Söder expliciet vroeg of hij op de steun van de CDU zou kunnen rekenen indien hij als kandidaat-kanselier zou aantreden, antwoordde Schäuble koudweg dat de CDU al een eigen kandidaat had. Punt.

Waarop Söder niets anders restte dan daags nadien ruiterlijk te erkennen dat hij “zonder wrok” Laschet erkende als kandidaat-kanselier voor beide partijen. Nu ja, als een ‘tsjeef’ zegt ‘zonder wrok’ dan klinkt dat doorgaans weinig overtuigend. Zo ook bij Söder, die van de gelegenheid gebruik maakte om allen te bedanken die hem hadden gesteund: de jonge, dynamische, vernieuwende krachten, in de héle bondsrepubliek. Hij liet het zelfs niet bij die sneer, en kondigde in één adem aan dat voortaan ook buiten Beieren mensen ‘online-lid’ van de CSU konden worden. Dat herinnerde wel onheilspellend aan wat destijds de ‘legendarische’ Franz-Josef Strauss tegen Kohl dreigde uit te spelen: in de hele Bondsrepubliek met een rechtse CSU op te komen tegen de centrumkoers van de CDU. Dat plan ging toen niet door, en een openlijke ideologische confrontatie werd vermeden; maar anno 2021 meldden zich binnen 24 uur al zo’n duizend ‘online’-leden.

Met de officiële bevestiging van zijn kandidatuur was – en is – voor Laschet het leed trouwens nog lang niet geleden. Volgens meer dan één peiling vonden maar liefst drie kwart van de CDU-aanhangers Laschet “de verkeerde keuze”. En wanneer de vraag werd gesteld wie de voorkeur zou genieten wanneer kiezers de kanselier rechtstreeks konden verkiezen, kreeg Laschet nauwelijks 10 à 15 procent stemmen, tegenover dertig of meer voor de Groenen-kandidate Annalena Baerbock, die in dat zelfde weekeinde naar voren werd geschoven. En in alle media viert de (soms echt boosaardige) satire hoogtij.

Rangen sluiten

Als de christendemocraten (die zich, tussen deze haakjes, in Duitsland tenminste onverbloemd conservatieven noemen…) een electorale afstraffing willen vermijden moeten na het koningsdrama de rangen onverwijld worden gesloten. En kijk, prompt krijgt Laschet steun uit een wel erg onverwachte hoek. In diverse praatprogramma’s – én in de komende maanden op ettelijke meetings in de oostelijke deelstaten – neemt uitgerekend Friedrich Merz het op voor Laschet. Hij beklemtoont daarbij vooral dat Laschet in de voorbije ‘emotioneel zware’ weken heeft bewezen dat hij “als geen ander” beschikt over een eigenschap die onmisbaar is voor een goede kanselier: Stehvermögen ofte: de kracht om harde schokken op te vangen en toch overeind te blijven. Datzelfde compliment valt nu ook in de media te horen, en zelfs af en toe in Beieren.

Ach, de rangen sluiten is een traditionele imperatief in partijpolitiek; en niet zonder reden werd er door oudere politici ook aan herinnerd dat het er destijds in de machtsstrijd tussen Strauss en Kohl nog veel brutaler aan toe ging. De vraag is nù evenwel of het allemaal nog veel zal helpen.

Want uiteindelijk gaat het natuurlijk om méér dan de botsing van individuele ambities.

Waarnemers van uiteenlopende ‘kleur’ stellen al geruime tijd dat het fundamentele probleem van andere aard is. De ‘rustigende vastheid’ die de Duitse kiezer meer dan ooit zoekt, vindt hij (m/v/x) niet meer – zoals vroeger – in de CDU, maar blijkbaar meer en meer (en ongegeneerd) bij de partij die bij uitstek ‘het nieuwe centrum’ uitmaakt: de Groenen. Dat Laschet – die ruim twintig jaar geleden een der eerste belangrijke CDU-ers was om in te gaan tegen het taboe op regeringscoalities met de Groenen – die partij nu afschildert als bron van chaos en onheil, lokt bij de brede opinie alleen meewarig lachen uit. Maar om zich ronduit rechts van het centrum te positioneren (en aldus, althans volgens Merz en Söder, AfD-kiezers ‘terug te halen’) is ongeveer de helft van de partij nog niet klaar, zoals uit beide jongste voorzittersverkiezingen bleek.

Groene hoop

In elk geval zullen in de komende maanden zowel Groenen als CDU-CSU vooral in de verf zetten wat hen van elkaar onderscheidt. Wat niet meteen het beste uitgangspunt is voor de regeringscoalitie die zowat iedereen nà de verkiezingen verwacht: CDU-CSU mét Groenen. Want tegenover een stagnerende liberale partij en een steeds verder wegzinkende sociaaldemocratie kunnen de Groenen zich verheugen in steeds beloftevollere peilingspercentages. Alleen is er, zoals elke ervaren waarnemer weet, slechts één raadpleging van de kiezers die er werkelijk toe doet: de verkiezingsuitslag. En in het verleden bleek die (niet alleen in Duitsland…) meer dan eens teleurstellend lager dan de peilingen én verwachtingen.

Maar zelfs de grootste sceptici moeten erkennen dat de Groenen zo goed als ‘incontournable’ worden in september, al is dat dan voor een goed deel te danken aan de zwakheid van de drie traditionele partijen. Eigen kracht hebben de Groenen in de voorbije jaren – rustig en vasthoudend, inderdaad – vooral opgebouwd met het uitstekende voorzittersduo Annalena Baerbock en Robert Habeck. De tweede heeft al behoorlijk wat bestuurservaring, de eerste niet. Maar vriend en vijand erkennen dat zij in debatten niet alleen snedig en strijdlustig optreedt, maar ook met gedegen kennis van zaken. Overmatig gelukkig zal Habeck wel niet geweest zijn toen hij haar voorrang gaf als kandidaat-kanselier, maar hij wist na de jarenlange loyale samenwerking allicht zeer goed wat voor troefkaart de Groenen met Baerbock kunnen uitspelen. Beiden behoren trouwens tot de nieuwe generatie Groenen, die de heftige familieruzies tussen ‘fundi’s’ en ‘realo’s’ al lang achter zich hebben gelaten, en nu reeds (in de meest verschillende combinaties…) mee-regeren in elf van de zestien deelstaten.

Nu regeringsdeelname op federaal niveau wenkt, moeten – en willen – de Groenen wel op hun tellen letten. Strijdlust en dossierkennis moeten desnoods naar het achterplan worden geschoven om zo weinig mogelijk potentiële kiezers voor het hoofd te stoten, met name dan in het politieke centrum. Doch ook in ‘tsjevenpraat’ toont Baerbock zich uiterst bedreven. Met als gevolg dat zij in ‘Der Spiegel’ al werd opgezadeld met de weinig benijdenswaardige titel ‘cliché-koningin’.

Doch in de loop van de campagne zullen de politieke tegenstrevers haar steeds meer tot concrete stellingnamen dwingen, en dan zou de nu ongemeen-populaire ‘soufflé’ wel ‘s snel kunnen in elkaar zakken, heet het. Daarbij wordt dan doorgaans met enig leedvermaak verwezen naar de trieste afgang van Martin Schulz, kortstondig SPD-voorzitter, die op enkele maanden tijd van Hoffnungsträger tot ‘blok aan het been’ werd. In werkelijkheid geeft Baerbock alsnog geen krimp: zij handhaaft duidelijke en verregaande doelstellingen, maar beklemtoont tegelijk dat die slechts gerealiseerd kunnen worden met democratische meerderheden. En dat die kunnen veroverd worden.

Paniek

De gedachte aan een ‘zwart-groene’ bondsregering (aangezien in het Duitse politieke-kleurenspectrum ‘zwart’ de kleur is van CDU-CSU) blijkt voor verzameld rechts een heus ‘nachtmerrie-scenario’, dus vallen daar verschillende paniekreacties te bespeuren.

De meest gematigde wil het schijnbaar onvermijdelijke zoveel mogelijk milderen. En hoopt dat de liberale FDP ook mathematisch noodzakelijk zal zijn om een werkbare meerderheid in Bundestag en Bundesrat (de ‘senaat van de deelstaten’) veilig te stellen. In 2017 werd die combinatie in extremis gekelderd door FDP-voorzitter Lindner; dat werd hem toen door velen in de partij kwalijk genomen. Thans zou de partij een zogenaamd zelfopofferende rol kunnen opnemen om ‘de schade binnen de perken te houden’.

De extreem-rechtse AfD (Allianz für Deutschland) wrijft zich daarentegen in de handen. “Een stem voor de CDU-CSU is er een voor de Groenen” luidt het daar al maandenlang, en die slogan zal in de komende campagne alleen maar luider klinken.

Tenslotte zijn er de zogenaamd verstandige conservatieven die vooral ‘vaderlijk waarschuwen’: wanneer de Groenen het Duitse buitenlands en Europees beleid gaan meebepalen ziet het er slecht uit. Te lauw inzake monetair beleid, te radicaal inzake mensenrechten- of klimaatbeleid … kortom: zij zouden in de Europese Unie de critici van vrijhandelsverdragen en ultra-liberale economie teveel gewicht geven. Brrr…

Alternatief

Tot nog toe was in dit verhaal nog niet eens sprake van de sociaaldemocratische SPD, en dat is op zichzelf al veelbetekenend. De tweede regeringscoalitie van SPD en Groenen (2002-2005) wilde “de arbeidsmarkt nieuw leven inblazen” maar deed dat op een pijnlijk asociale manier en werd daarvoor afgestraft. Sindsdien zijn opeenvolgende partijleiders er niet in geslaagd de steeds onheilspellender neerwaartse verkiezingsresultaten om te buigen. Voor wat goed ging kreeg Merkel de lof, voor wat hard aankwam de SPD de schuld. Ook huidig vice-kanselier (en kanselierskandidaat van de SPD) Scholz krijgt de partij niet uit het steeds diepere dal; zeker niet nu hij mee wordt genoemd in het financiële ‘Wirecard’-schandaal.

De sociaaldemocraten hopen wellicht – tegen beter weten in – dat de verkiezingsuitslag in september een ‘rood-rood-groene’ coalitie (van Groenen, SPD én Linke) tenminste mathematisch zou mogelijk maken. Maar zelfs dàt lijkt momenteel erg onwaarschijnlijk. Inhoudelijk lijkt bovendien (althans op federaal niveau) een samenwerking van Groenen en Linke ondenkbaar. Dat wordt in de komende maanden dan ook de meest venijnige – en voor een groene zegetocht fatale – concrete vraag die Baerbock zal voorgeschoteld krijgen.

Misschien krijgt uiteindelijk die journaliste toch nog gelijk, die boudweg voorspelde dat de nieuwjaarstoespraak van de bondskanselier zal worden gehouden door … Angela Merkel. Omdat drie maanden na de verkiezingen nog geen regeringsmeerderheid is tot stand gebracht.

Ja, spannend wordt het wel. Dat geldt zeker ook voor de ‘generale repetitie’: de deelstaatverkiezingen in Sachsen-Anhalt, begin juni.

(Visited 229 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 355 Times, 1 Visit today

Tags :