‘Make America Great Again’ en ‘America First’, herrie rond vrijhandelsverdragen, in Europa blijvend verzet tegen Mercosur en groeiend succes voor nationalistische partijen. Het tijdperk van de mondialisering lijkt afgelopen.
Van meet af aan was er, twintig dertig jaar geleden, verwarring over de definitie van ‘mondialisering’. Voor de enen was het niet meer of zelfs alleen maar handel, voor de anderen een hele waaier van elementen die veel verder gingen dan de economie: politiek, op de eerste plaats, verzetsbewegingen, migratie, ontwikkeling, cultuur en media, wetenschappelijk onderzoek, toerisme en zo meer. Wereldwijde contacten en uitwisseling tussen mensen.
Met de MAGA-beweging rond VS-President Trump kreeg men de indruk dat aan die periode een eind was gekomen. ‘Make America Great Again’ zou betekenen ‘America first’, terug naar een zeker isolationisme, gedaan met buitenlandse interventies. Dit klopt niet in de praktijk. Trump kijkt om zich heen, kaapt de President van Venezuela, bedreigt Groenland, kijkt naar Canada en treitert Mexico. Zijn geliefkoosd instrument zijn douanetarieven, eventueel militair ingrijpen, en tenslotte toch wel zoveel als mogelijk goederen en diensten exporteren.
Het Wereld Economisch Forum in Davos was het Grote Feest van de mondialisering. De wereldwijde elites kwamen er samen om te werken aan een toekomst voor een ‘betere wereld’. Toen Klaus Schwab vorig jaar ontslag nam zag het er beroerd uit voor de formule. De editie 2026 met een glunderende en haperende Donald Trump was echter opnieuw een succes. De wereld draait door maar organiseert zich anders, nog meer dan vroeger gericht op zaken doen.
De tegenhanger van het WEF, het Wereld Sociaal Forum van Porto Alegre, verging het minder goed. De initiatiefnemers hadden niet begrepen dat er wel degelijk aan politiek werd gedaan in Davos en legden deze formule ook op aan het WSF. Dat liep onvermijdelijk uit op een sisser, want verzet en dissidentie zonder stem is behoorlijk machteloos en zinloos. Het WSF bestaat nog, maar is zijn aantrekkingskracht volledig kwijt.
Toch zaten de eerste versies van het WSF op één punt bijzonder juist. Het ging er niet om tégen de mondialisering te zijn, wel integendeel. Sociale bewegingen wilden een ‘andere’ mondialisering, weg van vrijhandel in het belang van het Noorden en vooral méér samenwerking tussen sociale bewegingen, meer cultuur en meer mondiale contacten.
Het is die aanpak die vandaag, nu de wereldorde van na de tweede wereldoorlog en het multilateralisme aan het verdwijnen zijn, opnieuw hoog op de agenda moet staan.
Onderlinge afhankelijkheid
De succesrijke uiterst rechtse bewegingen willen ons doen geloven dat nationale belangen op de eerste en enige plaats moeten staan. Dat etnische zuiverheid moet nagestreefd worden en migratie daarom bestreden moet worden. Dat we onze eigen – meestal vertekende – geschiedenis moeten eren en trouw blijven.
Ook aan progressieve zijde bestaat er een beweging die lokale acties boven nationaal en mondiaal handelen verkiest. Rechtstreekse democratie, een sociale economie om aan de groepsbehoeften te voldoen, mechanische solidariteit tussen alle groepsleden. In tegenstelling tot uiterst-rechtse bewegingen zijn ze minder of helemaal niet gehecht aan staatsvorming. Sommige van die bewegingen pleiten wel voor mondiale contacten, maar de basisorganisatie blijft de lokale gemeenschap.
Dit is hoe dan ook twee keer een probleem.
De belangrijkste reden is dat we onderling afhankelijk zijn, wat voor politiek niveau men ook op de voorgrond wil plaatsen. De klimaatverandering is het best denkbare voorbeeld om dit te bewijzen. Uitstootvermindering of bosbeheer hebben weinig zin in een nauw afgebakend gebied. Dit moet mondiaal worden aangepakt. Vandaar dat al decennialang op VN-niveau wordt gewerkt om een gezamenlijke aanpak te bepleiten en sneller resultaat te halen. Dat de VS zich vandaag aan de gemaakte afspraken onttrekt is rampzalig.
Een tweede reden is te vinden in de tragische geschiedenis van de Europese landen die ettelijke oorlogen hebben uitgevonden met miljoenen doden. Een eigen (nationale of lokale) identiteit ontwikkelen is beslist niet fout, maar ze mag nooit leiden tot supremacistische en/of racistische ideeën die samenwerking in de weg staan. De Europese Unie én de V.N. zijn precies daarom ontstaan. De VN werkte regels uit voor conflictbestrijding, helaas werden ze veel te weinig of fout toegepast.
Het is logisch dat hoe meer – kleine – entiteiten er zijn, hoe groter de afhankelijkheid van anderen wordt en hoe sneller er conflicten kunnen ontstaan. Sommige productieprocessen zullen altijd continentaal of mondiaal zijn – denk aan vliegtuigen, auto’s of computers – en daarom kan de zo geprezen sociale en solidaire economie nooit voldoende zijn.
Een derde reden is gezondheidszorg. We maakten het mee met de COVID-19 crisis toen een virus zich razendsnel over de hele wereld verspreidde. Vaccins moesten daarom ook wereldwijd beschikbaar zijn, wat helaas minder goed is gelukt. Een virus hou je niet tegen aan de grens, het gebeurde al eerder met HIV-Aids. Een goedwerkende Wereldgezondheidsorganisatie kan daarom wonderen doen.
Een vierde reden is de schandelijke en onhoudbare ongelijkheid in de wereld. Er moet dringend werk worden gemaakt van een ontwikkeling die arme landen vooruithelpt, die aan solidariteit en herverdeling denkt, zowel als aan een fair en mondiaal belastingsysteem.
Handel
En tenslotte ook handel. Natuurlijk moeten voedselzekerheid en -soevereiniteit worden nagestreefd. Het heeft weinig zin om eieren, melk of kippen uit de andere helft van de wereld te laten overbrengen. Er zullen weinig landen zijn die die dingen niet zelf kunnen produceren. Er kunnen beslist vragen gesteld worden bij de Wereldhandelsorganisatie die landbouw in haar vrijhandelsafspraken heeft opgenomen bij haar stichting. Landbouw is géén economische sector zoals alle andere, ze is nodig om in de basisbehoeften van mensen te voorzien en kan best lokaal of nationaal gereguleerd worden.
Anderzijds is het natuurlijk best leuk dat ik als Europeaan ook koffie kan drinken, bananen, sinaasappelen en mango’s kan eten. Ik zou het niet graag moeten missen.
Er zijn nog meer problemen met de mondiale vrijhandelsakkoorden.
Progressieve bewegingen en de ‘andersmondialiseringsbeweging’ in de eerste plaats heeft zich altijd verzet tegen de WTO. De beweging is trouwens ontstaan met ‘the battle of Seattle’ waar een ministerconferentie van de WTO plaats vond. Daar waren begrijpelijke redenen voor, vooral omdat ook daar de gebruikelijke machtsrelaties speelden en het meestal arme landen van het Zuiden waren die aan het kortste eind moesten trekken. Toch heeft dat verzet ook een negatief gevolg gehad. In plaats van één wereldakkoord kwamen er tientallen of zelfs honderden bilaterale akkoorden in de plaats die nog nauwelijks te overzien zijn, laat staan degelijk door sociale bewegingen kunnen geanalyseerd worden. Achteraf bekeken was het misschien beter geweest om sterk in te zetten op betere voorwaarden voor een wereldhandelsakkoord.
Geopolitiek
Bovendien moet vandaag worden nagedacht over de veranderende geopolitieke relaties. De oude wereldorde is aan het verdwijnen, de VS zet zich meer en meer af tegen de Europese Unie en doet er alles aan om haar Lidstaten uit elkaar te spelen. Zelfs in NAVO-verband rijzen er grote problemen met een Trump die aanspraak maakt op Groenland.
Voor de Europese Unie betekent het grondig denkwerk over hoe het verder moet. Het was zo eenvoudig vroeger: een ‘westers’ blok tegen de Sovjet-Unie en sinds de oorlog in Oekraïne tegen Rusland en een groeiende tegenstelling met ‘spionerend’ en technisch-economisch sterker wordend China.
Maar wat als het Westers bondgenootschap zelf uiteenvalt? Heeft de Europese Unie er niet alle belang bij zichzelf te versterken en haar unieke waarden – rechtsstaat, democratie, mensenrechten, solidariteit – en levensstandaard te verdedigen? Moeten Rusland en China gegarandeerd ‘vijanden’ blijven of hebben we er belang bij een meer redelijke verstandhouding op te bouwen? Bondgenoten hoeven het daarom niet te worden, maar partners waarmee kan gepraat en onderhandeld worden misschien wel?
In dat licht moet ook het recent afgesloten handelsakkoord met Mercosur bekeken worden. Nogmaals, progressieve bewegingen hadden gelijk er zich tegen te verzetten omdat er beslist geen behoefte is aan vlees van over de Atlantische Oceaan. En of ze in Brazilië echt persé behoefte hebben aan Volkswagens en Mercedessen, is zeer de vraag.
Bekeken vanuit de nieuwe geopolitieke situatie verschijnt echter een ander beeld. Is het niet goed een vrijhandelsruimte van 700 miljoen consumenten te hebben, volkomen los van de VS? Om Europa minder afhankelijk te maken van de VS? Bovendien, en eerlijkheidshalve, is het Argentijnse vlees niet van een veel betere kwaliteit dan het Europese? En voeren we niet hoe dan ook al lang genetisch gemodificeerde soya in grote hoeveelheden in? Zit er niet ook een stukje hypocrisie in het Europees verzet? En hebben de groeiende uiterst rechtse boerenbewegingen het goed voor met de gezondheid? De Europese Unie heeft zonder meer een betere wetgeving om de consument te beschermen en de landbouwsector te reguleren, maar beweren dat we enkel hoogkwalitatief vlees op ons bord krijgen?
We moeten dringend meer en beter nadenken over de ‘mondialisering’ die hoe dan ook een feit is. Mensen reizen, leren nieuwe werelden kennen, als toeristen of als migranten, wetenschappers werken samen, we proberen armere landen te helpen, we luisteren naar Afrikaanse muziek en bewonderen hun dans, we proberen de biologische diversiteit te beschermen en de CO2-uitstoot te verminderen. En ja, er is sterk verzet nodig tegen oliebaronnen, tegen chemische bedrijven die ons langzaam vergiftigen met PFAS- en andere hormoonverstoorders.
Kortom, de mondialisering moet anders, maar ze is wel een feit en dat is goed, naast en boven het handelsverkeer. Davos leeft en zal blijven verder werken met haar elites. Een beweging die werk kan maken van een alternatief, mondiaal beleid is hoogdringend nodig. Er blijven gelukkig nog enkele mondiaal werkende bewegingen over, denk bijvoorbeeld aan Via Campesina, ze zijn echter met te weinig, ze zijn zwak en hun stem is nauwelijks hoorbaar.

