Mei 68: Een “oud-strijder” blikt even terug

Mei 68, al veertig jaar geleden. Bij elke verjaardag borrelen herinneringen op, samen met de honderden en duizenden beschouwingen van sociologische, filosofische, politieke, psychologische enz. aard rond de betekenis van Mai 68 en rond de impact van wat meestal de “Meirevolte” wordt genoemd.

Bij veel van die beschouwingen en terugblikken wordt vooral gefocust op de studentenrevolte, vooral de Franse, en wordt te vaak voorbijgegaan aan de veel bredere context van dat legendarische 1968, een jaar van wereldwijde contestatie – maar ook van wereldwijde reactionaire terugslagen.

Mei 1968 was de maand van de uitbarsting in Frankrijk. Die explosie viel niet los te zien van wat er elders in de wereld gebeurde, zoals in Vietnam waar het Têt-offensief van de Vietcong een ommekeer van de Vietnamoorlog betekende. Terwijl de “Praagse lente” het bureaucratisch Sovjetsysteem in paniek bracht. Frankrijk leek niet te bewegen. Zelfs de repressie tegen een Vietnam-comité op de campus in Nanterre op 22 maart, werd nauwelijks opgemerkt. “Quand la France s’ennuie”, Als Frankrijk zich verveelt, schreef Le Monde op 15 maart 1968. Met de groeiende welvaart leek niets nog de Fransen te kunnen boeien, ook de jongeren niet.

Tot de repressie tegen een studentenbetoging in Parijs op 10 mei, een uitloper van 22 maart, miljoenen Fransen schokte. Minister van Binnenlandse Zaken Marcellin was te ver gegaan, de vakbonden schaarden zich, wantrouwend, aan de zijde van de studenten en betoogden samen op 13 mei. Het werd een massale betoging die ook de rest van Frankrijk beroerde. In de dagen daarop gingen miljoenen Franse arbeiders in staking – op het hoogtepunt waren er 12 miljoen stakers. Niet zomaar stakers, merkte ik. Begin mei was ik naar Madrid getogen omdat daar op de campus actie werd gevoerd tegen het Franco-regime. Van Frankrijk was nog geen sprake. Tot ik bij de terugkeer aan de grens met Frankrijk merkte dat er geen openbaar vervoer meer was. Al liftend kwam ik voorbij tientallen en tientallen bedrijven waarop zwarte en vooral rode vlaggen waren gehesen met spandoeken “Occupation”, bezetting.

Geen enkele sector bleef buiten de contestatiebeweging.

Ook de culturele wereld was in beroering. “Le cinéma s’insurge”: Het filmfestival van Cannes werd een festival van scherpe discussies en contestatie. De theaterwereld stond op zijn kop, acteurs en andere mensen uit de theaterwereld bezetten het Odéon en andere zalen. “Les beaux-arts sont fermés. Mais l’art révolutionaire est né”, luidde het elders. Journalisten voerden actie tegen de censuur op de overheidszenders.

Spontaan

Het was een zeer spontane uitbarsting, een uiting van grondig misnoegen over de algemene gang van zaken na tien jaar gaullistisch bewind. De grote politieke en syndicale organisaties van links wisten daar geen blijf mee. De communistische PCF was toen nog een machtige organisatie die meer dan 20 % van de stemmen haalde en even sterk was als de sociaal-democraten (toen nog SFIO). De PCF controleerde volledig de grootste vakbond, de CGT, die niet gelukkig was met een beweging waarin “gauchisten” – trotskisten, maoïsten, anarchisten – een grote invloed hadden. Uiterst-linkse studenten en scholieren werden in alle soorten bedrijven met open armen ontvangen. Overal groeiden comités die eisenprogramma’s opstelden die veel verder gingen dan de klassieke onmiddellijke eisen over lonen en arbeidsvoorwaarden.

Vooral de CGT-leiding deed al het mogelijke om de actie naar dit terrein van de onmiddellijke eisen te verleggen. Ze onderhandelde de Grenelle-akkoorden, maar de arbeiders van Renault-Billancourt floten de CGT-leider Séguy weg. Het lukte niet om de actie naar het klassieke reformistische terrein te kanaliseren.

Door deze massale beweging zonder enig politieke leiding of objectief , ging de actie vanzelf doodbloeden. Gene enkele groepering was in staat al die energie te centraliseren, om er een politiek perspectief aan te geven. De sociaal-democratie was afwezig, de communisten wilden afremmen, uiterst-links was zeer zwak ingeplant. Na twee weken verzwakte de beweging, hier en daar werd het werk hervat.

Reactie

De reactie liet niet op zich wachten. Op 30 mei stapten een miljoen rechtse betogers de Champs-Elysées op. Vanaf dan ging het sneller bergaf, rechts had het initiatief overgenomen. De Gaulle schreef vervroegde verkiezingen uit die volledig in het teken stonden van “la peur”, de angst. De staatsmedia voerden een felle campagne om Mei 68 af te schilderen als het werk van benden extremisten die slechts uit waren op chaos en geweld. Tien linkse bewegingen werden buiten de wet gesteld. De repressie sloeg volop toe en er kwam van de grote arbeidersorganisaties geen weerwerk. Communisten en sociaal-democraten werden in de verkiezingen van juni afgestraft, rechts had weer de bovenhand.

1968 was dus niet alleen een jaar van revoltes, maar ook van zware reactie. In mei 68 leek het heel even dat de wereld nooit meer zou zijn zoals voordien, dat het vanaf dan voor de bourgeoisie onmogelijk zou zijn verder te regeren zoals vroeger. Inderdaad, vanaf dan kwam er veel meer zelforganisatie in de kapitalistische landen, de belangstelling voor andere socialistische modellen dan dat van het “reële socialisme” (Sovjetmodel) groeide sterk.

In die zin betekende Mei 68 in zeer brede zin – de contestatiebeweging van een groot deel van de jongeren en nieuwe strijdlust bij de gesalarieerden – een breuk met daarvoor. Voor veel conservatieven werden met “Mei 68” de basiswaarden van “onze” samenleving, gezagsgetrouwheid voorop, overhoop gegooid. Nicolas Sarkozy, Leo Tindemans en zovele anderen wijten gestegen criminaliteit, drugsverslaving, echtscheidingen en noem maar op aan “de generatie van Mei 68”. Alsof die ganse generatie revolutionaire aspiraties had – wat bijlange niet het geval was. En veel van degenen die op de voorste rijen stonden, bleken al gauw gehaaide carrièristen die “de weg door de instellingen vonden” en er zich wonderwel aan aanpasten.

Drie sectoren

Mei 68 was vooral Frankrijk. Maar 1968 was in zoveel andere opzichten en op veel andere terreinen een scharnierjaar. Begin van dat jaar raakte het stalinisme in een nieuwe zware crisis toen hervormers binnen de Communistische Partij de meerderheid haalden en Alexander Dubcek tot partijleider maakten. Dubcek was eerder een compromisfiguur, maar vanuit de samenleving groeide een zo sterke dynamiek naar wat men “socialisme met een menselijk gezicht” noemde, dat Dubcek ineens symbool werd van die hoop op een hernieuwd socialisme als alternatief voor het bureaucratisch socialisme.

Zoals in Frankrijk bleef ook daar de reactie niet uit, onder druk van de bureaucratie in Moskou traden de “broederlanden” in actie. In augustus rolden de tanks van het Pact van Warschau het land binnen, de Praagse lente werd onder voogdij geplaatst en enkele maanden later kwam dan de “normalisatie” waarbij honderdduizenden communisten uit de partij werden gegooid, duizenden werden gebroodroofd en velen in de gevangenis terechtkwamen. Het neerslaan van de Praagse lente zou een nieuwe crisis teweegbrengen in de internationale communistische beweging, toen nog een kracht van formaat op wereldvlak.

Die kracht was wel ondermijnd geraakt door het conflict tussen Moskou en Peking. Veel militanten in Europa hadden enthousiast de ontwikkelingen in China gevolgd en zagen in de “Grote Proletarische Culturele Revolutie” Van Mao Zedong een revolutionair voorbeeld. Het ontsnapte velen in 1968 dat ook in China de reactie toesloeg: Mao en zijn omgeving oordeelden dat de beweging die ze hadden ontketend tegen hun rivalen verder ging dan Mao’s objectief. Mao had met die Culturele Revolutie (die erg anti-cultureel was) zijn rivalen uitgeschakeld, hij wou niet dat de militanten van die revolutie ook de bureaucratie zelf

aanvielen. In 1968 stelde het leger orde op zaken, miljoenen militanten van de “culturele revolutie” werden naar uithoeken van het land gestuurd “om van de massa’s te leren”.

Veruit de grootste invloed ging in 1968 uit van Vietnam. In Frankrijk was de beweging ontstaan en gegroeid rond solidariteit met de strijd van de Vietnamezen tegen het Amerikaans leger. Dat was ook in veel andere landen het geval, zeker in West-Duitsland en de Verenigde Staten waar tegelijk de zwarte getto’s in opstand kwamen. De anti-oorlogsbeweging bracht miljoenen Amerikanen op straat. Maar in november was het toch Richard Nixon die president werd en die de oorlog nog vijf jaar zou voortzetten.

En Mei 68 in Vlaanderen? Dit is natuurlijk een apart verhaal, met de strijd voor Leuven Vlaams die uitgroeide tot een bredere contestatiebeweging waarin het idee doorbrak van studenten en arbeiders één strijd.. Militante studenten deden er sterke ervaringen op die ze bij voorbeeld twee jaar later zouden aanwenden in de wekenlange “wilde” mijnstaking in Limburg. Maar in mei 68 zelf bleef het erg rustig op de campussen, alleen aan de ULB had een krampachtige poging plaats om de studenten van de Sorbonne te imiteren.

(Uitpers, nr 98, 9de jg., mei 2008)

Print Friendly, PDF & Email

Visited 164 Times, 1 Visit today

Tags :
Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook