De verkiezingen in drie Italiaanse regio’s zijn in twee ervan – Campania en Puglia – een succes geworden voor de centrumlinkse oppositie, terwijl uiterst-rechts het overtuigend haalt in bolwerk Veneto. Globaal genomen s het een opsteker voor de oppositie en een tegenvaller voor premier Giorgia Meloni. In alle regio’s lag de opkomst wel laag, gemiddeld 43 percent.
In Veneto wint Alberto Stefani met 64.4 %. In deze regio is vooral de Lega van Matteo Salvini, vice-premier, sterk ingeplant. Bij de partijlijsten haalt die Lega 36 %, het dubbel van Fratelli d’Italia (FdI) van Meloni. Het is een tegenvaller voor de premier, in andere regio’s haalt haar partij de hegemonie bij uiterst-rechts. De Lega van Veneto stelt zich wel minder radicaal op dan haar voorzitter Salvini.
In Campania (Napels) wint Roberto Fico zeer overtuigend, 60,6 %. Fico behoort tot de Vijfsterrenbeweging die in de streek van Napels een sterke inplanting heeft. Hij was de kandidaat van de coalitie van onder meer de Democratische Partij (PD), de Vijfsterren M5S, een bundeling van links en lokale groepen. Premier Meloni had zich in de strijd geworpen voor generaal Edmondo Cirielli, vice-minister van Buitenlandse Zaken. Maar haar FdI haalt slechts 12 %, met 11 % voor de rechtse Forza Italia en 5 % voor de Lega.
In Puglia (Bari) wint Antonio Decaro, PD en ex-burgemeester van Bari, met 64 %. De PD is hier de sterkste met 26 % en daarnaast nog 13 % voor lijst steun aan Decaro. Bij uiterst-rechts domineert FdI met 19 %.
Bij eerdere regionale verkiezingen dit jaar had uiterst-rechts gewonnen in de Marken en Calabria het ruim gehaald in Toscane. Alles samen blijft het zoals het was, 3-3, aldus Antonio Tajani, minister van Buitenlandse Zaken en kopstuk van Forza Italia (EVP) dat met uiterst-rechts regeert.
