Morele dilemma’s van het Nederlandse en Iraakse verzet

Op 5 mei, de dag waarop in Nederland de slachtoffers van de Duitse nazi-bezetting herdacht worden, nam ik kennis van het volgende bericht: Aanslag Noord-Irak: meer dan 60 doden
BAGDAD, 4 MEI. Bij een zelfmoordaanslag op een rekruteringskantoor van de politie in de Koerdische stad Arbil in het noorden van Irak zijn vanochtend ten minste 60 doden gevallen. Gisteren werden in de hoofdstad Bagdad de leden van de nieuwe Iraakse regering beëdigd, maar ondanks uiterste inspanningen slaagde premier Ibrahim Jaafari er nog steeds niet in
kandidaten te vinden voor enkele belangrijke posten, zoals die van Defensie en OIie.

Rebellen in Irak hebben sinds de parlementaire instemming met de nieuwe regering op 28 april, het aantal (zelfmoord)aanslagen drastisch opgevoerd. De aanslag van 4 mei, waarbij een man met explosieven onder zijn kleding het rekruteringskantoor benaderde en zichzelf opblies, is de bloedigste in ruim twee maanden in Irak. Arbil was ruim een jaar geleden het
toneel van een bloedbad, toen bij aanslagen op kantoren van de Koerdische KPP en PUK rond de 70 doden vielen. Volgens een Amerikaanse legerwoordvoerder deed de explosie in Arbil zich voor toen er een lange rij stond van mannen die een baan wilden als politieagent.

Premier Jafaari zei tijdens de beëdigingplechtigheid dat zijn regering zich zal inzetten voor nationale eenheid, en het terrorisme zal bestrijden. ,,Ik zeg tegen alle weduwen en wezen (..): Uw opofferingen zijn niet tevergeefs geweest.” Maar ondanks intensieve onderhandelingen bereikte hij geen akkoord met soennitische groeperingen over hun vertegenwoordiging in
de regering. (AP)

Zoals helaas regelmatig het geval is met zowel de Europese als de Amerikaanse berichtgeving wordt het bovenstaande bericht weergegeven zonder het vermelden van adequate achtergrondinformatie, waardoor mijns inziens ten onrechte de indruk gewekt wordt, dat hier sprake is van een  geweldsdaad met als doel het saboteren van de ”democratische ontwikkelingen in Irak”
Nog afgezien van het te geven waardeoordeel ten aanzien het plegen van een militaire aanval op een politie-recruteringspost, die geen direct onderdeel uitmaakt van de militaire bezettingsmacht in Irak is deze berichtgeving niet alleen eenzijdig vanwege het ontbreken van een verband tussen oorzaak en gevolg, maar daarenboven is de veelal in de Europese pers gedane verwijzing naar ”democratische ontwikkelingen in Irak” ten enenmale onjuist.

Bezetting:

Hoezeer vanuit humanitair oogpunt ieder verlies van een mensenleven in een oorlog of bezetting als zodanig betreurenswaardig is, denk ik, dat het van belang is, hier niet uit het oog te verliezen, dat er genendele sprake is van ”democratische ontwikkelingen in Irak”, maar van een door de Britten en Amerikanen bezet Irak met een Iraakse regering, die de bestuurlijke
uitvoeringskant van deze bezetting belichaamt.
Eveneens verwijzen de Westerse media in verband met Irak op de gehouden ”vrije verkiezingen”, hetgeen echter geen enkel hout snijdt. Enerzijds is er nog steeds sprake is van een Brits-Amerikaanse militaire aanwezigheid in Irak [in casu een bezetting], hierbij ondersteund door de troepen van een aantal bondgenoot-landen, waardoor de Iraakse verkiezingen bestempeld dienen te worden als verkiezingen onder een bezetter. Een en ander is  vergelijkbaar met in Nederland gehouden ”vrije verkiezingen” tijdens de Duitse bezetting.
Anderzijds is het feit vermeldenswaardig, dat er weliswaar middels VN-Veiligheidsraadsresolutie dd mei 2004 [betrefende de machtsoverdracht in Irak dd 30-6] een einde is gekomen aan de Brits-Amerikaanse bezetting, maar een en ander in de praktijk slechts een formaliteit is gebleken. In de eerste plaats hield zoals reeds opgemerkt dit einde van de bezetting niet in een fysieke verwijdering van de Brits-Amerikaanse troepenmacht in
Irak, hetgeen de facto betekent een voortzetting van de bezetting. In de tweede plaats is er eveneens vastgelegd, dat de nieuwe Iraakse regering geen vetorecht heeft ten aanzien van de Brits-Amerikaanse militaire acties, hetgeen in strijd is [net als trouwens de aanwezigheid van buitenlandse troepen] met een werkelijke Iraakse soevereiniteit.
Nadrukkelijk dient bovendien gewezen te worden op zowel het feit, dat deze Brits-Amerikaanse aanval op Irak dd 20-3-2003 in strijd was met het Internationaal Recht, alsmede op de tijdens de oorlog en bezetting van Irak gepleegde mensenrechtenschendingen cq oorlogsmisdaden.

Oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen:

Zowel in de oorlog als in de daarop volgende bezetting hebben de Brits-Amerikaanse troepen zich schuldig gemaakt aan een groot aantal mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden, te beginnen met het gebruik tijdens de oorlog van internationaal verboden wapens, namelijk de clusterbommen, ten gevolge waarvan tijdens de oorlog alleen al meer dan 8000 burgerdoden zijn gevallen en tijdens de oorlog en bezetting minstens 10.000 burgerdoden [ik vermeld nog niet eens het door het Amerikaanse medisch -wetenschappelijke tijdschrijft The Lancet vastgestelde aantal van 100.000 burgerdoden]

Eveneens hebben de Amerikaanse troepen zich tijdens oorlog en bezetting schuldig gemaakt aan talloze mensenrechtenschendingen cq oorlogsmisdaden zoals het schieten op ongewapende burgers bij checkpoints, het schieten op ongewapende menigten, het martelen en mishandelen van gevangenen, waarvan Abu Ghraib een van de meest stuitende voorbeelden is,  het standrechtelijk executeren van gevangenen en het bombarderen van burgerdoelen [zie Fallujah, in april 2004 meer dan 600 burgerslachtoffers, in november meer dan 8000 burgerslachtoffers].
Daarbij dient al evenmin uit het oog verloren te worden dat er momenteel nog zeker enkele tienduizenden Iraakse gevangenen zonder vorm van aanklacht of proces door de Amerikaanse bezettingsautoriteiten worden vastgehouden, veelal onder zeer slechte omstandigheden. Eveneens is er sprake van het middels bombardementen vernietigen van belangrijke delen van de Iraakse infrastructuur zoals het bombarderen van water en stroominstallaties, met alle humanitaire gevolgen van dien voor de burgerbevolking. Zo is er volgens de berekening van zowel Iraakse als Amerikaanse ingenieurs zeker nog 5 jaar nodig voor een volledig herstel van de in de oorlog vernietigde stroominstallaties.

Verzet:

Met name is het van belang hieraan extra aandacht te besteden vanwege de recentelijk [in Nederland] gevierde Bevrijdingsdag, 5 mei, waarbij zeker in het kader van de zestigste viering, uitgebreid is stilgestaan bij de bevrijding van Nederland van de Duitse bezetting, met daaraan inherent in de eerste plaats de Jodenvervolging en daarnaast eveneens de talloze mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden ten aanzien van verzetsmensen en individuele Nederlandse burgers, veelal als represailles voor door het verzet gepleegde militaire aanvallen.

Ook in Irak is er sprake van een bezetting. Zoals reeds in andere commentaren door mij is opgemerkt, is aan iedere bezetting overal ter wereld – of het nu de Israëlische, Amerikaanse, Chinese, Russische, Aziatische of Afrikaanse is –  onderdrukking, vernederingen, willekeur, mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden inherent. Hiertegen komt vanzelfsprekend verzet, zowel het internationaal-rechtelijk gelegitimeerde tegen het leger van een bezettingsmacht als het niet-gelegitimeerde en zeer verwerpelijke verzet in de vorm van [zelfmoord] aanslagen tegen burgers.
Een en ander is ook het geval in Irak, waar zich tientallen verzetsbewegingen, al dan niet politiek, politiek-religieus georiënteerd, van zowel sjiitisch als soennitisch karakter, keren tegen de Amerikaanse bezetting. Zoals reeds gezegd is dit verzet tegen de Amerikaanse bezetting internationaalrechtelijk gelegitimeerd, terwijl volgens de 4e Conventie van Genève ieder militaire aanval op non-combatanten [burgers] verboden is.

De strategieën van de diverse Iraakse verzetsgroepen verschillen echter in strategische aanpak: De ene groep echter richt haar aanvallen uitsluitend tegen de Amerikaanse
bezettingsmacht en de ondersteunende buitenlandse troepen, de andere richt haar aanvallen willekeurig, dus ook tegen burgers, hetgeen ik verwerp. Uiteraard worden onder burgers niet alleen individuele Amerikaanse en Iraakse burgers gerekend, maar eveneens politieke bestuurders, die immers volgens de 4e Conventie van Genève ook non-combattanten zijn.

Het is evident, dat de politiek verantwoordelijken voor Amerikaanse oorlogsmisdaden hiervoor berecht dienen te worden, maar dan in de rechtszaal en niet middels een aanslag.
Hetzelfde geldt uiteraard eveneens politiek medeverantwoordelijken zoals de Iraakse regering en haar bestuurders, die zich trouwens eveneens ook als bestuursgroep, nog afgezien van hun verbinding met de Amerikaanse bezettingsautoriteiten, schuldig maken aan ernstige mensenrechtenschendingen
jegens de eigen bevolking.

Vergelijking met het Nederlandse verzet:

Argumentatie voor het plegen van aanslagen op de politiemacht

A Collaboratie:

Nu is er echter voor een aantal Iraakse verzetsorganisaties het bestaande probleem van de politie, die immers, als zijnde in dienst van de Iraakse regering, eveneens hetzij het bezettingssysteem impliciet in stand houdt door de ordehandhaving onder de status-quo, hetzij in een aantal gevallen indirecte assistentie verleent aan de bezettingstroepen. Een en ander kan tevens ontaarden in directe collaboratie
Dat dit  een algemeen probleem is voor verzetsorganisaties blijkt wel uit de houding van het Nederlandse verzet in de Tweede Wereldoorlog: Zoals bekend zijn er  door het Nederlandse verzet diverse aanslagen gepleegd op politiefunctionarissen van wie directe collaboratie althans volgens hun informatie, was komen vast te staan.
Het probleem voor het verzet was,  dat deze politieagenten niet alleen de functionele macht hadden tot het uitvoeren van beheersfuncties zoals het arresteren en oppakken van met name Joodse mensen en mensen uit het verzet, maar eveneens door hun dossiers en informantennetwerk de Duitse bezetter van grote dienst konden zijn en ook vaak waren.

Het dilemma van een verzetsbeweging laat zich dan duidelijk aftekenen: Enerzijds is het neerschieten van een niet-militair zowel moreel als vanuit het verzetsrecht [dat toen nog niet officieel internationaal-rechtelijk was vastgelegd, maar wel als ”ongeschreven wet” werd gehanteerd] weliswaar niet acceptabel, maar hiertegen werd door het verzet aangevoerd, dat een politieagent geen gewone burger was en bovendien de macht had, de Duitse bezetter op een dergelijke wijze te blijven assisteren. Anderszijds is het niet alleen evident, dat iemand niet kan worden neergeschoten voor een nog niet gepleegd strafbaar feit, maar dient een dergelijke berechting slechts in een rechtszaal plaats te vinden.
Het probleem dienaangaande was uiteraard, dat de bezetter, die zijn eigen ”recht” gemaakt had, deze strafbare daden van desbetreffende volgens hun ”rechtssysteem” eerder als beloning zouden aanmerken, waardoor er van berechting geen sprake zou zijn.
Hoewel ik mij een dergelijk dilemma kan voorstellen, ben ik van mening, dat het bestaan van een bijzondere situatie, zowel in Nederland tijdens de Duitse bezetting als in Irak tijdens de Amerikaanse bezetting [zoals de aanwezigheid van een bezetting, de straffeloosheid voor oorlogsmisdaden en een eventuele collaboratie met een bezettende macht] niet inhoudt, dat de
eigen rechtsprincipes hierdoor overboord gezet dienen te worden.
Het is evident dat het ontstane dilemma, zowel voor het Nederlandse als het Iraakse verzet is,
alwaar een grens te trekken. Naar mijn mening is die grens ”mensenrechtenhandhaving”.

Iedere verzetsgroep heeft het recht zich militair te verzetten tegen een bezettingsleger, maar
”gewone” burgers noch politieagenten kunnen, ook al worden zij van collaboratie
beschuldigd, naar mijn mening geen doelwit worden van militaire acties. Niet alleen is hiervoor niet altijd afdoende bewijs, daarenboven kan mijns inziens het feit, dat de andere partij zich niet houdt aan de meest elementaire mensenrechten geen excuus voor een verzetsgroep zijn, eveneens die regels te overschrijden.

B Politiemensen als combattanten:

Een ander aangehaald argument voor het plegen van militaire aanvallen op politieposten is in het geval van Irak het feit, dat door sommige verzetsgroepen de politie, vanwege de impliciet ondersteunende taken ten aanzien van de bezettende macht [zoals het handhaven van ”orde en rust” en het eventueel optreden tegen demonstraties, hoewel een en ander veelal wordt verricht door de bezettingstroepen] politiemensen eveneens onder combattanten [de in de 4e
Conventie van Genève gehanteerde definitie voor militairen en strijders] worden gerekend.
Volgens de 4e Conventie van Genève echter zijn ze geen militairen en strijders, tenzij zij directe militaire assistentie verlenen aan de bezettingstroepen zoals het gezamenlijk neerslaan van een opstand. In dat geval zijn zij combattanten en mogen zij ook als zodanig bestreden
worden.

C Impliciete instandhouding van de bezetting:

Betreffende de politiemensen gaat het Iraakse verzet [althans delen daarvan] van het standpunt uit, dat zij de bezetting in stand houden en dat is deels natuurlijk ook zo.
Het dilemma is in dezen evident, maar wat mij met name verontrust is het willekeurig plegen van aanslagen zonder aanziens des persoons, zoals op rekruteringscentra en politiemensen, die zich niet lang niet altijd inlaten met openlijke collaboratie.
Eveneens denk ik, dat het dienaangaande van belang is, niet uit het oog te verliezen, dat de Iraakse politie, afgezien van deze het bezettingssysteem impliciet ondersteunende functie, eveneens de taak heeft tot het beschermen van de burger en het bevorderen van de dagelijkse veiligheid. Aan de andere kant zet ik mijn vraagtekens bij het naleven van de
mensenrechten door de Iraakse politie, hetgeen helaas eveneens aan ernstige kritiek onderhevig is.

Hoe echter over bovenstaande dilemma’s de meningvorming ook mag zijn, de reguliere Amerikaanse en Westerse berichtgeving maakt zich door het bewust negeren van de fundamentele oorzaken van de militaire acties van de diverse Iraakse verzetsgroepen, de Amerikaanse bezetting, schuldig aan ernstige informatievervalsing.
Een en ander is vergelijkbaar met de door de Duitse mediapropaganda verspreide berichtgeving ten aanzien van ”Nederlandse terroristen”, die een aanslag pleegden op een echte of vermeende collaborateur bij de politie zonder vermelding van de nazi-bezetting.

(Uitpers, nr. 65, 6de jg., juni 2005)

Print Friendly, PDF & Email

Visited 167 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook