Michail Gorbatsjov, de bijziende

Michail Gorbatsjov, de hoofdrolspeler in een cruciale periode vorige eeuw als secretaris-generaal van de ooit oppermachtige Communistische Partij van de Sovjet-Unie en staatshoofd van de wereldmacht Unie van Socialistische Sovjetrepublieken – USSR. Voor velen, vooral in het Westen, de wegbereider van een nieuwe wereldorde, voor vele anderen de doodgraver van zowel Sovjetsysteem als Sovjet-Unie. Jarenlang bewonderd in het Westen, diep gewantrouwd in eigen land. Een leider met veel blinde vlekken.

Wat me tijdens enkele bezoeken aan de USSR in de Gorbatsjovperiode telkens opviel, waren de hooggespannen verwachtingen van de intelligentsia, de diepe achterdocht bij de anderen. Gorbatsjov als grote hervormer? Ze hadden al eerder zogenaamde hervormingen meegemaakt die hun achterdocht voedden.

Alarm

Nochtans was de Sovjet-Unie en het Sovjetimperium, van Berlijn tot Vladivostok, in het begin van de jaren 1980 dringend aan hervormingen toe. Discrete rapporten van sociologen en economisten wekten beroering in het machtscentrum, het Politburo van de partij, een club van bijna uitsluitend Russische mannen. Dit machtig orgaan stelde namelijk vast dat het ondanks zijn machtsmonopolie, toch geen greep meer had op de samenleving.

Na de dood van Leonid Brezjnev, 1981, was het dus ook voor hen duidelijk dat de periode van stagnatie – zo werd ze genoemd – moest doorbroken worden. (Later zouden veel Sovjetburgers met heimwee aan die ‘periode van stagnatie’ terugdenken – als aan een periode van toenemende welvaart).

Fictie

Er moest dus hervormd worden. Maar hoe? Sovjeteconomisten van het Gosplan, het Centrale Planbureau, vertelden me in 1980 dat ze “weer fictie aan het schrijven waren” . Ze hadden het over het komende Vijfjarenplan waarover het congres van de CPSU zich zou buigen.
Ja, fictie, onderstreepte een van hen. We baseren onze planning op wat er nu geproduceerd wordt, maar dat weten we niet. Dat zijn fictieve cijfers.

Later kwam een illustratie daarvan uit de republiek Oezbekistan. Die werd elk jaar geloofd voor de indrukwekkende toename van de katoenoogst. De leiders werden de hemel in geprezen en werden bedolven onder de subsidies – die in hun zakken verdwenen. Tot onder Gorbatsjov bleek dat ze al die tijd indrukwekkend hadden gelogen. Bij de zuivering die daarop volgde, werden tienduizenden partij- en staatsbeambten de laan uitgestuurd. Corruptie was schering en inslag, alhoewel klein bier bij wat er later kwam en nu is.
Daarnaast, aldus die economisten van het Gosplan, ontdekken we soms “niet-officiële” bedrijven, die dus volgens et Plan niet bestaan maar waar duizenden mensen werkten. Bij het Gosplan waren er wel meer die zagen hoe de echte toestand was, en die had weinig te maken met wat er in hun plannen stond.

Hervormen?

Met andere woorden: het Politburo begreep dat het in een fictie leefde. Na de dood van Brezjnev in november 1982 kozen ze in hun midden een lid die al eerder wist hoe het allemaal verkeerd liep, de chef van de inlichtingendienst KGB Joeri Andropov. Hij zou met zijn kennis en autoriteit aan de bomen moeten schudden. Maar hoe? Nu er zoveel druk kwam uit de VS.
De Verenigde Staten waren immers enkele jaren eerder de bewapeningswedloop fors gaan opdrijven, met de uitdrukkelijke bedoeling de Sovjeteconomie op de knieën te krijgen – aldus Zbigniew Brzezinski, de onlangs overleden veiligheidsgoeroe (en zakenman in de energiesector) van president Jimmy Carter. Brzezinski berekende dat de Sovjeteconomie nog meer het accent zou moeten leggen op de zware industrie, ten koste van de verbruiksgoederen voor de bevolking, wat onvrede zou aanwakkeren. En hij berekende vooral dat de Sovjetindustrie die wedloop met het Westen niet zou aan kunnen.

Andropov kreeg weinig tijd om te hervormen, hij stierf in februari 1984, waarop het Politburo de bijna seniele Konstantin Tsjernenko als leider koos. Tsjernenko moest letterlijk fysiek ondersteund worden om overeind te blijven. “Toen ik dit zag, begreep ik dat dit regime op zijn einde liep”, aldus Jan Debrouwere, een van de leiders van de Belgische KP, vaak “het oog van Moskou genoemd.
Tsjernenko was verkozen boven de veel jongere Gorbatsjov die voor grondiger hervormingen pleitte. Toen Tsjernenko in maart 1985 de geest gaf, was het uur van Gorbatsov aangebroken.

Blinde vlekken

De nieuwe leider wekte onmiddellijk enthousiasme bij de intelligentsia van Moskou en Leningrad. Bij de meertalige intellectuelen die contact hadden met westerlingen, wat onder meer bij westerse correspondenten en diplomaten de indruk wekte dat die Gorbatsjov populair was. Vooral zijn ‘glasnost’, openheid, viel erg in de smaak in die kringen. En hij beloofde verregaande economische hervormingen, zijn beroemde ‘perestrojka’. Hij schreef daar een dik boek over, vol holle paragrafen die saai waren en weinig betekenden.

Erg kwamen wel kolchoze- en rommelmarkten, sommige raakten snel in handen van maffiagroepen uit de Kaukasus wat bij veel stedelingen een latent racisme tegen de ‘tsjornoi’ (zwarten, voor mensen uit de Kaukasus) aanwakkerde. Er kwam ook een liberalisering van de buitenlandse handel. Waar vooral leiders van de Komsomol, de communistische jeugd, opsprongen. Via de contacten van de ouders, bouwen ze snel commerciële netwerken uit die de basis van hun oligarchie werd.

Maar Gorbatsjov had niet alleen te maken met economische problemen, de crisis zat veel dieper. De welvaart was niet alleen materieel gestegen, een groot deel van de Sovjetburgers was hoogopgeleid, de doorsnee Sovjetburger wist veel meer wat er in de wereld gebeurde dan de doorsnee VS-burger. Ze zagen ook veel meer de contradicties in de eigen samenleving.

Kloof

Waarom beweerde de CPSU dat de Sovjet-Unie steunde op het marxisme en een socialistische samenleving opbouwde, terwijl de bureaucraten de voorrechten opstapelden. Voorrechten in de vorm van elitescholen waar alleen zonen en dochters van bureaucraten binnenraakten. In Leningrad wezen burgers me een speciaal luxueus ziekenhuis aan waar alleen de bureaucratische elite en haar familie toegang toe had. Er waren de luxewinkels die ook al aan bepaalde categorieën waren voorbehouden.

Kortom, een toestand die in tegenspraak was met de officiële ideologie. Die kloof werd steeds duidelijker, wat knaagde aan het vertrouwen in het regime. Gorbatsjov dacht dat te kunnen overbruggen met zijn glasnost. Maar het was precies door die grotere openheid, dat er ook meer naar boven kwam over de groeiende ongelijkheden in de Sovjetsysteem.

Gorbatsjov was door en door een product van dat systeem, en daardoor mentaal niet in staat om het aan te raken. Bovendien, en dat kwam snel aan het licht in 1991, geloofden de meeste bureaucraten en partijleden zelf niet meer in dat systeem.
Zelf heb ik nooit, in de 20 jaar dat ik die Sovjetsamenleving volgde, een hooggeplaatste communistische gezagsdrager ontmoet die me overtuigd leek het socialisme op te bouwen. Ze hadden het integendeel met enige bewondering over de westerse zakenlieden en hun ‘vrije ondernemingen’. Het was veler ambitie zelf kapitalist te worden, en voor velen lukte dat later.

Enkele mooie voorbeelden. Leonid Kravtsjoek was jarenlang de “ideologische waakhond” van de Oekraïense CP. Op een ochtend in augustus 1991 was hij nog chef van die partij, diezelfde avond was hij de leider van het Oekraïens nationalisme. Ja, zei Kravtsjoek, men zal me mijn verleden wel voor de voeten werpen, maar iedereen weet toch dat men partijlid werd omdat dit nu eenmaal moest voor een carrière of andere voordelen.

Of Edward Sjevardnadze, nummer drie van het Politburo en chef van de Georgische CP. Tijdens Gorbatsjov heeft de man zich danig verrijkt met de deals van oliereus Chevron in Kazachstan. Die deal was zo schandalig voordelig voor Chevron, dat het onafhankelijke Kazachstan dat heeft doen herzien. Sjevardnadze werd later nationalistische president van Georgië.
Of Jegor Ligatsjov die werd voorgesteld als de harde communistische tegenstander van Gorbatsjov: hij werd na 1991 een van de grootste bankiers van Siberië.

Etnische kloof

Gorbatsjov zag of begreep deze sociologische ideologische kloof niet en was zeker niet in staat er iets aan te doen. Hij was niet in staat het Sovjetsysteem nog te redden, het was te laat en hij was te blind.
Maar misschien had hij de Unie kunnen redden? Ook daar was hij blind, veel blinder dan zijn voorgangers. In zijn periode werd de leiding steeds Russischer, er was weinig of geen aandacht voor de etnische kloven.
In november 1987 loofde Michail Gorbatsjov ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van de revolutie, de harmonie onder de volkeren van de USSR. Kort daarvoor waren in Almaty, de hoofdstad van de Sovjetrepubliek Kazachstan, officieel 15 (volgens andere bronnen tientallen)doden gevallen. Boze Kazakken hadden betoogd tegen het feit dat Gorbatsjov een etnische Rus aan het hoofd van de Kazachstaanse CP had geplaatst. Tegen de traditie in, daarbij de sentimenten van de Kazakken zwaar kwetsend. Het laat tot vandaag sporen na.
Dat illustreerde overduidelijk hoe Gorbatsjov die problemen niet zag, niet begreep, en er ook niets aan deed – integendeel. Hij bleef trouw aan de mythe van de etnische harmonie.

Met Kerstmis 1991 zat Gorbatsjov nog in het Kremlin. In de waan dat hij nog staatshoofd was – van een staat die al maanden niet meer bestond. Hij had het nauwelijks gemerkt, zo bijziend was hij.

Imperium

Wat vooral de Russen tot vandaag Michail Gorbatsjov verwijten, is dat hij zowel de Unie als de Sovjetinvloed erbuiten “te grabbel heeft gegooid”. Het Westen ziet dat evenwel als zijn grote verdienste: het IJzeren Gordijn is neergehaald zonder bloedvergieten, de DDR is losgelaten zonder slag of stoot.
Gorbatsjov stelde zich tevreden met westerse beloften die nieuwe wereld niet in te palmen. In de Russische Federatie zal hoe dan ook weinig om Gorbatsjov worden getreurd. Het rouwbeklag zalm zich beperken tot het Westen.

(Verschijnt ook op www.depauwspepers.eu)

 

 

Visited 258 Times, 1 Visit today

Tags :
Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook