Na de deelstaatverkiezingen in Hamburg: SPD-euforie even misplaatst als CDU-paniek

De deelstaatverkiezingen (van 20 februari) in Hamburg hebben bevestigd wat de opiniepeilers voorspelden; alleen vielen zowel de SPD-overwinning als de afgang van de christen-democraten nog heftiger uit dan verwacht. Voor kanselier Merkel valt echter voorlopig niet veel te vrezen, voor de SPD weinig echt te hopen. Echt spannend wordt het pas eind maart, en dan nog…

De Hansestad Hamburg met haar ruim 1,3 miljoen kiezers (ca. 1,8 miljoen inwoners) was in de na-oorlogse Bondsrepubliek tientallen jaren lang een schijnbaar onneembare burcht van de sociaaldemocraten. Nu was de SPD daar altijd wel duidelijk rechts geori・teerd. En…zoals dat ook in grote havensteden in andere landen het geval was, bleek een deel van de traditionele achterban na meer dan veertig jaar sociaal-democratisch bestuur niet ongevoelig voor de lokroep van rechtspopulisten. Het loont daarom wel de moeite even terug te blikken op het voorbije decennium in Hamburg.

In 2001 was de SPD uit het bestuur van de stadsstaat verdreven door een coalitie van christen-democraten, liberalen en rechtspopulisten rond de jonge, en bepaald niet traditionele Ole von Beust. Een christen-democratische regeringsleider in die ‘rode’ burcht ! Voor het CDU-hoofdkwartier volstond dat om hem het tactische bondgenootschap te vergeven met de ‘Rechtsstaatliche Offensive’, een onsmakelijk zootje rechtspopulisten, waarbij vergeleken ene heer De Decker als ernstige heer-van-stand zou uitmunten. Die rechtse opstoot behaalde toen vanuit het niets haast 20 % van de stemmen, maar von Beust liet zich daardoor niet afschrikken.

Hij lokte de woelwaters in de regeringsval, maar liet duidelijk voelen wie de baas was. Zo bouwde hij als regeringsleider een steeds grotere persoonlijke populariteit op, terwijl de herhaalde interne ruzies en scheldpartijen, bedenkelijke intriges en fratsen van zijn rechts-populistische coalitiepartner die partij steeds meer marginaliseerden.

De verdeeldheid in het rechts-populistische kamp bezorgde uittredend burgemeester von Beust bij de deelstaatverkiezingen van 2004 de legendarische 47,2 procent van de stemmen, en daarmee een volstrekte meerderheid in het stadsparlement. De liberale FDP bleef onder de 5%-drempel, de elkaar bevechtende aanhangers van Ronald Schill, de stichter van de Partei Rechtsstaatliche Offensive”, werden praktisch van de kaart geveegd.

Experiment

Vier jaar later maakten de Hamburgse kiezers een eind aan de (nipte) volstrekte CDU-meerderheid. En weer bewees von Beust dat hij zich aan partij-oekazen weinig gelegen liet: voor het eerst in de geschiedenis van de Bondsrepubliek werd een zwart-groene” coalitie tot stand gebracht van christendemocraten (die in de BRD ‘zwart’ heten) en GAL (groen-alternatieve lijst).

Overigens werd toen al geopperd dat von Beust met zijn experiment – op de beperkte schaal van een deelstaat – bepaalde CDU-partijstrategen misschien wel een dienst bewees: om niet tot in den treure uitsluitend afhankelijk te zijn van de steun van de liberale FDP kon de CDU er baat bij vinden een alternatieve coalitiepartner in petto te hebben. In elk geval was de regeringsvorming in 2008 een zware bevalling, aangezien beide partners op nogal wat vlakken lijnrecht tegenover elkaar stonden.

Uiteindelijk werd een conflict rond onderwijshervorming en -budgetten de coalitie fataal. Want nadat von Beust eind augustus 2010 de politiek vaarwel had gezegd en als regeringsleider was opgevolgd door de onwaarschijnlijk kleurloze CDU-er Ahlhaus, leidden toenemende spanningen tenslotte tot de vervroegde verkiezingen van 20 februari jl.

Die hebben de Groenen louter electoraal geen windeieren gelegd: zij behaalden 11,2 procent van de stemmen, en daarmee 14 zetels (= + 2) in het stadsparlement. Maar reden tot juichen hadden ze niet: in feite maakte die geringe winst slechts ten dele de achteruitgang van 2008 goed. En vooral: de gok om – nu in een ‘rood-groene’ coalitie met de SPD – terug te keren naar de regeringsbanken, bleek een misrekening.

De SPD behaalde namelijk een spectaculaire 48,3 %, en daarmee op haar eentje een (nipte) volstrekte meerderheid – wat héél lang geleden was.

De liberale FDP geraakte nu (na het ‘accident de parcours’ van 2008) wél comfortabel over de kiesdrempel, en bleef met 6,6 % zelfs vóór ‘die Linke’, die met 6,4 % ter plaatse bleven trappelen.

Zoals in de meeste beschaafde landen bestaat in Duitsland geen opkomstplicht. Het verbaast dus niet dat het percentage opgedaagde kiezers (inclusief de stemming per brief, waarvan massaal gebruik werd gemaakt) daalde van 63 naar 57 procent. Dat cijfer wordt doorgaans weinig geciteerd, maar het laat wel toe de resultaten van de verschillende partijen fors te relativeren.

Valse euforie

En er moet wel een en ander worden gerelativeerd. De ‘grandioze overwinning’ van de SPD bijvoorbeeld. Meer dan 48 procent…dat is niet niks. Het is zelfs naar oude Hamburgse maatstaven een heel indrukwekkend resultaat, en het was door niemand in dié omvang voorspeld.

Maar alle waarnemers waren het er zondagavond over eens dat de onverwacht grote winst op de eerste plaats toe te schrijven was aan het nog veel spectaculairdere verlies van de CDU, die in één klap de helft van haar kiezers uit 2008 kwijtraakte. De christen-democraten presteerden bijzonder zwak: zij verloren ongeveer 20.000 kiezers aan liberalen en groenen enerzijds, maar anderzijds ruim 50.000 aan de SPD, terwijl…70.000 voormalige CDU-kiezers niet de moeite namen om een stem uit te brengen.

Van die zwakte wist SPD-lijsttrekker Olaf Scholz in elk geval heel handig gebruik te maken. De man staat bekend als een nogal kleurloze technocraat, en een ‘Schrer-boy’ – wat binnen de SPD niet altijd als compliment is bedoeld. Maar hij slaagde er in, door een lange en intense campagne dat nadeel tot een voordeel om te vormen. Kleurloos? Neen: nuchter en zakelijk, met grondige dossierkennis. Schrer-boy, en dus binnen de SPD behoorlijk rechts? Neen: gezond begrip voor de noden van het bedrijfsleven, want 電e taart moet gebakken worden vooraleer je ze kan verdelen”. Iemand die in Berlijn op nationaal niveau ruimschoots zijn sporen had verdiend, maar toch op en top een zoon van de havenstad was gebleven en wil blijven.

Terwijl in het Berlijnse SPD-hoofdkwartier geen maat stond op de euforie, slaagde Scholz er in de vragen van journalisten zó nuchter en relativerend te beantwoorden dat die zich afvroegen of hij wel wist dat hij gewonnen had.

Voor Scholz was dat ongetwijfeld een verstandige manier om zijn nieuwe, ‘zakelijke’ koers meteen uit te zetten. Maar iedere ernstige waarnemer in de SPD wist en weet dat voor euforie ook hoegenaamd geen reden bestaat. De verkiezingen in Hamburg verliepen in een zeer specifieke lokale context, en het zou grondig verkeerd zijn, daaruit àl te optimistische conclusies te trekken voor de deelstaatverkiezingen die verder nog op het programma staan dit jaar.

Superwahljahr

De oostelijke deelstaat Sachsen-Anhalt gaat op 20 maart naar de stembus, de zuidwestelijke deelstaten Baden-Württemberg en Rheinland-Pfalz een week later; Bremen kiest op 22 mei een nieuw stadsparlement; op 4 september is de noordoostelijke deelstaat Mecklenburg-Vorpommern aan de beurt, en op 18 september Berlijn.

In Sachsen-Anhalt regeren christen-democraten en sociaal-democraten samen, maar allesbehalve van harte. Met name de SPD zou daar minder dan voorheen afkerig staan tegenover een coalitie met de Linksen; alleen om dàt te verhinderen is een strekking binnen de CDU bereid de ‘grote’ coalitie voort te zetten.

Rheinland-Pfalz is al geruime tijd tot een SPD-bastion uitgebouwd door minister-president Beck, die er alles zal aan doen om daar zijn volstrekte meerderheid te behouden, en op die manier subtiel wraak te nemen op de partijleiding die hem vóór de bondsdagverkiezingen van 2009 het partijvoorzitterschap ontnam…zonder daar evenwel electorale vruchten van te plukken.

Baden-W・ttemberg is, omgekeerd, het CDU-bolwerk bij uitstek (want de Beierse CSU is nu eenmaal een geval apart), al regeren hier ook de liberalen al een tijdje mee in een zeer bescheiden rol. Het is precies in deze deelstaat dat ook de realo-groenen sterk genoeg staan om allerlei speculaties over een mogelijke ‘zwart-groene’ coalitie (in een grote deelstaat dit keer) in de hand te werken.

Daarom geldt: indien de verkiezingen in Hamburg érgens een meer dan lokale betekenis hebben, dan wel in Baden-Württemberg. Want met name de christen-democraten zijn door de ervaring in de hansestad erg huiverig geworden om dit experiment ook elders te proberen. Sommigen gewagen zelfs van ‘de groene vampieren’, die zich voeden met het bloed van hun coalitiepartner…

Bremen wordt nu geregeerd door een rood-groene coalitie, en is evenals Hamburg een erg lokaal gekleurde politieke arena. Momenteel laat alles voorzien dat de zittende regering kan aanblijven.

In Mecklenburg-Vorpommern regeert nu een grote coalitie onder leiding van de SPD, en ook daar zit bedenkelijk veel sleet op die formule. Als de uitslag het toelaat, is een coalitie van SPD en Linksen zeker niet uit te sluiten.

Bundesrat

Waar is al dat koffiedikkijken goed voor? Omdat telkens weer in herinnering moet worden gebracht dat de Bundesrat – de senaat van de deelstaten – voor het federale regeringsbeleid een belangrijke steun óf hinderpaal kan zijn.

Dat zit zo. Naar gelang van hun bevolkingscijfer beschikken de deelstaten in die bondsraad over 3, 4, 5 of 6 stemmen; maar die moeten als één geheel worden uitgebracht. Indien dus in een bepaalde deelstaat een coalitie regeert waarvan één partij een regeringsontwerp wil steunen maar de andere het afwijst, dan moet die deelstaat zich onthouden. De bondsregering kan dus alleen echt zeker zijn van de stemmen van dié deelstaten waar dezelfde coalitie regeert als op federaal niveau. Of zal, om een meerderheid te behalen, op bepaalde punten moeten tegemoetkomen aan de oppositie. Of…aan de wensen van de een of andere deelstaat die de kans schoon ziet om een heel concreet voordeel in de wacht te slepen.

Nieuw is dat allemaal niet. Tussen twee bondsdagverkiezingen in, vormen deelstaatverkiezingen voor de Duitse kiezer nu eenmaal een uitstekend middel om ongenoegen over het regeringsbeleid tastbaar tot uiting te brengen. Ook in het verleden moesten opeenvolgende kanseliers dus al ondervinden dat je pas kan ‘durch-regieren’ als je ook in de bondsraad over een meerderheid beschikt. Anders is het laveren geblazen of ‘bemiddelen’. Niet zonder reden wordt de bemiddelingscommissie tussen Bundestag en Bundesrat soms het échte parlement genoemd. En niet zonder reden bestond een van de belangrijke doelstellingen van de recente hervorming van het Duitse federalisme erin, veel minder wetsontwerpen dan voorheen afhankelijk te maken van de goedkeuring door de bondsraad.

Geen paniek

Voor kanselier Merkel is de Hamburgse uitslag dus geen reden tot paniek. Op de drie stemmen van de stadsstaat kon ze in de bondsraad toch al niet rekenen, en op die van Sachsen-Anhalt, Rheinland-Pfalz, Bremen, ‘MecPom’ en Berlijn al evenmin. En nu de droom van een eventuele ‘zwart-groene’ coalitie in Baden-Württemberg weer naar het rijk van de nachtmerries verdreven lijkt, verandert er voor haar christendemocratisch-liberale regeringsploeg dus waarschijnlijk weinig of niets in de bondsraad.

Dat de SPD uit het resultaat in Hamburg wat meer zelfvertrouwen herwint, ach, daarmee kan Merkel perfect leven. Want meer dan een voorbijgaande opsteker is die uitslag niet. In Hamburg heeft de SPD gewonnen met een rechtse kandidaat en een rechts programma, en op federaal niveau is van een inhoudelijke – laat staan ideologische – herbronning geen spoor te bekennen.

Gevaarlijk is de SPD dus niet. Gevaarlijk lijken mag ze daarentegen: dat vergemakkelijkt het Merkel zelfs om de liberale regeringspartner àl te rechtse hervormingen te weigeren. Hooguit moet zij er rekening mee houden dat de FDP nu ook weer ietwat meer medezeggenschap eist. Hoewel: de meeste waarnemers zijn het er over eens dat de opsteker uit Hamburg voor partijleider Westerwelle slechts ‘uitstel van executie’ betekent. Voor hém wordt de uitslag in Baden-Württember dan ook veel beslissender dan voor Merkel.

En die heeft van Helmut Kohl – die ‘das Mädchen’ ontdekte, en zelf ongeveer zestien (16 !) jaar kanselier bleef – in elk geval één ding geleerd: “aus-sitzen”. Zitten blijven, tot de anderen het opgeven.

In de voorbije jaren heeft ze (althans in de CDU) àl haar potentiële rivalen voor het kanselierschap (Merz, Koch, Wulff) ‘kaltgestellt’. Boze tongen beweren zelfs dat de recente perikelen rond defensieminister Guttenberg wellicht ook tegen die achtergrond moeten geïnterpreteerd worden…

Baron von Münchhausen lééft !

Uitgerekend in het land waar ‘Herr Doktor’ nog enig gewicht in de schaal werpt. Waar je als welopgevoed mens die titel in de aanspreking slechts mag laten vallen wanneer je zelf ook Dr. bent. Waar, parbleu, moeizame processen zijn gevoerd om eens en voor altijd te laten vaststellen dat zo’n doctorstitel inderdaad onvervreemdbaar deel uitmaakt van iemands naam.

Uitgerekend in Duitsland blijkt een minister in functie zijn doctorstitel te hebben verkregen met een proefschrift waarin op meer dan de helft van de ruim vierhonderd pagina’s een of andere tekst van een andere auteur is overgeschreven zonder bronvermelding.

Plagiaat heet zoiets in gewone mensentaal. En wie zich daaraan bezondigt speelt vals.

Helemààl pijnlijk wordt het, wanneer blijkt dat dit soort valsmunterij – dat natuurlijk schokkend is, maar vooral meelijwekkend – gebeurt door iemand die zich boven de gewone hardwerkende sterveling verheven waant. Omdat hij bijvoorbeeld van adel is. Of omdat hij pijlsnel carrière heeft gemaakt in de politiek, en populariteitstoppen scheert waarop zelfs de kanselier jaloers mag zijn.

Dàt is in kort bestek waar de ‘affaire’ rond het geplagieerde proefschrift van defensieminister Karl-Theodor zu Guttenberg om draait.

Uiteraard heb je geen academische titel nodig om een goed en succesrijk politicus te zijn; het levert je – althans in Duitsland – hooguit een beetje extra prestige op. Maar als dan blijkt dat je die titel onrechtmatig hebt verworven, dan gebeurt iets heel ergs: dan dreig je je geloofwaardigheid kwijt te raken. En geloofwaardigheid, dat weet tegenwoordig iedereen, is het belangrijkste kapitaal van een politicus (m/v). Dus probeer je dat te redden. Maar hoe?

Zeker niet zoals ‘polit-star’ Guttenberg het de voorbije dagen probeerde: door eerst niet op aantijgingen in te gaan, vervolgens beetje bij beetje te erkennen dat hij wellicht – geheel onbewust, uiteraard – serieuze fouten had gemaakt, en uiteindelijk zélf aan te kondigen dat hij van zijn doctorstitel zou afzien. Maar daarbij nog eens extra in de verf zette dat hij kennelijk niet het minste benul heeft van wat er eigenlijk aan de hand is: wie beweert dat hij zes, zeven jaar intens aan een proefschrift heeft gewerkt, en daardoor blijkbaar hier en daar het overzicht over zijn vele bronnen is kwijtgeraakt, maakt zich alleen nog oeverlozer belachelijk dan hij al was.

Via het internet stapelden zich in de voorbije dagen niet alleen de bewijzen op tegen de adellijke plagiator. Koosnaampjes als ‘Karl-Theodor zu Googleberg’ of ‘Freiherr von Cut & Paste’ werden zijn deel. “Als een tweede baron von Münchhausen probeert de minister zich aan zijn keurig kapsel uit het moeras te trekken waarin hij verzeild is”, schreef iemand. En nadat de affaire ook onderwerp was van een veelbekeken praatshow op de televisie, heette het in ‘Der Spiegel’: wie het met zulke verdedigers moet stellen, heeft geen vijanden meer nodig”.

Of dat zal volstaan om de minister tot ontslag te bewegen, dan wel of de CDU met zijn ‘rouwmoedige erkenning’ genoegen zal nemen, is nog maar zeer de vraag. Zoals het ook de vraag is, waarom iemand in het academische verleden van de Freiherr is beginnen graven.

Want dat de ‘ontdekking’ van het plagiaat louter op toeval berust, gelooft natuurlijk niemand. Heel boze tongen durven zelfs suggereren dat Guttenberg slechts het zoveelste slachtoffer is van de perfide wijze waarop kanselier Merkel zich in de voorbije jaren heeft ontdaan van alle mogelijke rivalen binnen de christen-democratie, die zelf voor het kanselierschap in aanmerking zouden kunnen komen.

Maar wellicht is er een veel onschuldiger verklaring. En die is ook typisch Duits. Want alleen in een omgeving waarin aan zo’n titel zoveel belang wordt gehecht, kan iemand ook wel ‘s op het idee komen de proefschriften van prominenten aan een nauwkeuriger onderzoek te onderwerpen. Nieuw is dat niet. Bijna dertig jaar geleden verscheen reeds een boek, waarin toenmalige toppolitici als “Dünnbrettbohrer” te kijk werden gezet: mensen die het zich wel heel gemakkelijk hadden gemaakt bij het vervaardigen van een proefschrift. Van kopstukken als Kohl, Geissler, Lambsdorf, Bangemann werden met veel leedvermaak de alleroppervlakkigste paragrafen geciteerd; en achterin het boek vond je zelfs een ‘formulier’ om een proefschrift te ‘bestellen’.

Alleen gold – en geldt nu ook voor Guttenberg – dat de hooggeleerde heren die dat proefschrift goedkeurden (en in het geval van Freiherr zu Guttenberg zelfs met ‘maxima cum laude’ onderscheidden) ook wel flink wat boter op het academische hoofd hebben… (ec)

(Uitpers nr. 129, 12de jg., maart 2011)

(Visited 7 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 83 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook