Met alle Irakezen …
Over wapeninspecties, geopolitiek en goede bedoelingen

“De Irak-politiek van de Amerikaanse regering heeft weinig te maken met de terugkeer van de wapeninspecteurs noch met de bezorgdheid voor het lijden van het Iraakse volk. Het heeft alles te maken met de Amerikaanse vastberadenheid een nieuw regime in Bagdad te installeren en met de lange termijn belangen betreffende het behoud van de controle van de VS over de energiebronnen in het Midden Oosten.” (Graaf Hans von Sponeck, voormalig Humanitair Coördinator van de VN voor Irak(1))

De cynische politiek van Washington

De VS azen reeds langer op het Tweestromenland. Na de tweede Wereldoorlog zit Irak in Westerse invloedssfeer. Maar dat verandert als in 1958 een pro-Westers koninkrijk door een revolutie ten val wordt gebracht. Washington probeert het nieuwe regime uit te schakelen, inclusief met moordpogingen op de nieuwe leider. Er waren toen al plannen voor een invasie, maar het bestaan van de SU verhindert dat. Het loopt voor de VS helemaal uit de hand als in 1972 een vriendschapsverdrag wordt gesloten met Moskou en de onvergeeflijke ‘fout’ wordt begaan de olieproductie te nationaliseren. Koerdische groeperingen, in het Noorden van Irak, krijgen via de Israëli’s voor miljoenen dollars militaire steun om een gewapende opstand te ontketenen tegen Bagdad.

De hele politiek van Washington wordt herzien wanneer de sjah in Iran wordt omvergeworpen in 1979. Irak is nu nodig om de verspreiding van de islamitische revolutie in te dammen. Saddam Hoessein wordt de nieuwe bondgenoot in de regio. Khomeini, de geestelijke leider van Iran roept de sjiieten, in het Zuiden van Irak, op tot een heilige oorlog tegen de ‘goddeloze’ Saddam Hoessein. Bagdad repliceert. Met de steun van Washington vallen ze Iran binnen in 1980. De VS spelen een cynisch spelletje: ze leveren aan beide landen militaire bijstand en materieel (inclusief allerhande massavernietigingswapens waaronder chemische wapens) met de bedoeling dat ze elkaar zouden uitputten. Kissinger: “Ik hoop dat ze elkaar doden. Wat jammer dat ze niet allebei kunnen verliezen”.(2) De oorlog duurt acht jaar, er vallen meer dan een miljoen doden. Beide landen zitten aan de grond.

In 1990 provoceert Koeweit Bagdad door via de ondergrond olie te pompen uit een Irakese oliebron. Zowel Koeweit als Verenigde Arabische Emiraten verhogen hun olieproductie (op vraag van het Westen) drastisch. Ze overspoelen de markt waardoor de prijzen sterk dalen. Dat is uiterst nadelig voor Irak, dat na zijn oorlog met Iran zwaar in de schulden zit. Bagdad verzamelt troepen aan de grens met Koeweit. De VS-ambassadrice van Irak stelt dat Washington dit beschouwt als een inter-Arabisch conflict en suggereert dat de VS niet tussenbeide zullen komen. Bagdad loopt in de val en valt Koeweit binnen op 2 augustus. Het land wordt prompt getrakteerd op een embargo en zes maand later op vernietigende bombardementen.

Ramsey Clark, voormalig VS-minister van Justitie schrijft hierover: “Niet Irak, maar machtige groepen in de VS hebben deze oorlog en dit embargo gewild: het Pentagon, dat zijn militaire budgetten op hetzelfde peil wilde houden; de wapenfirma’s, met hun afhankelijkheid van binnenlandse militaire contracten en wapenleveringen in het Midden-Oosten; de oliemaatschappijen die hun controle over de prijs van ruwe olie wilden uitbreiden en grotere winsten beoogden; de Bush-administratie, die na de desintegratie van de USSR haar kans schoon zag om een permanente militaire aanwezigheid in de Golfregio te vestigen, en aldus als enige supermacht in de regio de Arabische oliereserves onder haar controle te plaatsen. De grootste uitdaging voor het Pentagon bestond erin uit te maken wat Irak (dat meer geïnteresseerd was in wederopbouw dan in expansionisme) er zou kunnen toe bewegen om acties te ondernemen die een VS-interventie zouden rechtvaardigen. Daarvoor gebruikte het de Koninklijke familie van Koeweit.”(3) .

Het blijft bij bombardementen, Irak zelf wordt niet binnengevallen. De Sovjetunie loopt op haar laatste benen en in die context durft Washington een invasie (nog) niet aan. Bovendien is het VS-publiek nog niet klaar voor het inzetten van landtroepen. Het Vietnamsyndroom is nog steeds niet verteerd. De pijnlijke ervaringen in Somalië in 1984, waarbij voor het oog van de camera’s gesold werd met het lijk van een marinier, versterkten dit syndroom alleen maar. Er wordt dan maar gepoogd Bagdad op de knieën te krijgen door een moordend embargo, door no-fly zones in te stellen, door het land onophoudelijk te bombarderen en door een allesomvattend en nooit geziene ontmanteling van het militair apparaat. Maar Irak blijft rechtop, Saddam heeft anno 2002 meer dan ooit de steun van zijn bevolking.

Na 11 september lijkt veel mogelijk. Deze keer willen de VS de zaak afmaken en een vazalregering installeren, zoals dat gebeurde in Afghanistan. De New York Times zegt hierover: “Het Witte Huis ontwerpt een gedetailleerd plan om in Irak, naar het voorbeeld van de naoorlogse bezetting van Japan, een door de VS-gecontroleerde militaire regering te installeren als Saddam eenmaal omvergeworpen is. Dat vertelden ons hooggeplaatste ambtenaren van de regering.”(4)

 

Wapeninspecties, de aanloop naar de oorlog

Het voorbije overzicht van de recente geschiedenis laat zien dat het Irakese regime enkel een ‘gevaar’ werd voor de wereldvrede wanneer het in conflict kwam met de belangen van de VS. In elk geval gaat van het land vandaag niet de minste dreiging meer uit. Het wapenarsenaal is de afgelopen jaren voor meer dan 90% vernietigd. Wapeninspecteurs vernietigden zowat alles wat hen noodzakelijk leek. Na meer dan 11.000 inspecties, 5.000 inspecteurs, twaalf jaar embargo, no-fly zones en een economie die compleet aan de grond zit, is het land militair nauwelijks nog tot iets in staat. Volgens Anthony Cordesman een conservatieve analist, is het gevolg van het embargo dat “de militaire capaciteit en slagkracht slechts een fractie is van wat het was in 1990”.(5) Vandaag is Irak in elk geval stukken minder gevaarlijk dan twaalf jaar geleden, toen het nog volop werd bewapend door de Britten, de Fransen, de Duitsers en de Noord-Amerikanen. Bovendien zou de minste agressie van Bagdad door Israël gelijk beantwoord worden met een nucleaire vergelding en quasi totale vernietiging van het land.

Wapeninspecties zijn m.a.w. totaal overbodig. Als er al inspecties moeten plaatsvinden dan in de eerste plaats in Israël, of van alle militaire VS-bases in de regio. Bovendien zijn wapeninspecties voor Washington eigenlijk van geen tel. In 1990 stelde Saddam Hoessein voor om zijn hele arsenaal chemische en niet-conventionele wapens te vernietigen als Israël erin zou toestemmen om zijn chemische en atoomwapens te vernietigen. De VS wuifden het voorstel weg. Bij herhaling heeft de Bush-administratie aangekondigd dat het voor hen niet uitmaakt of Irak de wapeninspecties al dan niet aanvaardt, hoe streng en vernederend ze ook mogen zijn. Vice-president Cheney in een recente verklaring: “Een terugkeer van de inspecteurs is absoluut geen garantie van [Saddam’s] naleving van de VN-resoluties”. De VS zijn sowieso van plan om Saddam te liquideren en het land opnieuw te koloniseren, met of zonder wapeninspecties. Daarvoor bestaan reeds plannen sinds 1992. De vraag stelt zich dan waarom Bush & Cie zoveel waarde hechten aan die inspecties?

Daar zijn verschillende redenen voor. Vooreerst was de terughoudendheid voor een invasie van Irak aanvankelijk erg groot bij de westerse bondgenoten, Rusland en China. Sommige van die landen pleitten zelfs voor de opheffing van het embargo. Om die terughoudendheid te omzeilen leken wapeninspecties een gepast compromis. Zo wordt de verantwoordelijkheid voor een eventueel militaire actie doorgeschoven naar Irak. Resolutie 1441 – die de nieuwe inspecties regelt vanaf november 2002 – heeft heel wat voeten in de aarde gehad maar is er uiteindelijk gekomen na zware druk van de VS. De resolutie is in heel algemene termen opgesteld. Het kan door de bondgenoten geïnterpreteerd worden als een overwinning. Zo concludeerde Poetin dat, als Bagdad netjes aan alle eisen voldoet, het embargo dan zelfs kan worden opgeheven. Voor Bush en Blair betekent de resolutie dat nu bij het minste incident de oorlog kan gestart worden.

Ten tweede zijn wapeninspecties – en het mislukken ervan – een uitstekend en wellicht noodzakelijk middel om de publieke opinie te overtuigen van de noodzaak tot militair geweld. Deze oorlog draait om olie en de wereldheerschappij. Maar uiteraard zeg je dat liefst niet al te hardop en zoek je daarentegen naar argumenten die gevoelig liggen bij het publiek. Meer nog dan twaalf jaar geleden is de wereldopinie gekant tegen een invasie. Overal in de wereld zijn er nu reeds massale anti-oorlogsbetogingen. Bij de vorige Golfoorlog kwamen die er pas nadat de oorlog begonnen was. Ook de verschrikkelijke gevolgen van het embargo voor de burgerbevolking hebben de weerstand tegen de komende oorlog alleen maar vergroot. Een tactische aanpak om deze oorlog aan te praten was dus meer dan noodzakelijk. Wapeninspecties op zoek naar massa vernietigingswapens, zijn daarvoor heel geschikt omdat ze suggereren dat de dreiging voor de wereldvrede uitgaat van Irak (en niet van de VS). Bovendien zal elk incident, hoe onbenullig ook, gemakkelijk aangegrepen worden om te bewijzen hoe onbetrouwbaar en gevaarlijk Saddam Hoessein wel is. Als dat dan nog eens ingedekt wordt door de Veiligheidsraad, wat moet je dan nog meer hebben?

Topadviseur inzake veiligheidszaken en grootmeester in psychologische oorlogsvoering, Brzezinski zegt het woord voor woord: “De opstandige houding van Irak t.a.v. de internationale gemeenschap is de belangrijkste kwestie waar de wereld zich zorgen over moet maken. Vandaar dat de focus van de VS moet liggen op de massa vernietigingswapens die Irak heimelijk probeert te produceren. (…) De VS moeten zelf de leiding nemen in het formuleren van gedetailleerde plannen voor een werkelijk indringend en allesomvattend inspectie regime. (…) Amerika’s Europese bondgenoten zouden het moeilijk hebben om niet akkoord te gaan met deze aanpak, terwijl de weerspannigheid van Irak (…) een casus belli zou creëren die militaire actie de nodige legitimiteit zou verschaffen.”(6)

Rolf Ekeus was hoofd van het wapeninspectieteam van 1991 tot 1997. Voor de Zweedse radio stelde hij dat de VS en andere leden van de Veiligheidsraad de leiding van het inspectieteam “onder druk zetten om inspecties uit te voeren die controversieel waren voor de Iraki’s, die daardoor obstructie zouden uitlokken wat dan zou kunnen gebruikt worden als rechtvaardiging voor directe militaire actie”. (7) Zijn opvolger Ritter bevestigt dat en gelooft dat “Washington het concept van de inspecties gebruikt als politiek instrument om de oorlog te rechtvaardigen”.(8)

Een derde reden is van militaire aard. Vooreerst zijn de inspecties bedoeld om te ontwapenen en dus om Irak militair te verzwakken, waardoor het minder weerstand zal kunnen bieden bij een toekomstige invasie. Ten tweede, en dat ligt in dezelfde lijn, waren de vorige inspecties bedoeld om te spionneren. De befaamde Noord-Amerikaanse filosoof, Chomsky stelt dat deze gebruikt werden “als een dekmantel om Irak te bespioneren, met de open bedoeling het regime omver te gooien en vermoedelijk de leider te vermoorden”.(9) Dit wordt bevestigd door Denis Halliday, die jarenlang humanitaire coördinator was van de VN in Irak. Wapeninspecteur Scot Ritter legt in zijn boek gedetailleerd uit hoe de Amerikaanse wapeninspecteurs afluisterapparatuur hadden verstop in het inspectiemateriaal van uncscom. Bij de operatie Desert Fox, een vierdaagse bommencampagne in december 1998, maakte het VS-leger gebruik van de informatie die ze via ‘hun’ wapeninspecteurs hadden verkregen. Volgens voormalig inspecteur Ekeus wilden de VS via de inspecties “meer te weten komen over andere delen van Irak’s militaire capaciteit”(10), m.a.w. over zaken die met massavernietigingswapens niets te maken hebben.

Wie nog twijfelt aan het feit dat deze wapeninspecties niet bedoeld zijn als voorbereiding voor de oorlog moet de resolutie 1441 er maar eens op nalezen. Daarin staat dat Irak niet alleen toelating moet geven voor een militaire escorte van de inspecteurs, maar ook dat er regionale en operationele bases doorheen geheel Irak moeten voorzien worden waar vliegtuigen ongelimiteerd moeten kunnen landen. Daarnaast kunnen de inspecteurs non-drive en non-fly zones instellen alsook gebieden vastleggen waartoe de Iraki’s niet langer toegang hebben. Het onderscheid tussen inspectie en bezetting of invasie is hier nauwelijks nog te maken.(11)

Tenslotte voorziet de resolutie 1441 de mogelijkheid om Irakezen die willen ‘getuigen’ het land uit te brengen, samen met hun familie, zogenaamd om hen te beschermen tegen vervolging. Op die manier zullen de inspecteur ageren als asielofficieren. Twee doelgroepen worden geviseerd: wetenschappers en twijfelende militairen. We moeten beseffen dat het land twaalf jaar geleden naar de middeleeuwen werd gebombardeerd, dat het getroffen wordt door een onmenselijk embargo en dat het op de rand staat van een massale vernietigingsoorlog. In die omstandigheden zal het niet moeilijk zijn om topingenieurs en andere deskundigen te overhalen om het land te verlaten waardoor de klok op wetenschappelijk vlak tientallen jaren zal teruggedraaid worden. Dat geldt des te meer voor de militairen. Na de goedkeuring van de resolutie hoopt Collin Powell dat topofficieren van het leger zullen overlopen: “Als het tot militaire actie komt dan ligt de uitkomst vast. (…) Het regime zal verslagen worden en de generaals zouden zich beter afvragen aan welke zijde van de muur ze willen staan als het allemaal voorbij is.”(12)

Ten aanzien van deze resolutie bevond Bagdad zich m.a.w. voor een moeilijk dilemma. Aanvaardden ze de inspecties dan betekent dat een aantasting van capaciteit om zich te verdedigen tegen een toekomstige aanval van de VS. Weigeren ze, dan zal de VS de publieke opinie en zijn bondgenoten gemakkelijker kunnen mobiliseren voor de geplande slachtpartij. In feite was er geen keuze en heeft Bagdad de resolutie aanvaard, wellicht om tijd te winnen.

De zero-tolerantie van de resolutie zal gemakkelijk aanleiding geven tot een incident. Een gesloten deur waarvoor de sleutel niet direct kan gevonden worden zal misschien al genoeg zijn. Het achterhouden van om het even welke informatie ook. Eén van de vorige inspectieteams (unscom) uitte reeds het vermoeden dat een file, op de weg naar een chemisch complex, opzettelijk werd gearrangeerd door de Iraki’s. Irak vreest vooral voor een betwisting op vlak van de chemische nijverheid. Op dat vlak is de productie vrij sterk uitgebreid. Er kan gemakkelijk betwisting zijn of deze of gene productie al of niet kan aanleiding geven tot de aanmak van chemische wapens. We moeten ons niet veel illusies maken, aldus Scot Ritter, voormalig hoofd van wapeninspecties in Irak: “De VS zullen alles doen om een provocatie uit te lokken. Er is een grote groep van mensen in de VS die oorlog willen.”(13) Gary Schmitt, een adviseur uit de kringen van vice-president Cheney verklaarde dat de oorlog onvermijdelijk is “ten eerste omwille van kwesties die ikzelf, de administratie en andere reeds uiteengezet hebben jaren geleden en ten tweede omdat er niet de minste kans is dat Saddam inspecties zal toelaten die van belang zijn.”(14)

De vredesbeweging

Het is overigens meer dan normaal dat Irak zich wil bewapenen. De rest van de regio, en vooral aartsvijand Israël, is tot de tanden bewapend. “Zelfs indien Irak in de toekomst zou geregeerd worden door zo Ghandi-achtig mogelijke leiders, dan zou het wellicht wapensystemen ontwikkelen met een grotere slagkracht dan nu het geval is, tenminste indien het daartoe is staat zou zijn om die te ontwikkelen. Dat zou zo blijven of zelfs versnellen indien de VS de controle over Irak zouden verkrijgen. India en Pakistan zijn VS-bondgenoten.” Aldus Chomsky.(15) Omgekeerd, indien Irak over kernwapens zou beschikken of andere afschrikkingwapens, dan zou het Pentagon wel tweemaal nadenken vooraleer het land binnen te vallen, een redenering die eveneens van toepassing was op Joegoslavië en Afghanistan.

Het voorgaande maakt duidelijk dat de aangekondigde wapeninspecties het voornaamste instrument zijn in de oorlogsvoorbereiding van Bush. Dat een deel van de vredesbeweging in november op straat kwam om te pleiten voor wapeninspecties is dan ook totaal onbegrijpelijk. Het verzet tegen de nakende oorlog was in volledige tegenspraak met het aandringen op “de toelating van neutrale wapeninspecteurs op Irakees grondgebied”.(16) Een deel van de vredesbeweging neemt hier zijn wensen voor werkelijkheid. Men denkt dat de eigen beweegredenen of doelstellingen en niet die van de Bush-administratie zullen bepalend zijn voor de afloop van het conflict en meer in het bijzonder voor het optreden van wapeninspecteurs.

Men zou beter moeten weten. In de werkelijke wereld is het natuurlijk Washington die zijn invulling geeft aan gelijk welke mogelijke inspectie in de regio, en zeker aan de geplande in Irak. Dat hebben ze trouwens zelf al duidelijk te kennen gegeven. Pleiten voor wapeninspecties speelde dus perfect in de kaart van de oorlogszuchtige krijgsheren van het Pentagon ongeacht het feit dat men andere intenties had. Indien men in een – dreigend – gewapend conflict oplossingen naar voor schuift, moet men zich vergewissen van de reële machtsverhoudingen en van de bedoelingen van de betrokken partijen.

Het projecteren van zijn goede bedoelingen in een klassenloze wereld is heel gevaarlijk. Eenzelfde onvergeeflijke redeneringsfout werd twaalf jaar geleden begaan met het pleidooi voor het embargo, zogenaamd om de oorlog te voorkomen. Ondertussen zijn we anderhalf miljoen doden verder. Een beetje naïviteit kan, maar als die hardnekkig wordt verliest ze haar onschuld.

(Uitpers, nr. 37, 4de jg., januari 2003)

Voetnoten

(1) H. von Sponeck, geciteerd in Middle East Times, 11 oktober 2002; www.metimes.com/22K2/issue2002-41/methaus.htm.

(2) www.Irak.be, november 2002.

(3) www.Irak.be november 2002.

(4) New York Times 11/10/02.

(5) S. Shalom & M. Albert. 45 Questions and Answers Regarding Intervention in General, 9-11 and Afghanistan One Year Later, and Irak on the Verge of War. www.Znet.org november 2002, p. 41.

(6) www.Washingtonpost.com 18/8/2002.

(7) Financial times 30/7/2002.

(8) www.cnn.com/2002/WORLD/meast/07/17/saddam.ritter.cnna.

(9) Interview with Noam Chomsky about US Warplans. www.Znet.org 29/8/2002.

(10) Financial times 30/7/2002.

(11) “Security of UNMOVIC and IEA shall be ensured by sufficient UN security guards. UNMOVIC and the IEA shall have the right to declare, for the purposes of freezing a site to be inspected, exclusions zones, including surrounding areas and transit corridors, in which Iraq will suspend ground and aerial movement so that nothing is changed in or taken out of a site being inspected. UNMOVIC and the IEA shall have the free and unrestricted use and landing of fixed- and rotary-winged aircraft, including manned and unmanned reconnaissance vehicles.”

(12) www.Washingtonpost.com 10/11/2002.

(13) The Guardian 7/11/2002.

(14) www.fromthewilderness.com/free/WW3/100102_bush_advisors.html.

(15) Interview with Noam Chomsky about US Warplans.

(16) Citaat uit de Belgische Platformtekst tegen een militaire interventie tegen Irak, van de betoging van 17/11/2002.

Deel dit artikel

Visited 129 Times, 2 Visits today

Tags :

zie ook