Myanmar veroordeeld door de G7 en VN

De Internationale druk op de militaire junta in Myanmar is de afgelopen weken toegenomen. De leiders van de G7 legden op 13 juni een verklaring af waarin ze de staatsgreep van 1 februari krachtig afkeuren. Ze riepen op tot de vrijlating van politieke gevangenen, spraken hun steun uit voor vreedzame pro-democratische demonstranten, drongen aan op de snelle implementatie van ASEAN’s Five Point Consensus en eisten onbelemmerde humanitaire toegang. Hoewel het niet verrassend was, bevestigde de verklaring de eensgezindheid over Myanmar bij de zeven rijkste democratieën ter wereld.

Sancties kunnen succes hebben

Deze consensus komt op het ogenblik dat de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie een reeks nieuwe sancties afkondigden tegen de junta. Het VK heeft Myanmar Timber Enterprise (MTE), Myanmar Pearl Enterprise en de State Administration Council (SAC), het bestuursorgaan van de junta, gesanctioneerd, die allemaal al in zekere mate worden geconfronteerd met westerse sancties. De EU sanctioneerde eveneens MTE en ook Myanmar Gems Enterprise, wat eerder al gebeurde door de VS, Canada en het VK. De EU heeft ook nog een ander door de staat gesteund houtbedrijf aan sancties onderworpen, wat betekent dat er volgens het Environmental Investigation Agency “geen legale bron is voor hout, inclusief kostbaar teak, om uit Myanmar in de EU te importeren”. De EU is ook de eerste die sancties heeft opgelegd aan de Myanmar War Veterans Organization, die volgens haar dient “als reservemacht van de Tatmadaw en deelneemt aan het vormgeven van het nationale defensie- en veiligheidsbeleid”. Ten slotte heeft de EU, in navolging van de VS, ook juntavertegenwoordigers gesanctioneerd, waaronder procureur-generaal Thida Oo, plaatsvervangend minister van defensie, majoor-generaal Aung Lin Tun, en plaatsvervangend minister van informatie, brigadegeneraal Zaw Min Tun.

Een recent rapport van de Independent Economists for Myanmar (IEM) heeft berekend dat internationale sancties een grotere impact kunnen hebben als ze de belangrijkste inkomstenbronnen van het leger afsnijden. In 2019 ontdekte een VN-missie dat ongeveer 100 bedrijven in het land banden hebben met twee  militaire ondernemingen, de Myanmar Economic Holdings Limited (MEHL) en Myanmar Economic Corporation (MEC).

De auteurs van de IEM-paper stellen dat een gecoördineerde internationaal optreden tegen de valutabronnen van de junta de inkomsten van het regime met 2 miljard dollar per jaar kunnen verminderen. “Dergelijke acties, en het voorkomen dat militaire bedrijven toegang krijgen tot buitenlandse input, zou het leger onder druk kunnen zetten om compromissen te sluiten over zijn eigen behoeften”, en zou de junta kunnen dwingen meer uit te geven aan de behoeften voor openbare diensten en sociale zaken, aldus het IEM-rapport, samengevat door Nikkei Azië. Het rapport beveelt de beslaglegging op “tegoeden van het staatsbedrijf Myanmar Foreign Trade Bank en Myanmar Investment and Commercial Bank” aan.

Het rapport concludeert: “Het leger heeft de openbare diensten en de particuliere sector al uitgehongerd van deviezen, dus verdere verminderingen van de toegang tot vreemde valuta zullen waarschijnlijk voornamelijk van invloed zijn op het leger in plaats van op burgers.”

Historische resolutie over Myanmar

Op 18 juni 2021 bracht de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een historische resolutie over Myanmar in stemming. De resolutie riep onder meer op tot een democratische overgang, een einde aan het geweld en het stoppen van de wapenstroom naar Myanmar. Hoewel de resolutie niet zo ver ging als het oproepen tot een wereldwijd wapenembargo, is het een belangrijke opstap naar een diplomatieke oplossing in het door geweld geteisterde land.

VN-mechanismen veranderen de wereld zelden van de ene op de andere dag, maar deze duidelijke boodschap valt op in een institutie die zelden staatsgrepen veroordeelt. Hoewel niet-bindend, drukt de resolutie de collectieve wil van de internationale politiek uit voor een terugkeer naar de democratie in Myanmar. Nog opvallender is dat geen van de permanente leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties tegen heeft gestemd.

De resolutie werd aangenomen met 119 stemmen voor, 36 onthoudingen en 1 stem tegen. Teleurstellend genoeg behoort Thailand tot degenen die zich van stemming onthielden, samen met China, Rusland, Bangladesh, Bhutan, Laos, Nepal, Cambodja en Brunei – allen buurlanden van Myanmar. India, de andere grote buur van Myanmar, dat lang emotioneel gehecht was aan de democratische leiders van Myanmar, onthield zich eveneens van stemming over de resolutie. De permanente vertegenwoordiger van India bij de VN, T S Tirumurti, bekloeg zich over de manier waarop sommige leden ervoor kozen dit haastig ingediende ontwerp aan te nemen “zonder adequaat overleg met buurlanden en regionale landen”. Het gebrek aan steun van alle buurlanden van Myanmar, zei hij, “moet hopelijk als een eye-opener dienen” voor voorstanders van de resolutie.

Terwijl vier ASEAN-leden zich onthielden, stemden zes anderen (Maleisië, Vietnam, Indonesië, Singapore de Filippijnen en Myanmar) allemaal vóór. Deze zes ASEAN-leden drukten hun toenemende frustratie uit over zowel de junta als het uiteenvallen van de ASEAN-consensus over de kwestie. Met name de eigen ambassadeur van Myanmar bij de Verenigde Naties, Kyaw Moe Tun, stemde voor, zij het zonder de zegen van zijn regering. Die heeft hem bevolen om af te treden maar dat heeft hij vooralsnog geweigerd. Hij sprak ook zijn teleurstelling uit over wat hij een “verwaterde” resolutie noemde. Slechts één land, Wit-Rusland, stemde tegen de resolutie vanwege de sterke banden met het leger van Myanmar, de Tatmadaw.

Zoals de gewoonte is, verwierp de junta de resolutie en zei dat deze “gebaseerd was op eenzijdige aantijgingen en valse veronderstellingen”. “Elke poging om de soevereiniteit van de staat en inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van Myanmar te schenden, zal niet worden geaccepteerd”, staat in een verklaring.

Nieuwe resolutie tegen geweld in Myanmar moet leiden tot wereldwijd wapenembargo

Over de tekst van de resolutie werd onderhandeld tussen negen lidstaten van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties (ASEAN) en een kerngroep van meer dan 50 staten die de resolutie steunden. En toch bleken vier ASEAN-leden –  Brunei, Cambodja, Laos en Thailand – niet bereid om de reeds sterk verwaterde versie te steunen.

In een onmiddellijk na de stemming gepubliceerde verklaring haalt Amnesty International hard uit naar ASEAN: “Acht weken lang heeft de ASEAN haar eigen consensusverklaring van 24 april niet geïmplementeerd of zelfs haar speciale gezant niet benoemd. De ASEAN is er nu niet in geslaagd een verenigd standpunt in te nemen voor de vrijlating van gevangenen en tegen de wapenstroom naar Myanmar”.

Zelfs toen de meerderheid opriep tot een einde aan het geweld, lobbyden de ASEAN-lidstaten achter de schermen om de VN-resolutie af te zwakken en meer expliciete taal te verwijderen waarin werd opgeroepen tot een wereldwijd wapenembargo. Amnesty International meent dat “de internationale gemeenschap niet langer kan wachten op ASEAN. De VN-Veiligheidsraad moet optreden om de oproepen van de Algemene Vergadering aan Myanmar af te dwingen.” Een standpunt dat door de ASEAN Parliamentarians for Human Rights (APHR) gedeeld wordt. Amnesty International roept ook op tot een wereldwijd wapenembargo tegen Myanmar. De Veiligheidsraad moet volgens hen de situatie in Myanmar als geheel voorleggen aan het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag om gerichte sancties uit te spreken tegen de militaire functionarissen die verantwoordelijk zijn voor misdaden onder het internationaal recht, waaronder de ernstige schendingen met betrekking tot de onderdrukking en repressie na de 1 februari staatsgreep.

ASEAN is een verdeeld huis

De tegenstrijdige bewegingen en de algehele besluiteloosheid weerspiegelen een organisatie die op gespannen voet staat met zichzelf. ASEAN-leden delen een gemeenschappelijk doel om de stabiliteit in Myanmar te bevorderen en mogelijk rampzalige regionale overloopeffecten te voorkomen. Volgens The Diplomat,  verschillen de lidstaten in hun visie over de beste manier om dat doel te bereiken.

Sommigen zijn van mening dat de ASEAN krachtig en proactief moet optreden om een onderhandelde oplossing voor de crisis te vergemakkelijken en duidelijk regionaal leiderschap moet tonen. Vooral Indonesië dringt er bij ASEAN op aan om een actievere rol op zich te nemen. Het organizeerde de top van 24 april en moedigde de snelle benoeming van een speciale gezant met een sterk mandaat aan. Samen met Maleisië en Singapore heeft het ook tevergeefs aangedrongen om de vrijlating van de Myanmarese leider Aung San Suu Kyi en andere politieke gevangenen in het consensusdocument op te nemen.

Voor anderen is echter de voorkeursroute naar stabiliteit blijkbaar het sussen van de Tatmadaw en de hoop dat de junta de situatie zo snel mogelijk onder controle kan krijgen. De Thaise regering, die nauwe banden onderhoudt met de hoogste generaals van Myanmar, valt in dit kamp, samen met een handvol andere autocratieën. Vanuit dit standpunt zou een wapenembargo een netto negatief zijn, waardoor de Tatmadaw de instrumenten zou worden ontnomen die het nodig heeft om afwijkende meningen te onderdrukken en de weg vrij te maken voor een terugkeer naar de ‘normaliteit’. Dit zou de ASEAN-lobby achter de schermen bij de VN helpen verklaren, evenals de gedempte reactie op de snelle afwijzing door de Tatmadaw van zijn vijfpuntsconsensus. Hoewel sommigen beweerden dat ASEAN op de top van april door de Tatmadaw werd bedrogen, kregen deze regeringen in veel opzichten precies wat ze wilden: de generaals meer tijd geven om de controle te consolideren.

Desalniettemin wint deze laatste benadering, gezien de structuur van ASEAN en de aanzienlijke status-quo-bias, momenteel de overhand. ASEAN vertrouwt op unanimiteit onder zijn leden om vooruit te komen, en als ze het niet eens kunnen worden, is het resultaat verlamming. Het is daarom veel gemakkelijker om vertragingstactieken toe te passen dan de organisatie te dwingen tot stevige maatregelen. Maar naarmate de crisis dieper wordt, komt de passiviteit van ASEAN steeds meer in de schijnwerpers te staan.

Dat is slecht nieuws voor degenen die zich zorgen maken over het behoud van het imago van ASEAN als belangrijke regionale speler: een prioriteit voor lidstaten als Singapore. Voor hen is Myanmar een schande en als de crisis niet wordt aangepakt, wordt de geloofwaardigheid van ASEAN ondermijnd. Maar in de twee maanden sinds de spraakmakende top in april, zijn pogingen om de verdeeldheid binnen de ASEAN weg te werken en een verenigd front te vormen, vruchteloos gebleken. In plaats van leiderschap te tonen, lijkt het blok machteloos.

Rusland en China

Rusland en China die, als lid van de VN-veiligheidsraad eerder een veto uitspraken en tevens de grootste wapenleveranciers zijn van de Myanmarese junta, onthielden zich dit keer van stemming. Ze verklaarden zich bovendien nader.

De plaatsvervangende permanente vertegenwoordiger van Rusland bij de VN, Dmitry Polyanskiy, vertelde de Algemene Vergadering dat de “auteurs van de resolutie niet in staat waren om een evenwichtige benadering te tonen … De tekst probeert eendimensionale nationale prioriteiten van bepaalde lidstaten naar voren te schuiven. De ontwerpresolutie valt op door zijn gepolitiseerde karakter en sommige passages zijn openlijk bevooroordeeld of staan los van de realiteit.”

De plaatsvervangende permanente vertegenwoordiger van China bij de VN, Chen Shuang, zei dan weer: “De huidige kwestie van Myanmar vertegenwoordigt een wending in het politieke overgangsproces. In wezen is het een binnenlandse aangelegenheid … De geschiedenis heeft aangetoond dat blinde druk van buitenaf of het opleggen van sancties aan Myanmar niet alleen ondoeltreffend is, maar integendeel de kwestie kan verergeren.” China heeft natuurlijk zijn typische play-it-slow-strategie ontplooid en tegelijkertijd zijn eigen regionale leiderschap naar voren geschoven.

De militaire leiding in Myanmar heeft ondertussen gewerkt aan het aanhalen van de betrekkingen met China en Rusland. Dit in combinatie met hun onthoudingen suggereert dat Peking en vooral Moskou niet van plan zijn de wapenleveringen aan het leger van Myanmar stop te zetten. Op 20 juni vloog juntaleider Min Aung Hlaing naar Moskou, waar hij en Nikolai Patrushev, hoofd van de Russische Veiligheidsraad, de “strijd tegen het terrorisme” en buitenlandse inmenging in Myanmar bespraken, en zich inzetten voor een nauwere bilaterale veiligheidsrelatie. Op weg naar Moskou had Min Aung Hlaing een tussenstop gemaakt in Irkoetsk, het Siberische productiecentrum voor Sukhoi Su-30 straaljagers.

Onmiddellijk na zijn terugkeer uit Rusland ontmoette de junta-chef de Chinese ambassadeur Chen Hai. Naderhand plaatste de ambassade een kort verslag op Facebook en verwees daarbij naar Min Aung Hlaing als de ‘leider’ van Myanmar.

Deze schijnbare erkenning van de junta-chef als staatshoofd onderscheidt China zelfs van de andere buren van Myanmar. Mede ASEAN-leden blijven de junta stilzwijgend legitimeren door met zijn vertegenwoordigers in gesprek te gaan, onder meer op de China-ASEAN-top van 6-8 juni in Chongqing, terwijl ze weigeren de oppositieregering van Nationale Eenheid (NUG) een stoel aan tafel te geven. Maar ze zijn voorzichtig om naar Min Aung Hlaing simpelweg te verwijzen als ‘opperbevelhebber’. Dat dit meer is dan window dressing, althans voor sommige ASEAN-leden, bleek uit de boze reacties op de recente diplomatieke inspanningen van Brunei. Het sultanaat, dat ASEAN dit jaar voorzit, zond op 4 en 5 juni de tweede minister van Buitenlandse Zaken, Erywan Yusof samen met de secretaris-generaal van de ASEAN, Lim Jock Hoi – zelf Bruneian –, naar Myanmar om Min Aung Hlaing te ontmoeten in een mislukte poging om de vijfpuntsconsensus van ASEAN te implementeren. De reis, die niet de formele zegen had van andere ASEAN-leden, werd gezien als een veel te grote legitimiteit voor de junta. Het culmineerde bijna in een diplomatieke ‘rel’: een verklaring die de junta legitimiteit leek te verlenen, werd haastig zonder uitleg van de ASEAN-website verwijderd.

De bijeenkomst van de 10 ASEAN-ministers van Buitenlandse Zaken met de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi, op 7 juni heeft laten zien hoe het blok steeds meer hoopt dat China het voortouw neemt. Dezelfde Wang Yi bezocht Myanmar half januari, twee weken voor de staatsgreep van 1 februari, en had een ontmoeting met generaal Min Aung Hlaing. Sindsdien heeft de Chinese ambassadeur Chen Hai nauw contact gehouden met Min Aung Hlaing en hield China vast aan zijn refrein van “herstel van vrede en stabiliteit”.

Thailand

Thaise functionarissen hebben geprobeerd hun standpunt te rechtvaardigen, met het argument dat ze geïnteresseerd zijn in het creëren van een “veilige ruimte” voor dialoog. Maar hun klaarblijkelijke onwil om samen te werken met Myanmar’s Nationale Eenheidsregering (NUG), een parallel orgaan dat gekozen vertegenwoordigers omvat, ondermijnt deze bewering. Bovendien, hoewel sommigen hebben gesuggereerd dat een meer proactieve betrokkenheid in strijd zou zijn met de toezegging van ASEAN om zich niet te mengen in de interne aangelegenheden van haar leden, vormt de eerbied voor de Tatmadaw zelf ook een duidelijke inmenging door partij te kiezen in een interne machtsstrijd, gezien de sterke aanspraak van de NUG op legitimiteit.

Ongeacht welke bedoelingen Thailand had door zich van de stemming te onthouden – en de bedoelingen zijn inderdaad buitengewoon duister – doet de stemming van 18 juni het voorkomen alsof Thailand de beëindiging van het geweld in Myanmar niet steunt.

Het Thaise ministerie van Buitenlandse Zaken gaf via zijn woordvoerder Tanee Sangrat verschillende redenen voor zijn onthouding. Ten eerste vermeldde de verklaring dat de resolutie niet volledig rekening houdt met de rol van ASEAN. Het weerspiegelt met name niet de vijfpuntenconsensus die op 24 april is overeengekomen tijdens de speciale ASEAN-top over Myanmar in Jakarta.

De resolutie hecht echter groot belang aan de mechanismen van de regionale groep en roept Myanmar zelfs specifiek op om het vijfpuntenconsensus uit te voeren. Verder spreekt ze haar krachtige steun uit voor de ‘centrale rol’ en constructieve bijdrage van het orgaan en roept ze Myanmar ook op om samen te werken met de ASEAN en zijn speciale gezant voor een vreedzame oplossing. In tegenstelling tot de verklaring van het ministerie van Buitenlandse Zaken, zou de tekst onmogelijk een betere afspiegeling kunnen zijn van de inspanningen van ASEAN om de crisis op te lossen. Thailand geloofde niet dat deze resolutie een weg vormde naar een duurzame vredesregeling die het Myanmarese volk verdient.

Ten tweede zei de woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat Thailand wenst dat beide partijen van het conflict met elkaar praten en dat alle betrokken partijen terug naar de onderhandelingstafel komen. Hij benadrukte de rol van de internationale gemeenschap bij het bevorderen van vertrouwen. Maar de resolutie zou de situatie kunnen verergeren omdat het één kant veroordeelde, en het spelen van het “schuldspel” voegt gewoon meer brandstof toe aan het vuur.

Hoe het ook zij, de redenering kan worden vergeleken met het dwingen van een pestkop en zijn slachtoffer om het uit te praten. Simpel gezegd, het negeert de realiteit op de grond dat de Tatmadaw zijn eigen mensen vermoordt. Volgens speciaal VN-gezant voor Myanmar, Christine Schraner Burgener, zijn ongeveer 600 honderd mensen gedood, 6.000 gearresteerd en 5.000 in hechtenis. Zonder deze erkenning kan elk proces van verzoening of het opbouwen van vertrouwen geen betekenis hebben voor het Myanmarese volk.

Ten slotte redeneerde de woordvoerder dat er niet goed werd nagedacht over de complexiteit van het conflict. Dit is vooral belangrijk omdat Thailand zich in een unieke positie bevindt – zowel geografisch als politiek – met Myanmar. Als een land met een grens van meer dan 2400 kilometer en een nauwe historische relatie met Myanmar, wordt Thailand rechtstreeks getroffen door problemen in zijn buurland.

De unieke relatie en veiligheidskwesties die Myanmar en Thailand delen, is een geldig punt. Ten eerste brengt de instabiliteit in Myanmar nieuwe angst met zich mee dat de westelijke grens van Thailand zal worden overspoeld met politieke vluchtelingen. Deze bezorgdheid wordt nog verergerd door het feit dat vluchtelingen het risico lopen de gezondheidszorginfrastructuur van Thailand nog meer te belasten met de COVID-19-pandemie.

Het is jammer dat Thailand de resolutie – met paragrafen waarin veel belang wordt gehecht aan het vinden van vreedzame oplossingen, zoals Thailand benadrukt – niet ziet als een weg naar deze stabiliteit.

Natuurlijk is de olifant in de kamer dat sommige echelons van de Thaise regering een hechte band met het leger van Myanmar willen behouden, ondanks de tragedies die zich naast de deur afspelen. De onthouding van Thailand is waarschijnlijk het gevolg hiervan. Met de Tatmadaw die elke dag meer en meer van zijn eigen mensen vermoordt, raakt Myanmar steeds meer geïsoleerd in de internationale gemeenschap. Als buurland en een belangrijk ASEAN-lid, belooft de onthouding van Thailand over deze kwestie niet veel goeds voor de regio als geheel.

Kortom

Uiteindelijk toont de VN-resolutie dus niet alleen slechts symbolische lippendienst, maar heeft het ook het gebroken mandaat van de VN en de vele kloven in het mondiale leiderschap van grote mogendheden blootgelegd.

Ze zinspeelt misschien ook op het snel afbrokkelende charisma van Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi, en ook op hoe ASEAN zelf worstelde met het nieuw leven inblazen van haar ‘centrale positie’ in regionale aangelegenheden terwijl ze geleidelijk van Washington naar Peking dreef.

Dat zou deze resolutie van de VN niet alleen nutteloos kunnen maken, maar ook contraproductief, gezien de groeiende invloed van China en de afkeuring ervan.

De Tatmadaw is duidelijk niet in staat gebleken om stabiliteit te garanderen. Een terugkeer naar de pre-coup normaliteit is niet langer meer te verwachten. De omvang van de oppositie binnen de Myanmarese samenleving is overweldigend, en zelfs nu de grote straatprotesten zijn afgenomen omdat op andere strategieen zoals flash mobs is overgestapt, gaat de opstand die door de staatsgreep werd veroorzaakt door ondanks de intense repressie. Ondertussen hebben escalerend geweld in grensregio’s en een vrije val van de economie het risico van regionale overloop vergroot.

Ondanks dit alles blijven velen in de internationale gemeenschap zich inzetten om ASEAN het voortouw te laten nemen. De Verenigde Staten, de Europese Unie, China en anderen hebben allemaal de nadruk gelegd op de vijfpuntenconsensus van ASEAN als de hoeksteen van elke oplossing voor de crisis. De nieuwe VN-resolutie valt in hetzelfde patroon en weerspiegelt een internationale gemeenschap zonder ideeën.

Maar gezien de interne verdeeldheid is de ASEAN niet in staat gebleken tot het soort leiderschap waar deze actoren op hopen. Ondanks een “consensus” op papier, is ASEAN een verdeeld huis. De organisatie wordt in verschillende richtingen getrokken en het resultaat is een onsamenhangende, mislukte reactie op de crisis in Myanmar die de leegte van de vermeende centraliteit van het blok blootlegt.

Verschillende buitenlandse gezanten in Myanmar – waaronder de VN-vertegenwoordiger en de Chinese ambassadeur – hebben gewaarschuwd voor een toenemend geweldsniveau dat een burgeroorlog in wording voorspelt. Als de uittocht van meer dan een miljoen Rohingya een les is om uit te leren, zal dit zeker cruciale regionale implicaties hebben.

De secretaris-generaal van de VN, Antonio Guterrez, stelde onlangs dat “we niet kunnen leven in een wereld waar militaire staatsgrepen een norm worden”. Hij vergat dat het in Thailand en Myanmar al de norm is.

(Visited 414 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 416 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Jan Servaes

Jan Servaes (PhD) was UNESCO-leerstoelhouder voor 'Communicatie voor duurzame sociale verandering' aan de Universiteit van Massachusetts, VSA. Hij heeft internationale communicatie en communicatie voor sociale verandering gedoceerd in Australië, België, China, Hong Kong, de Verenigde Staten, Nederland en Thailand, naast verschillende opdrachten aan ongeveer 120 universiteiten in 55 landen. Hij staat bekend om zijn ‘multipliciteitsparadigma’ in ‘Communication for Development. One World, Multiple Cultures ” (1999).
Servaes was hoofdredacteur van het Elsevier-tijdschrift "Telematics and Informatics: An Interdisciplinary Journal on the Social Impacts of New Technologies." Hij is de hoofdredacteur van het 'Handbook of Communication for Development and Social Change' (2020) en co-editor van de Palgrave Handbook of Sustainable Development and International Communication (2021)

zie ook