INTERNATIONALE POLITIEK

Myanmar: terwijl ASEAN verder uit elkaar valt, beginnen westerse sancties te bijten

Image

Volgens een rapport van de Wereldbank dat eind juni is vrijgegeven, stabiliseerde de economie van Myanmar zich in de eerste helft van 2023. Maar dit is niet bepaald goed nieuws, aangezien het rapport erop wijst dat de economie nog steeds ver achterblijft bij die in de regio. De groei van het bbp met 3 procent vorig jaar compenseert bij lange na niet de daling van 18 procent in 2021, het jaar van de staatsgreep. In deze context is ‘stabiliteit’ dus bijna synoniem met stagnatie.

“De wisselkoersen zijn stabiel gebleven, terwijl de inflatie van voedsel- en brandstofprijzen is afgenomen”, aldus het rapport, waarmee wordt aangegeven dat enkele van de grootste financiële bedreigingen voor het regime – wisselkoersen en brandstofprijzen – voorlopig zijn geminderd.

Gewone mensen blijven echter lijden. Hoewel 9 miljoen mensen tussen 2017 en vorig jaar tot de beroepsbevolking zijn toegetreden is de werkgelegenheid in dezelfde periode met 9 procent gedaald.

Bovendien berekende het rapport dat vorig jaar 40 procent van de bevolking in de werkende leeftijd geen baan had en ook geen onderwijs of opleiding zocht; een stijging van 6 miljoen mensen in vergelijking tot 2017. Het beeld was nauwelijks rooskleuriger voor degenen die vorig jaar een baan hadden, aldus de Wereldbank, wijzend op een daling van de lonen met 15 procent van 2017 tot vorig jaar.

“Er moet een einde komen aan een cultuur van straffeloosheid.”

Een rapport dat in februari door de internationale NGOs Earthrights International en Global Witness werd gepubliceerd, bekritiseerde de ondoelmatigheid van de geldende sanctieregimes en riep op tot nauwere coördinatie tussen de regeringen die deze sancties oplegden om de junta en zijn ‘leveranciers‘ ter verantwoording te roepen.

In mei publiceerde de speciale rapporteur van de Verenigde Naties (VN) voor de situatie van de mensenrechten in Myanmar, Tom Andrews, een onderzoek naar de wapenleveranciers van de junta.

In een toespraak voor de VN-Mensenrechtenraad bevestigde de Britse mensenrechtenambassadeur Rita French de inzet van het Verenigd Koninkrijk (VK) voor dit doel, naast het toezeggen van fondsen van haar regering voor de humanitaire hulp na de cycloon Mocha en het VN-onderzoek naar mensenrechtenschendingen in Myanmar.

“Het VK zal druk blijven uitoefenen via internationale fora, gerichte sancties en andere middelen om te reageren op de acties van het leger”, zei French. “Er moet een einde komen aan een cultuur van straffeloosheid.”

Sinds de publicatie van het rapport hebben de regeringen van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Canada en Australië zich bij de EU aangesloten bij het opleggen van nieuwe sancties tegen de junta, en kunnen ze deze op aandringen van mensenrechtenverdedigers verder uitbreiden.

Amerikaanse sancties treffen staatsbanken

In wat velen de meest significante strafmaatregelen tot nu toe noemen, heeft het Amerikaanse ministerie van Financiën op 21 juni twee staatsbanken – Myanma Foreign Trade Bank en Myanma Investment and Commercial Bank – en het Myanmarese ministerie van Defensie gesanctioneerd. Het aanpakken van de belangrijkste valutakanalen van het regime zou een keerpunt kunnen zijn.

Het ministerie van Defensie analyseerde de rol van het Birmese ministerie van Financiën bij het importeren van materieel en wapens ter waarde van ten minste $ 1 miljard, en van gesanctioneerde bedrijven in Rusland. Het benadrukte ook de vitale rol van de twee staatsbanken als wisselkantoor voor de Tatmadaw.

Actiegroep Justice For Myanmar verwelkomde  de sancties, maar herhaalde haar oproep tot directe sancties tegen het staatsbedrijf Myanma Oil and Gas Enterprise (MOGE). Justitie voor Myanmar-woordvoerder Yadanar Maung stelde: “We verwelkomen de laatste ronde van Amerikaanse sancties tegen door de junta gecontroleerde banken die de terreurcampagne van de junta helpen ondersteunen. … Echter, om sancties effectief te laten zijn, moet er veel meer worden gedaan om systematisch de financiële en wapenaankoopnetwerken van de junta aan te pakken door de VS en zijn bondgenoten”.

“Justice For Myanmar roept op tot dringende sancties tegen Myanma Oil and Gas Enterprise, dat de voortdurende oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid van de junta blijft financieren, evenals het netwerk van trawanten en wapenhandelaars van de junta”.

Die oproep blijkt nu ingewilligd te worden.

Myanma Oil and Gas Enterprise ontmaskerd

Op 6 juli vielen Tatmadaw-soldaten binnen bij Myanma Oil and Gas Enterprise in Nay Pyi Taw. Verschillende hoge functionarissen werden ondervraagd en vastgehouden. De junta was blijkbaar op zoek naar een klokkenluider die een document naar Myanmar Now had gelekt.

Het document waarmee het drama begon, was een uitgelekte brief van het energieministerie van het regime aan de Centrale Bank van Myanmar (CBG), gedateerd op 19 april. Het rapport zei dat het regime ongeveer 500 miljoen dollar aan buitenlandse bankrekeningen aanhoudt en dat het ministerie van Energie in de brief zou hebben gevraagd dat de centrale bank nieuwe rekeningen voor MOGE opent bij de door de staat gerunde Myanmar Economic Bank.

De brief stelde dat de rekeningen een tijdelijke oplossing kunnen zijn voor de sancties die de Europese Unie vorig jaar aan MOGE heeft opgelegd, en de sancties van de Verenigde Staten tegen de algemeen directeur en plaatsvervangend directeuren van de onderneming in februari. Een gepensioneerde functionaris van de centrale bank vertelde Myanmar Now dat het CBG de laatste optie van het regime is, sinds de VS op 21 juni  de door de staat gerunde Myanma Foreign Trade Bank en Myanma Investment and Commercial Bank hebben gesanctioneerd.

Duitsland wil effectiever sancties tegen luchtbombardementen

Ook Duitsland verstrakt haar houding ten aanzien van de junta en dringt bij de Europese Commissie op meer santies aan.

“De federale regering ziet kansen om de sancties effectiever te maken, vooral in de vliegtuigbrandstofsector. Het doel is niet alleen naar individuen te kijken, maar naar de sector als geheel”, aldus het persbericht van de Bondsdag.

De noodzaak van maatregelen om de toegang van het leger tot vliegtuigbrandstof te beperken, was al duidelijk voordat Amnesty International afgelopen november een rapport uitbracht waarin werd beschreven hoe de junta haar luchtmacht gebruikt om mensenrechtenschendingen in Myanmar te plegen. Onder de bedrijven die in het rapport worden genoemd, bevinden zich olie- en gasbedrijven Chevron, ExxonMobil, Rosneft, PetroChina en Thai Oil, evenals de Koreaanse rederij Pan Ocean en de Noorse maritieme groep Wilhelmsen.

De junta is niet alleen sterk afhankelijk van luchtoverwicht om een gevechtsvoordeel te behouden ten opzichte van verzetsstrijders in het land, maar terroriseert ook regelmatig burgers met willekeurige luchtaanvallen, waarbij soms tientallen doden vallen.

Het ergste van deze incidenten sinds het regime aan de macht kwam, was een niet-uitgelokte luchtaanval op het dorp Pa Zi Gyi, in de Kanbalu Township in de regio Sagaing, waarbij in april ten minste 170 ongewapende mensen werden afgeslacht.

Bij het herzien van de grondgedachte voor sancties onderzocht de Duitse parlementaire mensenrechtencommissie de bredere humanitaire en politieke situatie in Myanmar.

De vertegenwoordiger van het ministerie van Buitenlandse Zaken beschreef de staat van het interne conflict in Myanmar als “een patstelling tussen het leger en de oppositiegroepen, die steeds bloediger wordt”, en benadrukte dat ondanks de brutaliteit van het regime “het er nog niet in is geslaagd de volledige controle te krijgen”.

De discussie ging ook in op de manier waarop cycloon Mocha een toch al ernstige humanitaire crisis had verergerd, als gevolg van het feit dat 1,8 miljoen mensen door het conflict uit hun huizen waren verdreven. Ondanks hun voornemen om de bestaande sancties tegen het regime uit te breiden, is de Bondsdag van plan dit jaar de financiering voor humanitaire hulp aan Myanmar te verhogen.

ASEAN desintegreert verder

Zoals velen vreesden, gaf de “informele discussie” die op 19 juni door de Thaise minister van Buitenlandse Zaken Don Pramudwinai in Pattaya werd bijeengeroepen, de minister van Buitenlandse Zaken van de junta, Than Swe, een platform om het regime af te schilderen als een welwillende vredestichter die door bevooroordeelde media werd belasterd, zoals de door het leger geleide Myawady-krant op 22 juni ll. publiceerde.

In een beweging die ASEAN-voorzitter Indonesië en de binnenlandse tegenstanders van het regime in de war zal brengen, beweerde de tekst dat de aanwezigen “hun bereidheid uitten om de ASEAN-minus-formule te vermijden”, een verwijzing naar het beleid van het blok om de junta uit te sluiten van bijeenkomsten op hoog niveau. Ook vertegenwoordigers uit China, India, Laos, Vietnam, de Filippijnen, Brunei en Cambodja namen deel aan de bijeenkomst, de wellicht laatste van de door de Thaise kiezers weggestemde ‘militaire’ regering.

Indonesië en Maleisië – behorend tot de hardste critici van de junta binnen de ASEAN – wezen de ontmoeting af, terwijl Singapore waarschuwde dat het voorbarig was om de junta op zo’n hoog niveau te betrekken.

Deze controversiële vergadering is een nieuwe klap voor de toch al aarzelende pogingen van ASEAN om de crisis te bezweren. Bangkok bleef de verdeeldheid zaaiende gesprekken echter verdedigen. “We lijden meer dan anderen omdat Thailand een meer dan 3.000 kilometer lange gedeelde landgrens en een zeegrens heeft”, verklaarde de afscheidnemende Thaise premier Prayuth Chan-ocha aan verslaggevers. De samenwerking tussen het Thaise en Myanmarese leger is genoegzaam bekend.

Terwijl US-staatsecretaris Antony Blinken de ASEAN nog eens bezwoer om harder en eendrachtiger tegen de Myanmarese junta op te treden, blijven buurlanden tot voorzichtigheid aanmanen en eerder de vinger naar het Westen wijzen. Zoals de Indiase professor Brahma Chellaney, Professor of Strategic Studies aan het New Delhi Center for Policy Research: “Terwijl ze de gewone burgers van Myanmar ellende bezorgen, hebben de westerse sancties de heersende militaire elites relatief ongedeerd gelaten, wat de junta weinig stimulans gaf om haar politieke greep te versoepelen. De belangrijkste begunstigde is China, dat toestemming heeft gekregen om voet aan de grond te krijgen in een land dat het waardeert als een strategische toegangspoort tot de Indische Oceaan en een belangrijke bron van natuurlijke hulpbronnen”.

Print Friendly, PDF & Email

Laatste bijdrages

Lithiummijnen in Europa, niet in mijn buurt

Neveneffecten van de transitie In het Franse departement Allier loopt een openbaar onderzoek naar de ontginning van een grote lithiummijn. De weerstand is groot. Die was zeker even groot…

Print Friendly, PDF & Email

Israëlisch parlement verwerpt toekomstige Palestijnse staat

De Knesset, het Israëlische parlement, heeft met een overweldigende meerderheid een resolutie aangenomen die de oprichting van een Palestijnse staat afwijst. “De vestiging van een Palestijnse staat in het…

Print Friendly, PDF & Email

Macronie zet links een neus

De vier partijen van het Nouveau Frot populaire (NFP) waren het dan toch eens geraakt over een gezamenlijke kandidaat voor het voorzitterschap van de Nationale Assemblée. Als grootste blok…

Print Friendly, PDF & Email
India. De Onzichtbare Gigant

You May Also Like

×