Muur en Gordijn 20 jaar weg

De Muur van Berlijn, symbool van de opdeling van Europa in een zone van “het reële socialisme” en in een kapitalistisch deel, verdween 20 jaar onder bijna algemeen gejuich. Aan de verdwijning van die Muur en van het beruchte IJzeren Gordijn was in “Oost-Europa” (naast Oost- ook Centraal-Europa en deel van de Balkan) een decennium van crisissen voorafgegaan. De jaren 1980 waren een periode van versnelde vermolming van een systeem dat al veel eerder uitgehold was.

Heeft de Poolse paus Karol Wojtyla (Johannes Paulus II) de genadestoot gegeven? Hebben het Witte Huis in Washington, de CIA en het Vaticaan samengezworen om het systeem in zijn zwakste schakel, Polen, te treffen? Het heeft de desintegratie ervan mee versneld, maar onder VS-president Jimmy Carter (1976-1980) werd een veel grotere stoot gegeven. Volgens een plan van zijn veiligheidsadviseur Zbigniew Brzezinski (nog altijd actief in de regio) moest het opdrijven van de bewapeningswedloop in de eerste plaats de Sovjeteconomie op de knieën krijgen.

Die bewapeningswedloop – met onder meer het opstellen van middellange afstandsraketten in België en andere West-Europese landen – kwam inderdaad hard aan voor Moskou. Het Kremlin zat voor een zwaar dilemma: die wedloop trachten bij te houden, maar dan ten koste opnieuw van andere economische sectoren. Of zich neerleggen bij de Amerikaanse suprematie.

Vierkant

In feite was er weinig keuze. De economie draaide in de Sovjet-Unie en haar “partnerlanden” al langer vierkant. Er werden met veel omhaal op partijcongressen vijfjarenplannen afgekondigd en jaarlijks bijgestuurd. Maar dat gebeurde op basis van grotendeels fictieve gegevens. “We schrijven alweer bladzijden fictie” verteelde een Sovjeteconomist me in 1980 bij de uitwerking van het nieuwe Vijfjarenplan. Fictie, want vanuit de meeste bedrijven werd steevast gemeld dat de streefcijfers van het plan waren gehaald of overtroffen, iedereen werd daar beter van. En op basis van vervalste gegevens werden dan nieuwe streefcijfers opgesteld. Het werkte corruptie zwaar in de hand.

Rond die tijd begon de Sovjetleiding te beseffen dat ze in feite niet wist wat er in de Unie echt gebeurde. Een vertrouwelijk rapport van sociologen legde haar bloot hoe enorm de kloof tussen leiding en land wel was. Iedereen deed alsof, het Politburo van de Communistische Partij werd gewoon bedolven onder valse informatie. Het is een bekend verschijnsel dat heersers zich omringen met hovelingen die goed nieuws moeten brengen.

De werkelijkheid drong het Politburo dan toch binnen. In 1985 oordeelde het Politburo dat het tijd was voor hervormingen. Hervormer Michail Gorbatsjov moest een “perestrojka” brengen, een grondige hervorming van het systeem. De goede bedoelingen waren er, maar de mogelijkheden niet meer – het was te laat om de nomenklatura en het bureaucratisch systeem overeind te houden. De vermolming zat te diep.

Ideologie?

De meeste leden van die nomenklatura, het systeem van voorrechten verbonden aan de functie, hoopten het systeem te kunnen hervormen met behoud van voorrechten. Ideologie kon hen geen barst schelen, alleen belangen. In twintig jaar verslaggeving over het Sovjetsysteem, kwam ik niet één enkele keer een beleidspersoon tegen die in het eigen systeem geloofde. Ze hadden alleen belangen te verdedigen, wat verklaart waarom zoveel leiders zich erg gemakkelijk konden recycleren in het kapitalisme.

“Ideologische waakhonden” als Jegor Ligatsjov werden grote bankiers. Leonid Kravtsjoek, chef ideologie en vervolgens partijleider in Oekraïne, zei in 1991 dat iedereen toch wel wist dat die ideologie niets voorstelde.

De kloof tussen theorie – socialistische samenleving – en werkelijkheid – de privileges van de bureaucratie, was voor de samenleving al te duidelijk geworden. De geloofwaardigheid van het systeem was zo ondermijnd, dat niet veel nodig was om het omver te blazen. Een systeem dat zich beriep op het “wetenschappelijk socialisme”, maar huiverig stond tegen kopieermachines, laat staan pc’s. Het was een bijkomende factor in de globale crisis van wat ze daar “het reële socialisme” noemden.

Implosie

Er waren dus geen buitenlandse tanks of bombardementen nodig om dit zo stevig geachte Sovjetsysteem onderuit te halen. Het implodeerde gewoon.

De wapenwedloop versnelde het. De gebeurtenissen in Polen ook. Maar de arbeidersopstand van de zomer van 1980 was geen internationale samenzwering. Er waren eerder al arbeidersopstanden geweest, zoals in 1976. Het KOR, Comité voor de verdediging van de arbeiders, had niets met CIA of Vaticaan te maken. Reactionaire kringen zijn er wel in geslaagd zeer veel invloed te krijgen in Solidariteit. Maar zowel in Polen als in de rest van de Sovjetwereld, waren het de interne tegenstellingen die tot de implosie leidden.

Een implosie waarvan talrijke nomenklaturisten architecten waren. Jarenlang hadden ze opgekeken naar kapitalisten die superwinsten halen waar hun voorrechten peanuts bij waren. Zelf kapitalist worden, dat was de duidelijke ambitie van die bureaucraten, onder wie waakhonden van de ideologie en kopstukken van de geheime diensten. Het volstaat te kijken naar het vervolg van hun carrière onder het kapitalisme omte begrijpen waarom de “overgang” zo gemoedelijk verliep.

(Uitpers, nr. 113, 11de jg., oktober 2009)

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 62 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook