Met een engel van Nabloes naar het paradijs

Hany Abu-Assad, ‘Paradise Now’, 90 minuten, (Palestina, Nederland, Duitsland, Frankrijk), verdeler Cinélibre, Brussel, 2005, vanaf 7 september in de Belgische bioscopen.

Met zijn jongste film ‘Paradise Now’ kreeg de Nederlands-Palestijnse cineast Hany Abu-Assad niets dan lauweren op de vijfenvijftigste ‘Berlinale’, het filmfestival van Berlijn. In februari van dit jaar ontving Abu-Assad er achtereenvolgens de publieksprijs, de prijs voor de beste Europese film en de bijzondere prijs van de mensenrechtenorganisatie Amnesty International.

‘Paradise Now’ is nochtans een controversiële prent met in de hoofdrol twee Palestijnse zelfmoordactivisten: Saïd en Khaled. Propaganda is niet aan Hany Abu-Assad besteed. Hij laat ons kennis maken met de twee jonge Palestijnen. Twee gewone jongelui uit Nabloes op de bezette Westelijke Jordaanoever. Ze hebben een klotenbaan. Een dagelijks bestaan van het type ‘no future’.

De regisseur heeft geen boodschap aan diabolisering of stereotypering. Hij vertelt een verhaal. Eén dat aan de ribben blijft plakken. Een aanslag op de westerse zelfgenoegzaamheid met al zijn ronkende verklaringen over universele, morele en democratische waarden, met voortdurende oordelen van twintig in een dozijn, met zijn twee maten en twee gewichten. ‘Paradise Now’ is een meesterlijke film, met (even terzijde) een prachtprestatie van de Belgische actrice Lubna Azabal.

Saïd en Khaled hebben een hondenbaantje bij een autoverkoper in Nabloes, de grootste stad op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. Autoverkoper is een groot woord. Eigenlijk werken ze in een sloperij, die autowrakken weer presentabel en verkoopbaar moet maken. Meteen wordt duidelijk wat er nog rest van de Palestijnse economie, na achtendertig jaar Israëlische militaire bezetting. Saïd en Khaled zijn door een clandestiene Palestijnse verzetsgroep gerekruteerd voor een zelfmoordaanslag.

‘Paradise now’ vertelt hun laatste achtenveertig uren. Saïd krijgt op het autokerkhof het bezoek van de bijzonder ravissante Suha (de Belgische actrice Lubna Azabal). Ze is pas terug uit het buitenland en valt op een aftandse Peugeot 404, bij ons bekend uit de jaren zeventig. Voor vele Palestijnen in de bezette gebieden nog steeds het enige betaalbare dagelijkse vervoermiddel. Suha heeft een model dat in een kitscherig lichtblauw is herspoten. Saïd is smoorverliefd op Suha (zij ook op hem). Hij vindt dat een (ook behoorlijk aftands) model van Alfa Romeo beter bij haar zou passen.

Een liefdesverklaring uit het boekje, zeker als blijkt dat Saïd aan de laatste achtenveertig uur van zijn leven is begonnen. Khaled, Saïds collega en vriend in de ‘garage’, heeft net van zijn baas de bons gekregen. Beide zielenbroeders en zelfmoordkandidaten zien er bijzonder slonzig uit: al dagen niet meer geschoren, in streetwear op zijn Palestijns met vettig trainingsvestje, T-shirt, afgetrapte Nike- of Adidas-sportschoenen (of een populaire kopie ervan). In een ‘garage’ werk je nu eenmaal niet in maatpak. De man, die hen gerekruteerd heeft voor de zelfmoordaanslag, ziet er een stuk beter uit. Fijn jasje, strak gestreken pantalon, getrimde baard, perfect kapsel. Vaste klant bij de betere kapper. Hij geeft hen de laatste instructies. Ze mogen de laatste avond doorbrengen bij hun familie, zonder evenwel één woord te lossen over wat ze de volgende dag gaan doen. De opdrachtgever van Saïd en Khaled is niet meteen wat je de sympathiekste van de stad noemt. Te afgelikt. Te glad. Te veel dure sigaretten in de bek. Als hij in beeld komt, stel je spontaan de vraag: ‘Man waarom blaas je je zelf niet op? En liefst op een onschuldige plek, zonder mensen in de buurt.’

Absurdistan

Hany Abu-Assad toont zijn personages zoals ze zijn: verschoppelingen, die de loden militaire bezetting van de Israëli’s en de aanwezigheid van tot de tanden gewapende, extremistische kolonisten grondig beu zijn. Verschoppelingen leven in Absurdistan en bedienen zich doorgaans van absurde humor en sarcasme. Ook in Nabloes, waar Hany Abu-Assad het verhaal plaatst (en waar hij een groot deel van deze film heeft gedraaid). Khaled neemt zijn laatste avondmaal in een gore falafeltent in de oude stad. Hij valt er midden in een dolkomische discussie. Eén van de Palestijnse gasten schijnt een en ander te weten over het verre Zweden. “Wist je dat in Zweden alle automobilisten stoppen voor het rood licht?”, vraagt de man verwonderd. “En toch hebben ze er de hoogste zelfmoordcijfers van de wereld…”

’s Anderendaags beginnen Saïd en Khaled aan het ritueel waaraan elke zelfmoordactivist zich hoort te onderwerpen. Ze nemen een videoboodschap op, waarin ze hun politiek testament uitspreken. Ook dat leidt tot hilarische taferelen. Beiden steken een scherpe aanklacht af tegen de ondraaglijke Israëlische bezetting en kolonisatie. Maar de videocamera laat het afweten. Ze moeten alles overdoen. De tweede keer begint Khaled zijn testament met een boodschap aan zijn moeder. Hij herinnert haar eraan wat ze de volgende dag allemaal niet mag vergeten als ze haar inkopen gaat doen….

Daarna wordt het duo klaar gemaakt voor de eigenlijke opdracht. Ze krijgen in de hamam (het Arabische bad) een picobello verzorging. Geboend, geschrobd en geschoren. Daarna worden de explosieven op hun fris gewassen lijf aangebracht en mogen ze een hagelnieuw maatpak aantrekken. Saïd en Khaled lijken niet langer op twee vunzige Palestijnse garagistenhulpjes. Ze zien er uit als twee Israëlische yuppies.

De hele operatie loopt echter grondig mis. Als ze de Israëlische ‘veiligheidsmuur’ oversteken, worden ze betrapt door een legerpatrouille. Ze maken zich uit de voeten en raken elkaar op de vlucht kwijt. In Nabloes wordt de hele operatie afgeblazen. Khaled vertelt de opdrachtgevers hoe een en ander is misgelopen. Tegen de avond vindt hij eindelijk zijn vriend Saïd die nog steeds als levende bom op de dool is.

Het verhaal van cineast Hany Abu-Assad wordt gedragen door ijzersterke, beklijvende dialogen. Khaled vraagt zijn opdrachtgever wat er zal gebeuren nadat hij zichzelf heeft opgeblazen. “Een engel komt je halen en neemt je mee naar het paradijs”, zegt hij in alle ernst. Khaled heeft nog een andere zorg. Zal zijn foto als martelaar overal te zien zijn?

Na de mislukking van de operatie heeft Said een lang gesprek met de leider van de militie, die de aanslag heeft beraamd. Saïd is de zoon van een terechtgestelde Palestijnse collaborateur. In een lange monoloog voert hij aan dat radicaal verzet, waarvoor hij gekozen heeft, en collaboratie, de keuze van zijn vader, beide het resultaat zijn van de Israëlische bezetting.

Suha, de vriendin van Saïd, is diep geschokt als ze erachter komt dat het duo op weg was voor een zelfmoordaanslag in Israël. Ze verwijt Khaled: “jullie verschaffen de Israëli’s telkens opnieuw een alibi om ons genadeloos aan te pakken…” Khaled is allesbehalve van zijn stuk gebracht: “Hebben de Israëli’s dan een alibi nodig?”

Telkens een ander verhaal

Hany Abu-Assad toont slechts fragmenten van de uitzichtloze toestand waarin de Palestijnen leven. Het alom aanwezige Israëlische bezettingsleger komt nauwelijks nadrukkelijk in beeld. Ook al werd de filmploeg van Abu-Assad tijdens de opnamen in Nabloes door de Israëli’s onder vuur genomen. Een Israëlische raket sloeg in de onmiddellijke buurt van de set in. Abu-Assad toont de ruïnes van Nabloes, waar de troepen van Sharon lelijk hebben huisgehouden. Hij toont ook minder fraaie kanten van de Palestijnse samenleving. Zoals onder elke militaire bezetting zijn er ook hier mensen die van elke wol garen spinnen en elke situatie bekijken vanuit de te verwachten winstmarge. Saïd loopt met zijn vriendin Suha even langs bij de plaatselijke fotograaf. De man heeft in zijn shop twee tophits in de aanbieding: videofilms van Palestijnse zelfmoordactivisten en videobeelden van de bestraffing van Palestijnen, die met de Israëlische militaire overheid collaboreren. De zaken gaan uitstekend.

Sinds de succesvolle ontvangst van ‘Paradise Now’ in Berlijn heeft Hany Abu-Assad zijn film in tal van interviews moeten toelichten. De cineast heeft – zoals zo vele anderen – erg veel moeite met de extreme eurocentristische (en uiteindelijk pro-Israëlische) beoordeling door de internationale media van het verschijnsel van de zelfmoordaanslagen in de Palestijnse bezette gebieden.

“Elke dag lezen we in de kranten over zelfmoordaanslagen,” zei Abu-Assad op 12 februari 2005 in een gesprek met de Britse krant The Guardian, net voor de première van de prent op de Berlinale. “Dit is zo’n extreme daad, dat ik me begon af te vragen, zoals iedereen wellicht, hoe iemand tot zoiets in staat is. Wat drijft hen hiertoe? Ik realiseerde me dat wij nooit hun verhaal te horen krijgen. Hun kant van het plaatje krijgen we nooit te zien. Hoe kunnen zij hun daad verantwoorden? Niet alleen tegenover hun families, ook tegenover zichzelf. Welk oordeel je ook over hen mag hebben, zij hebben een verhaal, zij hebben hun rationaliteit.”

Bij de research voor zijn film las Abu-Assad officiële Israëlische verslagen van de ondervraging van zelfmoordactivisten, die gefaald hadden en waren opgepakt. Hij sprak met mensen uit de entourage van omgekomen zelfmoordactivisten: moeders, familie, vrienden. “Voor mij werd één ding duidelijk,” zegt Abu-Assad, “er bestaan geen stereotypes. Telkens kreeg ik weer een ander verhaal”.

Een ‘Israëlische Arabier’

Hany Abu-Assad is in 1961 in Nazareth geboren en leeft sinds 1981 in Nederland. Hij is dus wat de Israëli’s een “Israëlische Arabier” noemen. De term bevalt hem niet. “Ik ben geen Israëlische Arabier. De uitdrukking is echt niet correct. Ik ben een Palestijn. Ik heb een Israëlisch paspoort, maar daarmee ben ik nog geen Israëli. Zo lang Israël een joodse staat blijft, kan ik geen Israëli zijn. Ik ben niet tegen de aanwezigheid van joden in Palestina. Zij hebben een Midden-Oostencultuur. Maar ik kan niet instemmen met een staat die van zijn oorspronkelijke inwoners vreemdelingen in eigen land heeft gemaakt.”

Zelfmoordaanslagen zijn volgens Hany Abu-Assad “het gevolg van onderdrukking, waaraan eerst een einde moet komen.” “De Israëli’s vergeten dat de militaire bezetting werd voortgezet tijdens het Oslo-vredesproces.”

Voor de cineast “is de enige mogelijke oplossing de erkenning van het gelijkheidsprincipe tussen Israëli’s en Palestijnen – als natie en als individuen.” “Op basis hiervan moet het mogelijk zijn snel over allerhande details te onderhandelen.” Maar dat is net het probleem. “Tot op de dag van vandaag weigeren de vertegenwoordigers van de staat Israël een Palestijnse staat te erkennen op voet van gelijkheid, omdat dit in hun ogen een capitulatie zou zijn, waardoor ze hun joodse staat moeten opgeven.”

Een meesterwerk

‘Paradise Now’ is een meesterwerk, dat geen enkele filmliefhebber mag missen. Na de prijzenregen op de Berlinale schreef de Duitse krant ‘Die Welt’ (15 februari 2005): “een groot kunstwerk, telkens als je vreest dat de film in propaganda verandert, grijpt de regisseur in. Abu-Assad dringt door tot de kern.” Hopelijk staat de filmrecensent van Die Welt binnen zijn redactie niet alleen met zijn opinie. Die Welt was het lievelingskind van de rechtse Duitse persmagnaat Axel Springer. En de krant is het deftige paradepaardje van de persgroep die naar hem is genoemd (het verkoopskanon blijft nog steeds de op miljoenenoplage verschijnende pulpkrant Bild). Axel Springer had twee doelen in zijn leven: de hereniging van de twee Duitslanden (wat hij zelf niet meer heeft mogen beleven) en de ‘Widergutmachung’ – of herstel voor de slachtoffers, overlevenden en nakomelingen van de nazi-massamoord op de joden. Springer en Die Welt hebben dat laatste altijd begrepen als een onwrikbare steun aan de zionistische staat Israël.

Het is de bedoeling dat ‘Paradise Now’ dit najaar ook in roulatie komt in Israël en in de bezette Palestijnse gebieden. Ook in Nabloes zou de film moeten worden vertoond. Er is echter één probleem: Nabloes heeft zoals de meeste Palestijnse steden geen bioscoop meer. Die is – net zoals nagenoeg de hele Palestijnse economie – ten onder gegaan in de genadeloze militaire bezetting, die in juni 1967 begon…

(Uitpers, nr. 67, 7de jg., september 2005)

Visited 8 Times, 2 Visits today

Tags :