Mokerslagen op de rechtsstaat in Guatemala

Internationale Commissie tegen Straffeloosheid de laan uitgestuurd

Die commissie kwam er dank zij de inspanningen van Guatemalteekse maatschappelijke groeperingen die zich zorgen maakten over de bedreiging die uitging van criminele netwerken voor de broze democratie na de vredesakkoorden van 1996, die een einde maakten aan 36 jaar interne gewapende conflicten.

Daarop vroeg de regering in 2006 aan de Verenigde Naties om te helpen bij een initiatief dat officiële instellingen moet bijstaan bij het onderzoeken, vervolgen en uiteindelijk ontmantelen van die machtige criminele netwerken in de periode, die volgde op het zwijgen van de wapens. En zo zag in 2007 de Internationale Commissie tegen de Straffeloosheid in Guatemala (CICIG) het licht, opgestart door de Verenigde Naties. Als onafhankelijk onderzoeksorgaan opereerde de commissie onder de Guatemalteekse wet en was afhankelijk van het plaatselijke rechtssysteem, ze kon enkel met toestemming van de rechter onderzoeken instellen en meewerken aan zaken die het Openbaar Ministerie binnen haar mandaat voor de rechter bracht. Het doel van de commissie was immers om de capaciteit en de legitimiteit van de nationale instellingen te versterken en niet te verdringen. CICIG werkte hand in hand met de openbare aanklagers en de politie van het land en hielp daarbij hun capaciteiten op te drijven.

Alles samen hielp de commissie het Guatemalteekse rechtssysteem bij de behandeling  van meer dan 120 rechtszaken. Daarbij waren meer dan 1.540 mensen betrokken. Ongeveer 660 personen kwamen voor het gerecht. Gezamenlijke onderzoeken van het Openbaar Ministerie en CICIG leidden tot meer dan 400 veroordelingen. Onder meer de voormalige president Otto Pérez Molina en vicepresidente Roxana Baldetti, allebei beschuldigd van corruptie die in de miljoenen ging, naast ministers, volksvertegenwoordigers en leden van de bedrijfswereld.

Daardoor speelde de commissie tevens een sleutelrol bij het bevorderen van belangrijke hervormingen van het Guatemalteekse rechtssysteem.[i]

Eind 2015 en begin 2016 had CICIG een onaantastbare symbolische status in Guatemala. De toenmalige president Jimmy Morales, die in januari 2016 werd beëdigd, was verkozen als ‘bestrijder’ van corruptie en wilde het mandaat van de CICIG, zelfs op voorhand, met enkele jaren verlengen. Niet lang nadien stelden de procureur-generaal van het Openbaar Ministerie en CICIG een onderzoek in naar leden van de familie van de president. De president zelf riskeerde in het vizier te komen voor louche praktijken. Tegen de wensen van de VN in, die de commissie in het leven riepen en financierden met toegevoegde hulp van enkele lidstaten en tegen de verwachtingen van vele organisaties in Guatemala zelf, stuurde president Morales de commissie de laan uit. Dit gebeurde  op 3 september 2019.

Procureurs-generaal op de vlucht

 Claudia Paz y Paz was de eerste vrouwelijke procureur-generaal van Guatemala (2010-2014). Bekend om haar hardnekkige strijd tegen corruptie en straffeloosheid, bracht zij ex-generaal Efraín Ríos Montt, die een staatsgreep pleegde, maar vooral beschuldigd werd van genocide op de Ixil bevolking tijdens het intern gewapend conflict, voor de rechter. Hij werd door rechter Jazmín Barrios veroordeeld tot 80 jaar gevangenisstraf. Tien dagen later werd het proces nietig verklaard onder druk van de machtige elites.

In slechts drie jaar tijd had het Openbaar Ministerie onder haar bevoegdheid hele structuren ontmanteld en leden van de misdadige jeugdbendes ‘Mara Salvatrucha’ (MS13) en ‘Barrio 18,’ naast militaire officieren die van oorlogsmisdaden beschuldigd werden en een honderdtal leden van het in Guatemala opererende Mexicaanse drugskartel ‘Zetas’ gevangengezet. Traditionele plaatselijke drugsbaronnen die, dankzij politieke peetvaders, jarenlang vrijwel onschendbaar tewerk gingen, werden door het Openbaar Ministerie gevangen gezet en uitgeleverd aan de Verenigde Staten. Procureur-generaal Paz y Paz symboliseerde een nieuwe rechtspraak in Centraal-Amerika. Maar door de vervolging van ex-generaal en dictator Efraín Ríos Montt in 2013 kwam zij in het vizier van de machtige traditionele rechtse partijen.

Ze  verbeterde de capaciteit om dit soort hoogst delicate zaken te onderzoeken. Ze versterkte de eenheid die zich bezig hield met analyse bij het Openbaar Ministerie en breidde ze uit van 10 naar 140 mensen, waaronder 40 controleurs. Dit analytisch directoraat werd samengevoegd met de bestaande analisten rond financiële kwesties van de CICIG om intensief samen te  werken. In een interview verklaarde ze:

‘De aanpak van de corruptie kreeg heel veel aandacht onder de bevolking, wellicht omdat de zaak nauw aan het hart lag. De gevolgen van de corruptie waren voelbaar: ziekenhuizen werden gesloten, er was geen benzine om de politiepatrouilles te laten functioneren, de zwakte van de staat als gevolg van de ongeoorloofde verrijking van de heersers was voelbaar, en ook de toename van de rijkdom van sommigen van hen die nu terechtstaan was zeer, zeer duidelijk. Er was een groot contrast tussen mensen die jachten, vliegtuigen, helikopters, herenhuizen bezaten en anderzijds het gebrek van medicijnen in de ziekenhuizen. En daarom gingen burgers de straat op. Ze eisten de continuïteit van CICIG op. En ze wilden dat de president een verzoek zou indienen zodat CICIG in Guatemala kon blijven en ook dat de corruptie verder zou worden aangepakt, dat de verantwoordelijken voor de rechtbank zouden gebracht worden.’[ii]

In 2013 werd zij nog genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. Maar op 17 mei bepaalde het Grondwettelijk Hof dat ze haar ambt moest neerleggen, zeven maanden eerder dan het einde van haar ambtstermijn. Belanghebbenden wilden komaf maken me haar werk. Ondertussen had ze zich genoeg vijanden op de hals gehaald om te vrezen voor wraakacties en verliet ze uit veiligheidsmaatregelen het land.

Thelma Aldana

Zelf was ze lid geweest van de  FRG, de rechtse partij van genocidair Efraín Ríos Montt. Haar aanstelling was een verademing van al diegenen die boter op hun hoofd hadden. Maar te vroeg en tevergeefs gejuicht! Tijdens haar ambtstermijn (van 2014 tot 2018) als procureur-generaal en hoofd van het Openbaar Ministerie leidde Thelma Aldana, samen met Iván Velásquez Gómez, hoofd van CICIG verscheidene onderzoeken op hoog niveau, waaronder de zaak La Línea. Dit onderzoek leidde tot het aftreden en de arrestatie van president Otto Pérez Molina en vicepresidente Roxana Baldetti. Het onderzoek omvatte 80.000 telefoontaps en 5.000 onderzochte e-mails. Die openbaring genereerde een golf van protesten onder de bevolking en leidde tot het ontslag van de betrokkenen.

Onverschrokken pakte het Openbaar Ministerie samen met CICIG de voormalige presidenten Álvaro Colom en  Álvaro Arzú voor corruptie aan. En zelfs zittend president Jimmy Morales Cabrera en zijn familie voelden de gerechtelijke strop rond de nek spannen. Maar hij liet het zo ver niet komen en stuurde de CICIG de laan uit. De doodsbedreigingen die Thelma Aldana ontving dwongen haar en haar familie te leven onder strenge veiligheidsmaatregelen. Ze werd genoodzaakt om sommige routines te vergeten en zich te onderwerpen aan een speciaal veiligheidsschema. ‘Ze geraakte eraan gewend om onder doodsbedreigingen te leven. Zij zegt dat God haar meedeelde dat zij door moet gaan en dat zij gelooft dat het de moeite waard is haar leven te geven voor haar land. “Het is moeilijk uit te leggen. In het begin ben je verlamd en weet je niet hoe je moet reageren, maar naarmate de dagen verstrijken, probeer je te reageren en weet je dat niets je mag verlammen, en dat we uiteindelijk op een dag moeten sterven,” zei ze in een interview met BBC Mundo.’[iii]

Na afloop van haar mandaat kondigde Thelma Aldana aan dat ze ging deelnemen aan de presidentsverkiezingen met de partij Movimiento Semilla. Deze politieke beweging stelde zich voor als  democratisch, pluralistisch en ideologisch centrumlinks. Haar bedoeling was om vanuit het presidentschap te strijden voor fatsoen en om een einde te maken aan de corruptie, die volgens haar endemisch is in het land.

Mario Estrada

Nog iemand die zich kandidaat stelde voor de presidentsverkiezingen in 2019 was Mario Estrada. Toen hij naar de VS afreisde werd hij aangehouden. De rechtbank van New York veroordeelde hem voor drugshandel. Achteraf gaf de rechtbank het gesprek met Mario Estrada vrij. Daaruit bleek dat hij opdracht gaf om Thelma Aldana te vermoorden en zo zijn verkiezingsoverwinning veilig te stellen. Mario Estrada en zijn medeverdachte Juan Pablo González verzochten leden van het Mexicaanse drugskartel Sinaloa (met vertakkingen in Guatemala) om huurmoordenaars in te huren met de bedoeling rivalen te doden die zij bij naam en toenaam noemden. Ze kwamen overeen de huurmoordenaars te voorzien van vuurwapens, waaronder AK-47-geweren. In ruil voor die steun engageerde Mario Estrada zich om, eens tot president verkozen, het transporteren van drugs naar de Verenigde Staten te vergemakkelijken. Maar in feite liepen ze in de val en waren hun gesprekspartners agenten van de Amerikaanse  Drug Enforcement Administration (DEA).

Nadat Thelma Aldana haar kandidatuur voor president bekend maakte, werd ze beschuldigd van verduistering van fondsen. Het Grondwettelijk Hof verwierp haar beroep om zich kandidaat te stellen voor de verkiezingen van 16 juni 2019. Zij beschouwde de aantijgingen als een lastercampagne geleid door leden van het ‘Pact van de Corrupten.’ Deze benaming verwijst naar een groep politici die betrokken zijn bij corruptiezaken, beschuldigd worden van het overnemen van de staatsinstellingen en die er alles aan doen om niet voor de rechter te worden gebracht. Om zich in veiligheid te stellen week ze uit naar de VS.

De heksenjacht gaat door

 Het was de Speciale Eenheid voor Aanklacht – later het Speciale Parket tegen de Straffeloosheid (FECI) – die vanuit  het Openbaar Ministerie samenwerkte met CICIG. De daarmee verbonden politie, openbare aanklagers, onderzoekers en analisten leverden opmerkelijke inspanningen om de maffiastructuren uit de weg te ruimen. Spijtig genoeg is achteraf gebleken dat er met het onschadelijk maken van gevaarlijke individuen geen proces van heropbouw van normen en instellingen gepaard ging. Integendeel, vanaf 2017 verschansten de maffia’s zich in het Congres en de uitvoerende macht. Ze saboteerden elke poging tot hervorming. De benoeming in 2018 van de procureur-generaal, Consuelo Porras, betekende het einde van de fase van de indamming van de strijd tegen corruptie en de straffeloosheid en het begin van de ontmanteling ervan. FECI overleefde, maar stond onder zware druk.

In 2011 werd Juan Francisco Sandoval benoemd tot openbare aanklager onder het mandaat van procureur-generaal Claudia Paz y Paz. In 2015 benoemde procureur-generaal Thelma Aldana hem tot chef van de sectie FECI, van waaruit hij zijn strijd tegen corruptie met meer zichtbaarheid voerde.  Op 24 juli dit jaar kondigde het Openbaar Ministerie aan dat Juan Francisco Sandoval ontslagen werd. Officieel luidde de reden die procureur-generaal María Consuelo Porras opgaf dat er een vertrouwensbreuk was ontstaan tussen beiden. Hij zelf verklaarde dat zijn werk bij FECI op veel obstakels stuitte, en dat hem zelfs was gevraagd geen onderzoek naar huidig president Alejandro Giammattei in te stellen zonder de toestemming van de procureur-generaal. Nog diezelfde nacht verliet de ‘kampioen tegen de straffeloosheid,’ – zoals hij door velen beschouwd wordt –  het land richting El Salvador ‘om zijn leven in veiligheid te brengen.’  De ombudsman voor de mensenrechten Jordán Rodas vergezelde hem naar de grens met El Salvador, ‘gezien de moeilijke beslissing om het land te verlaten om zijn leven en integriteit te beschermen als gevolg van de recente gebeurtenissen.’

Tijdens een gesprek met BBC Mundo vanuit een plaats die hij liever vertrouwelijk hield, zei Sandoval dat zijn onderzoek wees op mogelijke corruptie door mensen ‘die tenminste dicht bij de kring aanleunen’ van de Guatemalteekse president. En hij vervolgde dat de onderzoeken hadden kunnen leiden tot een verzoek om de immuniteit van Giammattei zelf op te heffen. De president ontkende achter het ontslag van Sandoval te zitten. Te midden van de controverse zei de president nog dat hij ‘alle informatie die het Openbaar Ministerie nodig heeft’ over elke zaak beschikbaar stelt ‘zodat de waarheid kan worden opgehelderd en er geen twijfel bestaat over de manier waarop hij heeft gehandeld.’[iv] De voormalige procureur-generaal Thelma Aldana, die asiel geniet in de Verenigde Staten, kon haar sarcasme tegen de corrupte staat van haar eigen land niet verbergen toen ze zei: ‘Hier in de VS wachten wij op Juan Francisco Sandoval, daarmee zullen we met zeven Guatemalteekse procureurs van justitie in ballingschap zijn.’

Reactie van de bevolking

 De reactie van de bevolking liet niet op zich wachten. Ongeveer 1.000 Guatemalteken betuigden hun steun aan de voormalige functionaris en riepen op tot het aftreden van de president en de procureur-generaal op de Plaza Central in de hoofdstad.   Demonstranten droegen nationale symbolen en spandoeken tegen de autoriteiten. ‘Wij eisen het aftreden van de nefaste procureur-generaal die in dienst staat van de president,’ riep een universiteitsstudent door de luidspreker, terwijl hij de president, arts van beroep, verweet slecht om te gaan met de nieuwe pandemie van het coronavirus. Hij laakte ook het gebrek aan vaccins en aan voorraden in de openbare ziekenhuizen. (De president wordt er onder meer van beschuldigd voor miljoenen  gesjoemeld te hebben bij de aankoop van Russische vaccins).

Het vertrek van Sandoval wekte bezorgdheid tot in de VS.  Meteen werd een tijdelijke bevriezing aangekondigd van de samenwerking met het Openbaar Ministerie. Velen zien na de uitwijzing van de Internationale Commissie tegen de Straffeloosheid (CICIG), de vervolging van de twee voormalige procureurs-generaal Claudia Paz y Paz en Thelma Aldana en nu de verwijdering van Juan Francisco Sandoval (FECI) het opdoeken van de strijd tegen de corruptie als een feit.

Oproep tot nationale staking

Reeds in november vorig jaar brak volksprotest uit, hoofdzakelijk, maar niet uitsluitend in de hoofdstad. Opgekropte woede tegen het beleid van de president, die vooral de coronapandemie niet effectief aanpakte en die zelfs in uitspraken de bevolking liet verstaan dat ze haar plan maar moest trekken, ontplofte toen. Uitzinnige betogers staken het Congresgebouw in brand. Deze keer kwam het protest eerder vanuit het binnenland en de inheemse bevolking. In Totonicapán bekende 80% van de inwoners volgens officiële statistieken van 2002 zich tot de Maya etnie.  Naast de officiële burgemeester, aan de macht gekomen vanuit partijpolitieke verkiezingen, door de centrale regering georganiseerd, bestaat er ook een eigen Mayabestuur. De verzameling van die lokale Mayabesturen staat bekend als ‘de 48 inheemse kantons van Totonicapán.’ Het waren zij die een nationale staking uitriepen met de steun van verschillende sectoren van de samenleving en met de duidelijke bedoeling het aftreden te eisen van president Alejandro Giammattei en van procureur-generaal, Consuelo Porras. De oproep, gelanceerd door Martín Toc, voorzitter van de inheemse kantons van Totonicapán, was tegelijk een protest tegen het ontslag van Juan Francisco Sandoval. Volgens Martín Toc ‘moet procureur-generaal Consuelo Porrás  overwegen haar ontslag in te dienen, indien de politieke wil ontbreekt om tegemoet te komen aan de behoeften van het land om het ontslag van Sandoval ongedaan te maken.’ Woordvoerders van de inheemse bevolking hebben het alleszins over een ‘mislukte staat.’

Reacties van de Kerk

Ook kerkelijke kringen lieten van zich horen. De bisschoppenconferentie publiceerde een communiqué. De prelaten wezen er onder meer op dat het ontslag van Juan Francisco Sandoval zal leiden tot een ‘verlies aan geloofwaardigheid’ van de instelling, dat de publieke verontwaardiging zal toenemen, dat de sociale protesten zullen aanzwellen en het niveau van conflictiviteit zal stijgen.’ De jezuïeten van Guatemala pleitten voor dialoog en eenheid tegen de corruptie en uitten hun ‘bezorgdheid over de verslechtering van de levenskwaliteit van de meerderheid van de Guatemalteken, die niet alleen veroorzaakt wordt door de crisis van de pandemie, maar ook door een structurele crisis waar we al enige tijd onder lijden en die de laatste jaren verergerd is.’ De ‘Vereniging van Theologen van Guatemala’ brachten hun steentje bij: ‘Wij sluiten ons aan bij de boeren-, sociale en studentenorganisaties, om samen en gezamenlijk te voorkomen dat het corrupte pact en de huidige regering doorgaan met de overname van de staat.’ Bisschop Rosolino  Bianchetti Boffelli van het diocees Santa Cruz del Quiché trok, samen met de clerus en de lokale bevolking, de straat op.

Niet alleen in Guatemala tekenden talrijke organisaties protest aan, maar ook internationaal kwam er beroering. De Europese Unie liet van zich horen, echter met mondjesmaat. Het was niet eens de Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlands Beleid en Veiligheid Josep Borrell zelf, maar een ondergeschikte, die  de bezorgdheid van de Europese Unie uitdrukte.

 ‘Waanzin is hetzelfde doen, en nog eens en nog eens en andere resultaten verwachten’

Een Maya Poqomchi antrooloog leende deze uitspraak van Albert Einstein om te verwoorden wat er aan het gebeuren is. Op 11 augustus van dit jaar stonden nog altijd brede lagen van de bevolking op straat, elf dagen tevoren begonnen.  Over het hele land werden  45 autowegen geblokkeerd. Minstens 200.000 boeren namen eraan deel. Vooral het Comité voor de ontwikkeling van de boeren (CODECA) slaagde erin massaal volk op straat te krijgen. Ze eisen het aftreden van president Alejandro Giammettei en de procureur-generaal, María Consuelo Porras, de aanstelling van een overgangsregering en de installatie van een Plurinationale Volksvergadering voor de hervorming van de Grondwet.

De Vereniging van studenten van de Universiteit San Carlos sloten  zich bij de demonstraties aan. Ex-militairen, ‘kaibiles’ (de moorddadige paracommando’s en voormalige leden van de ‘Patrouilles voor Civiele Zelfverdediging,’ opgericht door ex-generaal en genocidair Efraín Ríos Montt, eisten de afgelopen maanden de goedkeuring van wetsontwerp 5664 op. Aangezien het initiatief in het Congres geen vooruitgang boekte, dreigden ze bij verschillende gelegenheden met mobilisaties en blokkades om de goedkeuring ervan te eisen. Een oud zeer dat hen in staat zou stellen een financiële vergoeding te ontvangen voor hun militaire dienstplicht uitgeoefend tijdens het interne gewapende conflict. Ook zij sloten zich aan bij de aan gang zijnde demonstraties.

 

 

 

 

[i] https://www.wola.org/es/analisis/los-hechos-el-legado-de-la-cicig-en-la-lucha-contra-la-corrupcion-en-guatemala/

[ii] https://es.insightcrime.org/noticias/analisis/claudia-paz-y-paz-revolucion-inicio-guatemala/

[iii] https://www.bbc.com/mundo/noticias-america-latina-37627239

[iv] https://www.bbc.com/mundo/noticias-america-latina-57993177

 

(Visited 102 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 224 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook