Moorden in Moskou

Een advocaat en een journaliste vermoord in Moskou. Een Tsjetsjeense opposant vermoord in Wenen. Afrekeningen onder het raam van de Russische premier Vladimir Poetin. Het proces rond de moord op Anna Politkovskaja een lachertje. Al die zaken hebben te maken met Tsjetsjenië waar bendeleider Ramzan Kadyrov met de zegen en het geld van zijn goede vriend Poetin de toestand “normaliseert”. De Russische premier ziet er geen graten in dat zijn vriend daarbij martelt, moordt en terloops ook als een goed islamitische fundamentalist de sharia invoert.

Op 19 januari hield advocaat Stanislas Markelov in Moskou een persconferentie. Daar protesteerde hij tegen de vervroegde vrijlating van de Russische kolonel Joeri Boedanov. Die was in 2003 tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld omdat hij in Tsjetsjenië het 18-jarig meisje Elsa Koengajeva had gewurgd. De kolonel had haar tijdens een militaire operatie opgesloten en daar gewurgd. Dat proces kwam er pas na zeer veel druk, ook van buitenaf. Boedanov werd, zoals bijna te verwachten was, vervroegd op vrije voeten gesteld.

Monddood

Markelov was de advocaat van de familie Koengajeva zoals hij ook de rechten van andere slachtoffers van de repressie trachtte te verdedigen. Hij had ook de journaliste Anna Politkovskaja verdedigd in de tijd dat ze onderzoek deed naar de vele misdaden in Tsjetsjenië. Zij werd in oktober 2006 vermoord. Er kwam vorig jaar een proces, maar de geheime dienst FSB, waar van Poetin een tijd de leiding had, zorgde ervoor dat belangrijke informatie niet op het proces kwam. Naar de echte opdrachtgevers is het daardoor nog raden.

Samen met Markelov werd ook alweer een journaliste vermoord, deze keer de 25-jarige Anastasia Baboerova. Zij trachtte het onderzoek naar misdaden in Tsjetsjenië en door Tsjetsjeense benden en Russische diensten, verder te zetten. Zij werkte voor de ‘Novajisima Gazeta’ die in de mate van het mogelijke tracht een beetje vrije pers te handhaven.

Journalist is in het Rusland van Medvedev en Poetin een gevaarlijk beroep, tenminste als de journalist feiten wil blootleggen die het Kremlin liever stil houdt. Markelov was ook de advocaat van journalist Michail Beketov. Die lag eind januari nog altijd in de coma na op 13 november 2008 nabij Moskou zwaar te zijn toegetakeld. Beketov is hoofdredacteur van de krant ‘Chimkinskaja Pravda’. Die krant had campagne gevoerd voor het behoud van het woud van Chimki, in de buurt van Moskou. Dat woud wordt bedreigd door een project om een snelle verbinding aan te leggen tussen Moskou en Sint-Petersburg. Beketov raakte in een coma. Zijn familie en advocaten vroegen hem over te brengen naar een ziekenhuis waar hij een betere behandeling kan krijgen, maar dat is geweigerd.

Klacht bij Hof

Een week voor de dubbele moord in Moskou, op 13 januari, werd in Wenen de Tsjetsjeense opposant Oemar Israïlov op straat doodgeschoten. Israïlov had bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een klacht ingediend tegen de Tsjetsjeense president Ramzan Kadyrov wegens marteling. Israïlov had details gegeven over het foltercentrum in Tsenteroi, in Tsjetsjenië waar hij in 2003 was terechtgekomen. Hij was ervan beschuldigd voor de Tsjetsjeense opstandelingen te werken. Volgens Israïlov werden in dat centrum talrijke mensen gefolterd en zonder enige vorm van proces geëxecuteerd, met Kadyrov aan het hoofd ervan.

Israïlov vluchtte via Polen naar Wenen. Daar kreeg hij in mei 2008 het merkwaardige bezoek van Artoer Koermakajev die zich voordeed als gezant van Kadyrov. De man bood een grote som geld aan om Israïlov ertoe te bewegen naar Tsjetsjenië terug te keren en zijn aanklacht bij dat Europees Hof te laten vallen. Zoniet zouden zijn familieleden in Tsjetsjenië stevig worden aangepakt. Koermakajev kreeg op 9 juni 2008 van Kadyrov telefonisch opdracht Israïlov op te ruimen, wat hij niet deed. Hij ging met zijn verhaal naar de Oostenrijke terreurbestrijding waaraan hij vertelde dat Kadyrov een lijst van 300 namen heeft van uit te schakelen personen.

Het gaat daarbij om opposanten, advocaten, journalisten, leden van mensenrechtenverenigingen als ‘Memorial’, concurrenten. Op 24 september 2008 werd bij voorbeeld vlakbij het Kremlin de Russische clanchef Roeslan Jamadajev doodgeschoten. Die man leidde een Tsjetsjeense Moskougezinde clan die rivaliseert met de clan van Kadyrov. “Het zal wel om een vendetta gaan”, was de commentaar van Kadyrov.

Medeplichtig

De Russische autoriteiten doen alleszins weinig om aan die “vendetta’s” en politieke moorden een einde te maken. De journalisten van Novajisima Gazeta vroegen om een wapen te mogend ragen nu er al verscheidene collega’s zijn vermoord. De Moskouse politiechef was verwonderd dat die journalisten zich bedreigd voelen.
Er is geen inspanning geleverd om de moord op Politkovskaja op te helderen, om na te gaan wie de echte opdrachtgevers waren. Na de moorden op advocaat Markelov en journaliste Baboerova was er geen enkele blijk van medeleven vanwege de Russische overheid die naar de begrafenis van de slachtoffers haar kat stuurde.

Het is Poetin zelf die de clan Kadyrov vijf jaar geleden naar voor schoof. De man was zijn vermoorde vader, een imam, opgevolgd aan het hoofd van de clan. Hij leidde al eerder de militie ervan, geschat op meer dan 10.000 leden, die berucht werd door haar ontvoeringen, mishandelingen en moorden. Poetin zag daarin een efficiënt wapen om het Russisch gezag over Tsjetsjenië te herstellen.

Poetin

Tsjetsjenië ligt Poetin al langer nauw aan het hart. Hij had zijn populariteit aanvankelijk grotendeels te danken aan de aanpak van die kwestie. Eind 1994 had toenmalig president Boris Jeltsin troepen naar de feitelijk afgescheurde republiek gestuurd – iets waar een felle oliegeur aan hing (pijpleidingen). Het werd echter een zware militaire nederlaag, de Russen moesten in 1996 afdruipen, verslagen. Jeltsin benoemde Poetin, chef van de geheime dienst, in de zomer van 1999 verrassend tot premier. Poetin was voor het publiek en de buitenwereld onbekend, maar dat zou niet lang duren.

In september 1999 waren er enkele zware explosies in appartementsgebouwen in Russische steden. Tsjetsjeense terroristen, zei Poetin. Al bleek bij een poging tot aanslag later dat de FSB daarbij betrokken was. Enkele moorden later, onder meer in Londen, hebben mogelijk te maken met het uitschakelen van lastige getuigen over die aanslagen.
Hoe dan ook, Poetin had een goed argument om een nieuwe oorlog te beginnen. De media werden geweerd zodat ze geen negatief nieuws meer naar de Russen konden brengen, de vuile oorlog werd achter de schermen gevoerd, met o.m. milities zoals deze van Kadyrov. Omwille van bewezen diensten verleende Poetin, intussen al jaren president, in 2004 aan de jonge Kadyrov een van de grootste Russische onderscheidingen: “Held van Rusland”.

Tsjetsjenisering

Poetin heeft grote financiële middelen uitgetrokken om Tsjetsjenië te “normaliseren” onder leiding van Tsjetsjeense clanchefs – een “tsjetsjenisering” zoals indertijd de Amerikaanse “vietnamisering” in Vietnam.

De interne orde wordt nu inderdaad gehandhaafd door Tsjetsjeense milities. In Grozny wordt volop gebouwd, het leven lijkt er normaal, met nieuwe woonblokken en officiële gebouwen, mooie winkels, transport, scholen, ziekenhuizen, cultuurevenementen…. Na jaren van verwoestingen en onveiligheid, is er op zijn minst uiterlijke normaliteit. “De mensen willen vooral niet herinnerd worden aan vroeger, ze zijn tevreden dat het nu beter gaat”, aldus Memorial.

Poetin moet er echter rekening mee houden dat de loyauteit van de nu Moskougezinde clans voorwaardelijk is, dat ze kunnen rekenen op Russische gulheid en tolerantie. Terwijl Poetin zich opwerpt als een bestrijder van islamfundamentalisme, gaat zijn ‘boezemvriend’ Kadyrov in Tsjetsjenië islamistische regels opleggen, met o.m. sharia-rechtbanken die lijfstraffen uitspreken. Vrouwen aan de universiteit moeten vanaf dit jaar gesluierd zijn. Kadyrov heeft fier “de grootste moskee” van Europa geopend, met Poetin als erebezoeker.

Het lijkt normaal. In Grozny lopen toch nog altijd mensen rond met vragen rond de zeven vrouwenlijken die eind november 2008 in de buurt werden gevonden. “Eremoorden”, suggereren politiebronnen, alsof de vrouwen zijn opgebracht voor “immoreel gedrag”. Memorial betwijfelt dat ten zeerste, niets wijst in die richting. Misschien hebben die vrouwen iets gezien dat ze beter niet hadden gezien, vermoeden ze bij Memorial. Daar herinneren ze ook aan de zes vermoorde meisjes wier lijken doorzeefd met kogels werden gevonden bij Tsenteroi, het dorp van Kadyrov. Het onderzoek daarover is snel zonder gevolg geklasseerd. Kadyrov heeft van Poetin weinig te leren.

(Uitpers, nr 106, 10de jg., februari 2009)

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 59 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook