MYANMAR: de volgende ‘failed state’?

Op 1 februari pleegde het leger van Myanmar, of Tatmadaw, een staatsgreep om de inhuldiging van een democratisch gekozen regering te voorkomen. Sindsdien verkeert Myanmar in een staat van semi-verlamming te midden van een golf van stedelijke stakingen en ‘flash mobs’, conflicten in etnische gebieden en een groeiend aantal aanvallen van de ‘People’s Defence Forces’ gericht op faciliteiten en functionarissen van de zelfbenoemde militaire State Administration Council (SAC).

Deze staatsgreep is het hoofd geboden door een brede campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid, landelijke protesten en de oprichting van een regering van nationale eenheid (NUG), die bestaat uit parlementsleden die tijdens de verkiezingen van november 2020 zijn gekozen en vertegenwoordigers van verschillende politieke organisaties en kiesdistricten.

De Tatmadaw opereert met extreme wreedheid maar is er nog steeds niet in geslaagd om haar gezag te consolideren. Haar acties hebben geleid tot de instorting van de economie en de sociale diensten. Daarom is de SAC verantwoordelijk voor de economische en humanitaire nood in Myanmar.

Reeds op 31 maart waarschuwde Christine Schraner Burgener, speciaal VN-gezant voor Myanmar, dat Birma “op het punt stond om in een mislukte staat” te evolueren, waardoor het op één lijn zou komen te staan met landen als Syrië en Jemen. Een gelekte interne nota van een Birmese bank, gepubliceerd in The Financial Times, vreest dat “Myanmars naam kan worden toegevoegd aan een lijst met landen van Argentinië tot Zimbabwe, of Bolivia tot Joegoslavië, die lijden aan hoge of hyperinflatie, massale armoede en een ineenstorting van de munteenheid.”

De werkloosheid stijgt samen met de armoede, en het Wereldvoedselprogramma (WFP) heeft gewaarschuwd dat tegen het einde van het jaar misschien wel de helft van de bevolking geen toegang meer heeft tot voldoende voedsel.

Toch is er in de belangrijkste stadscentra een schijn van ‘het nieuwe normaal’, hoe disfunctioneel het ook is, wat heeft geleid tot de voorzichtige hervatting van enige handel en heropening van bedrijven. Volgens berichten in de media heeft de junta een reeks buitenlandse investeringsprojecten aangekondigd, voornamelijk geïnitieerd door Chinese en enkele Russische zakelijke belangen.

Is er enige hoop voor de economie van Myanmar of, zoals sommige analisten suggereren, is het op weg naar een totale ineenstorting? De junta is er alsnog niet in geslaagd de controle over het land te consolideren. De Independent Economists for Myanmar (EIM), een onafhankelijke groep economen die in Myanmar gewerkt hebben/werken, voorspellen dat de economie dit jaar met 20% of meer zou kunnen krimpen, te midden van aanhoudende weerstand tegen de staatsgreep, stijgende inflatie en verzwakking van de kyat-munt.

Meer dan 883 burgers zijn gedood en minstens 6400 gearresteerd (per 29 juni). De regering van Myanmar is plots op 30 juni begonnen met het vrijlaten van gevangenen, waaronder activisten en journalisten. “De junta hoopt dat het vrijlaten van 2.300 gedetineerden de internationale druk zal verlichten”, aldus Nikkei Asia. Een andere mogelijke verklaring is dat overvolle gevangenissen risicogebieden zijn voor het COVID-19 virus, dat momenteel welig tiert in Myanmar.

Zoals de Assistance Association for Political Prisoners (AAPP) opmerkte in een verklaring: “Er was geen erkenning van het onrecht en het lijden dat vandaag is veroorzaakt, en er werd geen melding gemaakt van het recht op compensatie… De internationale gemeenschap mag dit niet als een versoepeling accepteren.” Een woordvoerder van VN-secretaris-generaal Antonio Guterres zei dat ze “op de hoogte zijn” van de massale vrijlating, maar “we herhalen onze oproep tot de onmiddellijke vrijlating van al degenen die willekeurig vastzitten, en dat geldt ook voor president U Win Myint en staatsadviseur Daw Aung San Suu Kyi.” Hij voegde eraan toe: “We blijven diep bezorgd over het voortduren van geweld en intimidatie, inclusief willekeurige arrestaties door de veiligheidstroepen.”

De vrijlating zal ook bijna onvermijdelijk leiden tot meer verhalen over de misbruiken van de Tatmadaw in de gevangenissen, wat haar reputatie alleen maar verder zal schaden, en het verzet zou kunnen versterken, aangezien dissidenten weer op straat zullen zijn in plaats van achter de tralies. Van versoepeling is bij de junta op andere vlakken immers geen sprake.

Neerwaartse spiraal

Een speciaal rapport van Altean-Burma, — het Alternative ASEAN Network on Birma, een NGO die zich inzet voor de ondersteuning van mensenrechten en democratie bij nationale en basisbewegingen in Birma/Myanmar — vat de situatie als volgt samen:

De economie, die al werd getroffen door de COVID-19-pandemie, is in een verlammende, neerwaartse spiraal terecht gekomen:

* Het land is gedestabiliseerd door een escalerend conflict. In februari en mei waren er 2.458 aanvallen gericht op burgers, meer dan het dubbele van de 1.024 incidenten in heel 2020.

  • De banksector is verlamd. Ongeveer 80% van de bankfilialen zijn gesloten, met gevolgen voor alle 44 banken, import/export en andere sleutelsectoren.
  • Door arbeiders te vermoorden en arbeidsactivisten te vervolgen zijn belangrijke industriële zones in spooksteden veranderd. Minstens 600.000 werknemers hebben hun baan verloren.
  • Ernstige ondermijning van de rechtsstaat door openbare aanklagers en de rechterlijke macht te ontmantelen, amendementen en regels in te voeren die de mensenrechten schenden, en burgers voor de krijgsraad te brengen.
  • De vrijheid van informatie is ernstig aangetast; ten minste 88 journalisten zijn gearresteerd en belangrijke onafhankelijke media verboden.
  • De junta heeft de binnenlandse economie verlamd. Verontrustende indicatoren zijn, onder meer, een daling van de export met 90%, een daling van 92% op de Yangon Stock Exchange (YSX), een daling van 88% van het aantal nieuw geregistreerde bedrijven, en de prognose dat 48% van de bevolking in 2022 in armoede zal verkeren.

Diepe crisis in ontwikkeling en mensenrechten

De Tatmadaw, het leger van Myanmar, heeft een lange geschiedenis van grove mensenrechtenschendingen tegen de eigen bevolking. Vijf decennia militair bewind sinds 1962 resulteerden in: hogere armoedecijfers en lagere inkomens dan de buurlanden; een uiterst langzame technologische vooruitgang; discriminatie van minderheden; slechte betrekkingen binnen de burgerlijke staat; massale uitbreiding van illegale industrieën; en minimale financiering en levering van openbare basisdiensten zoals onderwijs, gezondheidszorg, schoon water, sanitaire voorzieningen en elektriciteit.

Deze geschiedenis verklaart waarom de grote meerderheid van de bevolking van Myanmar tegen de staatsgreep is en waarom het State Administrative Council (SAC)-regime niet als een betrouwbare partner wordt beschouwd.

Elke samenwerking met de SAC-gecontroleerde regering zal waarschijnlijk de ontwikkeling van Myanmar op de lange termijn schaden, aangezien SAC middelen wegsluist van de instellingen die het afgelopen decennium werden gebruikt om de openbare voorzieningen te versterken.

Een eind april gepubliceerd UNDP rapport argumenteert dat zonder snelle corrigerende maatregelen op het gebied van economisch, sociaal, politiek en mensenrechtenbeleid, de inspanningen van Myanmar om de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG’s) tegen 2030 te bereiken, zullen ontsporen.

Naarmate zich deze nijpende en complexe situatie verder ontwikkelt – niet alleen gekenmerkt in humanitaire termen, maar ook als een diepe crisis in ontwikkeling, democratisering en mensenrechten – en de omstandigheden verslechteren, zal internationale steun een belangrijke rol moeten spelen bij het waarborgen van het welzijn van de Myanmarese bevolking, voegde de UNDP eraan toe.

Armoede stijgt zienderogen

“In een tijdsbestek van 12 jaar, van 2005 tot 2017, was Myanmar erin geslaagd het aantal mensen dat in armoede leeft bijna te halveren. De uitdagingen van de afgelopen 12 maanden hebben echter al deze zwaarbevochten ontwikkelingswinsten in gevaar gebracht”, stelt de UNDP in het recent verschenen rapport. “Zonder functionerende democratische instellingen wordt Myanmar geconfronteerd met een tragische en vermijdbare terugval naar niveaus van armoede die in een generatie niet zijn gezien.” De UNDP meent dat de omstandigheden begin 2022 weer zouden kunnen verslechteren tot het niveau van armoede in 2005.

 

Omdat economische, gezondheids- en politieke crises mensen en gemeenschappen anders treffen, worden kwetsbare groepen zoals intern ontheemden en etnische minderheden, in het bijzonder de Rohingya-gemeenschap, veel harder getroffen.

Volgens het rapport meldde eind 2020 83 procent van de huishoudens in Myanmar dat hun inkomen gemiddeld bijna gehalveerd was als gevolg van de coronapandemie. Het aantal mensen dat onder de armoedegrens van 2,385 Myanmar kyats (ongeveer $1.50 per dag) leeft was naar schatting met 11 procent gestegen. De situatie verslechterde verder met de militaire machtsovername van 1 februari en de daaruit voortvloeiende veiligheids- en mensenrechtencrisis, met prognoses die wijzen op een verdere toename van de armoede.

Volgens de EIM briefing zou tegen het einde van 2021 de helft van de bevolking van Myanmar onder de armoedegrens van 1,25 dollar per dag kunnen leven. Ook het UNDP rapport berekent dat 12 miljoen (van de 55 miljoen) Myanmarezen in ernstige economische moeilijkheden zullen komen als bedrijven gesloten blijven in een impasse tussen de junta en de massale beweging van burgerlijke ongehoorzaamheid (CDM). Buitenlandse investeringen in kledingproductie, toerisme en andere industrieën hebben bijgedragen aan het creëren van miljoenen banen, die voor veel gezinnen op het platteland een levensader zijn. Maar die vooruitgang is tot stilstand gekomen toen de staatsgreep de problemen van de pandemie verergerde.

Vrouwen, kinderen, kleine bedrijven en landbouw het hardst getroffen

De UNDP studie vreest dat vrouwen en kinderen de zwaarste last zullen dragen. Verwacht wordt dat binnen een jaar meer dan de helft van de kinderen in Myanmar in armoede zal leven. De reeds bestaande genderkloof bij de beroepsbevolking zal groeien, waarbij vrouwen 60% van alle werknemers in kwetsbare banen uitmaken (waaronder 88% in de kledingindustrie, 69% in de detailhandel en 23% in de toeristenindustrie).

Tijdens een online persconferentie georganiseerd door de Foreign Correspondents Club of Thailand (FCCT) werd gemeld dat de stedelijke armoede naar verwachting zal verdrievoudigen, aangezien de verslechterende veiligheidssituatie de toeleveringsketens blijft beïnvloeden en het verkeer van mensen, diensten en goederen belemmert. De binnenlandse voedselvoorziening zal naar schatting in 2021 krimpen, omdat boeren te maken krijgen met hogere kunstmestprijzen en minder toegang tot krediet, en omdat geïmporteerde voedingsmiddelen en inputs duurder worden.

Sinds 2017 hebben huishoudens op het platteland (30%) bijna drie keer meer kans dan stedelijke huishoudens (11%) om te verarmen. Gezien de grote plattelandsbevolking van Myanmar betekent dit dat meer dan 85% van de armen in Myanmar op het platteland woont.

Met uitzondering van eetbare oliën is Myanmar normaal gesproken zelfvoorzienend in de productie van basisvoedsel. In 2019 exporteerde Myanmar voor meer dan $4 miljard aan rijst, bonen, peulvruchten en andere voedingsmiddelen, terwijl het ongeveer dezelfde hoeveelheid importeerde. Er zijn echter verschillende indicatoren die erop wijzen dat de binnenlandse voedselproductie zal afnemen na de hoofdoogst van het jaar, en mogelijk in ernstige mate:

• Zowel boeren als handelaren hebben het moeilijk om aan voldoende krediet te komen.

• De transitprijzen zijn in de hele economie gestegen als gevolg van duurdere brandstofkosten en transportmoeilijkheden met stakende vrachtwagenchauffeurs die sympathiseren met de Civil Disobedience Movement (CDM).

• De kosten van meststoffen, waarvan 90% wordt geïmporteerd, zijn al fors gestegen en zullen naar verwachting verder stijgen, wellicht tot 40-50% boven het niveau van 2020.

Deze druk leidt tot bezorgdheid over de voedselvoorziening aan het einde van de oogst en geeft aan dat de prijzen van in eigen land geproduceerde basisvoedingsmiddelen, zoals rijst en bonen, in de loop van 2021 zullen stijgen. Dit komt bovenop de toch al grote piek in de kosten van eetbare oliën (voornamelijk geïmporteerde palmolie).

Bovendien is de belasting in de landbouw niet beperkt tot inputs. Rijst en marktgewassen zijn ook moeilijker te exporteren naar China en Thailand als gevolg van vertragingen in de doorvoer en beperkingen in de grenshandel. Ook de aquacultuur is zwaar getroffen door problemen met de export van goederen en een afnemende binnenlandse vraag, evenals door dezelfde kredietproblemen en stijgende inputkosten waarmee de rest van de economie momenteel wordt geconfronteerd.

Naast mogelijke tekorten in de voedselvoorziening na de oogst, leiden de problemen in de landbouwsector – die goed is voor ongeveer de helft van de werkgelegenheid in Myanmar – tot verminderde werkgelegenheid en een daling van de inkomens, vooral voor landloze plattelandshuishoudens.

Sinds begin 2020 staan de belangrijkste bronnen van werkgelegenheid in de steden onder druk, met name in de kleding-, bouw- en detailhandelssectoren. Ook kleine bedrijven, die de meeste banen en inkomens verschaffen aan de armere delen van de stedelijke bevolking, zijn zwaar getroffen. Veel fabrieken, kantoren, banken en andere diensten zijn gesloten en de handel is verstoord door werkonderbrekingen en boycots in de havens. Tengevolge de COVID-19-pandemie en de staatsgreep, wordt nu overal in Myanmar honger geleden.

COVID-19 in het hele land

Nu de bestaande zorginfrastructuur en het test- en traceersysteem voor COVID-19 zijn ingestort, zijn er duidelijk tekenen van een derde golf van COVID-19. Artsen die deelnamen aan de CDM zijn ontslagen; sommigen zijn gearresteerd.

Hoewel meerdere townships nu gedwongen in lockdown zijn, zoals in de Chin staat en de Sagaing regio, is de exacte omvang van de uitbraak onduidelijk. De afgelopen maanden waren de besmettingspercentages met COVID-19 hoog in India en Bangladesh, en het is geen verrassing dat het virus zich nu snel verspreidt in de delen van Myanmar die aan deze landen grenzen. In de week tot 1 juli 2021 registreerde de SAC 1312 nieuwe positieve COVID-19-gevallen, waardoor het totale aantal bevestigde gevallen op 155.697 komt. Maar het werkelijke aantal ligt wellicht veel hoger, aangezien slechts een klein deel van de verdachte gevallen wordt geïdentificeerd of gemeld. Test- en traceringsprogramma’s registreren dus slechts een fractie van de gevallen vergeleken met vóór de coup, en hoewel er meer vaccin aan Myanmar is verstrekt, willen veel mensen geen door SAC gecontroleerde instellingen inschakelen om een inenting te krijgen. Het onvermogen van SAC om te reageren op COVID vormt een bedreiging voor de gezondheid van de gehele bevolking van Myanmar, evenals die van de buurlanden.

Met andere woorden, het zorgstelsel verkeert in crisis. Enkele honderdduizenden mensen die afhankelijk zijn van medicijnen tegen hiv of tuberculose, hebben geen of moeilijk toegang tot hun medicijnen. Vaccinatieprogramma’s voor zuigelingen tegen mazelen, polio en difterie – die normaal gesproken 950.000 kinderen per jaar dekken – zijn gestopt.

Het ministerie van Volksgezondheid van de junta maakte eind juni melding van een recordaantal nieuwe COVID-19 gevallen. Er vielen ook nog eens 25 doden, wat het totale officiele dodental op 3.275 brengt. Nog verontrustender dan de ruwe cijfers is het positieve percentage, dat rond de 12 procent schommelt, en de wijdverbreide verspreiding van gevallen.

De Wereldgezondheidsorganisatie beschouwt een testpositie van 5 procent als zorgwekkend hoog; we zijn daar ver voorbij en het is waarschijnlijk dat uitgebreidere tests zouden onthullen dat het virus wijdverspreid is. Myanmar vindt ook gevallen in het hele land, niet alleen in een paar staten of regio’s. Terwijl de westelijke Chin-staat en de Sagaing-regio het epicentrum waren van de nieuwe uitbraak, waarvan wordt aangenomen dat deze de grens met India is overgestoken, zien we gevallen ook elders toenemen, bijvoorbeeld in Nay Pyi Taw, Mandalay en Bago.

De junta beveelt hotspots af te sluiten, verplicht tot thuis-isolatie, en sluit markten. Maar tegelijkertijd heeft de staatsgreep de gezondheidszorg verlamd, en lijkt het er niet op dat de junta gezondheidszorg voorrang geeft boven haar verlangen naar totale controle.

In de gebieden waar het ethnische gewapende verzet (EAO’s) actief is en ongeveer 10-15% van de Myanmarese bevolking onder haar hoede heeft, wordt samen met sociale en humanitaire dienstverleners, humanitaire en medische hulp geleverd. Veel EAO’s genieten een aanzienlijke legitimiteit bij de lokale bevolking. Ze beheren eigen gezondheidsklinieken en verzorgen vaccinatieprogramma’s, en verlenen humanitaire hulp aan ontheemden, blijkbaar op een hoog niveau. De KNU en Kachin Independence Organization (KIO) hebben COVID-19-tests uitgevoerd, en de KIO heeft onlangs ook samengewerkt met internationale partners om COVID-19-vaccinaties te verstrekken.Veel andere EAO’s hebben de capaciteit om met internationale actoren samen te werken om basisinkomen en voedselhulp te bieden; het leiden van of assisteren bij vaccinatieprogramma’s; en het verlenen van basisgezondheidszorg en onderwijs.

Het bereik van de EAO’s kan groeien als ze hun territorium blijven uitbreiden en naarmate ontheemden verhuizen naar locaties onder controle van EAO’s. Grote aantallen bestaande en nieuwe intern ontheemden – een van de bevolkingsgroepen die humanitaire hulp het meest nodig heeft – bevinden zich in gebieden waar EAO’s de belangrijkste veiligheidsactoren zijn en openbare diensten en bijstand verlenen.

Onderwijs draait vierkant

De Tatmadaw acties tegen elk teken van oppositie zijn verscherpt, met name tegen onderwijzers, artsen, andere professionals en gewone arbeiders. 125.900 leraren (ongeveer 30% van alle docenten) en 19.500 universiteitsmedewerkers zijn geschorst door het SAC-gecontroleerde Ministerie van Onderwijs als straf voor deelname aan de Civil Disobedience Movement (CDM). Enkele docenten, hoogleraren en ander onderwijzend personeel zijn gearresteerd.

De meeste gezinnen weigeren hun kinderen naar scholen te sturen die worden beheerd door het door het leger gecontroleerde ministerie van Onderwijs. Myanmar Teachers’ Federation berekende dat hoogstens een kwart van de in aanmerking komende studenten opnieuw ingeschreven is. Ouders aarzelden om meerdere redenen om hun kinderen in te schrijven op SAC-scholen, waaronder: (i) ze wilden SAC niet erkennen als een legitieme openbare dienstverlener; (ii) bezorgdheid over de veiligheid van leerlingen omdat Tatmadaw-troepen in sommige scholen zijn gestationeerd; (iii) angst voor de veiligheid van leerlingen als gevolg van recente explosies in en nabij scholen. Universiteiten gingen begin mei 2021 weer open, maar ook daar hebben zich maar heel weinig studenten ingeschreven, terwijl er andere berichten zijn dat studenten door de Tatmadaw worden gedwongen om lessen bij te wonen.

Money, money, money

Tegelijkertijd blijft het banksysteem van het land verlamd, wat resulteert in een tekort aan contant geld, de toegang tot sociale uitkeringen beperkt, en voorkomt dat broodnodige geldtransfers de noodlijdende gezinnen bereiken. Het marktonderzoeksbureau Fitch Solutions heeft voorspeld dat de economie in het lopende fiscale jaar, dat in september afloopt, met 20 procent zal krimpen. In een rapport dat recent werd uitgebracht, merkte econoom Jason Yek op dat voedselonzekerheid toeneemt als gevolg van hamsteren en inflatie, terwijl mensen moeite hebben om toegang te krijgen tot contant geld als gevolg van de sluiting van en geldlimieten op ATM-machines.

Een verzwakking van de Myanmarese kyat tot ongeveer 1.600 kyat per dollar (ten opzichte van ongeveer 1.350 kyat vóór de staatsgreep) belemmert ook het vermogen van het land om de broodnodige medicijnen en andere benodigdheden te importeren.

De druk op de munteenheid van het land, de kyat, heeft de prijs van invoer en energie doen stijgen, terwijl het volume van de overzeese handel naar schatting met 55 tot 64 procent is gedaald.

Aangroeiende vluchtelingenstroom ten gevolge van gewapende conflicten

Bovendien hebben botsingen tussen de Tatmadaw en regionale gewapende ethnische groeperingen geleid tot nieuwe vluchtelingen in verschillende delen van het land en velen moeten hun toevlucht buiten de grenzen zoeken. Zo is er een aanzienlijke vluchtelingenstroom naar Thailand en India op gang gekomen. Een groot aantal van hen die naar Thailand, India, Maleisie of Bangladesh proberen te ontsnappen worden echter verhinderd de grenzen over te steken of worden gearresteerd en teruggestuurd. Bovendien verkeren zowel de Rohingya in Bangladesh als de bevolking langs de Thaise grens in een uiterst precaire situatie.

Maar ook binnen Myanmar zijn mensen op de dool. De gewelddadige conflicten veroorzaken een voedselcrisis, een ineenstorting van openbare diensten – vooral in de gezondheidszorg en het onderwijs – en toenemende armoede. Deze crises zullen op korte termijn waarschijnlijk nog heviger worden.

De nood in door conflicten getroffen delen van het land is nijpender dan voorheen en neemt steeds sneller toe. Eind mei 2021 schatte het Bureau van de Verenigde Naties voor de Coördinatie van Humanitaire Zaken (UNOCHA) dat meer dan 336.000 mensen in Myanmar intern ontheemd zijn, van wie de meerderheid zich in situaties van langdurige ontheemding bevindt. De nood is toegenomen als gevolg van een uitbreiding van het gewapende conflict in Rakhine en het zuiden van Chin. Sinds medio mei 2021 is ook in de deelstaat Kayah en naburige townships in het zuiden van de deelstaat Shan het conflict opnieuw opgelaaid, wat leidde tot de ontheemding van nog eens 85.000 tot 100.000 mensen in het zuidoosten van Myanmar.

De escalatie van het conflict beperkt zich niet tot het zuidoosten van Myanmar. Er breken nu ook conflicten uit in delen van het land die al tientallen jaren geen actieve strijd meer hebben meegemaakt, met name in Chin State, Magway Region en Sagaing Region. Begin juni meldde Myanmar Now dat 50.000 mensen ontheemd waren geraakt in het Yaw-gebied van Magway Region.

a een bezoek op het terrein concludeerde Michele Bachelet, Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, in een verklaring van 11 juni: “Zoals ik had gevreesd, nemen gewapende conflicten en ander geweld toe in veel delen van Myanmar, waaronder de deelstaten Kayah, Chin en Kachin, waarbij het geweld bijzonder hevig is in gebieden met aanzienlijke etnische en religieuze minderheidsgroepen”. “Staatsveiligheidstroepen blijven zware wapens gebruiken, waaronder luchtaanvallen, tegen gewapende groepen en tegen burgers en burgerobjecten, waaronder christelijke kerken.” De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN citeerde geloofwaardige rapporten dat veiligheidstroepen burgers als menselijk schild gebruikten, en huizen en kerken van burgers beschoten in Loikaw, Phekon en Demoso, in de staat Kayah.

Ze riep ook op tot bescherming van ziekenhuizen, scholen en gebedshuizen in het hele land, na verschillende gemelde incidenten waarbij deze instellingen werden betreden en bezet door Tatmadaw-troepen, “beschoten en beschadigd bij militaire acties”. Terwijl voorheen de conflicten geconcentreerd waren in landelijke gebieden, worden nu ook stedelijke gebieden getroffen.

Sancties en boycot hebben succes

In hun rapport dringen de Independent Economists for Myanmar aan om bij sancties en boycot te focussen op de bronnen van deviezen, zoals de uitvoer van aardgas uit Myanmar, de grootste inkomstenbron, en van edelstenen en jade. De VS hebben onlangs sancties opgelegd aan het bedrijf dat de meeste edelstenen, parels en jade in Myanmar beheert, hoewel een groot deel van die handel illegaal wordt gedaan.

Tot dusver hebben buitenlandse regeringen en bedrijven getracht druk uit te oefenen op generaal Min Aung Hlaing en anderen in de junta door middel van gerichte sancties die bedoeld zijn om de financiële steun aan het leger of Tatmadaw af te snijden. Sancties kunnen deposito’s bevriezen van de Myanmar Foreign Trade Bank en Myanmar Investment and Commercial Bank, die door de junta gecontroleerd worden. Op die wijze zouden internationale sancties de inkomsten van de Tatmadaw met ongeveer $ 2 miljard per jaar kunnen verminderen.

Buitenlandse humanitaire hulp nodig, maar hoe?

Het huidige niveau van humanitaire hulp, dat voor 2021 aan Myanmar is toegezegd, ligt ver onder het niveau dat zelfs vóór de staatsgreep nodig was, en er is veel meer hulp nodig dan oorspronkelijk was voorzien. Bovendien is het in de huidige situatie niet haalbaar voor internationale donoren om humanitaire hulp aan Myanmar te verlenen via het militair gecontroleerde staatsbestuur. De Staatsbestuursraad (SAC) blijkt niet bij machte om de meeste openbare diensten te verzorgen, het leidt humanitaire hulp weg van de beoogde ontvangers en wordt tegengewerkt door het Myanmarese volk en door veel voormalige en huidige ambtenaren.

Internationale donoren en humanitaire organisaties kunnen zelf geen directe en gerichte humanitaire hulp bieden aan huishoudens in Myanmar; ze zullen moeten samenwerken met enkele van de vijf lokale actoren die openbare diensten verlenen of coördineren in Myanmar. Dit zijn volgens de EIM: (i) de SAC-gecontroleerde overheid; (ii) nationale en subnationale netwerken van het maatschappelijk middenveld; (iii) etnische gewapende organisaties (EAO’s); (iv) ‘parahita’ of zelfhulpgroepen op gemeenschapsniveau; en (v) de regering van nationale eenheid NUG. Er zijn zowel humanitaire als politieke implicaties voor hulporganisaties die met een van deze entiteiten willen samenwerken.

Door SAC gecontroleerde overheidsinstanties

De SAC heeft de controle over het staatsapparaat van de regering van Myanmar overgenomen zonder controle te krijgen over de openbare dienstverlening. Op lokaal niveau heeft SAC bijvoorbeeld de gekozen wijkbeheerders afgeschaft en proberen te vervangen door beheerders aangesteld door SAC. Deze aangestelden worden doorgaans niet geaccepteerd in de lokale gemeenschap, vooral omdat ze worden gezien als ‘spionnen’. Een aantal van deze nieuw aangestelde lokale bestuurders is al omgekomen/’terechtgesteld’ bij burgerwachtaanvallen.

Op het niveau van de natie heeft het economische en politieke wanbeheer van de SAC een groot deel van de vooruitgang die de afgelopen tien jaar was geboekt, ongedaan gemaakt en de uitvoering van uitkeringsprogramma’s belemmerd. Zo hadden de ministeries van Onderwijs, Volksgezondheid en Sport en Maatschappelijk Welzijn, Hulpverlening en Hervestiging in de jaren 2010 al belangrijke verbeteringen aangebracht in de dienstverlening, in tegenstelling tot hun aanhoudende verwaarlozing tijdens eerdere perioden van militair bewind. In de jaren voorafgaand aan de staatsgreep begon het Ministerie van Maatschappelijk Welzijn, Hulp en Hervestiging bijvoorbeeld met het verstrekken van ouderdomspensioenen en hulp voor zwangere vrouwen en moeders van baby’s. Sinds 2020 wordt landelijk een maandelijks pensioen van 10.000 kyat verstrekt aan 85-plussers; en een maandelijkse contante betaling van 15.000 kyat was beschikbaar voor zwangere vrouwen en moeders van jonge kinderen in Chin, Kayah, Kayin en Rakhine States, en de Naga Self-Administered Zone. De distributie van de moeder- en kindtoeslag diende evenwel onderbroken door stakingen van ministriele medewerkers en een aanhoudend tekort aan valuta. Ook heeft de overheid noodvoedselhulp, geldoverdrachten en elektriciteitssubsidies verstrekt aan sommige huishoudens als reactie op de economische schokken van 2020. Hoewel deze stimulans de rol van de staat in de economie uitbreidde – van historisch lage niveaus in vergelijking met andere economieën in Zuidoost-Azie — kwamen ze slechts een klein percentage van de bevolking ten goede; hun opschorting zal een kleinere impact hebben op armoede en levensonderhoud dan opschorting van de andere programma’s van het ministerie.

De SAC geeft echter prioriteit aan uitgaven in geld of natura voor militaire doeleinden of personeel. Zo kregen militaire functionarissen door India geschonken vaccins eerst, hoewel deze in eerste instantie bedoeld waren voor gezondheidswerkers en ouderen. De SAC zou ook staatsmiddelen hebben gebruikt om vrijgelaten gevangenen in dienst te nemen om vreedzame protesten te verstoren, verkeerde informatie te verspreiden, en informanten te betalen.

De Nationale Eenheidsregering (NUG)

De NUG groepeert democratisch verkozen regeringsleden en verschillende andere vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld en etnische gemeenschappen. De NUG geniet een hoge mate van legitimiteit onder de bevolking en krijgt steun van een aanzienlijk deel van de werknemers in de publieke sector.

De NUG heeft momenteel echter niet de bestuurlijke capaciteit om veel humanitaire hulp te bieden. De NUG kan helpen bij het identificeren van de behoeften, het signaleren van prioriteiten en het achter de schermen coördineren van hulpacties om donoren aan te moedigen hulp te bieden zonder de Tatmadaw te versterken en zich beter te richten op degenen die het meest worden getroffen.

Netwerken van het maatschappelijk middenveld

Netwerken van het maatschappelijk middenveld hebben historisch gezien een belangrijke rol gespeeld bij het verlenen van internationaal gefinancierde hulp. Sinds de cycloon Nargis in 2008 hebben internationale donoren deze netwerken gebruikt om hun programmering uit te voeren. Sinds de staatsgreep hebben deze netwerken te maken gehad met intimidatie, arrestatie en onteigening van middelen door SAC-autoriteiten. Dergelijke intimidatie van maatschappelijke organisaties komt sinds de staatsgreep vooral veel voor in gebieden met conflicten en ontheemding, zoals Chin en Kayah, maar maatschappelijke organisaties in heel Myanmar zijn bang om het doelwit te worden.

Tot nu toe hebben deze maatschappelijke organisaties en netwerken geprobeerd op een grotendeels apolitieke manier te opereren. Na cycloon Nargis breidde hun ontvangst van internationale financiering zich snel uit. Alles in Myanmar is nu echter extreem gepolitiseerd. De SAC zal internationale donoren wellicht niet toestaan om hulp te blijven verlenen aan netwerken van het maatschappelijk middenveld op de manier die in de beginjaren 2000 mogelijk was. Zo werden organisaties als de Free Funeral Society voorheen als grotendeels apolitiek gezien, maar na hun besluit om geen actieve leden van de Tatmadaw en de politie te dienen, werden ze gewelddadig aangevallen en/of werden hun bezittingen in beslag genomen.

Lokale zelfhulp-empowerment

Reeds voor de staatsgreep hadden ‘parahita‘ of zelfhulpgroepen op gemeenschapsniveau veel ervaring met het collectief bundelen van risico’s, het ontwijken van een roofzuchtige staat en het vinden van manieren om publieke goederen te distribueren. Het EIM-rapport citeert een studie van twee townships in het oosten van Myanmar over de belangrijke rol van niet-overheidsinstellingen bij het innen van inkomsten en het verlenen van diensten. Daaruit bleek dat slechts 30% van de financiële bijdragen aan de autoriteiten werd betaald in formele staatsbelastingen, terwijl 70% naar niet-gouvernementele groepen ging. Er is geen reden om aan te nemen dat de twee townships in dit onderzoek atypisch zijn in vergelijking met de rest van Myanmar.

De diensten die deze gemeenschappen via hun eigen organisaties leveren, zijn niet overal hetzelfde. Vóór de staatsgreep waren ze actief bij het aanleggen van wegen, bruggen, riolering, watervoorziening, afvalverwerking, straatverlichting, elektriciteit; en verzekeringen om kosten in verband met gezondheidszorg, begrafenissen en overstromingsschade te dekken.

Net als in andere noodsituaties bieden deze lokale netwerken nu steeds meer hulp om inkomens- en voedselbehoeften te verstrekken en om de kosten van de gezondheidszorg te dekken. Deze activiteiten hebben zich vermenigvuldigd ondanks het feit dat het SAC-regime zich een deel van de ingezamelde fondsen toeeigende, en zij die hulp aan medeburgers probeerden te bieden, bedreigde of arresteerde.

De Myanmarese diaspora, inclusief migrantenorganisaties in de buurlanden, helpen met fondsenwerving en sturen hulp naar Myanmar.

Kortom

In de huidige situatie is het voor internationale donoren niet realistisch om traditionele ontwikkelingssteun te verstrekken aan Myanmar. De door de SAC gecontroleerde staat is niet in staat de meeste openbare diensten te waarborgen en wordt tegengewerkt door het Myanmarese volk. Tegelijkertijd is de legitieme en breed gesteunde NUG-regering momenteel nog niet sterk genoeg om innovatieve ontwikkelings- en bestuursprogramma’s op te zetten. Het is misschien mogelijk om via maatschappelijke organisaties wat ontwikkelingshulp te verlenen – financiële steun aan boeren bijvoorbeeld – maar de ruimte voor dergelijke hulp zal veel beperkter zijn dan mogelijk zou zijn als Myanmar een functionerende en legitieme regering heeft.

Tegelijkertijd moet de donorsteun voor humanitaire hulp en basisgezondheidszorg worden opgevoerd. Het bieden van deze steun is echter geen neutrale handeling, zeker niet in de huidige omstandigheden. Naast de toewijzing van internationale hulp moet een internationale strategie worden overwogen om economische middelen aan de SAC te ontzeggen – zodat er zo snel mogelijk een andere politieke regering kan komen. Het is echter mogelijk dat de politieke, veiligheids-, economische en gezondheidscrises waarmee Myanmar wordt geconfronteerd nog vele jaren aanhouden, en de aard van het verzet zal waarschijnlijk veranderen naarmate deze crises cumuleren.

Daarom moet prioriteit worden gegeven aan steun die het onwettig regime niet versterkt, anders zal de chaos en onbestuurbaarheid alleen maar toenemen. Internationale actoren moeten daarom instellingen ondersteunen die het best in staat zijn om effectief te reageren op de huidige humanitaire crises in Myanmar en een basis helpen leggen voor de stabilisatie en toekomstige ontwikkeling van het land.

(Visited 468 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 490 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Jan Servaes

Jan Servaes (PhD) was UNESCO-leerstoelhouder voor 'Communicatie voor duurzame sociale verandering' aan de Universiteit van Massachusetts, VSA. Hij heeft internationale communicatie en communicatie voor sociale verandering gedoceerd in Australië, België, China, Hong Kong, de Verenigde Staten, Nederland en Thailand, naast verschillende opdrachten aan ongeveer 120 universiteiten in 55 landen. Hij staat bekend om zijn ‘multipliciteitsparadigma’ in ‘Communication for Development. One World, Multiple Cultures ” (1999).
Servaes was hoofdredacteur van het Elsevier-tijdschrift "Telematics and Informatics: An Interdisciplinary Journal on the Social Impacts of New Technologies." Hij is de hoofdredacteur van het 'Handbook of Communication for Development and Social Change' (2020) en co-editor van de Palgrave Handbook of Sustainable Development and International Communication (2021)

zie ook