Mexico Tenochtitlan

Vijfhonderd jaar kolonialisme (2)

Het karakter van Hernan Cortès, de bedoeling van de veroveraars, de houding van Moctezuma, het blijven vijfhonderd jaar na de val van de stad Tenochtitlan de grote discussiepunten van dit verhaal. En het blijven interpretaties van een verhaal dat moeilijk te vatten is.

Wat vast staat is dat het kleine groepje van enkele honderden Spanjaarden nooit de strijd had kunnen winnen zonder het grote leger van lokale bondgenoten tégen het rijk van de Mexica’s. En ook dat de strijd geenszins tegen zachte, tedere en natuurminnende inheemsen werd gevoerd, maar tegen een sterk rijk waarin jongeren van bij hun geboorte werden opgevoed om oorlog te voeren. Het was een ongelijke strijd door het gebrek aan wapentuig bij de Mexica’s, maar het was wel degelijk een strijd tussen twee grootmachten.

Cortés vertrekt in 1518 in opdracht van Diego Velazquez, de gouverneur van Cuba, op zoek naar India en China, via het vasteland. Velazquez trekt iets later de opdracht in, maar Cortés was al onderweg met zes schepen, 530 Europeanen, honderden Cubaanse inheemsen, enkele vrouwen, Afrikanen, 66 paarden en veel honden. Zijn bedoeling: ontdekken en bevolken!

De Spanjaarden hadden vanuit de Caraïben en vooral Cuba de kust van Yucatán al verkend. Bij een schipbreuk in 1511 waren twee Spanjaarden, Gerónimo de Aguilar en Gonzalo Guerrero in Maya-handen gebleven, ze leefden nog toen Cortés er langs kwam in 1518. Gerónimo zal meegaan met Cortés en helpen vertalen. In tegenstelling tot de volken op de eilanden droegen de Maya’s wel kleren en daarom werden ze meteen als een ‘hogere beschaving’ erkend.

Een veroveringstocht

Een eerste gevecht moet in Potonchán worden geleverd, een grote Maya stad in wat nu Tabasco heet. Het is een zwaar gevecht dat de Spanjaarden winnen. De verliezer geeft geschenken aan de overwinnaars, waaronder goud, en ook twintig vrouwen. Eén van hen is Malintze, Malinalli en voor de Spanjaarden Marina, een Mexica prinses, ooit als slaaf meegenomen. Ze zal later de minnares van Cortés worden, en aangezien ze ook nahuatl spreekt samen met Gerónimo de Aguilar als tolk fungeren. Vandaar dat ze tot vandaag ofwel wordt gezien als de ‘moeder’ van de Mexicanen, dan wel als de verraadster van haar volk.

Iets verder langs de kust ontmoeten de Spanjaarden de eerste boodschappers van Moctezuma, de keizer van het Mexica rijk. Ze vernemen er het bestaan van dat rijk en van een grote stad, Tenochtitlan. Cortés leert er ook dat voor dit volk niets zomaar gebeurt en men zich afvraagt of de komst van dit vreemde Spaanse volk ook de terugkeer van Quetzalcoatl betekent, de god die ooit vertrok naar het Westen en zou terugkomen uit het Oosten. Cortés deed vooral niets om die twijfel weg te nemen.

Iets verder dan San Juan de Ulúa wordt de stad Villa Rica de la Vera Cruz gesticht, Cortés besluit dat hij zeker tot bij de hoofdstad van het Mexica rijk wil komen ook al proberen Moctezuma’s gezanten hem te ontmoedigen. Om te vermijden dat zijn soldaten hem niet volgen vernielt hij de schepen en vertrekt.

Onderweg komen ze eerst aan in de grote ommuurde stad van Tlaxcala met wel 300.000 inwoners. Ook hier heerst een vijandige houding en moet er gevochten worden, maar uiteindelijk zal deze bevolking de belangrijkste bondgenoot van Cortés worden. Tlaxcala behoorde niet tot het Mexica rijk, maar was in een permanente oorlog met Tenochtitlan verwikkeld rond de betaling van belastingen. De strijd die hier wordt gevoerd laat de wreedheden zien waar beide partijen zich schuldig aan maken.

De volgende stop was de heilige stad Cholula die wél onder het Mexica rijk viel en waar duizenden mensen worden vermoord en de stad uiteindelijk in brand wordt gestoken. Tlaxcala vocht mee aan de zijde van Cortés en deze overwinning was genoeg om andere steden te overtuigen dat ze best zoete broodjes bakten met de veroveraars.

Moctezuma, die Cortés had trachten te overtuigen vooral niet naar Tenochtitlan te komen, zwicht uiteindelijk en laat de weg open. Cortés komt er aan op 8 november 1519 en beschrijft in een brief aan de Spaanse Koning deze wondermooie stad. Tenochtitlan ligt op een eiland in het grote ondiepe meer van Texcoco en is via een aantal wegen met bruggen met het vasteland verbonden. Centraal in de stad ligt een groot plein met de belangrijkste tempels en het paleis van de keizer. Cortés is vastbesloten om deze stad niet te vernielen maar om deze pracht en praal zo aan de Spaanse Koning aan te bieden. Hij bereikt een akkoord met Moctezuma om de stad onder het gezag van de Spaanse Koning te plaatsen. Moctezuma behoudt zijn functie maar wordt gevangen gehouden in zijn grote paleis.

Ondertussen had de Cubaanse goeverneur Diego de Velazquez wel een vloot uitgestuurd tégen de troepen van Cortés. Die reist daarop terug naar de kust om dat legertje te verslaan. Maar tijdens zijn afwezigheid valt zijn luitenant Pedro de Alvarado tijdens een feest de Mexica edellieden aan en vermoordt een groot aantal. Hiermee is het gezag van Moctezuma zwaar aangetast, hij sterft – volgens sommigen wordt hij vermoord, maar zekerheid is er niet – en zijn broer Cuitlahuac neemt over. Vanaf dan staat de bevolking uitermate vijandig tegenover de veroveraars. De droom van Cortés om Tenochtitlan zonder vechten en vernielen aan de Spaanse Koning aan te bieden, vervliegt. Het verzet van de bevolking neemt toe en korte tijd na zijn terugkeer besluit Cortés om op 1 juli 1520 ’s nachts uit de stad te vluchten. Dat plan mislukt en grote groepen worden vermoord op de brug, de buit moet worden achtergelaten of komt in het meer terecht. Deze nederlaag gaat de geschiedenis in als de ‘noche triste’, de trieste nacht. De boom aan de oever van het meer waar Cortés bij zijn aankomst uithuilde werd op de vijfhonderdste verjaardag van dit feit omgedoopt tot boom van de ‘noche victoriosa’, de nacht van de overwinning. Vierhonderd Spanjaarden en duizenden Tlaxcalans werden gedood, het meeste goud ging verloren. De overlevenden die gevangen werden genomen zijn geofferd aan de goden, dit is, hun kloppend hart werd uit hun lichaam gesneden.

Cortés trekt zich terug en zint op wraak. Hij zoekt meer bondgenoten, wat niet zo moeilijk was aangezien de Mexica’s als wreed, sterk en machtig werden gezien, voortdurend uit op meer veroveringen om meer belastingen in de vorm van goederen te kunnen heffen. Keizer Cuitlahuac sterft uiteindelijk aan de pokken en wordt opgevolgd door Cuauhtemoc, een neef van Moctezuma. Die vindt in de wijde omgeving geen bondgenoten meer.

Het beleg

Cortés trekt maanden later met een leger van 50.000 man opnieuw Tenochtitlan binnen, het wordt een zware en lange strijd die drie maanden duurt, de Mexica’s vechten tot ter dood, hun wapens zijn pijl en boog en vooral stenen die vanaf de daken van de huizen worden gegooid. Tijdens dit beleg wordt de stad vernietigd en verbrand, huis voor huis, straat per straat. Daarbij gaan ook alle heilige boeken in de vlammen op en worden zowat honderdduizend Mexica’s gedood. Duizend van de achttien honderd Spanjaarden verliezen het leven. Op 12 augustus is de strijd afgelopen, Cuauhtemoc wordt gevangen genomen, maar van de wondermooie stad blijft niets over.

Cuauhtemoc mag formeel blijven regeren, hij wordt gefolterd om meer goud te leveren en wordt uiteindelijk opgehangen in 1525.

Langzaam aan zal de stad worden heropgebouwd, de Spanjaarden staan versteld van de soepele manier waarop de Mexica’s hun technologie overnemen en hoe ze zelf de economie weer tot leven brengen, met meer markt en privé-initiatief dan in Spanje aanwezig waren.

Aan de oostkust wordt een scheepswerf gebouwd, van daaruit zullen nieuwe ontdekkingsreizen georganiseerd worden, naar het Zuiden voor de verovering van het Inca-rijk, naar het Noorden tot Californië en over de Stille Oceaan naar de Filippijnen.

Vanuit Mexico City zal Pedro de Alvarado Centraal Amerika veroveren, met de gebruikelijke wreedheden.

Het veroverde land wordt verdeeld in ‘encomiendas’ om de overlevende soldaten te vergoeden. Het is een uit de feodaliteit overgekomen systeem waarbij grond én de bevolking die erop leeft eigendom worden van wat ‘caciques’ genoemd worden en wat later de aanleiding vormt voor het ontstaan van grootgrondbezit.

In 1531 verschijnt de maagd María aan een arme boer en spreekt hem toe in het nahuatl. Zo wordt ook de basis gelegd voor de Maria-verering van de ‘Virgen de Guadalupe’ in Mexico.

Cortés wordt een van de rijkste mensen in het nieuwe keizerrijk. Zonder twijfel moet hem moed en durf worden toegekend, maar net zo goed moet men beseffen dat hij de strijd nooit kon gewonnen hebben zonder zijn lokale bondgenoten.

De kolonie leeft van de ontginning van goud en vooral zilver; de landbouw berust op maïsteelt, katoen en de kweek van kippen en kalkoen. Cortés voert de suikerrietteelt in, wat grote aantallen slaven zal vergen.

De verschillende rebellies die er in die eerste jaren van de kolonie waren, konden allemaal probleemloos worden neergeslagen.

De Mexica’s

Het Azteekse rijk is van korte duur geweest, zo’n tweehonderd jaar. De Mexica’s kwamen uit het Noorden en veroverden een na een de volken en gebieden die ze ontmoetten tot ze in de vallei van Mexico een arend zagen met een slang in zijn bek en gezeten op een cactus. Dat was de plek waar ze zich volgens de overlevering moesten vestigen. Het symbool werd overgenomen in de nationale vlag van Mexico.

De hoofdstad, Tenochtitlan, was één van de grootste en mooiste steden in de wereld van toen, met meer dan driehonderdduizend inwoners. In het meer rond de stad lagen vlottende tuinen waarop groenten en fruit gekweekt werden.

Anahuac was de naam van het land dat door de Mexica’s gekend was. Er werd handel gedreven met andere volken, maar andere culturen waren nauwelijks gekend.

Oorlogszuchtig waren de Mexica’s zeker wel, voortdurend op zoek naar slaven en naar menselijke offers om hun goden tevreden te stellen – de klassieke manier was het uitsnijden van het levende hart – en om belastingen te heffen in de vorm van gebruiks- en luxegoederen. Vandaar dat ze bijzonder veel vijanden hadden in de regio.

In het wereldbeeld van de Mexica’s is alles voorspelbaar en dus al voorspeld. De toekomst wordt  niet gemaakt maar is ingeschreven in het verleden. De Keizer – tlatoani – is diegene die het woord heeft en het heden kan onthullen aan de hand van wat de ouderen – het verleden – hem zeggen. Er kan niets gebeuren wat al niet was voorspeld.

Over de geschiedenis van de Mexica’s is erg weinig met zekerheid geweten. De meeste boeken werden vernietigd tijdens het beleg van de stad. Er zijn vijftien ‘codexen’ overgebleven, waarvan er dertien in Europa bewaard worden. Er bestaat grote twijfel over wat eventueel van vóór de verovering komt. Eén van de bekendste voorwerpen in Europese musea is de ‘penacho’ de grote kleurige pluimenkroon van Moctezuma, hoewel ook hier onzekerheid over bestaat.

Na de verovering werd de resterende Mexica adel makkelijk geïntegreerd in het Spaanse bestuur, op voorwaarde uiteraard dat ze zich lieten dopen en afstand namen van hun ‘afgoderij’. Het spreekt voor zich dat dit met een grote dosis gehuichel gepaard ging en het moeilijk is om de verhalen van ná de verovering te interpreteren. Wat is echt en wat is aangepast om ‘politiek correct’ te zijn en niet ten prooi te vallen aan de inquisitie? De geschiedenis werd zoals gebruikelijk geschreven door de overwinnaars, aan de hand van bronnen wiens recht van spreken zwaar was beknot. Een klein voorbeeld: het verhaal van de vrouw die gaat zwemmen in de rivier en door aanraking met een blad zwanger raakt … een eigen mythe of een kopie van de onbevlekte ontvangenis?

 

(Visited 170 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 364 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming. Francine schrijft geregeld voor Wall Street International Magazine, Other News, Alainet, Social Europe en Uitpers

zie ook