Moskou op de tast in Midden Oosten

Ruslands president Vladimir Poetin was er na 11 september 2001 als de kippen bij om na de oproep van zijn Amerikaanse collega George W. Bush toe te treden tot de zogenaamde grote coalitie tegen het internationaal terrorisme. Poetin kon er alleen maar bij winnen, dacht hij.

Vooreerst, Washington en de rest van de wereld moest nu toch erkennen dat Moskou in Tsjetsjenië oorlog voert tegen dat internationaal terrorisme. Bovenal rekende Poetin erop dat Washington in ruil voor die Russische steun, Ruslands invloed binnen zijn “nabije buitenland” – het gros van de vroegere Sovjetrepublieken – zou erkennen en ook elders, zoals in het Midden Oosten, Moskou meer armslag zou toestaan. Het bleek één illusie.

Bijna vijf jaar later heeft Poetin immers al lang moeten vaststellen dat die verwachtingen niet zijn uitgekomen. Zelfs niet inzake Tsjetsjenië, want de Amerikaanse regering heeft in de mogelijke aanwezigheid van Tsjetsjeense opstandelingen in een vallei van Georgië een voorwendsel gevonden om de militaire banden met Georgië veel nauwer aan te halen en om zich militair te nestelen in deze voormalige Transkaukasische Sovjetrepubliek.

Het moet Moskou begin juni ook zeer zwaar op de maag hebben gelegen dat de oliepijpleiding van Bakoe via Tbilisi naar Ceyhan, aan de zuidkust van Turkije, in werking is getreden. Daarmee kwam spectaculair een einde aan de Russische greep over de transporten van olie uit de Kaspische Zee. Rusland was in september 1994 pijnlijk verrast geworden toen de Azerbeidzjaanse president Geidar Aliëv (een oud kopstuk van het Sovjetsysteem) met een overwegend westers (Brits, Amerikaans, Noors, Turks) consortium een belangrijk akkoord sloot voor de ontginning van olie in de Kaspische Zee. Het project BTC (Bakoe-Tbilisi-Ceyhan) dat daarop volgde, was voor Moskou zoveel als een economische oorlogsverklaring.

VS doen aan indijking

Na de aanslagen van 9-11 werd Poetin al onmiddellijk geconfronteerd met de Amerikaanse expansieplannen in Ruslands buurt. Om de oorlog in Afghanistan tegen de Taliban en Al Qaeda te voeren, zei Washington dat de Amerikaanse strijdkrachten militaire basissen nodig hadden in enkele gewezen Sovjetrepublieken van Centraal-Azië – Kirgizië, Oezbekistan, Tadzjikistan. Moskou kon moeilijk anders, als bewijs van trouw aan de “internationale coalitie tegen het terrorisme”, dan zich daarbij neer te leggen. Het hoopte wel tegelijk dat het de “Groep van Shanghai” (een defensieovereenkomst met China en de meeste staten van Centraal-Azië) nieuw leven zou kunnen inblazen om de Amerikaanse expansiedrang af te remmen. Maar het kon weinig rekenen op de leiders van de betrokken staten wier ondemocratisch bestuur Washington absoluut geen doorn in het oog was.

Amerikaanse militairen en zakenlui, vooral energiebaronnen, boekten in Centraal-Azië talrijke punten ten nadele van de Russische collega’s. In Transkaukasië verloor Moskou een groot deel van zijn greep op Georgië waar eind 2003 met Amerikaanse en West-Europese steun de zeer pro-Amerikaanse Michail Saakasjvili aan de macht kwam. De grote klap kwam natuurlijk een jaar later toen Oekraïne kantelde. Sindsdien is het voor het Kremlin duidelijk: van de VS vallen geen geschenken te verwachten, Washington wil Rusland tot in zijn eigen tuin terugdringen. De westerse hetze tegen de Witrussische regering nam het laatste greintje twijfel weg.

Poetin heeft dan ook uitgesproken het geweer van schouder veranderd. Tijdens zijn jaarlijkse beleidstoespraak – op 10 mei – stelde hij duidelijke streefdoelen om Ruslands plaats in de wereld te bevestigen: de bevolking moet weer aangroeien en de strijdkrachten moeten worden versterkt. “Hoe sterker onze strijdkrachten, des te minder zullen ze geneigd zijn ons onder druk te zetten”, aldus de president. Voor Poetin staat ook een stuk geloofwaardigheid op het spel, Rusland moet na de rampzalige jaren 1990 weer een vooraanstaande plaats op de wereldscène verwerven.

Troeven

Moskou is natuurlijk niet zonder troeven. Het is nog altijd een grote kernwapenmogendheid, maar in de recente geschiedenis is gebleken dat dit als machtsfactor niet zoveel voorstelt. Het heeft vooral grote eigen energiebronnen – olie en aardgas – waarmee het steeds zwaarder kan uitpakken. Die bronnen zijn geduchte diplomatieke troeven én bovendien een enorme financiële meevaller. Door de hoge olieprijzen kon Rusland in minder dan geen tijd buitenlandse schulden afbetalen en een grote deviezenreserve aanleggen. Moskou rekent op langere termijn vooral op zijn gasrijkdom als economische machtsfactor. In dat opzicht zijn de belangrijkste partners West-Europa, Japan, China en is het Midden Oosten vooral belangrijk o:m de prijzen op de wereldmarkt te bepalen. Hoe hoger hoe liever voor Moskou. In dat opzicht heeft Rusland belang bij politieke spanningen die de prijzen hoog houden.

Moskou zoekt natuurlijk ook buiten zijn nabije buitenland invloed te winnen om het verlies in de vroegere Sovjetrepublieken te compenseren. Het Midden Oosten ligt daarbij voor diverse redenen voor de hand: het ligt vlakbij en tijdens de Koude Oorlog kon de Sovjet-Unie er talrijke bondgenoten of dan toch partners vinden.

Tijdens de Sovjettijd speelden ideologische motieven geen noemenswaardige rol. Moskou steunde volop regimes waar communisten zwaar werden vervolgd, zoals het geval was in het Irak van Saddam Hoessein. Moskou kon in de naoorlogse periode lang ook garen spinnen van de neokoloniale politiek van westerse mogendheden die bij voorbeeld het Egypte van president Nasser in de armen van de Sovjet-Unie dreven. De Sovjetdiplomatie kon decennia lang op goede banden met Arabische regimes rekenen omdat het op wereldvlak een tegengewicht vormde voor wat die regimes als een as VS-Israël zagen – en wat ook zo was.

Tegengewicht

De VS hadden in de Koude Oorlog al snel allerlei regionale militaire allianties uitgebouwd om de Sovjetinvloed in te dijken. Zo was er onder meer de Cento met Turkije (ook lid van de NATO zelf), Irak, Iran en Pakistan. Die militaire alliantie verloor met Irak al snel een essentiële schakel, terwijl de VS met de “islamitische omwenteling” van 1979 in Iran een zeer belangrijke regionale bondgenoot kwijtspeelden. Maar dat betekende niet echt grote winst voor de Sovjet-Unie die op dat ogenblik met Afghanistan in haar maag zat. Met die interventie in Afghanistan verloor Moskou trouwens aan invloed in de Arabische wereld.

Die invloed was toch al broos. Moskou kon ook in de Sovjettijd uiteindelijk niet op tegen de Amerikaanse suprematie, ook bestaande uit financiële verlokkingen waar bij voorbeeld het Egypte van Sadat en Mobarak van profiteerde. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 smolt die invloed verder weg. Moskou had de door de VS gewilde Golfoorlog van 1991 onderschreven en onder Jeltsin zette Rusland de onder Gorbatsjov gevoerde politiek van volgzaamheid tegenover Washington verder. Moskou had weinig speelruimte,het mikte op een goede verstandhouding of zelfs een partnerschap met Washington, waardoor het zichzelf grote beperkingen oplegde.

Die droom van een partnerschap is zeker na de gebeurtenissen in Georgië en Oekraïne vervlogen. Maar ook de Amerikaanse inval van 2003 in Irak sloeg die al aan diggelen, de VS lieten er geen twijfel aan bestaan dat ze zich ook maar iets van andermans bezwaren, zeker niet die van Moskou, zouden aantrekken. Meteen begreep Moskou ook dat zijn vetorecht in de Veiligheidsraad van de VN ook geen garantie is op diplomatiek gewicht.

Keert de wind?

Maar Moskou denkt dat de wind aan het keren is en dat het van alle hout pijlen moet maken. Welk hout? Na de bittere ervaringen in Irak, is Washington veel voorzichtiger geworden, zeker tegenover de zogenaamde nucleaire dreiging van Iran. Het vetorecht is toch nog iets waard, zo ondervindt Rusland in deze kwestie. Tegenover die kwestie stelt Moskou zich zo pragmatisch mogelijk op. Het maakt gebruik van de zakelijke relaties met Teheran waarmee het geen grote belangentegenstellingen heeft. Iran is voor Rusland in zijn nabije buitenland geen concurrent. Moskou en Teheran zitten voor belangrijke punten op dezelfde golflengte, bij voorbeeld voor het statuut van de olierijke Kaspische Zee.

Met Turkije liggen de relaties veel complexer. Turkije, trouw NAVO-lid en kandidaat-lid van de EU, concurrent voor olieontginningen en olietransporten, bondgenoot van Azerbeidzjan tegenover het door Moskou gesteunde Armenië. Rusland vreesde na 1991 ook dat Turkije een geduchte concurrent zou zijn in de vijf gewezen Sovjetrepublieken met grote Turkse bevolkingen (Azerbeidzjan, Oezbekistan, Turkmenistan, Kazachstan, Kirgizië). Al snel bleek dat Turkije zijn ambities in die regio niet kon waar maken.

Moskou tracht nu in te spelen op de vele spanningen die er tussen Washington en Ankara zijn, en vooral op de sterker wordende anti-Amerikaanse gevoelens bij een groot deel van de bevolking van Turkije. Het nastreven naar goede buurschap met Turkije was al van kort na de Oktoberrevolutie van 1917 een feit en het bleef een constante. Het betekent wel dat het Moskou afremt in steun aan wat Ankara als anti-Turkse bewegingen zou kunnen zien, zoals de Koerdische PKK. Zoals in veel andere geschillen tracht Moskou de kool en de geit te sparen, waardoor het zich zelf tegelijk verlamt.

In de Arabische wereld hoopt Moskou vooral een beetje prestige terug te winnen door een grotere rol te spelen in het conflict tussen de zionistische staat Israël en de Palestijnen. Het kan dat slechts in een multilateraal verband, bij voorbeeld in de zgn. Groep van Vier (VS, EU, Rusland en VN) die tracht het “vredesproces” in dit conflict weer op gang te brengen. Vorig jaar riep Poetin op tot een grote conferentie over het Midden Oosten, maar dat viel in dovemansoren. De horizon is dus erg beperkt, de verdwijning van Arafat en de zege van Hamas laat Moskou weinig speelruimte, het blijft grotendeels een toeschouwer, in de hoop dat dit maar voorlopig is.

Hetzelfde geldt voor Irak waar Rusland meer dan één diplomatie heeft: die van het ministerie van Buitenlandse Zaken en die van de Russische oliebaronnen. Poetin heeft wel de puntjes op de i gezet; een van de “misdaden” van de veroordeelde oliebaron Michail Chodorkovsky was dat hij een eigen diplomatieke koers vaarde door onder meer aan te dringen op steun aan de Amerikaanse invasie in Irak om zo zijn eigen (olie-)belangen te verdedigen.

Gaatjes vullen

De Russische diplomatie kan in het Midden Oosten niet veel anders dan voorlopig uitkijken naar gaten en gaatjes om er in te springen. De Iraanse nucleaire kwestie schiep er zo een, maar tenslotte blijft de rol van Moskou ook hier erg beperkt, alles speelt zich af tussen Washington en Teheran, waarbij de Iraniërs Rusland alleen gebruiken als drukkingsmiddel tegenover de VS.

Voor nationale bevrijdingsbewegingen, zoals die van de Koerden, valt er uit die hoek dan ook weinig te verwachten. Op het terrein zelf kan Russische hulp niet veel voorstellen, en op politiek en diplomatiek vlak is Moskou niet bereid zijn nek uit te steken omdat het meent daar geen enkel staatsbelang bij te hebben. Al vaart Moskou nu tegenover Washington een assertiever beleid, dat zal zich vooral op ander terreinen manifesteren, in de eerste plaats op dat van de energie.

(Uitpers, nr. 77, 7de jg., juli-augustus 2006)

Visited 10 Times, 1 Visit today

Tags :